Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g81 8/2 blz. 17-20
  • Maria — Kan zij hulp bieden?

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Maria — Kan zij hulp bieden?
  • Ontwaakt! 1981
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Kan Maria hulp bieden?
  • De bron van hulp
  • Mariaverering herleeft
    Ontwaakt! 1980
  • De boodschap van de paus — Vormt die het antwoord?
    Ontwaakt! 1984
  • Is Maria de moeder van God?
    Vragen over de Bijbel
  • Maria (Jezus’ moeder)
    Redeneren aan de hand van de Schrift
Meer weergeven
Ontwaakt! 1981
g81 8/2 blz. 17-20

Maria — Kan zij hulp bieden?

Door Ontwaakt!-correspondent in Brazilië

„HET zal de belangrijkste demonstratie van geloof in de westelijke wereld zijn.” Met deze woorden werd de inwijding aangekondigd van een heiligdom voor de maagd Maria. Deze inwijding zou plaatsvinden tijdens het bezoek dat paus Johannes Paulus II als eerste paus aan Brazilië bracht. Aangezien ongeveer 90 procent van de 120 miljoen inwoners van Brazilië belijdt katholiek te zijn, was de mogelijkheid voor een dergelijke grootse demonstratie van geloof aanwezig. En de grote mensenmenigten die overal samenstroomden om de paus te zien, schenen de bovenaangehaalde aankondiging te ondersteunen.

De paus werkte tijdens zijn twaalfdaags bezoek een druk bezet programma af. Te beginnen met de nationale hoofdstad Brasília bezocht hij 13 steden. Hij verrichtte 74 priesterwijdingen in Rio de Janeiro, opende het eucharistisch congres in Fortaleza, en bracht bezoeken aan een gevangenis in Brasília, een achterbuurt in Rio de Janeiro en leprozenkolonies in Salvador en Belém. De paus hield zo’n 70 toespraken over verschillende onderwerpen: sociale gerechtigheid, geweld, materialisme, jeugd en geboortenregeling. Maar voor de Brazilianen was het hoogtepunt de inwijding van het nationale heiligdom van de maagd Maria in Aparecida, een klein stadje halverwege Rio de Janeiro en São Paulo.

Het heiligdom van Onze Lieve Vrouwe Aparecida heeft deze naam verworven door de wijze waarop in 1717 een beeldje van Maria werd ontdekt. (Aparecida betekent „verschenen, plotseling ontdekt”.) Volgens het verhaal waren drie vissers aangewezen om voor de gouverneur van de staat vis te vangen. Nadat zij enige tijd gevist hadden zonder iets te vangen, haalden zij hun net op, maar in plaats van vis zat er een beeldje zonder hoofd in. Na hun net opnieuw te hebben uitgegooid, visten zij het hoofd van het beeld op. Vanaf dat ogenblik vingen zij zoveel vis dat de boot dreigde te zinken.

Dit „wonder” vormde het begin van de verering van Onze Lieve Vrouwe Aparecida, wier beeld van 43 centimeter in de basiliek als iets heiligs wordt bewaard. Naar verluidt wordt dit heiligdom wat omvang betreft alleen door de St. Pieter in het Vaticaan overtroffen. De langverwachte inwijding van de basiliek werd derhalve als een zeer belangrijke gebeurtenis aangekondigd.

Maar er werd meer van het bezoek verwacht.

Eén krant verklaarde dat de „paus komt om de eenheid van de Kerk te bevorderen” en „door heel het volk zal worden ontvangen als een herder die vrede predikt”. Dat de eenheid en de vrede van de katholieke Kerk in Brazilië in gevaar verkeerden, was vrij duidelijk.

Reeds weken vóór het bezoek was er veel publiciteit gegeven aan de onder Braziliaanse kardinalen en bisschoppen heersende geschillen betreffende de rol van de Kerk in sociale aangelegenheden. Volgens de pauselijke afgezant ’is hij (de paus) goed op de hoogte met de geschillen en komt hij om de eenheid en vriendschap te stimuleren onder de godsdienstigen’. De Daily Post schreef over de „strijd tussen de traditionele en de progressieve vleugel van de Kerk” en concludeerde: ’De stappen die de Kerk en de paus zullen doen, zijn erop gericht om het voortbestaan van de Kerk in Brazilië te verzekeren.’

De nadruk leggend op nog een probleem waarmee de Kerk wordt geconfronteerd, verklaarde de pauselijke nuntius in Brazilië, Carmine Rocco: „Wij hebben zeer weinig priesterwijdingen.” Het dagblad Veja gaf hier commentaar op door te verklaren: „Brazilië mag dan wel het grootste katholieke land ter wereld zijn, maar de Brazilianen zijn tegenwoordig stellig een van de minst enthousiaste volkeren wanneer het erop aankomt dienst voor de Kerk te verrichten; in heel het land, waar vermoedelijk 90 miljoen mensen als katholiek te boek staan, had men slechts 74 burgers zover kunnen brengen dat zij door Johannes Paulus II tot priester konden worden gewijd. . . . Het gebrek aan priesters . . . is een van de problemen waardoor de Braziliaanse Kerk vandaag de dag het meest wordt gekweld, . . . erger nog, er zijn geen mensen meer die er belangstelling voor hebben priester te worden.”

Kan Maria hulp bieden?

Met deze problemen in gedachten en met het oog op de inwijding van haar heiligdom in Aparecida, zouden oprechte katholieken redelijkerwijs kunnen vragen: Is Maria in staat de Kerk in deze crisis te helpen? Kan zij mij helpen mijn problemen op te lossen? Blijf eens een ogenblik stilstaan bij wat zij reeds heeft gedaan.

De hele mensheid is Maria dank verschuldigd omdat zij het voorrecht heeft ontvangen Gods Zoon, Jezus Christus, ter wereld te brengen opdat hij een losprijs voor zonde en dood kon verschaffen. Bovendien gaf Maria christelijke vrouwen een voortreffelijk voorbeeld door haar eerbaarheid, nederigheid, geloof en gehoorzaamheid. Beschouw het volgende: Toen haar werd meegedeeld dat zij door middel van de heilige geest een zoon zou baren, stemde zij hier nederig mee in, zeggende: „Zie! Jehovah’s slavin! Mij geschiede naar uw verklaring.” — Luk. 1:38.

Later, toen Maria „hoogzwanger” was, klaagde zij niet toen zij met haar man een reis moest ondernemen om zich in hun geboortestad te laten inschrijven, en ook niet toen zij in een stal moesten verblijven met als gevolg dat daar het kind werd geboren. Een paar dagen later bood zij zich in erkenning van haar eigen onvolmaaktheid gehoorzaam in de tempel aan voor haar reiniging overeenkomstig de Mozaïsche wet (Luk. 2:1-7, 22-24; Lev. 12:1-6). Ja, Maria heeft reeds veel gedaan.

Maar wat kunnen wij over onze tijd zeggen? Is Maria degene tot wie wij ons voor hulp kunnen wenden? Velen geloven dat dit zo is. Een dagblad merkte op: „Dit geloof in hun heilige blijkt niet alleen uit het bestaan van de basiliek. . . . in de Zaal der Wonderen . . . hangen de muren vol krukken, reusachtige kruisen, portretten en honderden voorwerpen waarmee de pelgrims willen getuigen van de genadegaven en wonderen die hun beschermheilige heeft geschonken.” Een nieuwsblad berichtte: „De paus laat speciaal uitkomen hoe belangrijk de verering van Onze Lieve Vrouw is doordat hij in zijn pauselijk wapenschild de ’M’ van Maria, het klassieke symbool van de maagd, heeft opgenomen.” Tijdens zijn inwijdingstoespraak verwees hij tevens naar Maria als „de moeder van God” die ’vereerd en als moeder en beschermheilige, middelares en voorspraak aangeroepen’ moet worden.

Jammer genoeg zijn velen die haar hulp hebben ingeroepen, ontgoocheld. Beschouw de situatie eens waarin katholieken in Chili en Peru zich bevinden, die als „beschermheiligen” de maagd van Carmen en Santa Rosa hebben. Vele Chileense vrouwen gaan hun hele leven in het bruin gekleed om te laten zien dat zij de maagd van Carmen toegewijd zijn. Maar wat gebeurde er tijdens de Salpeteroorlog (1879-1883)? Terwijl hun legers een strijd op leven en dood voerden, deden de Chilenen de maagd van Carmen geloften en zonden gebeden tot haar op en de Peruanen deden hetzelfde ten aanzien van Santa Rosa. Chili versloeg Peru. Betekende dit dat de maagd van Carmen machtiger was dan Santa Rosa? Hoe zou dit het geval kunnen zijn aangezien beiden dezelfde maagd Maria vertegenwoordigen?

Is het mogelijk dat men over het hoofd heeft gezien wat de bijbel over het gebed zegt — dat aanvaardbare gebeden tot iemand anders en door middel van iemand anders en ten behoeve van heel andere dingen opgezonden moeten worden? (Kijk voor uzelf wat de bijbel zegt in Lukas 11:2; Filippenzen 4:6; Johannes 14:6; 15:16; Jakobus 4:1-3; 1 Johannes 3:22; 5:14.)

Even verwarrend is het feit dat in Brazilië de Mariaverering met die van Iemanjá, een Afro-Braziliaanse godin, wordt vermengd. De dominicaner frater Raimundo de Almeida Cintra zei dat voor de beoefenaars van Candoblé, een vorm van vodou, „Iemanjá en Onze Lieve Vrouwe der Ontvangenis . . . werkelijk identiek zijn”. (Wij cursiveren.) Dezelfde frater gaf te kennen dat de documenten van het Tweede Vaticaans Concilie „ons aansporen om enkele [van verschillende religies afkomstige] elementen te assimileren en op te nemen”. (Wij cursiveren.) Het is derhalve niet verwonderlijk te zien hoe op hetzelfde altaar beelden van Maria en Iemanjá worden vereerd en hoe in dezelfde stijl en hetzelfde ritme als in de katholieke Kerk gebeden tot Iemanjá worden gericht.

Deze vermenging van erediensten doet, de vraag rijzen: „Wie wordt vereerd, Maria of Iemanjá?” Bovendien blijkt uit een verslag dat 70 procent van de naamkatholieken in Brazilië tevens een of andere vorm van spiritisme beoefent. Men kan dus begrijpen waarom een van de doeleinden voor het pauselijke bezoek was „het voortbestaan van de Kerk in Brazilië te verzekeren”. Men hoopte dat een massale bijeenkomst bij de inwijding van de basiliek ertoe zou kunnen bijdragen dat ’vele getrouwen naar Aparecida terugkeren om hun geloof te doen herleven’.

Wanneer het echter op de verering van enig menselijk of ander schepsel aankomt, dienen katholieken in gedachte te houden wat een engel tegen de apostel Johannes zei toen deze neerviel om de engel te aanbidden. Hij zei: „Pas op! Doe dat niet! . . . Aanbid God.” — Openb. 19:10.

Bestaat er volgens u, met het oog op het voorgaande en in weerwil van de mensenmenigten die samenstroomden om de paus tijdens zijn bezoek te zien, een gegronde reden om te geloven dat Maria u of de Kerk in Brazilië kan helpen?

De bron van hulp

De ervaring van een aan de maagd Maria toegewijde Chileense vrouw illustreert op treffende wijze waardoor oprechte katholieken wel geholpen zullen worden. Haar dochter die de bijbel bestudeerde, zei tegen haar moeder dat het niet juist was Maria als „Heilige Maria, moeder van God” aan te roepen. Op zekere dag vroeg zij aan haar moeder: „Wie heeft de wereld geschapen?” „God natuurlijk”, was het antwoord. „Hoe kan hij dan een moeder hebben?”

Na enige tijd over die vraag te hebben nagedacht, begon de moeder vragen te stellen en de dochter gaf haar de raad: „Waarom zou u de eerstvolgende keer dat Jehovah’s Getuigen bij u aan de deur komen, niet vragen om het u aan de hand van de bijbel uit te leggen?” Dit deed zij en na enkele besprekingen, waarbij zij haar eigen katholieke bijbel gebruikte, ontdekte zij dat Maria niet de moeder van God was, maar de moeder van Jezus, Gods Zoon. Zij ging ook begrijpen dat God het gebruik van beelden bij de aanbidding niet goedkeurt en dus deed zij ze allemaal weg. Zij ging naar waarde schatten wat de bijbel in Psalm 121:1, 2 zegt: „Vanwaar zal mijn hulp komen? Mijn hulp komt van Jehovah, de Maker van hemel en aarde.”

Hebt u zich als oprecht katholiek afgevraagd wat de reden is voor de verdeeldheid binnen uw Kerk, of het gemis aan „vriendschap onder de godsdienstigen” of de wijdverbreide vermenging van heidense met katholieke riten? Kennis van de bijbel zal u helpen uw vragen te beantwoorden. Jehovah’s Getuigen hebben gedurende de afgelopen jaren duizenden katholieken, spiritisten en anderen geholpen deze kennis te verwerven. Zij zullen het fijn vinden ook u te helpen. Waarom zou u niet hetzelfde doen als de bovengenoemde Chileense vrouw en er de tijd voor nemen met Jehovah’s Getuigen te spreken wanneer zij weer bij u aan de deur komen?

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen