Jezus’ leven en bediening
Naar het verlorene zoeken
JEZUS’ verlangen gaat ernaar uit degenen te zoeken en te vinden die God nederig willen dienen. Daarom gaat hij op zoek naar zulke personen en praat hij met iedereen over het Koninkrijk, ook met beruchte zondaars. Zulke personen komen nu naar hem toe om naar hem te luisteren.
Als de Farizeeën en schriftgeleerden dit zien, bekritiseren zij Jezus omdat hij met mensen omgaat die zij als onwaardig beschouwen. Zij morren: „Deze man ontvangt zondaars en eet met hen.” Dit is ver beneden hun waardigheid! De Farizeeën en schriftgeleerden behandelen het gewone volk als stof onder hun voeten. Om hun minachting voor zulke personen tot uitdrukking te brengen, gebruikten zij zelfs de Hebreeuwse uitdrukking ʽam ha·ʼaʹrets, „mensen van de aarde [het land]”.
Daar staat tegenover dat Jezus iedereen met waardigheid, vriendelijkheid en mededogen behandelt. Daarom luisteren deze nederige personen, met inbegrip van degenen die bekendstaan wegens kwaaddoen, over het algemeen graag naar hem. Maar wat valt er te zeggen over de kritiek die de Farizeeën op Jezus uitoefenen omdat hij zich inspant voor mensen die zij als onwaardig beschouwen?
Jezus reageert op hun bezwaar door een illustratie te gebruiken. Hij spreekt vanuit het standpunt van de Farizeeën zelf, dat zij rechtvaardig zijn en zich veilig in de kudde van God bevinden, terwijl de verachtelijke ʽam ha·ʼaʹrets dwalen en zich in een verloren toestand bevinden. Luister als hij vraagt:
„Welk mens onder u die honderd schapen heeft, zal, wanneer hij er één van verliest, niet de negenennegentig in de wildernis achterlaten en op zoek gaan naar het verlorene totdat hij het vindt? En als hij het heeft gevonden, legt hij het op zijn schouders en is verheugd. En thuisgekomen, roept hij zijn vrienden en zijn buren bijeen en zegt tot hen: ’Verheugt u met mij, want ik heb mijn schaap dat verloren was geraakt, gevonden.’”
Jezus vermeldt dan de toepassing van zijn verhaal door uit te leggen: „Ik zeg u dat er evenzo in de hemel meer vreugde zal zijn over één zondaar die berouw heeft dan over negenennegentig rechtvaardigen die geen berouw nodig hebben.”
De Farizeeën vinden dat zij rechtvaardig zijn en geen berouw nodig hebben. Toen sommigen van hen enkele jaren voordien kritiek op Jezus uitoefenden omdat hij met belastinginners en zondaars at, zei hij tot hen: „Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen te roepen, maar zondaars.” De zelfrechtvaardige Farizeeën, die niet inzien dat zij berouw moeten hebben, veroorzaken geen vreugde in de hemel. Werkelijk berouwvolle zondaars echter wel.
Om het punt dat het herstel van verloren zondaars een reden tot grote vreugde is, extra sterk te doen uitkomen, vertelt Jezus nog een illustratie. Hij zegt: „Welke vrouw die tien geldstukken van een drachme heeft en één geldstuk van een drachme verliest, steekt niet een lamp aan en veegt haar huis en zoekt zorgvuldig totdat zij het vindt? En als zij het heeft gevonden, roept zij haar vriendinnen en buurvrouwen bijeen en zegt: ’Verheugt u met mij, want ik heb het geldstuk van een drachme dat ik had verloren, gevonden.’”
Jezus geeft dan een soortgelijke toepassing door te zeggen: „Zo, zeg ik u, ontstaat er vreugde bij de engelen van God over één zondaar die berouw heeft.”
Wat is deze liefdevolle bezorgdheid van Gods engelen voor het herstel van verloren zondaars opmerkelijk! En vooral omdat deze eens nederige, verachte ʽam ha·ʼaʹrets uiteindelijk in aanmerking komen voor het voorrecht deel uit te maken van Gods hemelse koninkrijk. Dientengevolge verwerven zij een positie in de hemel die hoger is dan die van de engelen zelf! Maar in plaats van jaloers te zijn of zich gepasseerd te voelen, erkennen de engelen nederig dat deze zondige mensen situaties in het leven hebben meegemaakt en overwonnen die hen zullen toerusten om als meevoelende en barmhartige hemelse koningen en priesters dienst te doen. Lukas 15:1-10; Matthéüs 9:13; 1 Korinthiërs 6:2, 3; Openbaring 20:6.
◆ Waarom gaat Jezus met beruchte zondaars om, en welke kritiek van de Farizeeën lokt dit uit?
◆ Hoe bezien de Farizeeën het gewone volk?
◆ Welke illustraties gebruikt Jezus, en wat kunnen wij eruit leren?
◆ Waarom is de vreugde van de engelen opmerkelijk?