Inzicht in het nieuws
„Niet door aanschouwen”
Recente wetenschappelijke onderzoekingen hebben bevestigd dat de Lijkwade van Turijn een veertiende-eeuwse vervalsing is. Toch „werden katholieken aangemoedigd de lijkwade te blijven vereren als een beeltenis van Christus, nog steeds in staat wonderen te verrichten”, bericht The New York Times. Anastasio Ballestrero, de aartsbisschop van Turijn, verklaarde: „De uitzonderlijke suggestieve kracht van de afbeelding van Jezus Christus dient bewaard te blijven.”
Wat betekent dit? Het betekent dat alhoewel de kerk toegeeft dat de afbeelding van het lichaam van een man op de lijkwade niet dat van Jezus Christus is, trouwe katholieken het nog steeds moeten bezien als was het de Christus en dus als iets heiligs. Waarom? Volgens Adam Otterbein, rooms-katholiek priester en hoofd van het Gilde van de Heilige Lijkwade, kunnen relikwieën zoals de lijkwade gelovigen helpen eer te schenken aan degene die door de beeltenis wordt vertegenwoordigd.
Het hoeft geen verbazing te wekken dat de lijkwade, ondanks het feit dat ze niet echt is, een krachtig geloofssymbool voor de Katholieke Kerk zou blijven. „Aan beelden, schilderingen en iconen . . . wordt in de katholieke eredienst een gerespecteerde plaats toegekend”, merkt The New York Times op.
Ondersteunt de bijbel het gebruik van zulke beelden in de aanbidding? Nee! Gods Woord zegt duidelijk: „Ontvliedt de afgoderij” (1 Korinthiërs 10:14; vergelijk Exodus 20:4-6). Christenen worden aangemoedigd God „met geest en waarheid” te aanbidden en niet met behulp van de een of andere beeltenis of relikwie (Johannes 4:24). Paulus schreef dan ook terecht dat ware christenen ’door geloof en niet door aanschouwen wandelen’. — 2 Korinthiërs 5:7.
Een verkeerde denkwijze
In overeenstemming met de duidelijke tendens onder religieaanhangers om het met bijbelse maatstaven niet zo nauw te nemen, „betogen steeds meer Amerikaanse theologen dat de christelijke kerken behoefte hebben aan een seksuele revolutie”, bericht de Star Tribune. Deze in Minnesota (VS) verschijnende krant citeerde standpunten die werden vertolkt door vooraanstaande personen als John Spong, de bisschop van Newark voor de Episcopale Kerk van Amerika, en James Nelson, hoogleraar in de seksuele ethiek aan het United Theological Seminary in New Brighton (VS). De krant beweert dat deze en andere theologen van mening zijn dat kerken „homoseksuele paren in een kerkelijke ceremonie [moeten] zegenen, in erkenning van de band die zij met elkaar hebben in een liefdevolle, deugdzame verhouding; . . . schenk jonge verloofde volwassenen de kerkelijke zegen als zij in een liefdevolle, toegewijde verhouding met elkaar leven, ook al zijn zij niet gehuwd” en „keur het goed als rijpe volwassenen op een verantwoorde wijze seksueel actief zijn, ook al zijn zij niet met elkaar gehuwd”. Waarom geloven deze theologen dat zulke veranderingen noodzakelijk zijn? Spong beweert dat „wij een promiscue levenswijze goedkeuren” door zulke verbintenissen niet te zegenen.
Spong en anderen blijven echter in gebreke op te merken dat de zegen die aan zulke verbintenissen wordt geschonken, juist het bewijs vormt dat de kerken zulk een „promiscue levenswijze” goedkeuren. Gods Woord spreekt duidelijke taal. „Noch hoereerders, . . . noch overspelers, . . . noch mannen die bij mannen liggen . . . zullen Gods koninkrijk beërven.” Volgelingen van Christus hebben niet alleen het gebod ontvangen „niet langer in het gezelschap te verkeren” van zulke personen, maar ontvangen ook de opdracht ’de goddeloze man uit hun midden te verwijderen’. — 1 Korinthiërs 5:11, 13; 6:9-11.
Een dringende noodzaak
Dit jaar hebben de statistische gegevens van de Federale Synode van Engelands Vrije Kerk een verdere daling te zien gegeven in het aantal lidmaten van de vijftien met haar verbonden denominaties. Voor het eerst is het ledental tot onder het niveau van één miljoen gedaald, bericht de Church Times, een periodiek van de Anglicaanse Kerk. De oorzaak? Hoewel de kerken beweren zich in te zetten voor „de grote meerderheid . . . die dringend verlossing behoeft”, wordt in het artikel opgemerkt dat „de Vrije Kerken te veel tijd en energie in . . . sociale activiteiten zijn blijven steken”. „Als de kerken achteruitgaan”, aldus de Church Times, „dan komt dit niet omdat hun jaarlijkse bazaars een flop zijn of de produkties van hun toneelgezelschappen niet gesteund worden: het komt doordat zij hun verlossingsbediening niet ernstig genoeg opvatten.”
De religieuze leiders in Jezus’ tijd vatten hun bediening ook niet serieus op. Jezus oefende terecht kritiek op hen uit omdat zij „het woord van God krachteloos” maakten door hun overleveringen. Hij zei dat zij huichelaars waren die ’God met hun lippen eerden, hoewel hun hart ver van hem verwijderd was’. — Markus 7:6, 7, 13.
Ware dienaren van Jehovah God zijn echter wel toegewijd „aan de bediening van het woord”. Zij vatten Jezus’ gebod om ’discipelen te maken’ ernstig op en volgen hierin het voorbeeld van de apostelen, die ’zonder ophouden bleven onderwijzen en het goede nieuws over de Christus, Jezus, bleven bekendmaken’. Voor ware christenen is dit werk van het allergrootste belang. — Handelingen 5:42; 6:4; Matthéüs 28:19, 20.