Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g70 8/11 blz. 5-8
  • Het afdwingen van hogere lonen

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Het afdwingen van hogere lonen
  • Ontwaakt! 1970
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Stijgende prijzen
  • Zij willen wat anderen hebben
  • Verzet tegen de wet
  • Wie betaalt ervoor?
  • Wat is de oplossing?
  • Wat is er met de prijzen aan de hand?
    Ontwaakt! 1974
  • Komt er ooit een einde aan de stijgende kosten van levensonderhoud?
    Ontwaakt! 1980
  • ’Wat van caesar is aan caesar’
    Naar de Grote Onderwijzer luisteren
  • Waarom is het zo moeilijk aan de kost te komen?
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1975
Meer weergeven
Ontwaakt! 1970
g70 8/11 blz. 5-8

Het afdwingen van hogere lonen

„WIJ WILLEN MEER LOON!” Dat is de eis die tegenwoordig met toenemende kracht in vele landen wordt gehoord.

Het afdwingen van hogere lonen bereikte in maart een nieuw hoogtepunt in de Verenigde Staten. Arbeiders in dienst van de regering liepen uit hun werk. Waarom? Omdat hun looneisen niet ingewilligd werden. Daarom gingen ongeveer 200.000 postbeambten tegen hun werkgeefster — de federale regering van de Verenigde Staten — in staking.

Er waren nog veel meer stakingen en dreigingen om te staken. Zowel particuliere bedrijven en stadsbesturen als de federale regering werden getroffen. En in de meeste gevallen was de voornaamste eis meer loon.

Waarom verlangen zovelen thans een hoger loon? Waar zal het eindigen? Wat is eraan te doen?

Stijgende prijzen

Eén reden waarom de arbeiders in zoveel landen druk uitoefenen om hogere lonen te verkrijgen, is de prijsstijging. De prijzen van goederen en diensten stijgen.

Verleden jaar zag Amerika zijn kosten van levensonderhoud met gemiddeld meer dan 5 percent stijgen. In de eerste helft van 1970 kwam er geen ontspanning, maar bleven de kosten van levensonderhoud ongeveer net zo hard stijgen. Van veel artikelen steeg de prijs evenwel veel sneller. Let u bijvoorbeeld maar eens op de volgende stijgingen van voedselprijzen in het afgelopen jaar:

Artikel Prijsstijging

Uien 30%

Wortelen 27%

Spek 22%

Eieren 21%

Varkenskoteletten 14%

Hamburgers 13%

De prijsstijgingen waren ook ver boven het gemiddelde voor tal van andere artikelen dan voedsel, zoals:

Artikel Prijsstijging

Bustarieven 16,0%

Wollen damesrokken 15,9%

Vlieg- en treintarieven 13,6%

Autoverzekeringspremie 13,0%

Ziekenhuiskosten, semi-particulier 12,3%

Dames-gelegenheidsschoenen 10,8%

De stijging in de kosten van levensonderhoud heeft de portefeuilles van de loontrekkers platgedrukt. Een taxichauffeur uit Chicago verklaarde aan U.S. News & World Report: „Je kunt nauwelijks eten.” Hij zei dat zijn gezin het geld voor het kopen van voedsel tracht uit te smeren door goedkoper vlees te kopen en vaker stamppot te eten.

Een boekhouder in Michigan verklaarde: „We leven er beslist niet beter van. Toen mijn vrouw mij vertelde dat de eieren 80 dollarcent per dozijn kostten, zei ik dat zij maar geen eieren meer moest kopen. Nu eet ik ’s morgens havermout. Om geld te sparen, kopen wij melk in de winkel in plaats van ze thuis te laten bezorgen. Wij hebben onze gewoonte opgegeven om minstens eens per maand biefstuk te eten.”

Een huisvrouw uit Houston verklaarde: „Ik kom huilend uit de kruidenierswinkel. Ik doe eens per week boodschappen en elke week merk ik dat bepaalde artikelen 4 of 5 cent duurder zijn geworden. Je kunt niet bezuinigen op de hoeveelheid die je gezin eet, maar wel op wat zij eten.”

Wat een vreemde situatie heeft zich ontwikkeld! In sommige landen kunnen de mensen niet genoeg te eten krijgen, maar in de Verenigde Staten, een ’land van overvloed’, kunnen sommige mensen niet eten wat zij willen vanwege de stijgende prijzen.

Behalve de prijzen zijn ook de belastingen gestegen. In 1939 werd in de Verenigde Staten aan allerlei belastingen — federale, staats- en plaatselijke belastingen — van iedere dollar 19 cent betaald. In 1969 werd echter van elke dollar 36 cent betaald — meer dan een derde van iemands inkomen. Nog nooit in de geschiedenis van het land is er zoveel aan belastingen betaald.

De werkman verwacht derhalve dat de prijzen en belastingen blijven stijgen. Als arbeiders dus onderhandelen voor loonsverhogingen, eisen zij voldoende om de stijging in de kosten voor levensonderhoud in de eerstkomende paar jaar te dekken. En zij zijn ook van mening dat zij, wanneer die paar jaar voorbij zijn, om verdere verhogingen zullen moeten vragen.

Zij willen wat anderen hebben

In deze eeuw van radio en televisie zien de mensen de materiële dingen waarmee wordt geadverteerd. Zij willen hun deel ervan. Zij horen ook van de loonsverhogingen die anderen krijgen en zij willen ook meer loon.

De arbeiders zien ook het voorbeeld van hun leiders. Zij zagen bijvoorbeeld wat het Congres van de Verenigde Staten in verband met zijn eigen salarisverhoging deed. Begin 1969 was het Congres er snel bij om zichzelf en andere hoge ambtenaren de volgende salarisverhogingen toe te staan:

Positie Oude salaris Nieuwe salaris % Verhoging

president $100.000 $200.000 100,0

kamerlid 35.000 60.000 71,4

rechter van

hooggerechtshof 39.500 60.000 51,9

congreslid 30.000 42.500 41,7

Daarnaast krijgen deze ambtenaren tal van ’bijkomstige’ voordelen. U.S. News & World Report merkte op: „Bij elkaar opgeteld, kunnen deze jaarlijkse ’bijkomstigheden’ in totaal meer dan $400.000 voor een senator en $150.000 voor een afgevaardigde zijn. Toch zijn veel van deze toelagen in de ogen van tal van leden onvoldoende.”

Arbeiders zien dat regeringsambtenaren er in enkele dagen enorme salarisverhogingen voor zichzelf door krijgen. Postbeambten hebben echter maanden gewacht op een reactie van de regering op hun verzoeken om loonsverhoging. Ze kwam niet. Teleurgesteld gingen zij in staking. De New York Times verklaarde: „De belastingbetalers hebben niet het recht van arbeiders in overheidsdienst te verwachten dat zij offers brengen om inflatie tegen te houden als ieder ander de ’geef mij’-filosofie toepast.”

De Times zei ook: „Sommigen denken dat wij de resultaten zien van een sfeer van zelfzucht waarin iedereen wordt aangemoedigd het zijne te krijgen. . . . In elk geval willen en verwachten de mensen, zolang zij geen nobeler doel van algemeen belang accepteren meer geld.”

Niet allen passen echter de ’geef mij’-filosofie toe. Er zijn honderdduizenden mensen die betrekkelijk vrij van geldzorgen zijn. Dezen werken hard voor hun levensonderhoud, doch zij zijn op de hoogte gekomen met en hebben voordeel getrokken van de waarheid die Jezus uitsprak toen hij zei: „Weest . . . nooit bezorgd en zegt niet: ’Wat zullen wij eten?’ of: ’Wat zullen wij drinken?’ of: ’Wat zullen wij aandoen?’ Want al deze dingen streven de natiën vurig na. Want uw hemelse Vader weet dat gij al deze dingen nodig hebt. Blijft dan eerst het koninkrijk en Zijn rechtvaardigheid zoeken, en al deze andere dingen zullen u worden toegevoegd.” — Matth. 6:31-33.

Mensen die zich concentreren op geld-verdienen doch er weinig of geen tijd voor nemen Gods Woord te bestuderen en om te gaan met hen die God werkelijk liefhebben en dienen, vinden geen voldoening. Degenen die God echter de eerste plaats in hun leven toekennen, die ’tevreden zijn met voedsel en kleding’ en die „vrij zijn van de liefde voor geld”, vinden grote voldoening in het leven (1 Tim. 6:8; Hebr. 13:5). Naar gelang dat zij hun deel doen, doet God het zijne, en zo wordt er zonder onnodige bezorgdheid in hun dagelijkse behoeften voorzien.

Het merendeel der mensen in de wereld past evenwel geen bijbelse beginselen toe en trekt er dus ook geen voordeel van. Daarom zijn zij van mening dat zij alles moeten doen, zelfs de wet trotseren, om een hoger loon te krijgen.

Verzet tegen de wet

Er zijn in de Verenigde Staten wetten die het personeel in dienst van regering en gemeente verbieden te staken. Overtreders kunnen ontslagen en in sommige gevallen tot $1000 beboet worden en een jaar gevangenisstraf krijgen.

De druk die wordt uitgeoefend om hogere lonen te verkrijgen, is thans echter zo hevig dat deze wetten worden getrotseerd. Toen brievenbestellers hun werk neerlegden, was dat een duidelijke vorm van verzet tegen de federale wet. Bevelen van de rechtbank om hen weer aan het werk te krijgen, werden eveneens in de wind geslagen, evenals de dringende verzoeken van vakbondleiders. De brievenbestellers meenden dat de enige taal die de regering verstond, het gebruiken van macht was, de macht om de postdienst lam te leggen en de hele economie van het land te treffen.

Zo ernstig was de staking dat president Nixon in een toespraak tot het Amerikaanse volk zei: „Wat op het spel staat is het voortbestaan van een regering, gebaseerd op de wet.” Vervolgens riep hij een nationale noodtoestand af en riep troepen van de Nationale Garde op om met de post te helpen. Deze troepen waren tussen twee haakjes burgers die hun betrekking en gezin moesten verlaten, hetgeen een strop betekende voor hun werkgevers en voor hun gezin.

Ongeveer een week nadat de postbeambten in staking waren gegaan, begonnen luchtverkeersleiders in dienst van de Federal Aviation Administration zich ’ziek’ te melden en niet naar hun werk te gaan. Zij gebruikten deze tactiek om tegen de arbeidsvoorwaarden te protesteren. Deze verkeersleiders verrichten een uiterst belangrijke functie op luchthavens omdat zij het verkeer regelen. Door thuis te blijven, veroorzaakten zij een massale vertraging in het luchtverkeer.

In veel steden is het gemeentepersoneel in staking gegaan. Onderwijzers en leraren, arbeiders van de gemeentereiniging, gemeentewerklui en ander gemeentepersoneel hebben wetten getrotseerd die dergelijke stakingen verbieden. Zelfs politieagenten zijn in staking gegaan, en de Newyorkse politiemacht dreigde het werk neer te leggen als haar eisen niet werden ingewilligd. Het publiek heeft er natuurlijk onder te lijden als het gemeentepersoneel staakt, omdat belangrijke diensten worden beperkt. Er kan dus worden gezegd dat als een onderdeel van de druk die wordt uitgeoefend om hogere lonen te verkrijgen, het publiek in ’gijzeling’ wordt gehouden.

Er is dus een groeiende tendens om bij het stellen van hogere looneisen de wet te trotseren. Zowel van de zijde van ambtenaren als van arbeiders is er minder bereidheid, van tevoren tot overeenstemming te komen. Het is precies zoals de bijbel heeft voorzegd: De mensen zijn „niet ontvankelijk voor enige overeenkomst”. — 2 Tim. 3:3.

Wie betaalt ervoor?

Men schat dat de loonsverhogingen in de Verenigde Staten thans gemiddeld ongeveer 8 tot 10 percent per jaar bedragen. In West-Duitsland stegen de lonen verleden jaar gemiddeld met 14 percent. In Engeland gaan ze met ongeveer 12 percent omhoog. Wie betaalt voor al deze verhogingen?

Een voorbeeld van wie uiteindelijk betaalt, bleek uit het geval van het personeel van de posterijen dat een verhoging werd beloofd — de posttarieven worden verhoogd. Iedereen die gebruik maakt van de post, betaalt dus meer. Een ander voorbeeld zag men toen sleepbootbemanningen van de stad New York staakten om hogere lonen af te dwingen. Zij kregen een enorme verhoging, meer dan 50 percent. De sleepbooteigenaars zeiden echter dat zij de tarieven die zij voor hun sleepdiensten rekenen met ongeveer 40 percent zouden verhogen. De New York Times van 3 april 1970 gaf als commentaar:

„Het is waar dat de sleepbootbemanningen en hun gezinnen geen sleepboten huren, zodat zij zich met een schouderophalen van de hogere rekening voor sleepdiensten kunnen afmaken. Ook dat is echter een bedrieglijke maatstaf. Elke verhoging van transportkosten infiltreert de algemene economie; elke buitensporige loonovereenkomst maakt dat elke andere vakbond zijn eisen verhoogt.

De vakbonden lopen steeds harder om gelijke tred te houden met de omhoogvliegende kosten van levensonderhoud, maar het geld verlaat het loonzakje net zo snel als het erinkomt. Zo is het heel de afgelopen vier jaar geweest en het eind is nog niet in zicht.”

Dat is de droeve werkelijkheid van alle druk die is uitgeoefend om hogere lonen af te dwingen. De loontrekker betaalt er uiteindelijk zelf voor door hogere prijzen voor goederen en diensten en door meer belasting. Particuliere bedrijven zowel als regeringsinstanties rekenen eenvoudig meer in verband met de verhogingen.

Hoewel de arbeiders dus loonsverhogingen krijgen, is hun totale economische situatie nauwelijks verbeterd. In veel gevallen is deze slechter geworden. In vier jaar tijds is het weekloon van de doorsnee fabrieksarbeider in de Verenigde Staten van $107 tot $129 omhooggegaan. Op papier schijnt dat een verbetering, maar hij is ten slotte armer geëindigd! Hoe dat zo? De loonstijging was niet evenredig aan de stijging van prijzen en belasting gedurende die zelfde periode. Zijn hogere loon had ongeveer een dollar minder koopkracht!

Wat is de oplossing?

De situatie met betrekking tot prijzen en belastingen en het afdwingen van hogere lonen veroorzaakt veel frustratie en verdriet. Hoe zonneklaar is het dat ’s mensen economische stelsels niet iedereen ten goede komen. Stelt u zich ook eens de positie voor van de ouden van dagen, de armen of de zieken die op een laag of vastgesteld inkomen staan en die weinig of geen verhogingen krijgen om de inflatie te bestrijden!

Dient u te verwachten dat de economische situatie verbetert? Welnu, is dat waarschijnlijk nu zoveel groepen allemaal hun eigen zin willen doordrijven? Neen, want er is te veel zelfzucht en te weinig belangstelling voor het welzijn van anderen.

Wat er werkelijk nodig is, is een regeringsstelsel dat allen ten goede zal komen. Waar is echter thans zo’n regering? Als wij de feiten eerlijk onder de ogen zien, moeten wij beseffen dat, hoe oprecht de autoriteiten ook mogen zijn, geen enkele menselijke regering thans in staat is aan de juiste verlangens van al haar onderdanen te voldoen.

Wat er nodig is, is een centrale regering die boven zelfzuchtige belangen staat, een regering die de wijsheid, de macht en het recht heeft alle economische aangelegenheden te regelen en noodzakelijke veranderingen aan te brengen die allen ten goede komen. Geen enkele menselijke regering voldoet aan al die vereisten. De enige regering die dit alles kan en zal doen, is het koninkrijk Gods, de hemelse regering waarom Jezus zijn volgelingen leerde bidden. — Matth. 6:9, 10.

Neen, de hoop op een dergelijke regering is geen ’luchtkasteel’, geen belofte voor de een of andere onbepaalde toekomst. De profetieën van de bijbel tonen aan dat de tijd waarop Gods wereldregering de volledige leiding zal nemen over alle aangelegenheden van de aarde zeer nabij is. Als ze dit doet, zal niemand ooit nog een hoger loon behoeven af te dwingen, want in de bijbel wordt tot God gezegd: „Gij opent uw hand en verzadigd de begeerte van al wat leeft.” — Ps. 145:16.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen