Evangeliepredikers halen een wereldomvattende oogst binnen
„Naarmate elke tik van de klok ons dichter bij Armageddon brengt, voeren de Jehovah’s Getuigen hun activiteiten op om nog zo veel mogelijk van ons van die gevreesde vernietiging te redden.” — Redactioneel artikel door Ian Boyne in „The Sunday Gleaner”, 15 maart 1987, Kingston (Jamaica).
DE HIERBOVEN aangehaalde schrijver heeft het bij het rechte eind. Jehovah’s Getuigen geloven dat Armageddon, wanneer God de goddelozen zal vernietigen, nabij is en dat de mensheid in een tijd van goddelijk oordeel leeft (Openbaring 14:6, 7). Daarom is het noodzakelijk dat de mensen acht slaan op de boodschap van het goede nieuws. Jezus Christus, de grootste menselijke evangelieprediker die ooit heeft geleefd, heeft een organisatie in het leven geroepen die in de eerste eeuw „tot aan het einde der aarde” evangeliseerde (Handelingen 1:8, Petrus-Canisiusvertaling; Kolossenzen 1:23). Hij voorzei een soortgelijk evangelisatiewerk voor onze tijd (Matthéüs 24:14). De organisatie die dit werk thans verricht, bestaat uit Jehovah’s Getuigen, die, gedreven door een gevoel van dringendheid, het goede nieuws van Gods koninkrijk in 210 landen en gebieden prediken.
Jehovah’s Getuigen zijn echter meer dan een predikingsorganisatie. Zij onderwijzen ook. Jezus gaf zijn volgelingen de opdracht: „Maakt discipelen van mensen uit alle natiën . . . en leert hun onderhouden alles wat ik u geboden heb” (Matthéüs 28:19, 20). Wij zouden u graag aan enkele personen willen voorstellen die voordeel hebben getrokken van hun predikings- en onderwijzingswerk.
Mexico
Maak eens kennis met Virginia. Zij is 110 jaar en wil u graag vertellen dat „het nooit te laat is om Jehovah te leren kennen en hem te gaan dienen”. Als jonge vrouw was zij zo vroom dat zij vier jaar lang speciale religieuze kleding droeg. „Maar er ontbrak iets”, zegt zij. Nergens kon zij bevredigende antwoorden verkrijgen op haar bijbelse vragen. Toen zij de voorgangers in haar kerk bijvoorbeeld vroeg: „Wat is Gods naam?” antwoordden zij: „Gods naam is God.”
Maar in 1983 veranderde de situatie toen haar kleindochter de bijbel met Jehovah’s Getuigen begon te bestuderen. De kleindochter beantwoordde Virginia’s vraag door te zeggen dat Gods naam Jehovah is (Psalm 83:18). Dit bracht Virginia ertoe haar eigen bijbelstudie met de Getuigen te hebben. Twee jaar later, op 2 juni 1985, werd zij op 108-jarige leeftijd gedoopt.
„Ik heb dierbare herinneringen aan die datum”, zegt zij, „omdat ik op die dag begon te leven. Op mijn leeftijd predik ik vijf tot zes uur per maand en maak bij het lopen gebruik van een stok ter ondersteuning. Ik loop liever dan dat ik met een auto ga. Op deze wijze blijf ik lichamelijk fit.”
India
„Ik was de rouwdouw van de buurt en een nietsnut”, zegt een man die een slaaf was van vele ondeugden. „Ik smokkelde drugs, speelde mutka (een gokspel) en rookte gratis sigaretten die mijn clandestiene klanten maar al te graag leverden. Bovendien was er nog de alcohol, en dit alles ondanks het feit dat ik een actief kerklidmaat was.” Maar toen een van Jehovah’s Getuigen bij hem aan de deur kwam en hij de bijbel begon te bestuderen en de erin vervatte raad begon toe te passen, veranderde zijn leven (Spreuken 2:1-22; 2 Timótheüs 3:16). Nu helpen hij, zijn vrouw en zijn twee dochters anderen zich van zulke ondeugden te ontdoen.
België
Een jong echtpaar raakte bitter vertoornd op God. Waarom? Hun eerste kind, een dochtertje, stierf tien dagen na de geboorte. Hun tweede kind werd kreupel geboren. En hun derde, die sterk en gezond leek, stierf onverwacht als baby van vijf maanden. De moeder kon niet aanvaarden dat een liefdevolle God toeliet dat zij door zulke tragedies werden getroffen terwijl zoveel mensen die een immoreel leven leiden, gezonde kinderen hebben.
Kort daarna predikte een van Jehovah’s Getuigen in de buurt van huis tot huis en kwam bij haar aan de deur. Toen de Getuige over Gods beloften van een gelukkige toekomst voor de mensheid sprak, kwam de vrouw in opstand tegen de gedachte dat God een liefdevolle hemelse Vader is (Psalm 37:10, 11). Maar zij stemde er wel in toe wat bijbelverklarende lectuur te nemen. Geleidelijk aan, na herhaalde bezoeken van de Getuige, maakte de bijbelse boodschap van goed nieuws haar hart zachter en werd haar vertrouwen in God sterker. Nu bezitten zowel zij als haar man de krachtige hoop dat Jehovah in het toekomstige aardse Paradijs niet alleen hun kreupele jongen zal genezen, maar ook hun twee andere kinderen zal opwekken. — Johannes 5:28, 29; Openbaring 21:1-4.
Portugal
Op een zondagmorgen stopte een dame die met een tas vol levensmiddelen liep, om met een echtpaar te praten. Dit was de eerste maar niet de laatste keer dat zij elkaar zouden ontmoeten. Het echtpaar, Jehovah’s Getuigen, was bezig met de evangelieprediking. Zij prezen de vrouw dat zij in de stoffelijke behoeften van haar gezin voorzag. Maar wie, zo vroegen zij, kan in de behoeften van de mensheid voorzien? Zij beantwoordden de vraag zelf door te zeggen dat God dit kan (Psalm 107:8, 9; Jesaja 33:24). „Heeft hij een oplossing voor mijn probleem?” vroeg de dame zich hardop af. De Getuigen antwoordden bevestigend en werden bij haar thuis uitgenodigd, waar een bijbelstudie werd begonnen. Haar man, die in de houding van zijn vrouw veranderingen ten goede opmerkte, ging meedoen met de bijbelstudie en bracht in korte tijd eveneens veranderingen in zijn levensstijl aan.
Later vertelde de dame de Getuigen dat zij voordat zij die zondagochtend met hen gesproken had, tweemaal een zelfmoordpoging had gedaan. Zij was toen heel erg overstuur omdat zij en haar man hadden besloten uiteen te gaan. Nu maken zij, haar man en hun kinderen echter verenigd vorderingen in het verwerven van meer kennis van het goede nieuws.
Thailand
Bijna haar hele leven lang werd een vrouw, die in het noordelijke deel van dit land woont, door demonen lastig gevallen. Toen zij een van Jehovah’s Getuigen ontmoette die met het predikingswerk bezig was, nam zij wat bijbelverklarende lectuur en aanvaardde een huisbijbelstudie. Na twee maanden te hebben gestudeerd, begon zij de schriftuurlijke redenen te begrijpen waarom zij alle voorwerpen van valse aanbidding, zoals afgoden, uit haar huis moest verwijderen en haar geestenhuis, waaraan zij zoveel waarde had gehecht en dat was gebouwd om haar gezin tegen boze geesten te beschermen, moest afbreken (Handelingen 19:19; 1 Korinthiërs 10:21; 1 Johannes 5:21). Nu wordt zij niet langer door demonen aangevallen en kan zij zich erop concentreren anderen te helpen meer over de ene ware God, Jehovah, te vernemen.
Kenia
Toen een bendeleider te horen kreeg dat hij als zo gevaarlijk werd beschouwd dat de politie het bevel had gekregen hem op het eerste gezicht neer te schieten, schudde hij dit met een lach van zich af. Kort hierna verliep een van de door zijn bende gepleegde roofovervallen echter niet volgens plan. Hij kwam alleen te staan, omringd door een woedende menigte die hem wilde lynchen. Op dat moment kwam de politie hem te hulp, trok hem weg en sloot hem, in afwachting van het gerechtelijke onderzoek, in de gevangenis op.
Zijn advocaat gaf hem advies omtrent verscheidene tactieken die hij kon volgen om schuld te ontkennen. Maar in de gevangeniscel herinnerde hij zich de bezoeken die een van Jehovah’s Getuigen jaren voordien bij hem had gebracht. Hij begon zijn wetteloze handelwijze te betreuren en bad tot God om hulp. Ja, hij riep Jehovah bij zijn naam aan. (Vergelijk Handelingen 10:1, 2.) Tot verbazing van de rechter gaf hij zijn schuld voor de rechtbank toe. Daarom legde de rechter hem een betrekkelijk milde straf op; in plaats van de doodstraf kreeg hij tien jaar in een zwaar bewaakte gevangenis.
Toen hij achter de tralies zat, las hij ijverig bijbelverklarende lectuur en bad hij herhaaldelijk tot God, terwijl hij vroeg of zijn gevangenisstraf mogelijkerwijs verkort kon worden zodat hij Hem kon dienen. Onverwacht werd hem meegedeeld dat zijn straftijd was gehalveerd. Na vijf jaar vastgezeten te hebben, werd hij dan ook vrijgelaten, en onmiddellijk begon hij de bijbel met Jehovah’s Getuigen te bestuderen. Kort daarna werd hij gedoopt, en nu heeft hij zich de volle-tijdevangelieprediking ten doel gesteld.
Bovenstaande ervaringen zijn slechts enkele voorbeelden van de wijze waarop Jehovah’s Getuigen zich kwijten van hun opdracht en verplichting om het evangelie „tot aan het einde der aarde” te prediken. Deze ervaringen zouden verduizendvoudigd kunnen worden. Twijfelt u er dan nog aan of Jehovah’s Getuigen thans de ware evangeliepredikers zijn?