Waarom komen de Getuigen steeds terug?
’DAAR zijn ze weer! Maar ze waren hier een paar weken geleden ook al!’ Speelt dat door uw hoofd wanneer een getuige van Jehovah bij u aanbelt? Miljoenen in deze tijd worden geregeld door Jehovah’s Getuigen bezocht. U vraagt u misschien af: Waarom blijven zij komen als zij weten dat de meeste mensen hun eigen religie hebben of niet geïnteresseerd zijn? Die vraag verdient een antwoord.
Verantwoordelijkheid tegenover God
Jehovah’s Getuigen zijn uit de Schrift te weten gekomen dat sinds 1914, het jaar waarin de Eerste Wereldoorlog uitbrak, de wereldgebeurtenissen een vervulling vormen van bijbelse profetieën betreffende het einde van het huidige wereldsamenstel en de komende heerschappij van Gods koninkrijk over deze aarde. Na bijna honderd jaar van geweld, bloedvergieten en haat schijnt de mensheid verder dan ooit van een politieke oplossing voor hun problemen verwijderd te zijn. De oorlogen en het terrorisme waardoor de menselijke familie nog steeds wordt geteisterd, vormen er een bewijs van dat menselijke heerschappij er niet in is geslaagd een verandering teweeg te brengen in het hart, de geest en de opvattingen van mensen. Diepgewortelde wrok over gebeurtenissen in het verleden verstoort nog steeds de verhoudingen tussen etnische, raciale en religieuze groepen. Dat is het geval in ver uiteen gelegen gebieden zoals Afghanistan, India, het voormalige Joegoslavië, het Midden-Oosten, Noord-Ierland en Zuid-Afrika. Wat is dan de enige duurzame oplossing?
Wat drijft de Getuigen?
Jehovah’s Getuigen erkennen dat Gods oplossing — zijn beloofde Koninkrijksheerschappij onder Christus Jezus — de enige uitvoerbare oplossing is. Jezus nam in zijn beroemde Modelgebed zelfs een smeekbede om die Koninkrijksheerschappij op: „Gij dan moet aldus bidden: ’Onze Vader in de hemelen, uw naam worde geheiligd. Uw koninkrijk kome. Uw wil geschiede, gelijk in de hemel, zo ook op aarde.’” De Getuigen geloven dat dit gebed werkelijk om Gods inmenging in de aangelegenheden van de mensheid vraagt. — Mattheüs 6:9, 10.
Waarom voelen Jehovah’s Getuigen dus voortdurend de noodzaak om van huis tot huis te gaan en te proberen die boodschap uit te dragen? Wegens twee geboden waarop Jezus de aandacht vestigde: „’Gij moet Jehovah, uw God, liefhebben met geheel uw hart en met geheel uw ziel en met geheel uw verstand.’ Dit is het grootste en eerste gebod. Het tweede, hieraan gelijk, is dit: ’Gij moet uw naaste liefhebben als uzelf.’” — Mattheüs 22:37-39.
De Getuigen willen Gods zegen voor zichzelf, en omdat zij hun naasten liefhebben, willen zij diezelfde zegen ook voor hen. In navolging van Jezus’ voorbeeld voelen zij zich dus door onzelfzuchtige liefde gedrongen hun medemensen te bezoeken. Zij willen hen op z’n minst in de gelegenheid stellen te weten te komen wat „de gelukkige God” heeft beloofd voor de gehoorzame mensheid op een gereinigde aarde. — 1 Timotheüs 1:11; 2 Petrus 3:13.
De christelijke zendeling Paulus geloofde in Gods beloften en kon daarom schrijven: „Paulus, een slaaf van God en een apostel van Jezus Christus overeenkomstig het geloof van Gods uitverkorenen en de nauwkeurige kennis van de waarheid, die in overeenstemming is met godvruchtige toewijding, op basis van hoop op het eeuwige leven, dat God, die niet liegen kan, vóór ver in het verleden liggende tijden heeft beloofd.” Ja, God, „die niet liegen kan”, heeft eeuwig leven „beloofd” aan degenen die er nederig naar streven hem te leren kennen en te dienen. — Titus 1:1, 2; Zefanja 2:3.
Worden de Getuigen betaald?
Af en toe hebben sommigen beweerd dat de Getuigen betaald worden voor hun bediening. Niets is minder waar! Zij vatten Paulus’ woorden aan de gemeente in Korinthe ernstig op: „Wij zijn geen venters van het woord van God zoals vele mensen, maar als uit oprechtheid, ja, als door God gezonden, onder het oog van God, in gezelschap van Christus, spreken wij.”
Sommige religieuze leiders prediken wel voor geld, ofwel doordat zij voor religieuze diensten betaald worden of doordat zij tijdens hun diensten op tv reclame maken voor commerciële ondernemingen. De meeste religies hebben betaalde geestelijken. — 2 Korinthiërs 2:17.
De Getuigen daarentegen hebben geen betaalde geestelijken, en vaak wordt hun bijbelse lectuur aan oprechte waarheidszoekers kosteloos aangeboden, hoewel veel van deze mensen ertoe bewogen worden vrijwillige bijdragen te schenken. Die worden gebruikt om de onkosten van dit wereldomvattende predikingswerk te dekken. In overeenstemming met Jezus’ raad: „Gij hebt om niet ontvangen, geeft om niet”, gebruiken de Getuigen edelmoedig hun middelen, met inbegrip van hun tijd en energie, om elk jaar miljoenen uren aan Gods dienst te besteden. Zo onderwijzen zij geïnteresseerden van huis tot huis en door middel van huisbijbelstudies. — Mattheüs 10:8; 28:19, 20; Handelingen 20:19, 20.
De feiten tonen aan dat het de individuele getuigen van Jehovah, hun plaatselijke gemeente of het Wachttorengenootschap niet om geld te doen is. Niemand wordt ervoor betaald om van huis tot huis te gaan. Hoe wordt het werk dan gefinancierd? Door vrijwillige bijdragen van dankbare mensen over de hele wereld. Er wordt nooit een collecte gehouden.
Het effect van hun getuigeniswerk
Is de van-huis-tot-huisbediening en de informele prediking van de Getuigen doorgedrongen tot het algemeen bewustzijn? Het bewijs in de media geeft een luid ja als antwoord op die vraag. Jehovah’s Getuigen komen ter sprake wanneer er in een tv-programma of een film iemand aan de deur komt. De Getuigen komen in stripverhalen voor. Hun ijverige activiteit is zo bekend dat striptekenaars over de hele wereld in hun werk opmerkingen maken over Jehovah’s Getuigen. Die mogen dan satirisch schijnen, maar ze zijn gewoonlijk gebaseerd op een positief fundamenteel feit — dat de Getuigen bekendstaan om hun vasthoudendheid wat de van-huis-tot-huisprediking betreft. — Handelingen 20:20.
Onlangs was in een stripverhaal een man te zien die een berg beklom om een „goeroe” te raadplegen. Hij zei: „Vertel mij over de wonderbaarlijke dingen die zullen gebeuren!” Wat antwoordde de „goeroe”? „Even kijken . . . Er zullen voedseltekorten, pestilenties en aardbevingen zijn. De zon zal in duisternis worden veranderd en de maan in bloed.” De man vroeg: „Wat is het goede nieuws?” Waarop de „goeroe” antwoordde: „God zal elke traan wegwissen . . . en de dood zal er niet meer zijn, noch verdriet, noch pijn!” De bezoeker vroeg: „Hoe weet u dat allemaal?” Het antwoord? „Niemand ontkomt aan Jehovah’s Getuigen!” En dat gold blijkbaar ook voor de striptekenaar zelf!
Waar het om gaat is dat uit deze strip en andere soortgelijke stripverhalen niet alleen blijkt dat de bezoeken van de Getuigen aanhouden maar ook dat hun boodschap consequent is. In slechts een paar woorden gaf de tekenaar een belangrijk onderdeel van hun van-huis-tot-huisgetuigenis en de door hen aangehaalde bijbelteksten weer. — Vergelijk Mattheüs 24:7, 29; Openbaring 21:3, 4.
Dat de meeste mensen hun boodschap afwijzen, maakt de Getuigen niet neerslachtig of minder ijverig. De apostel Petrus waarschuwde: „In de laatste dagen [zullen er] spotters . . . komen met hun spotternij, die overeenkomstig hun eigen begeerten te werk gaan en zeggen: ’Waar is nu de beloofde tegenwoordigheid van hem? Ach wat, van de dag af dat onze voorvaders zijn ontslapen, blijven alle dingen precies zo als sedert het begin der schepping.’” Desondanks blijven de Getuigen, door liefde bewogen, hun medemensen bezoeken en zullen daarmee doorgaan totdat God een eind maakt aan het huidige corrupte samenstel. — 2 Petrus 3:3, 4.
Jezus zei dat in de laatste dagen eerst het goede nieuws moest worden gepredikt. Zie de volgende twee artikelen voor een verdere beschouwing van het hoe en waarom. — Markus 13:10.
[Illustraties op blz. 9]
Jehovah’s Getuigen hebben geen gesalarieerde klasse van geestelijken — zij zijn allemaal vrijwillige bedienaren