Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g82 8/7 blz. 25-28
  • „Ik wou dat ik een dagboek bijgehouden had!”

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • „Ik wou dat ik een dagboek bijgehouden had!”
  • Ontwaakt! 1982
  • Vergelijkbare artikelen
  • Mijn carrière als ballroomdanser
    Ontwaakt! 1978
  • Jongeren in Italië benutten gelegenheden om getuigenis te geven
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1987
  • Reizen zoals men dat in Honduras gewoon is
    Ontwaakt! 1973
  • Vervolging heeft averechtse uitwerking
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1990
Meer weergeven
Ontwaakt! 1982
g82 8/7 blz. 25-28

„Ik wou dat ik een dagboek bijgehouden had!”

HOE dikwijls ik dat niet tegen mezelf heb gezegd in de 14 jaar dat ik als zendelinge hier in Peru werk!

Mijn eerste jaar hier herinner ik mij nog heel goed — een rat in de w.c.-pot, een schorpioen in de badkuip, vlooien in mijn bed. Gelukkig kenden de meeste van die beesten hun plaats, en al spoedig raakten wij gewend aan wat een bijzonder interessant leven is gebleken.

EEN TAAL LEREN. Ik herinner mij nog dat ik kleine kinderen fouten hoorde maken in hun Spaanse onregelmatige werkwoorden, en hoe ik met enige voldoening dacht: „Dan zijn wij tenminste niet de enigen!”

ALS DE AARDE BEEFT. Iets nieuws voor mij was de belevenis van een aardbeving. Die van 1974 herinner ik mij nog het levendigst. Mijn partner en ik bevonden ons in een oud huis, opgetrokken uit in de zon gedroogde steen, aan het eind van een smal steegje. Toen het schudden begon, kozen we alle drie voor het beetje bescherming dat het poortje zou kunnen bieden. Dat was driekwart meter breed, maar helaas was de huisbewoonster dat ook! Aangezien zij de doorgang vulde, konden wij alleen onze hoofden onder de deurpost steken. Wij waren blij dat er niets op ons viel.

PERSOONLIJKE VERSCHIJNING. Ik was ervan onder de indruk hoeveel zorg de mensen in Latijns-Amerika aan hun persoonlijke verschijning besteden als zij zich in het openbaar vertonen — bij hen geen krulspelden en shorts! Natuurlijk kost het geld om er op je allervoordeligst uit te zien; niet iedereen heeft de middelen ertoe. Nooit zal ik een man van middelbare leeftijd vergeten die ik op een dag in de bus zag. Ik bleef de hele tijd bij mezelf denken: ’Er is iets raars met het haar van die man.’ Hijzelf vond het kennelijk helemaal niet raar, want hij keek uiterst vergenoegd. Ten slotte werd ik door de passagiersstroom meegevoerd tot vlak naast hem, elleboog aan elleboog, en toen zag ik dat zijn doffe haar in werkelijkheid zwarte schoensmeer was, waar hij de hele bovenkant van zijn kale schedel mee had beschilderd!

HUN DIEREN. Wie houdt er nu niet van dieren? Aangezien veel Peruanen oorspronkelijk van het land komen, vind je een konijnehok, een kippenren of een hok met hamsters op het dak of achter in de patio van vrijwel ieder huis in de stad. Op een dag, toen ik met een welgevulde vrouw stond te praten in een kruidenierswinkeltje, merkte ik op dat ik aldoor kuikentjes hoorde, maar ze nergens zag. Waar of ze die toch had? Vol trots stak zij haar hand in haar omvangrijke boezem en haalde er twee kuikentjes uit. Zo hield zij ze warm, verklaarde zij met een glimlach.

ONBEVOOROORDEELD ZIJN TEN AANZIEN VAN VOEDSEL. Het is belangrijk nieuwe gebruiken, voedselsoorten en gewoonten te leren kennen en geen vooroordelen te hebben. Heeft iemand trek in rauwe zeeëgeltjes? Of misschien schapetandensoep of schapeteelballen in ui en citroen? Eerlijk gezegd is het meeste voedsel niet zo exotisch. Maar Peru steekt heel Latijns-Amerika naar de kroon in smaak en gevarieerdheid van gerechten. Een van de populaire gerechten heet ocopa — gekookte aardappels met een roomsaus van gemalen geroosterde noten, Spaanse peper, kwark en kruiden. Verrukkelijk!

Sommige Noordamerikanen die naar Latijns-Amerika komen, beginnen te snakken naar hun pruimen, abrikozen, frambozen, kersen en andere produkten van een gematigd klimaat. Maar eenmaal teruggekeerd in hun land van herkomst, denken zij met hetzelfde verlangen terug aan de verse zoete ananas, de weelderige roze en oranje papaya’s, sappige mango’s, boterzachte avocado’s en een keur van verse groenten, het hele jaar door. Inblikken en invriezen hoeft hier niet!

DANSSTIJLEN VOOR IEDERE SMAAK. De Peruanen zijn verzot op dansen. Ik denk haast dat ze onder hun vele genen ook een speciaal ritme-gen hebben. Vanaf het moment dat kleine peuters met hun eerste wankele pasjes beginnen, wiebelen ze hun muzikale gevoelens eruit, en met het klimmen der jaren wordt dat er niets minder op. Bij iedere feestelijke bijeenkomst vermaken de oudjes zich net zo goed als de jeugd. En voor iedere smaak is er wel een dansstijl: de snelle paso-doble, de gezellige Peruaanse wals, een salsa of cumbia, of de met veel voetgestamp uitgevoerde huayno, of muziek uit de bergen. En het maakt de mensen blij als ze zien dat je iets van hun muziek hebt geleerd, hetzij om op te dansen of om te zingen.

Bij een bepaalde gelegenheid was ik op bezoek bij een eenvoudig gezin in hun boerderijtje, en na onze bijbelstudie vonden zij dat ik een huayno moest dansen, met begeleiding van hun draagbare grammofoon. Maar het moest wel authentiek zijn. Dus kwamen ze aandragen met een lange Indiaanse rok, een cape voor mijn schouders en een grote hoed. Niet tevreden over mijn verschijning prikten zij twee zwarte paardeharen vlechten onder de rand van mijn hoed en vervolgens gaf ik een nummertje dansen en stampvoeten weg. Het resultaat was een onbedaarlijk gelach; ze lachten tot ze niet meer op hun benen konden staan en ze moesten gaan zitten. Toen ik hen voor het eerst ontmoette, waren ze zo verlegen geweest, en het stemde mij gelukkig dat wij dichter tot elkaar getrokken werden doordat ik van hun gebruiken genoot. En nog veel gelukkiger was ik, toen een flink aantal personen uit dit gezin gedoopte getuigen van Jehovah werden!

EEN LES VAN DE ARMEN. Na in een land te hebben gewoond waar iedereen de dingen in grote hoeveelheden koopt, was ik zeer verbaasd toen ik de koopgewoonten van de zeer armen opmerkte, en ik kreeg bewondering voor hun zuinigheid. Zes haarspelden tegelijk kopen, 100 gram bloem of zout of koffie, één ei, één kopje olie. Geen papieren zakken en oude kranten weggooien; je kunt er duizend-en-een dingen mee doen voor ze versleten zijn. Op je eigen fiets of driewielertje rijden, rolschaatsen, muziek- of zwemles nemen, een boek uit de bibliotheek halen — dat zijn eenvoudige genoegens die miljoenen kinderen nooit beleven.

Hoeveel kinderen zijn er niet die nooit naar school gaan omdat hun ouders zich dat niet kunnen permitteren, of die met een lege maag gaan, wat het leren erg moeilijk maakt! Anderen moeten staande leren, omdat er niet genoeg banken zijn voor iedereen. Ik herinner me een gezin, waar de dochter haar zwarte leren schoenen ’s ochtends naar school aan had, en haar broer ze ’s middags aantrok als hij naar les ging. En natuurlijk bezitten sommigen zelfs helemaal geen schoenen.

Men maakt zich niet druk over de laatste mode; ze zijn al blij als ze iets bezitten dat waardevol voor hen is, en met veel vernuft wordt dat telkens opnieuw gerepareerd. Wat heb ik als kind toch veel als vanzelfsprekend ervaren!

REISPERIKELEN. Bij het reizen rezen de haren je soms te berge. Onze gedenkwaardigste tocht vond 9 jaar geleden plaats. Hij begon ’s middags om 5 uur. Toen de bus vol was, reden we naar een benzinestation om te tanken. (Zo’n oponthoud gaf laatkomers de gelegenheid de bus in te halen voor hij uit de stad vertrok.) Op zijn route de stad uit stopte de chauffeur af en toe om nog meer passagiers in te laden, die in het gangpad gingen zitten. Het toeval wilde dat de vrouw die naast mij op een houten krukje neerplofte, krankzinnig was; ze werd door een politieagent naar haar dorpje begeleid. Het was een zenuwslopende reisgenote. Enige uren later verliet zij met haar begeleider de bus, en arriveerden wij bij de controlepost van de politie. Hier wacht al het verkeer naar het zuiden tot middernacht op de aankomst van het verkeer in noordelijke richting. De weg is zo smal, dat er voor tweerichtingsverkeer geen ruimte is.

Om middernacht vertrokken we, slingerend door het Andesgebergte, maar weldra ontmoetten wij een langzaam noordwaarts rijdende vrachtwagen. Beide voertuigen probeerden gelijktijdig een bocht te nemen. De vrachtwagen schampte onze bus en begon deze van de wegrand af te drukken, over de rand van de afgrond. Ergens in het donker onder ons hoorden wij het gebulder van de rivier de Mantaro. De tweede bestuurder stond buiten de chauffeur te verzekeren dat de kant van de weg het gewicht van de bus wel zou houden. Sommigen van de passagiers smeekten uit te mogen stappen, maar de chauffeur gebood iedereen te blijven zitten. Kennelijk wilde hij ons als ballast dienst laten doen. Op de een of andere manier slaagden beide voertuigen erin de bocht te nemen, en daar gingen we weer.

Enkele uren later stuitten wij op een rij vrachtwagens en auto’s, die werden opgehouden door een aardverschuiving. Wij voegden ons achter hen in de rij voor een langdurig oponthoud — zes uur, om precies te zijn. Toen de weg ten slotte weer vrij was gemaakt, was het iedere chauffeur voor zich, want iedereen wilde wat van de verloren tijd inhalen en het eerst weer op de snelweg zijn, dus dat leverde ons nog ettelijke uren op van koortsachtig rijden en remmen. De afstand tussen onze woonplaats Huancayo en onze plaats van bestemming, Ayacucho, bedraagt slechts 350 kilometer, maar wij deden er 16 uur over.

Wij waren zo opgelucht toen wij behouden aankwamen, dat wij ons in onze ergste dromen geen terugreis konden voorstellen die nog erger zou zijn. Maar die ervaring zal ik u besparen.

Ja, ik heb levendige herinneringen aan het leven in de bergen, de geur van eucalyptusbomen in de prikkelende berglucht, het aaien van alpacalammetjes, Indiaanse melodieën die lang in de geest blijven hangen, bebouwde hellingen in bruin en groen en goud op de bergtoppen. En daarbij straatrellen, de avondklok en geweerschoten in de nacht, tropische ziekten, het lachen om onze fouten in het Spaans, de dierbaarste vrienden en droevige afscheidstaferelen, en, het allervoornaamste, zo veel geloofversterkende zegeningen van Jehovah als wij anderen het goede nieuws van het Koninkrijk vertellen. Die herinneringen drijven af en aan in mijn geest als het eeuwigdurend getij. Maar andere gebeurtenissen en indrukken zijn verdwenen in de uithoeken van mijn geheugen. Daarom zeg ik, een tikje weemoedig: „Ik wou dat ik een dagboek bijgehouden had!” — Ingezonden.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen