Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w89 15/1 blz. 5-7
  • Staat u open voor nieuwe ideeën?

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Staat u open voor nieuwe ideeën?
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1989
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Het voorbeeld van de Bereeërs
  • Wees selectief!
  • Waarom openstaan voor nieuwe ideeën?
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1989
  • Wat is de oorzaak van het probleem?
    Ontwaakt! 1987
  • Een bijzonder cadeau voor Japan
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 2015
  • Waarom de bijbel bestuderen?
    Ontwaakt! 1991
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1989
w89 15/1 blz. 5-7

Staat u open voor nieuwe ideeën?

SOMMIGE mensen sluiten hun geest voor elk nieuw idee af. Zij verwerpen het misschien omdat het verschilt van hun zienswijze. Een vrouw in Denemarken schreef bijvoorbeeld aan het weekblad Hjemmet: „Wij worden aan onze deur voortdurend lastig gevallen door Jehovah’s Getuigen. Zij irriteren mij grenzeloos, maar ik kan geen manier vinden om hen bij mijn deur weg te houden. . . . Zou hun storende opdringerigheid niet bij de wet verboden kunnen worden?”

De Japanners in het midden van de negentiende eeuw beschouwden de klop op hun deur door het Westen ook als „storende opdringerigheid”. In de ogen van velen van hen was alles wat met de indringers te maken had, waardeloos of zelfs schadelijk. Zoals een oosters spreekwoord luidt: „Achterdocht schept monsters in het duister.” De geestesgesteldheid van veel Japanners werd goed weergegeven in de tekeningen die zij van commodore Perry maakten. Van de ongeveer vijftig die er nog bestaan, stellen slechts twee of drie hem voor als een gewone Amerikaanse zeeofficier. Op de andere staat hij afgebeeld als een boze kabouter met een lange neus of als een monster met een bleke gelaatskleur, zoals in het geval van bovenstaande illustratie.

Maar toen hun land werd geopend, begonnen onbevooroordeelde Japanners te beseffen dat de buitenlanders geen barbaren waren. Toen sommigen die deel uitmaakten van de eerste Japanse diplomatieke missie naar de Verenigde Staten, de westerse cultuur met eigen ogen zagen, was het alsof de schellen hun van de ogen vielen. Hogere functionarissen bleven klagen over de onbeleefdheid van de Amerikanen van Japans standpunt uit bezien. Maar de jongere generatie beoordeelde de nieuwe cultuur evenwichtiger.

Een negentienjarige attaché die een hoge functionaris vergezelde, schreef later: „De meesten van de zeventig Japanse afgevaardigden op deze missie hadden een hekel aan [de Amerikanen] of haatten hen. Maar bij het zien van de werkelijke toestanden beseften sommigen van het gezelschap dat zij zich hadden vergist en betreurden zij het dergelijke gevoelens te hebben gekoesterd. Wanneer wij buitenlanders vol verachting als honden of paarden bezien en hen beledigen, zal dit alleen maar tot gevolg hebben dat wij algemeen bekend komen te staan als onbarmhartig en onrechtvaardig.” Bent u ruimdenkend genoeg om nieuwe gedachten met net zo’n onbevooroordeelde houding tegemoet te treden als die van deze jonge attaché?

Het voorbeeld van de Bereeërs

In de eerste eeuw G.T. koesterden veel joden een onredelijk vooroordeel tegen de christelijke leer. In sommige opzichten leek hun vooringenomenheid op het vooroordeel dat de in afzondering levende Japanners tegen de buitenwereld koesterden. ’Overal ondervindt het christendom tegenspraak’ beweerden de joden in het oude Rome (Handelingen 28:22). Met betrekking tot bepaalde christenen in de stad Thessaloníka riepen bevooroordeelde joden uit: „Deze mensen, die de bewoonde aarde ondersteboven hebben gekeerd, zijn nu ook hier.” — Handelingen 17:6.

Toch waren bepaalde mensen bereid hun vooroordeel aan de kant te zetten. Hoe reageerden inwoners van Beréa bijvoorbeeld op het goede nieuws dat door de apostel Paulus en zijn metgezel Silas werd gepredikt? De bijbelschrijver Lukas zei over de Bereeërs: „De laatsten . . . waren edeler van geest dan die in Thessaloníka, want zij namen het woord met de grootste bereidwilligheid des geestes aan en onderzochten dagelijks zorgvuldig de Schriften of deze dingen zo waren” (Handelingen 17:11). Bent u ’edel van geest’, zoals de Bereeërs?

Beschouw eens het geval van Masadji. Er is een tijd geweest dat hij het christendom bijzonder vijandig gezind was. Hij was als de isolationisten die tegen de openstelling van Japan gekant waren. Toen zijn vrouw, Satjiko, de bijbel begon te bestuderen, stond hij haar heftig tegen. Hij dacht er zelfs over zijn gezin te doden en zelfmoord te plegen. Wegens zijn gewelddadigheid moest zijn gezin naar het huis van Satjiko’s oudere broer in het noorden van Japan vluchten.

Ten slotte besloot Masadji zijn geest enigszins open te stellen en de religie van zijn vrouw te onderzoeken. Na wat bijbelverklarende lectuur gelezen te hebben, zag hij in dat hij veranderingen moest aanbrengen. Naarmate hij de Schrift verder bestudeerde, veranderde zijn gewelddadige houding in een houding die de vrucht van Gods geest weerspiegelde (Galaten 5:22, 23). Masadji aarzelde de vergaderingen van Jehovah’s Getuigen bij te wonen omdat hij bang was dat de Getuigen zich misschien zouden wreken wegens zijn gewelddadige optreden tegen hen. Maar toen hij ten slotte een Koninkrijkszaal bezocht, werd hij zo hartelijk verwelkomd, dat hij in tranen uitbarstte.

Ja, vooroordeel overwinnen en nieuwe ideeën onderzoeken, kan onze horizon verbreden en ons ook in andere opzichten tot voordeel strekken. Wil dit echter zeggen dat wij voor elke nieuwe gedachte die opgeld doet, moeten openstaan?

Wees selectief!

Na Japans periode van afsluiting werd het land overspoeld door nieuwe ideeën. Sommige hiervan strekten de Japanners tot voordeel, maar andere hadden zij beter kunnen missen. „In tegenstelling tot de bedoelingen van commodore Perry”, zo zei de Amerikaanse generaal Douglas MacArthur toen hij na de Tweede Wereldoorlog Japans overgave aanvaardde, „had Japan de kennis van het Westen in een instrument van onderdrukking en slavernij veranderd.” In navolging van zijn westerse mentors was Japan een handelwijze gaan volgen die het land in een reeks oorlogen stortte. Deze culmineerden in de Tweede Wereldoorlog, die eindigde nadat er twee atoombommen op Japans grondgebied waren neergeworpen.

Wat kunnen wij hieruit leren? Dat wij selectief moeten zijn in het aanvaarden van nieuwe ideeën. Wij zouden er goed aan doen de Bereeërs na te volgen, die „dagelijks zorgvuldig de Schriften [onderzochten] of deze [door Paulus onderwezen] dingen zo waren” (Handelingen 17:11). Het Griekse woord dat hier met „onderzochten” is weergegeven, betekent „een zorgvuldig en nauwkeurig onderzoek instellen, zoals in een wettelijk proces” (Word Pictures in the New Testament, door A. T. Robertson). In plaats van elke nieuwe gedachte die ons wordt voorgelegd, blindelings te aanvaarden, moeten wij een zorgvuldig en nauwkeurig onderzoek instellen, net zoals een rechter dit zou doen als hij een rechtszaak behandelt.

Als wij selectief zijn, zullen wij niet worden beïnvloed door elke kortstondige rage of door nieuwe ideeën die in werkelijkheid schadelijk zijn. Wat bijvoorbeeld de nieuwe moraal van de jaren ’60 werd genoemd, scheen sommigen een aantrekkelijk nieuw idee toe. Maar een zorgvuldig onderzoek zou aan het licht gebracht hebben dat het de schadelijke oude immoraliteit was onder een nieuwe naam. Ook in het in economisch opzicht gekwelde Duitsland van de jaren ’20 hebben velen het nazisme ongetwijfeld als een opwindend nieuw idee beschouwd, maar wat heeft het een hartverscheurende ellende veroorzaakt!

Gelukkig heeft God een maatstaf verschaft aan de hand waarvan de waarde van nieuwe ideeën getoetst kan worden, namelijk zijn geïnspireerde Woord, de bijbel. Wanneer wij de erin opgetekende richtlijnen van toepassing brengen op het gezinsleven en menselijke verhoudingen, zal dit ons helpen vele van de nieuwe ideeën te toetsen die thans te berde worden gebracht door sociologen, psychologen en anderen die beweren experts op deze terreinen te zijn (Efeziërs 5:21–6:4; Kolossenzen 3:5-14). De bijbelse raad met betrekking tot onze verhouding met God en de naaste verschaft ons een middel om veel nieuwe ideeën die thans over het onderwerp religie worden verbreid, te toetsen (Markus 12:28-31). Een nauwkeurige bijbelkennis zal ons toerusten om vast te stellen of een nieuw idee werkelijk waardevol is of niet. Wij zullen dan in staat zijn ons te ’vergewissen van alles en vast te houden aan dat wat voortreffelijk is’. — 1 Thessalonicenzen 5:21.

Jehovah’s Getuigen bezoeken hun naasten om hen aan te moedigen de bijbel te leren kennen teneinde nieuwe ideeën aldus op juiste wijze te kunnen beoordelen. De Getuigen wijzen ook op bijbelse gedachten die voor velen nieuw zijn. Hiertoe behoort de waarheid over de tijd waarin wij leven en wat de toekomst werkelijk voor de mensheid inhoudt (Matthéüs 24:3-44; 2 Timótheüs 3:1-5; Openbaring 21:3, 4). Neem dus niet een afwijzende houding aan als de Getuigen bij u aan de deur komen. Waarom zou u in plaats daarvan niet uw deur openen en luisteren naar wat zij te zeggen hebben? Sluit uw geest niet af voor ideeën die u eeuwig tot voordeel kunnen strekken.

[Illustratieverantwoording op blz. 5]

Library of Congress photo LC-USC62-7258

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen