Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g78 8/7 blz. 16-21
  • Mijn carrière als ballroomdanser

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Mijn carrière als ballroomdanser
  • Ontwaakt! 1978
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Een andere partner
  • Een kwestie van geloof
  • Het begin van een verandering
  • De gevolgen van het gedrag van mijn vrouw
  • Het verwezenlijken van een veel beter leven
  • Een juiste waardebepaling verworven
  • Vragen van lezers
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1965
  • Wat is het christelijke standpunt met betrekking tot dansen?
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1972
  • Dansen is toch zeker alleen maar een onschuldig vermaak?
    Ontwaakt! 1984
  • Ik was een gevangene van de oosterse dans
    Ontwaakt! 1972
Meer weergeven
Ontwaakt! 1978
g78 8/7 blz. 16-21

Mijn carrière als ballroomdanser

DE cha-cha-cha, tango, samba, rumba en andere exotische ritmes maakten al vroeg indruk op mij. Ze gaven me de onweerstaanbare drang om op te springen en te gaan dansen. Kort nadat ik op de leeftijd van 18 jaar vanuit Holland naar Canada was geëmigreerd, ging ik me wijden aan de danskunst, met het doel daar mijn beroep van te maken.

Vroeg in mijn carrière ontmoette ik een danseres die mijn partner werd. Ik gaf mijn andere werk op en ongeveer een jaar lang hielden we ons bezig met oefenen en les nemen. Aangezien we graag de hoogste top wilden bereiken, beseften we dat we naar Londen (Engeland) zouden moeten, aangezien dat de plaats was waar danskampioenen werden getraind.

Ik was volledig bezeten geraakt van het idee de Canadese kampioen ballroomdansen te worden. Maar het duurde niet lang voor ik erachter kwam dat er meerderen waren die met kampioensambities rondliepen. In Londen ontmoette ik paren vanuit de gehele wereld, allemaal hard trainend om de besten van hun land te worden.

We hadden het geluk de toenmalige wereldkampioenen alsook vele voormalige wereldkampioenen als onze coaches te hebben. Vaak dansten we zeven dagen per week, vijf tot acht uur per dag. Om de vereiste lichamelijke kracht en behendigheid op te bouwen en te behouden volgden we een strikt dieet en een strak oefenschema.

Door de druk het zo goed mogelijk te willen doen hadden mijn partner en ik op de dansvloer heel wat ruzies over de vraag wie de fouten maakte. Dan vloekten en scholden we elkaar de huid vol. Ik was altijd tamelijk zachtaardig van karakter geweest, maar mijn persoonlijkheid veranderde helemaal. Als ik mijn zelfbeheersing verloor, sloeg ik mijn partner en trok haar zelfs aan haar haren over de dansvloer.

Vier jaar duurde onze intensieve training. In 1965 keerden we uit Engeland terug, en we presteerden toen voldoende om tot de beste ballroomdansers van Canada gerekend te worden. Datzelfde jaar wonnen we de Canadese kampioenschappen. Maar ik was niet tevreden.

We gingen terug naar Engeland voor een verdere opleiding van zes maanden. Ten slotte wonnen we driemaal achtereen het Canadese kampioenschap in ballroom- en Latijns-Amerikaanse dansen. We deden ook mee aan wedstrijden in de Verenigde Staten en wonnen alles. We versloegen paren die voordien tot vijfmaal toe het Noordamerikaanse kampioenschap hadden gewonnen. Maar nog was ik niet tevreden of gelukkig, ondanks mijn meer dan 150 trofeeën en medailles en het feit dat ik duidelijk bewezen had een van Amerika’s beste ballroomdansers te zijn.

Mijn zenuwen waren aangetast door de spanningen en mijn humeur was er nog slechter op geworden. Mijn partner en ik konden niet met elkaar overweg. En de enige reden dat we nu al zeven jaar bij elkaar waren gebleven, was het besef dat ons geen andere keus restte als we de publiciteit en de roem wilden waarnaar we streefden. Ik besloot dat het tijd werd om zaken te gaan doen en enige vruchten van mijn inspanningen te gaan plukken.

Een andere partner

Ik kwam in dienst bij een van Canada’s belangrijkste dansscholen om een paar uur per week les te geven aan dansleraren. En daar ontmoette ik mijn toekomstige vrouw. Als beginnelinge werd ze niet tot mijn klas toegelaten. Maar zo af en toe vond ik gelegenheid met haar te spreken. We raakten verliefd en binnen vier maanden nadat we elkaar voor het eerst hadden ontmoet, waren we getrouwd. Dat was in 1968.

In die tijd was het mijn bedoeling met mijn oorspronkelijke danspartner te blijven dansen. Maar mijn vrouw maakte me duidelijk dat zij ook wilde dansen. Dat was iets waar ik niet op gerekend had. Het betekende dat we helemaal opnieuw zouden moeten beginnen, want ook al is de mannelijke partner geoefend, dan vergt het voor een begaafd meisje toch nog twee jaar om als gelijkwaardige partner te kunnen optreden. Maar had mijn vrouw kampioenskwaliteiten?

Na haar zelf de basis van de danstechniek te hebben bijgebracht, gingen we naar Londen. Daar werd mijn mening door wereldkampioendansers bevestigd dat mijn vrouw het vermogen, de motivatie en het talent bezat. Zij voorspelden dat ze zelfs beter zou worden dan mijn vorige partner. Twee jaar lang zwoegden we ons af met dansen. En hun voorspelling kwam uit!

Ik kon nauwelijks wachten om met haar aan wedstrijden te gaan deelnemen. We hadden alles mee. Zelf had ik door mijn voorgaande verrichtingen al een naam opgebouwd, en we waren beiden gereed om te beginnen, zo dacht ik. Maar toen zei ze dat ze helemaal niet meer aan wedstrijden wilde meedoen.

Dat leek mij bijzonder vreemd toe, vooral omdat ik wist hoezeer ze van dansen hield. „Waarom?” zo vroeg ik, „Waarom?”. Voor de beantwoording van die vraag moeten we terug naar het moment dat we elkaar voor het eerst ontmoetten.

Een kwestie van geloof

De naam „Jehovah’s Getuigen” was wel eens in het begin van onze verkeringstijd gevallen. Mijn toekomstige vrouw zei toen dat ze geen afspraak met me kon maken omdat ze bijbelstudie had. Dat was de eerste maal dat ik over die religieuze groep had gehoord. Maar het incident was gauw vergeten.

Twee jaar gingen voorbij en toen zei mijn vrouw dat ze opnieuw met Jehovah’s Getuigen de bijbel wilde bestuderen. Ik maakte daar geen drukte over omdat ik meende dat het slechts om een voorbijgaande gril ging. Bovendien was ik mijn hele leven rooms-katholiek geweest en dat had nooit enige inbreuk gemaakt op mijn dansactiviteiten.

Maar spoedig nadat mijn vrouw was gaan studeren, begon ik veranderingen te zien. Indertijd waren minirokken in de mode. Ik hield daar wel van. En mijn vrouw had ze ook altijd gedragen. Maar plotseling daalde de lengte van haar jurken en rokken tot op kniehoogte. Wat was ik verlegen met de situatie wanneer ik daar met haar voor een klas van 30 tot 90 leerlingen stond! Maar ik gaf toe. Want ze had me moeten beloven aan niemand te zullen vertellen waarom ze zich anders was gaan kleden.

Vervolgens ontstonden er verlegenheid scheppende situaties toen ze bij het zingen van volksliederen niet meer wilde gaan staan en niet langer aan kerst- en nieuwjaarsfeesten wilde deelnemen. Haar uitleg bevredigde me op dat moment niet. Ik raakte een beetje geïrriteerd. Ik vond die Getuigen maar een erg vreemd stelletje. Maar ik maakte me aan de andere kant niet al te veel zorgen, want mijn vrouw danste nog net zo enthousiast als vroeger.

Langzaam begon ik zachte overreding te gebruiken om haar te ontmoedigen. Ik trof zelfs regelingen voor een nieuw bezoek aan Engeland om haar nog meer bij het dansen te betrekken. Maar tevergeefs. Er waren in Engeland ook Getuigen. Daarna wilde ze tijd vrij hebben voor vergaderingen. Niet eenmaal per week. Oh nee. Driemaal! Toen ging de portemonnaie een woordje meespreken, want dat betekende verlies van lestijd. De zaak begon uit de hand te lopen!

Zachte overreding hielp niet. Dus probeerde ik andere tactieken uit, maar niets scheen effect te hebben. Ja, hoe meer ik zelfs trachtte haar ertoe te bewegen dat „stomme geloof”, zoals ik het noemde, op te geven, des te vastbeslotener ze leek te worden ermee door te gaan. Op een bepaalde manier had ik wel bewondering voor haar koppigheid, haar toewijding aan datgene wat zij als de waarheid beschouw de. Toch kon ik er niet mee instemmen En nu nog dat laatste: geen wedstrijden meer.a

Tegen die tijd had ik al 13 jaar van mijn leven aan dansen gewijd. Met zweet en hard werken had ik een goede carrière weten op te bouwen en ik was juist begonnen de vruchten daarvan te oogsten, en nu dit. O ja, mijn vrouw had ook hard gewerkt, dat kon ik niet ontkennen. Ze had meer dan twee jaar lang vrijwel dag en nacht gedanst om in kampioensvorm te komen. Maar zou ze dan nu, nu ze het doel had bereikt waar ze met zoveel in spanning naartoe had gewerkt, haar kansen door haar vingers laten glippen?

Het hele volgende jaar bezorgde ik mijn vrouw veel leed. Soms liet ik zelfs tijdens de praktijklessen mijn woede de vrije loop en ik behandelde haar bijzonder slecht. Ik begon met andere meisjes te flirten om haar „met gelijke munt” te betalen. Ik waarschuwde haar tegenover geen van de leerlingen ooit met een woord over haar geloof te reppen. En wanneer ze soms iets zei dat tegen mijn katholieke overtuiging indruiste, dan werd ik razend. Niettemin werd ze na verloop van tijd als een van Jehovah’s Getuigen gedoopt. Met ons huwelijk ging het slecht en een scheiding leek onvermijdelijk.

Het begin van een verandering

Toen gebeurde het onverwachte. Mijn vrouw, die wel inzag dat ze geen zinnig woord met mij kon spreken, liet exemplaren van het tijdschrift Ontwaakt! en het tijdschrift De Wachttoren rondslingeren, in de hoop dat ik ze zou lezen. En dit deed ik ook af en toe. Maar na verloop van tijd ontdekte ik dat ik al op de volgende exemplaren zat te wachten. De inlichtingen die ik ontving door de Ontwaakt! te lezen, hielden me goed op de hoogte van belangrijke dingen die gaande waren en stelden me in staat over vele onderwerpen met mijn leerlingen te spreken.

En hoewel ik het eerst niet wilde toegeven, waren ook veel onderwerpen die in De Wachttoren aan de orde kwamen, bijzonder zinvol. Ik begon te beseffen dat dit blad gelijk had in hetgeen het over de houding van de mensen in het algemeen schreef. Ik had echter altijd gedacht dat liegen, stelen, vloeken, roddelen en haat normaal waren dat het zo hoorde. Niet dat ik er gelukkig mee was. Maar ik had me nooit gerealiseerd dat er iets beters mogelijk was.

De gevolgen van het gedrag van mijn vrouw

Ik begon nu aandacht te schenken aan het gedrag van mijn vrouw. Ik kon duidelijk zien dat ze anders was dan de andere getrouwde en ongetrouwde vrouwen die ik kende. Ze kleedde zich bescheiden. Al die tijd dat ik haar mishandeld had, was ze nooit in opstand gekomen. Liegen was voor haar ondenkbaar; ze deed nooit mee aan geroddel. En het meest bijzondere was nog dat ze nooit met iemand flirtte, terwijl ze toch als aantrekkelijke vrouw door heel veel mannen het hof werd gemaakt.

Terwijl ik aanvankelijk al die goede eigenschappen enkel aan haar persoonlijkheid had toegeschreven, begon ik nu te beseffen dat haar geloofsovertuiging, gebaseerd op de bijbel, haar deze morele kracht en hoge levensmaatstaven had geschonken. Ik begon het feit te accepteren dat ze niet aan danswedstrijden zou meedoen, en na verloop van tijd trok ik me er ook zelf van terug.

Toen ik dat deed, begonnen heel veel zogenaamde vrienden en mededingers, die me altijd met schouderklopjes en vriendelijkheden hadden omringd toen ik nog een „ster” was, me in de steek te laten. Soms had ik uit wrok het verlangen naar de dansvloer terug te keren en ze een lesje te geven. Maar ik herinnerde me een schriftplaats uit de bijbel dat zulke dingen „ijdelheid” zijn en „een najagen van wind”. — Pred. 1:14.

Ik was in staat mijn trots weg te slikken en begon te beseffen dat ik al die jaren een soort „egotrip” had gemaakt. Ik had alleen maar gedanst om te winnen, om roem te ontvangen. En hoewel het me financieel voordeel had geschonken, was ik er persoonlijk niet gelukkiger op geworden.

Het verwezenlijken van een veel beter leven

Ik stemde in met een studie uit de bijbel met Jehovah’s Getuigen. Na een paar maal de Koninkrijkszaal te hebben bezocht en Jehovah’s Getuigen ook op gezellige bijeenkomsten te hebben meegemaakt, moest ik erkennen dat ze op een gezonde manier anders waren. Ze leken me gelukkiger dan de mensen in mijn omgeving. Ze spraken altijd over leven op een paradijsaarde onder Gods koninkrijk, wat mij bijzonder aantrok. En hoe meer ik over de bijbel en zijn beloften omtrent een betere wereld te weten kwam, hoe meer ik ervan overtuigd raakte dat de Getuigen de waarheid van Gods Woord begrepen.

Wat me bijzonder gestimuleerd heeft, was het congres dat ik in 1973 op de Woodbine Renbaan in Toronto (Canada) bezocht. Daar waren meer dan 30.000 mensen aanwezig, onder wie vele kinderen. En toch was de gehele vergaderplaats schoon, zonder afval. Iedereen werkte samen en leek zo gelukkig. En het was toen dat ik werkelijk begon te geloven dat het paradijs op aarde waar de Getuigen over spraken, inderdaad werkelijkheid zou kunnen worden. Ik had nog nooit zo iets meegemaakt.

Ik begon me dankbaar te voelen tegenover Jehovah God dat hij mijn vrouw zo goed geholpen had die moeilijke tijd met mij door te komen. Wat zou er gebeurd zijn als ze had toegegeven of was weggegaan? In plaats daarvan verkoos ze te blijven. En wat een zegen is dat voor ons beiden gebleken!

Zelfs al voordat ik gedoopt was, begonnen we onze leerlingen over het goede nieuws van het Koninkrijk te vertellen. Onmiddellijk werden er bijbelstudies begonnen. Sommige leerlingen gaven erg snel gehoor aan de waarheid. Na verloop van tijd werden vier van hen gedoopt. En anderen zijn nog aan het studeren. Ik ben aangesteld als dienaar in de bediening in de christelijke gemeente die we bezoeken, en mijn vrouw vindt soms de gelegenheid om de hulppioniersdienst (volle-tijdprediking) op zich te nemen. Wij zijn sinds ons trouwen nog niet zo gelukkig geweest.

Een juiste waardebepaling verworven

Dansen we nog steeds? Ja. Hoewel we misschien niet meer de besten zijn, mogen mensen ons nog steeds graag zien en onze kleine dansschool verschaft ons voldoende om van te leven. Maar we bezitten nu iets wat beroepsdansen ons nooit had kunnen bieden: een goede verhouding met Jehovah God, met als resultaat vrede des geestes en het vooruitzicht op een betere toekomst — eeuwig leven in Gods nieuwe ordening.

Wij zijn niet langer geïnteresseerd in het winnen van vergankelijke trofeeën. We doen nu mee aan een andere wedstrijd, een wedloop om eeuwig leven (1 Kor. 9:24-26). Graag zou ik aan allen die trachten in enige sport nummer één te worden, de vraag willen stellen: ’Is het winnen van een vergankelijke trofee of medaille wel al die inspanning, al dat harde werk, al dat hartzeer en al die opoffering waard? Waarom zou u niet deelnemen aan een wedstrijd die alle getrouwe deelnemers een prijs zal opleveren, een wedstrijd die ware vrede des geestes en een onuitsprekelijk geluk zal verschaffen?’

Mijn vrouw en ik hebben dat gedaan en wij zijn vastbesloten te blijven lopen tot we het doel hebben bereikt, dat ons is beloofd, eeuwig leven onder Gods koninkrijk op een paradijsaarde. En de bijbelse belofte hieromtrent is niet ijdel, want Jehovah God zelf, de Schepper van hemel en aarde, heeft haar uitgesproken (Openb. 21:3-5). — Ingezonden.

[Voetnoten]

a Zie in de bijbel Galáten 5:26, Nieuwe-Wereldvertaling van de Heilige Schrift.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen