Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g70 8/11 blz. 9-12
  • Japans Expo ’70 — enkele indrukken

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Japans Expo ’70 — enkele indrukken
  • Ontwaakt! 1970
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • De Japanse tuin en Japan
  • De strijdende reuzen bezichtigen
  • Een reis door vele landen
  • Een blik op de toekomst
  • „Het tijdperk der ontdekkingen” — Tegen welke prijs?
    Ontwaakt! 1992
  • „De wijsheid van de natuur”
    Ontwaakt! 2007
  • Een uitstapje naar de 21ste eeuw
    Ontwaakt! 1985
  • Wereldtentoonstellingen vechten voor hun voortbestaan
    Ontwaakt! 1988
Meer weergeven
Ontwaakt! 1970
g70 8/11 blz. 9-12

Japans Expo ’70 — enkele indrukken

Door Ontwaakt!-correspondent in Japan

„VOORUITGANG EN HARMONIE VOOR HET MENSDOM” — deze woorden brengen het thema van Expo ’70 tot uitdrukking. Het doel ervan is aan te tonen dat westerse vooruitgang plus oosterse harmonie de sleutel verschaft tot een betere wereld voor de mensheid. Slaagt Expo ’70 hierin? Laten wij eens gaan kijken.

Op deze heldere lentemorgen rijden wij zo snel mogelijk rond de 330 hectare van Expo ’70 en zetten dan onze auto bij de honderden andere auto’s op een ruim parkeerterrein. Het is een uur voor de openingstijd, maar de rij mensen is reeds lang. Bij de hoofdingang rijst een futuristische „Toren van de Zon” 60 meter omhoog.

Tegen de tijd dat wij het Sovjetpaviljoen bereiken, is de rij naar schatting drie uur lang, dus slaan wij deze afdeling over en betreden na vijf minuten wachten het paviljoen van Groot-Brittannië. Dit vinden wij werkelijk interessant. Een snel aan het oog voorbijgaande verscheidenheid van films en foto’s geeft een heldere uitbeelding van het leven en de industrie, de kunst en de geschiedenis van Engeland. Wij worden up to date gebracht ten aanzien van de wetenschappelijke vooruitgang, het nieuwste op het gebied van straalvliegtuigen, de hovercraft, ontdekkingen op medisch gebied, enzovoort.

Er wordt gezegd dat er nu 300.000 mensen op het terrein zijn. Hier en daar zien wij groepen mensen met kleurige sjerpen om en „Expopetten” op die zich tijdens hun rondleiding met veel energie staan te verdringen. Wij behoeven echter niet te wachten als wij door een unieke Braziliaanse openluchthal gaan en van een gratis kopje koffie genieten. Dan komt het Hawaiiaanse paviljoen, met zang en hoeladansen, aan de beurt. Ook bij de toiletten behoeven wij niet te wachten, en wij zijn verbaasd hier zachte muziek te horen.

Opgewekte Latijnse muziek en zang, gepresenteerd door een energieke groep troubadours, trekt ons naar het Mexicaanse paviljoen. Een grote Azteekse zonnekalender opent de weg naar een levendige uitbeelding van de Mexicaanse geschiedenis door de Azteekse en katholieke eeuwen heen tot in onze tegenwoordige tijd. Dicht erbij bevindt zich het Griekse paviljoen, dat ons wederom ver in voor-christelijke tijden terugvoert. In het oog lopend is een groot mozaïek, opgegraven uit de ruïnes van Pompeji, dat laat zien hoe Alexander de Grote slaags raakt met Daríus III van Perzië bij Issus, in 333 v.G.T.

Het Indiase paviljoen heeft ernaar gestreefd het ontstaan en de geschiedenis van India te beschrijven en een beeld te geven van de krachtsinspanning om een moderne natie op te bouwen, en is daar schitterend in geslaagd. De geschiedenis van het boeddhisme is zeer duidelijk uitgebeeld en men vertelt ons dat Boeddha zelf pas in 544 v.G.T. werd geboren. Tegen die tijd naderde het schrijven van de Hebreeuwse Geschriften zijn voltooiing. Op een plaquette staan de voornaamste leerstellingen van het boeddhisme welke luiden: „Vervolgens sprak Boeddha: Juist inzicht, juist besluit, juist woord, juiste daad, juist gedrag, juist levensonderhoud, juiste inspanning, juist denken, juiste concentratie. Niets is duurzaam.” Wij denken bij onszelf: Wat voor nut kunnen „juiste” dingen hebben als ze niet duurzaam zijn?

Het wordt echter tijd onze moede voeten rust te geven.

De Japanse tuin en Japan

Wij wandelen een korte afstand naar de Japanse tuin, die een oppervlakte heeft van 25 hectare. Hier, te midden van meren en vijvers met vis, irissen en lotusbloemen, tussen watervallen en beekjes, theehuizen en collecties dwergbomen, en met vogelgezang en koto(harp)muziek die zachtjes uit luidsprekers vloeit, vinden wij een geheel ander en magnifiek kenmerk van Expo ’70. Hier, te midden van de harmonie van Gods schepping, ontspannen wij ons tijdens het nuttigen van ons lunchpakket. Het doet ons er ook over nadenken dat blijvende vooruitgang voor de mensheid niet te vinden is in steden van staal en beton, waar lucht- en waterverontreiniging heerst, doch dat deze moet wachten tot de — thans zeer nabije — tijd dat de alwijze Schepper op zijn manier het paradijs op aarde herstelt.

Verkwikt stappen wij weer op en steken over naar het Japanse paviljoen. Terwijl de rij mensen naar de ingang kruipt, hebben wij veertig minuten de tijd om de buitenkant van dit circa ƒ 54 miljoen kostende bouwwerk — het kostbaarste en meest controversiële van de hele Expo ’70 — te bekijken. Erbinnenin bevindt zich een levendige uitbeelding van de Japanse mythologie, overgaand in werkelijke geschiedenis. Een angstaanjagende prent van de boeddhistische „hel” met haar slachtoffers die zich in folterende pijn in allerlei bochten wringen, doet aan Dantes „inferno” denken — werkelijk, alle valse religie heeft een gemeenschappelijke oorsprong!

Wij komen echter weldra in het moderne Japan en worden overweldigd door de haast van het leven en door statistieken. Het gerep en gejacht is getrouw naar het leven, zelfs tot een woud van TV-antennes toe — maar is dit vooruitgang? Een ronde schouwburg brengt enige verademing en harmonie, terwijl wij kijken naar „Onze Wereld” op achttien filmdoeken, waarop gelijktijdig het leven in Osaka en andere grote steden rond de wereld wordt uitgebeeld. Wij zien een wandtapijt getiteld „De Toren van Vreugde”, waarop de hoge verwachting van toekomstige toepassingen van kernenergie wordt uitgebeeld.

Dan komt, als een alles bekronend slot, een van de voortreffelijkste dingen van Expo ’70 — het Grand Theater, met zijn 48 meter brede scherm en de kleurenfilm „Japan en de Japanners”. In prachtige fotografiekunst wordt de Foedji-berg in zijn vier seizoenen en het dagelijkse leven van de mensen eromheen getoond. Wij zien hen, jong en oud, op school en aan het werk, te midden van sneeuwval en een tyfoon, in de tijd van de bloesem en het beklimmen van de Foedji — als het op de bergtop zelfs nog drukker lijkt dan op de Expo ’70.

Na verscheidene nabijgelegen Japanse technische inzendingen te hebben bezichtigd, gaan wij — tegen een flinke prijs — een vroege avondmaaltijd gebruiken en nemen dan het rollende trottoir over het terrein.

De strijdende reuzen bezichtigen

Bij het Amerikaanse paviljoen stappen wij van het rollende trottoir af en moeten dan slechts vijfendertig minuten in de rij wachten. Het avondbezoek is geringer. De constructie van het Amerikaanse paviljoen is indrukwekkend en aantrekkelijk. Een reusachtig, zichzelf dragend ovalen dak dat nauwelijks boven de grond begint, overkapt de hele tentoonstellingsruimte eronder — geen steunbalken, geen pilaren.

De Amerikaanse tentoonstelling begint schitterend, met grote zwart-wit fototekeningen door vooraanstaande kunstenaars die het leven in de V.S. uitbeelden. Wij gaan verder en komen in de roes en actie van de sportwereld, aangepast aan de belangstelling van het sportminnende Japanse publiek. De werkelijke grote tentoonstelling begint echter met de geblakerde modulen van kleine Gemini- en de veel en veel grotere Apollo-ruimtevaartuigen en eindigt met een stukje maansteen in een kistje. Het ziet er niet anders uit dan steen van de aarde en wij vragen ons af of dit ruimteonderzoek-eindprodukt werkelijk een vooruitgang van een miljard dollar betekent.

Mocht er ook maar iets zijn op deze tentoonstelling dat in verband met vooruitgang onze hoop op God richt, dan hebben wij het over het hoofd gezien. Of is God vervangen door het uniform van Babe Ruth en de maansteen?

Zullen wij het Russische paviljoen nog eens proberen? De monorail brengt ons snel rond naar de andere kant van de Expo en al gauw staan wij onder het torenhoge rood-witte bouwwerk met zijn gouden hamer en sikkel in top. Binnen de verbazend korte tijd van vijf minuten zijn wij binnen. Van het begin af aan is de tentoonstelling, historisch gesproken, heel interessant. Wij hebben er echter al gauw genoeg van te kijken naar foto’s van Lenin, Lenin, Lenin — zo duidelijk de oppergod van de Sovjets.

Wij worden naar Ruslands grote houtstreken gebracht en worden herinnerd aan het ontstaan van vele nieuwe steden en de spectaculaire vlucht die de elektriciteit en de toepassing ervan hebben genomen. Echte ruimtevaartuigen, met inbegrip van de Sojoez, vormen de clou van de Sovjetinzending, en wij zien hoe deze in de ruimte afgekoppeld worden. In plaats van nagemaakte astronauten hadden wij echter liever enkelen van de jonge mensen van het land in eigen persoon ontmoet, zoals in vele andere paviljoens zo’n prettige ervaring was.

Zowel de Amerikaanse als de Russische tentoonstelling laten de indruk na dat de hoop voor ’s mensen toekomstige vooruitgang in de interplanetaire ruimte is gelegen. Is dit echter zo?

Een reis door vele landen

Er breekt weer een dag aan, en ons eerste bezoek is aan de Bulgaarse hal. Wat een vrolijk begin van de dag! Wij worden aan de ingang begroet door een groot meisjeskoor in volksdracht dat naar het schijnt een opgewekt volkslied zingt. En hoewel wij er af en toe aan worden herinnerd dat dit een van de socialistische landen is, worden de mensen en hun leven, hun landstreek, hun wijngaarden en hun velden uitgebeeld op een wijze die van begin tot eind boeit.

Het ernaast gelegen Tsjechoslowaakse paviljoen daarentegen schijnt hoewel fraai gebouwd met wanden van glas, de nadruk te leggen op een ziekelijke angst voor oorlog. Een bezoeker vóór ons heeft in het boek aan de uitgang geschreven: „Dit is een heel onbeduidende tentoonstelling.” Wat ons echter betreft, wij vinden in de Tsjechische finale — een film die de vervaardiging en toepassingen van Tsjechisch glas en kristal laat zien — veel interessants en leerzaams.

Na nogmaals in de verrukkelijke omgeving van de Japanse tuin te hebben geluncht, gaan wij verder om de Afrikaanse paviljoens te bezichtigen. Sommige laten prachtige kleurenfoto’s van in het wild levende dieren en van grote wouden, bergen, rivieren en watervallen zien. Hoe aantrekkelijk is deze aarde in al haar verscheidenheid als ze bevrijd is van zelfzuchtige ideologieën en hebzuchtige uitbuiterij! Wij kunnen het echter niet eens zijn met de bewering dat het in Tanzania was „waar de mens, 1.750.000 jaar geleden, voor het eerst de levensgeest inademde”.

Duitsland, Frankrijk, Italië, Zwitserland en andere landen hebben markante paviljoens die het Europese toneel bestrijken, met zijn muziek, zijn vertier, zijn geschiedenis en zijn natuurschoon. Een wandeling door een Nieuwzeelands regenwoud, compleet met de roep van halskraagvogels en belvogels, en een reeks van vier theaters waarin „Ontdekking” in Canada wordt uitgebeeld, brengen ons naar het andere eind van de aarde. Het Canadese paviljoen is zo vriendelijk ons banken te verschaffen om op te zitten, terwijl de rij waarin wij wachten groepje na groepje het piramidevormige Paleis der Spiegels binnengaat. Gelukkig zijn ook daar in alle theaters zitplaatsen en er wordt een adembenemende, leerzame voorstelling gegeven . . . totdat er tien zenuwslopende minuten lang psychedelische rock ’n’ roll over de bezoekers wordt uitgestort. Dit is klaarblijkelijk Canada’s „ontdekking” voor de toekomst. Kan dit harmonie zijn? Is dit vooruitgang?

Een blik op de toekomst

Wij willen meer van de Japanse inzendingen zien, maar wij worden ontmoedigd door de lange rijen wachtenden. Wij slagen er echter in om langs bamboebosjes Matsushita Electric binnen te komen, waar verleden jaar 1.300.000 kleurentelevisietoestellen verkocht werden. Het belangrijkste op deze tentoonstelling is een metalen tijdcapsule die een complete geschiedenis van onze tijd bevat en na het sluiten van Expo ’70 15 meter diep bij het Osaka-kasteel begraven wordt. De capsule zal kledingstukken, huishoudelijke gebruiksvoorwerpen, een geschiedrol en banden met geluiden — tot zelfs het gehinnik van een paard en het geknor van een varken toe — bevatten. De capsule mag gedurende 5000 jaar niet worden geopend. Het is een nieuw idee, doch zal de tijdcapsule over 5000 jaar van belang zijn?

De hal van de ondernemingen van de Foedji-groep ziet eruit als een reusachtige volgeladen sinaasappelkar. De film op het breedbeeldscherm schijnt een beeld te geven van de disharmonieën van het leven van de mens vanaf zijn geboorte tot aan het graf — zijn tegenstellingen, zijn raciale en nationale verdeeldheid, zijn wreedheden en frustraties. Het gevolg is dat wij ons afvragen: Waar ter wereld is er onder de mensen hoop op vooruitgang en harmonie? Ook anderen zijn flink aan het denken gebracht, want wij horen een Japanse student in het voorbijgaan opmerken: „Vooruitgang en harmonie — precies het tegenovergestelde!”

In twee dagen zien wij slechts een interessant en tot nadenken stemmend gedeelte van het voornaamste deel van de tentoonstelling, maar wij genieten het meest van de Japanse tuin.

De Expo ’70 is een machtig schouwspel. Ze is enorm groot, en in de wijze waarop ze de volken der mensheid en hun milieus en bezigheden laat zien, is ze leerzaam en onderwijzend. Ze onderstreept de schreeuwende behoefte aan vooruitgang en harmonie. Kan ze echter de weg aangeven om deze dingen te bereiken? Zelfs voor Japans kolossale Expo ’70 is dat een te kolossale taak.

[Illustratie op blz. 9]

De Toren van de Zon, symbool van Expo ’70

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen