Inzicht in het nieuws
AIDS — De prijs betalen
Volgens een schatting van de Amerikaanse Centra voor Ziektebestrijding bedragen de gemiddelde ziekenhuiskosten voor een AIDS-patiënt per dag $830 — tweemaal zoveel als voor andere patiënten. En deskundigen schatten dat de totale behandelingskosten voor elke patiënt gemiddeld wel meer dan $100.000 zouden kunnen bedragen. Dit en een explosieve groei in het aantal AIDS-patiënten dat zich voor behandeling meldt, baart zorgen bij ziekenhuis- en verzekeringsfunctionarissen.
De Amerikaanse ziekenhuisvereniging noemt de snelle verbreiding van AIDS een „tijdbom” voor de ziekenhuizen van de natie, aangezien de kosten binnenkort jaarlijks miljarden dollars zullen belopen. Een functionaris uit het levensverzekeringsbedrijf waarschuwde: „Ik zie het als mogelijk het grootste financiële risico waarmee de ziekenfondsen en levensverzekeringen in dit land ooit zijn geconfronteerd.” Wie zal de enorme financiële lasten dragen?
Veel AIDS-slachtoffers zijn homoseksuelen en drugverslaafden, die de ziekte hebben opgelopen door hun eigen genotzuchtige levensstijl. Maar niet zij zullen er financieel voor hoeven opdraaien. Integendeel, regerings- en verzekeringsfunctionarissen geven te kennen dat polishouders en belastingbetalers door middel van hogere premies gedwongen zullen worden de lasten te dragen. Bovendien „zullen het onderwijs, de openbare veiligheid en andere belangrijke voorzieningen eronder te lijden hebben”, merkte een hoofdartikel in de New York Post op.
Vroeger hebben AIDS-slachtoffers die de ziekte als gevolg van hun levensstijl hebben opgelopen misschien de spot gedreven met de bijbelse moraal, om de wijze waarop zij hun eigen verlangens bevredigden te rechtvaardigen. Hoeveel pijn voor henzelf en kosten voor anderen hadden zij kunnen besparen! Voor zulke personen is het echter misschien nog niet te laat om zich nu te richten naar de bijbelse geïnspireerde morele maatstaven, die afkomstig zijn van ’Degene die u leert uzelf baat te verschaffen, Degene die u doet treden op de weg die gij dient te bewandelen’. — Jesaja 48:17.
Vrede en veiligheid — binnenkort?
Een zeer bekende inscriptie in de muur op de United Nations Plaza luidt: „Zij zullen hun zwaarden tot ploegscharen slaan. En hun speren tot snoeimessen. Natie zal tegen natie geen zwaard opheffen. Ook zullen zij de oorlog niet meer leren.” In de hoop met succes te kunnen werken aan de vervulling van die profetische woorden, hebben de Verenigde Naties 1986 tot het „Internationale Jaar van de Vrede” uitgeroepen. Is er reden om te geloven dat de VN zullen slagen in het doel waartoe ze zich uitdrukkelijk hebben verplicht door zichzelf op te werpen als de behoeder van „internationale vrede en veiligheid”?
Welke bijdragen de VN ook mogen leveren tot de te verwachten uitroep van „vrede en veiligheid”, iedere vrede van menselijke makelij rust beslist op een explosief fundament (1 Thessalonicenzen 5:3). De kosten die de wereld jaarlijks besteedt aan het militaire apparaat naderen thans naar schatting een biljoen dollar. De kosten die er sedert de Tweede Wereldoorlog, de conventionele wapens nog buiten beschouwing gelaten, zijn besteed aan het aanleggen van nucleaire wapenvoorraden, zijn geschat op drie tot vier biljoen dollar — nauwelijks wat men zou verwachten op het moment dat de VN oproepen tot het intensief bevorderen van vrede en veiligheid in de wereld! Volgens Vernon Walters, de Amerikaanse ambassadeur bij de Verenigde Naties, is het zelfs zo dat „de Verenigde Naties zijn afgedwaald van hun rol als instituut voor het oplossen van conflicten” en vernietigen ze daarmee de hoop van degenen die geloofden dat „de VN meer zouden doen aan het oplossen van conflicten dan ze tot nu toe hadden gedaan”.
Niettemin zullen de eerder aangehaalde woorden van Jesaja 2:4 die daar op de inscriptie staan, in vervulling gaan — maar noch in 1986, noch op enig ander tijdstip zal dat het gevolg zijn van de inspanningen van een door mensen in het leven geroepen organisatie. Ware vrede en zekerheid zullen daarentegen weldra tot stand worden gebracht door een hemelse regering, die onzichtbaar wordt geleid door de ware „Vredevorst”. — Jesaja 9:6, 7.
Nucleaire wraakoefening — Gods wraak?
Zou het gebruik van kernwapens gerechtvaardigd zijn als reactie op een nucleaire aanval? Ja, zegt de Free Church of Scotland in een recente uitgave van hun kerkblad, The Monthly Record. Het artikel verklaarde dat een dergelijke wraakoefening uiteindelijk een „rechtmatige expressie van Gods gramschap” zou kunnen blijken te zijn op grond van „de goddelijke opdracht gramschap tot uitdrukking te brengen jegens het kwaad”. De Record beweert tevens dat hun getuigenis de verkondiging van Gods oordeel inhoudt over „die natie . . . die de eerste aanval in een nucleaire oorlog uitvoert”.
Dat er een „dag der wraak van de zijde van onze God” zal zijn, staat vast (Jesaja 61:1, 2). Maar Gods wraak op de militaire natiën zal tot uitdrukking worden gebracht op de tijd en wijze die hij verkiest. Niet de gramschap van aardse natiën, maar Gods gramschap zal „verderven die de aarde verderven”. Hoe? Doordat hij de „Koning der koningen”, de Heer Jezus Christus, uitzendt ’om te oordelen en oorlog te voeren in rechtvaardigheid’. Door middel van zijn hemelse koninkrijk, dat ’al deze koninkrijken zal verbrijzelen en er een eind aan zal maken’. — Openbaring 11:18; 19:11-21; Daniël 2:44.