Ouderlingen — breng anderen weer terecht in een geest van zachtaardigheid
HET hart van een oprecht christen zou vergeleken kunnen worden met een geestelijke tuin die voortreffelijke vruchten voortbrengt. Normaal gesproken zouden daar liefde, vreugde, vrede, lankmoedigheid, vriendelijkheid, goedheid, geloof, zachtaardigheid en zelfbeheersing gedijen. En waarom ook niet? Tenslotte zijn dit de vruchten van de heilige geest, die Jehovah God aan zijn opgedragen dienstknechten heeft gegeven (Galaten 5:22, 23). Toch moet elke christen die de tuin van zijn hart wil onderhouden als een plaats die zijn hemelse Vader welgevallig is, een krachtige, niet-aflatende strijd tegen het onkruid van overgeërfde zonde voeren. — Romeinen 5:5, 12.
Zo nu en dan begint er iets onwenselijks in het onvolmaakte hart van een godvruchtig persoon te groeien. Hij of zij heeft misschien een uitstekend geestelijk bericht opgebouwd. Maar dan rijst er een of ander probleem, dat misschien voortspruit uit ongezonde omgang of een onverstandige beslissing. Hoe kunnen gemeenteouderlingen zo iemand in geestelijk opzicht hulp bieden?
Apostolische raad
Wanneer ouderlingen een christen die een fout heeft begaan helpen, moeten zij gehoor geven aan de raad die de apostel Paulus gaf: „Broeders, zelfs al doet iemand een misstap voordat hij zich ervan bewust is, tracht gij, die geestelijke hoedanigheden hebt, zo iemand in een geest van zachtaardigheid weer terecht te brengen, terwijl gij uzelf in het oog houdt, opdat ook gij niet verzocht wordt” (Galaten 6:1). Wanneer een medegelovige ’een misstap heeft gedaan voordat hij zich ervan bewust is’, hebben ouderlingen de verantwoordelijkheid om zo vlug mogelijk hulp te bieden.
Paulus heeft het over „iemand” die een misstap doet. Het hier gebruikte Griekse woord (an·throʹpos) kan betrekking hebben op zowel een man als een vrouw. En wat betekent het iemand „weer terecht te brengen”? Deze Griekse term (ka·tar·tiʹzo) betekent „weer in de juiste toestand (in rechte lijn) brengen; weer rechtzetten”. Hetzelfde woord wordt voor het herstellen van netten gebruikt (Mattheüs 4:21). Het heeft ook betrekking op het zetten van een gebroken been. Een arts zal daarbij voorzichtig te werk gaan teneinde zijn patiënt niet onnodig pijn te doen. Evenzo vergt het zorg, tact en mededogen om een broeder of een zuster te helpen weer in de juiste geestelijke toestand te komen.
Ouderlingen geven blijk van hun eigen geestelijke gezindheid door een geest van zachtaardigheid aan de dag te leggen wanneer zij trachten iemand weer terecht te brengen. De zachtaardige Jezus zou zulke zaken beslist zachtaardig behandelen (Mattheüs 11:29). Ouderlingen dienen deze hoedanigheid tentoon te spreiden jegens een dienstknecht van Jehovah die een misstap heeft gedaan, want ook zij kunnen, in weerwil van de bedoelingen van hun hart, door een zonde overvallen worden. Dit kan in de toekomst gebeuren, zo het al niet in het verleden heeft plaatsgevonden.
Deze geestelijk bekwame mannen dienen liefdevol ’de lasten [van hun medeaanbidders] te dragen’. Ja, ouderlingen willen een broeder of een zuster graag helpen de strijd aan te binden tegen Satan, verleidingen, de zwakheden van het vlees, en de zonde waardoor men zo gemakkelijk wordt overvallen. Dit is beslist één manier waarop christelijke opzieners ’de wet van de Christus vervullen’. — Galaten 6:2.
Mannen met ware geestelijke hoedanigheden zijn nederig en beseffen dat ’indien iemand denkt dat hij iets is, terwijl hij niets is, hij zijn eigen geest bedriegt’ (Galaten 6:3). Ongeacht hoezeer ouderlingen zich ook beijveren om het juiste te doen en behulpzaam te zijn, zij zullen de volmaakte en liefdevolle, meedogende Zoon van God, Jezus Christus, nog altijd niet evenaren. Maar dat is voor hen geen reden om niet hun uiterste best te doen.
Ouderlingen weten dat het verkeerd zou zijn om een medegelovige op een hooghartige manier en met een heiliger-dan-gij-houding te veroordelen! Jezus zou dat beslist niet doen. Hij heeft immers zijn leven niet slechts voor zijn vrienden afgelegd, maar zelfs voor zijn vijanden! Ouderlingen trachten net zo’n liefde aan de dag te leggen wanneer zij proberen broeders en zusters uit moeilijkheden te helpen en dichter tot hun hemelse Vader en zijn rechtvaardige maatstaven te brengen. Wat zijn enkele stappen waardoor ouderlingen geholpen zullen worden hun medeaanbidders weer terecht te brengen?
Enkele nuttige stappen
Vertrouw gebedsvol op Jehovah terwijl u op een zachtaardige wijze spreekt en handelt. Jezus was zachtaardig, bad intens tot zijn hemelse Vader om leiding en deed altijd de dingen die Hem behaagden (Mattheüs 21:5; Johannes 8:29). Ouderlingen dienen net zo te handelen wanneer zij trachten iemand die een misstap heeft gedaan, weer terecht te brengen. Als een zachtaardige onderherder zal een ouderling aanmoedigend en opbouwend spreken, niet intimiderend. Tijdens de bespreking zal hij trachten een atmosfeer te scheppen waarin de christen die hulp nodig heeft, zich zoveel mogelijk op zijn gemak voelt om zijn gedachten te uiten. Daartoe zal een innig openingsgebed van groot nut zijn. Iemand die op zachtaardige wijze gegeven raad ontvangt, zal bereidwilliger zijn hart ervoor openstellen als hij weet dat de raadgever, net als Jezus, de dingen wil doen die God behagen. Een slotgebed zal de persoon er waarschijnlijk van doordringen dat hij de op zo’n liefdevolle, zachtaardige wijze gegeven raad dient toe te passen.
Spreek na het gebed oprechte, prijzende woorden. Deze kunnen betrekking hebben op de voortreffelijke hoedanigheden van de persoon, zoals vriendelijkheid, betrouwbaarheid of ijver. Er zou gewag gemaakt kunnen worden van zijn of haar staat van getrouwe dienst voor Jehovah, misschien wel over een periode van vele jaren. Aldus tonen wij dat wij ons om de persoon bekommeren en, net als Christus, waardering voor hem hebben. Jezus begon zijn boodschap aan de gemeente Thyatira met prijzende woorden door te zeggen: „Ik ken uw daden en uw liefde en geloof en bediening en volharding, en ik weet dat uw daden de laatste tijd meer zijn dan die van vroeger” (Openbaring 2:19). Deze woorden gaven de leden van de gemeente de verzekering dat Jezus zich bewust was van het voortreffelijke werk dat zij verrichtten. Hoewel de gemeente haar fouten had — er werd een „Izebel”-invloed getolereerd — deed ze het in andere opzichten heel goed, en Jezus wilde die broeders en zusters laten weten dat hun ijverige activiteit niet onopgemerkt was gebleven (Openbaring 2:20). Evenzo dienen ouderlingen prijzende woorden te spreken waar dat gepast is.
Maak de behandeling van een misstap niet zwaarder dan de omstandigheden vereisen. Ouderlingen moeten Gods kudde beschermen en zijn organisatie rein houden. Maar sommige geestelijke misstappen die krachtige raad vereisen, kunnen door een of twee ouderlingen afgehandeld worden zonder dat er een rechterlijk verhoor hoeft plaats te vinden. In veel gevallen ligt menselijke zwakheid en niet opzettelijke slechtheid aan een misstap van een christen ten grondslag. Ouderlingen dienen de kudde teder te behandelen en het volgende in gedachte te houden: „Wie geen barmhartigheid beoefent, zal zijn oordeel hebben zonder barmhartigheid. Barmhartigheid juicht in triomf over oordeel” (Jakobus 2:13; Handelingen 20:28-30). In plaats van de zaken op te blazen, dienen ouderlingen berouwvolle medegelovigen dus zachtaardig te bejegenen, evenals onze meedogende en barmhartige God, Jehovah, dit doet. — Efeziërs 4:32.
Toon begrip voor factoren die wellicht tot de misstap hebben geleid. Ouderlingen dienen zorgvuldig te luisteren wanneer hun medegelovige zijn hart uitstort. Aangezien ’God een gebroken en verbrijzeld hart niet veracht’, dienen zij dat evenmin te doen (Psalm 51:17). Misschien ligt gebrek aan emotionele steun van de zijde van de huwelijkspartner aan het probleem ten grondslag. Ernstige en langdurige depressiviteit kan de emotionele kracht die de persoon normaal bezit, hebben aangetast of kan het uitermate moeilijk hebben gemaakt verstandige beslissingen te nemen. Liefdevolle ouderlingen zullen zulke factoren in aanmerking nemen, want hoewel Paulus zijn broeders vermaande ’de wanordelijken terecht te wijzen’, gaf hij ook de aansporing: „Spreekt bemoedigend tot de terneergeslagen zielen, ondersteunt de zwakken, weest lankmoedig jegens allen” (1 Thessalonicenzen 5:14). Hoewel ouderlingen de kracht van Gods rechtvaardige maatstaven niet dienen te verzwakken, moeten zij verzachtende omstandigheden in aanmerking nemen, zoals ook God dit doet. — Psalm 103:10-14; 130:3.
Zie erop toe dat u het gevoel van eigenwaarde van uw medechristen niet ondermijnt. Nooit willen wij welke broeder of zuster maar ook van zijn of haar waardigheid beroven of de indruk geven dat hij of zij waardeloos is. Veeleer zullen verzekeringen dat wij ervan overtuigd zijn dat hij christelijke hoedanigheden en liefde voor God heeft, als een aanmoediging dienen om een fout te herstellen. Waarschijnlijk werden de Korinthiërs aangemoedigd edelmoedig te zijn toen Paulus hun vertelde dat hij bij anderen over hun „bereidwilligheid” en „ijver” in dit opzicht had geroemd. — 2 Korinthiërs 9:1-3.
Laat zien dat het probleem overwonnen kan worden door op Jehovah te vertrouwen. Ja, tracht in alle ernst de betrokkene te helpen inzien dat vertrouwen op God en het toepassen van de raad uit Zijn Woord een hulp zullen vormen om de nodige correctie aan te brengen. Hiertoe moeten onze uitspraken op de Schrift en op bijbelse publikaties gebaseerd zijn. Ons doel is tweeledig: (1) degene die hulp nodig heeft te helpen een beter begrip van en inzicht in Jehovah’s zienswijze te krijgen en (2) de persoon duidelijk te maken in hoeverre hij deze goddelijke richtlijnen over het hoofd heeft gezien of niet heeft opgevolgd.
Combineer schriftuurlijke raad met vriendelijke doch gerichte vragen. Dit kan zeer doeltreffend zijn om het hart te bereiken. Bij monde van zijn profeet Maleachi gebruikte Jehovah een vraag om Zijn volk te doen begrijpen hoezeer zij waren afgedwaald. „Zal de aardse mens God beroven?”, vroeg hij en voegde eraan toe: „Maar gij berooft mij” (Maleachi 3:8). Dat Israël in gebreke bleef het door de Mozaïsche wet voorgeschreven tiende deel van hun gewassen bij te dragen, stond gelijk met het beroven van Jehovah. Teneinde deze situatie te verhelpen, moesten de Israëlieten hun verplichtingen ten aanzien van de ware aanbidding nakomen in het vertrouwen dat God hen rijkelijk zou zegenen. Door middel van tot nadenken stemmende en weloverwogen vragen kunnen ouderlingen ook beklemtonen dat als wij thans het juiste willen doen, er van ons wordt verlangd dat wij op onze hemelse Vader vertrouwen en hem gehoorzamen (Maleachi 3:10). Die gedachte tot het hart te laten doordringen, zal er veel toe bijdragen onze broeder te helpen ’rechte paden voor zijn voeten te maken’. — Hebreeën 12:13.
Beklemtoon de voordelen van het aanvaarden van de raad. Doeltreffende raad houdt in zowel te waarschuwen voor de consequenties van het volgen van een verkeerde handelwijze als te herinneren aan de voordelen die het afwerpt zaken recht te zetten. Nadat Jezus de leden van de geestelijk apathische gemeente in Laodicea een juist van pas komende waarschuwing had gegeven, gaf hij hun de verzekering dat als zij berouw hadden van hun vroegere levenswijze en ijverige discipelen werden, zij zich in voortreffelijke voorrechten zouden verheugen, met inbegrip van het vooruitzicht met hem in de hemel te regeren. — Openbaring 3:14-21.
Toon belangstelling door na te gaan of de raad wordt opgevolgd. Zoals een goede arts van tijd tot tijd controleert of een gebroken been dat hij gezet heeft op juiste wijze geneest, dienen ook ouderlingen te trachten vast te stellen of de schriftuurlijke raad wordt toegepast. Zij kunnen zich afvragen: Is er verdere hulp nodig? Moet de raad herhaald worden, misschien op een andere manier? Jezus moest zijn discipelen herhaaldelijk raad geven met betrekking tot de noodzaak nederig te zijn. Gedurende een behoorlijk lange tijd trachtte hij geduldig hun denkwijze te corrigeren door middel van raad, illustraties en aanschouwelijk onderricht (Mattheüs 20:20-28; Markus 9:33-37; Lukas 22:24-27; Johannes 13:5-17). Op overeenkomstige wijze kunnen ouderlingen ertoe bijdragen dat een volledig herstel van een broeder of een zuster wordt verzekerd door regelingen te treffen dat er bij wijze van nazorg schriftuurlijke besprekingen plaatsvinden die ten doel hebben de vooruitgang van de persoon tot volledige geestelijke gezondheid te bevorderen.
Spreek prijzende woorden voor eventuele vorderingen die zijn gemaakt. Indien degene die een misstap heeft gedaan oprecht zijn best doet schriftuurlijke raad toe te passen, prijs hem dan liefdevol. Dit zal de aanvankelijk gegeven raad versterken en de persoon waarschijnlijk aanmoedigen verdere vorderingen te maken. In de eerste brief van Paulus aan de Korinthiërs moest hij hen in verband met verschillende zaken krachtige raad geven. Kort nadat Titus de apostel op de hoogte had gebracht van de voortreffelijke reactie op diens brief, schreef Paulus om hen te prijzen. „Nu verheug ik mij,” zei hij, „niet omdat gij slechts bedroefd zijt geworden, maar omdat uw droefheid u tot berouw heeft gebracht, want gij zijt op een godvruchtige wijze bedroefd geworden.” — 2 Korinthiërs 7:9.
Een reden tot verheuging
Ja, Paulus verheugde zich toen hij hoorde dat zijn raad de Korinthiërs had geholpen. Zo hebben hedendaagse ouderlingen ook grote vreugde wanneer een medeaanbidder zich herstelt van een misstap door gunstig op hun liefdevolle hulp te reageren. Zij kunnen er werkelijk behagen in scheppen een berouwvolle christen te helpen het doornige onkruid van zonde uit zijn hart te verwijderen, zodat daar in overvloed vruchten kunnen groeien die God welgevallig zijn.
Indien ouderlingen erin slagen een persoon die een misstap heeft gedaan weer terecht te brengen, kan hij of zij afgebracht worden van een handelwijze die in geestelijk opzicht volkomen rampzalig zou zijn. (Vergelijk Jakobus 5:19, 20.) Degene die deze hulp ontvangt, dient zijn dank hiervoor tot uitdrukking te brengen tegenover Jehovah God. Woorden van oprechte waardering voor de liefdevolle hulp, het mededogen en het begrip van de ouderlingen zouden ook gepast zijn. En wanneer het geestelijke herstel volledig is, kunnen alle betrokkenen zich verheugen dat het weer terechtbrengen in een geest van zachtaardigheid is geschied.