Wordt uw toekomst bepaald door het lot?
ALS u aan een dodelijk ongeluk zou ontkomen, zou u dan denken dat het lot u gunstig gezind was geweest? Of zou u in plaats daarvan dankbaar zijn dat u zich eenvoudig op het juiste moment op de juiste plaats bevond?
De wijze man Salomo heeft eens gezegd: „Ik wendde mij om te zien onder de zon dat niet de snellen de wedloop hebben, noch de sterken de strijd, noch ook de wijzen het voedsel hebben, noch ook de verstandigen de rijkdom hebben, noch zelfs zij die kennis bezitten de gunst hebben; want tijd en onvoorziene gebeurtenissen treffen hen allen” (Prediker 9:11). Hoe vaak gebeurt het onverwachte niet! Een veelbelovende atleet raakt gewond en de ’underdog’ wint. Een onvoorspelbaar ongeluk ruïneert een eerlijk zakenman, waardoor zijn oneerlijke concurrent de gelegenheid krijgt rijk te worden. Maar schreef Salomo deze abnormale gebeurtenissen aan het noodlot toe? Beslist niet. Ze zijn eenvoudig het gevolg van „tijd en onvoorziene gebeurtenissen”.
Jezus Christus maakte een soortgelijke opmerking. Toen hij het over een gebeurtenis had die onder zijn luisteraars blijkbaar algemeen bekend was, vroeg hij: „Die achttien op wie de toren in Siloam viel, waardoor zij werden gedood; meent gij dat zij grotere schuldenaars bleken te zijn dan alle andere mensen die in Jeruzalem woonden?” (Lukas 13:4) Jezus weet dergelijke dodelijke ongelukken niet aan het een of andere mysterieuze noodlot of aan de wil van God, en ook geloofde hij niet dat de slachtoffers om de een of andere reden laakbaarder waren dan anderen. Het tragische ongeluk was gewoon een van de vele voorbeelden die aantonen dat tijd en onvoorziene gebeurtenissen ieder kunnen treffen.
Nergens steunt de bijbel de gedachte dat God de tijd van onze dood van tevoren heeft bepaald. In Prediker 3:1, 2 staat weliswaar: „Voor alles is er een vastgestelde tijd, ja, een tijd voor elke aangelegenheid onder de hemel: een tijd voor geboorte en een tijd om te sterven, een tijd om te planten en een tijd om het geplante te ontwortelen.” Maar Salomo besprak eenvoudig de ononderbroken cyclus van leven en dood waaraan de onvolmaakte mensheid onderworpen is. Wij worden geboren, en als de tijd ervoor aanbreekt, als de normale levensverwachting wordt bereikt — gewoonlijk na ongeveer zeventig of tachtig jaar — sterven wij. Toch is het precieze moment van de dood net zomin door God van tevoren vastgesteld als het moment waarop een boer besluit „te planten” of „het geplante te ontwortelen”.
In feite toont Salomo later aan dat iemand ontijdig zou kunnen sterven, door te zeggen: „Wees niet al te goddeloos, en word niet dwaas. Waarom zoudt gij sterven als het uw tijd niet is?” (Prediker 7:17) Wat voor zin zou deze raad hebben als de tijd van iemands dood onveranderlijk vaststond? De bijbel verwerpt dus de noodlotsgedachte. De afvallige Israëlieten die deze heidense opvatting overnamen, werden door God scherp veroordeeld. Wij lezen in Jesaja 65:11: „Gij zijt het die Jehovah verlaat, die mijn heilige berg vergeet, die een tafel in orde brengt voor de god van het Geluk en die gemengde wijn schenkt voor de god van het Lot.”
Wat is het daarom dwaas ongelukken en tegenslagen toe te schrijven aan het noodlot, of, nog erger, aan God zelf! „God is liefde”, zegt de bijbel, en hem ervan te beschuldigen dat hij menselijk leed veroorzaakt, is rechtstreeks in strijd met deze fundamentele waarheid. — 1 Johannes 4:8.
Gods voornemens ten aanzien van de toekomst
Hoe staat het echter met onze vooruitzichten op redding? Betekent het feit dat ons leven niet door een onontkoombaar noodlot wordt beheerst dat wij maar doelloos moeten voortdobberen? Beslist niet, want God heeft de toekomst van de mensheid in haar geheel van tevoren bepaald. De bijbel spreekt over de schepping van „een nieuwe aarde” waarin „rechtvaardigheid [zal] wonen”. — 2 Petrus 3:13.
Om dit tot stand te brengen, zal God zich rechtstreeks in de menselijke aangelegenheden mengen. Zonder dit te beseffen, hebt u hier misschien in gebed om gevraagd door te bidden: „Uw koninkrijk kome. Uw wil geschiede, gelijk in de hemel, zo ook op aarde” (Mattheüs 6:10). Dit koninkrijk is een werkelijke regering die in de hemel zetelt. Door om de komst ervan te bidden, vraagt u God of dat koninkrijk het bestuur over de aarde mag overnemen van de hedendaagse regeringen. — Daniël 2:44.
Uw eigen toekomst zeker stellen
Hoe deze dramatische gebeurtenissen van invloed zullen zijn op uw toekomst, hangt niet af van het noodlot en zelfs niet van tijd en onvoorziene gebeurtenissen, maar van de handelwijze die u verkiest te volgen. Denk nog eens aan die tragedie van de toren van Siloam. Jezus gebruikte die droevige gebeurtenis om een diepgaande les te leren. De slachtoffers van het instorten van die toren konden niet ontkomen aan wat hun overkwam. Daarentegen konden Jezus’ luisteraars ontkomen aan de vernietiging die als gevolg van goddelijk ongenoegen zou komen. Jezus waarschuwde hen: „Indien gij geen berouw hebt, zult gij allen op dezelfde wijze omkomen” (Lukas 13:4, 5). Het is duidelijk dat zij hun toekomst in eigen hand hadden.
Wij in deze tijd ontvangen dezelfde gelegenheid — de gelegenheid om onze eigen redding te bewerken (Filippenzen 2:12). Het is Gods wens dat „alle soorten van mensen . . . tot een nauwkeurige kennis van de waarheid komen” (1 Timotheüs 2:4). En hoewel wij allen in zeker opzicht de gevolgen ondervinden van overerving en achtergrond, heeft God ons een vrije wil geschonken — het vermogen om vast te stellen hoe wij ons leven zullen gebruiken (Mattheüs 7:13, 14). Wij kunnen het goede of het verkeerde doen. Wij kunnen een goede positie bij Jehovah God opbouwen en leven verwerven, of hem de rug toekeren en sterven.
Velen verkiezen onafhankelijk van God te leven. Zij wijden hun leven aan het najagen van materiële dingen, genoegens of roem. Maar Jezus waarschuwde: „Let op en hoedt u voor elke soort van hebzucht, want ook al heeft iemand overvloed, zijn leven spruit niet voort uit de dingen die hij bezit” (Lukas 12:15). Waar hangt ons leven dan van af? In 1 Johannes 2:15-17 legt de bijbel uit: „Hebt de wereld niet lief noch de dingen in de wereld. . . . Alles wat in de wereld is — de begeerte van het vlees en de begeerte der ogen en het opzichtige geuren met de middelen voor levensonderhoud die men heeft — spruit niet voort uit de Vader, maar uit de wereld. De wereld gaat bovendien voorbij en ook haar begeerte, maar wie de wil van God doet, blijft in eeuwigheid.”
Het leven kiezen
Hoe kunt u er zeker van zijn dat u werkelijk de wil van God doet? Jezus verklaarde: „Dit betekent eeuwig leven, dat zij voortdurend kennis in zich opnemen van u, de enige ware God, en van hem die gij hebt uitgezonden, Jezus Christus” (Johannes 17:3). Een nauwkeurige kennis van de bijbel verschaft de basis voor geloof. „Zonder geloof [is het] onmogelijk hem welgevallig te zijn, want wie tot God nadert, moet geloven dat hij bestaat en dat hij de beloner wordt van wie hem ernstig zoeken” (Hebreeën 11:6). De kennis die u moet verwerven, is gemakkelijk verkrijgbaar. Jehovah’s Getuigen hebben miljoenen mensen geholpen deze kennis door middel van een geregelde bijbelstudie te verwerven.a
Om God te behagen, zult u enkele veranderingen moeten aanbrengen. U zult misschien enkele slechte gewoonten moeten overwinnen of zelfs een eind moeten maken aan immorele praktijken. Geef de moed niet op, alsof het voor u onmogelijk zou zijn veranderingen aan te brengen. De opvatting dat dingen niet veranderd kunnen worden, is gewoon nóg een van de ideeën die aan de valse leer van het fatalisme zijn ontleend. Met Jehovah’s hulp kan iedereen ’zijn geest hervormen’ en „de nieuwe persoonlijkheid” aandoen (Romeinen 12:2; Efeziërs 4:22-24). Uw krachtsinspanningen om God te behagen, zullen niet onopgemerkt blijven. Hij staat gereed om degenen te zegenen die zijn wil doen.
Het is waar dat het verwerven van bijbelkennis niet al uw problemen zal oplossen. Ware dienstknechten van God kunnen net als anderen een ongeluk krijgen en tegenspoed ondervinden. Maar God kan ons de wijsheid geven om het hoofd te bieden aan tegenslagen (Jakobus 1:5). Ook is er de vreugde te weten dat men in een goede verhouding tot God staat. „Gelukkig is hij die op Jehovah vertrouwt”, zegt Spreuken 16:20.
In het herstelde paradijs onder Gods koninkrijk zullen wij ons niet langer door tijd en onvoorziene gebeurtenissen bedreigd voelen. Ja, God zal alle dingen die op het ogenblik menselijk geluk verstoren, verwijderen. „Hij zal elke traan uit [onze] ogen wegwissen, en de dood zal niet meer zijn, noch rouw, noch geschreeuw, noch pijn zal er meer zijn”, belooft de bijbel (Openbaring 21:4). Talloze slachtoffers van ongelukken zullen een opstanding ervaren. — Johannes 5:28, 29.
Zal deze schitterende toekomst ook u ten deel vallen? Toen de Israëlieten op het punt stonden het Beloofde Land binnen te gaan, gebood Mozes hun: „Ik [heb] u het leven en de dood . . . voorgelegd, de zegen en de vervloeking; en gij moet het leven kiezen, opdat gij moogt blijven leven, gij en uw nageslacht, door Jehovah, uw God, lief te hebben, door naar zijn stem te luisteren en door hem aan te hangen; want hij is uw leven en de lengte uwer dagen.” — Deuteronomium 30:19, 20.
Nee, wij zijn geen hulpeloze marionetten die worden gedirigeerd door een onbarmhartig noodlot. U hebt uw toekomstige geluk, ja, uw eeuwige toekomst, in eigen hand. Wij moedigen u krachtig aan om het leven te kiezen.
[Voetnoten]
a Voor zo’n studie kunnen regelingen getroffen worden door de uitgevers van dit tijdschrift te schrijven.
[Inzet op blz. 5]
De afvallige Israëlieten die de heidense noodlotsgedachte overnamen, werden door God scherp veroordeeld