Kan een door mensen bedachte religie werkelijk bevrediging schenken?
ER ZIJN ongeveer 450.000.000 aanhangers van het hindoeïsme. De hindoefilosoof Dr. S. Radhakrishnan zegt: „Religie is niet zozeer een openbaring die wij in geloof kunnen ontvangen als wel een poging om de diepste lagen van het wezen van de mens te ontsluieren.” Hij voegt eraan toe: „De mens is zonder enige twijfel de maat van alle dingen.”
Er is geen centraal lichaam waardoor de hindoegelovigen worden bestuurd en evenmin bestaat er een voorgeschreven vorm van aanbidding. Er is geen bepaald boek, zoals de bijbel, dat de bron van hun geloofsovertuigingen is. Door de eeuwen heen is er een grote verscheidenheid aan hindoeliteratuur verschenen en er hebben zich zes verschillende scholen van hindoefilosofie ontwikkeld: Nyaya (analytisch redeneren), Vaisheshika (kennis van de fysica), Sank(h)ya (synthese van elementen), Yoga (vereniging met de godheid), Mimansa (onderzoek) en Vedanta (vervulling van de Veda’s).
Deze filosofieën zijn door een aantal hindoeleraren in verschillende tijden en fasen van de geschiedenis ontwikkeld en elk van deze filosofieën benadert de aanbidding op een andere wijze. Nyaya bijvoorbeeld gebruikt ingewikkelde systemen van logisch denken om het bestaan van God door gevolgtrekking te bewijzen (bijvoorbeeld het bestaan van wind afleiden uit het geritsel van bomen).
Het is duidelijk dat deze benadering tot op zekere hoogte zinvol is, aangezien de bijbel in dezelfde geest zegt: „Want zijn onzichtbare hoedanigheden worden van de schepping der wereld af duidelijk gezien, omdat ze worden waargenomen door middel van de dingen die gemaakt zijn, ja, zijn eeuwige kracht en Godheid” (Romeinen 1:20). Kunt u echter door een systeem van logisch denken de Schepper werkelijk leren kennen? Kan zo’n systeem zijn naam onthullen? Of kan het een verklaring geven voor de oorsprong van het universum of uitleggen waarom kwaad en lijden worden toegelaten? Kan het u een bevredigende hoop voor de toekomst schenken? Laten wij eens zien welke religie de meest bevredigende antwoorden op deze vragen geeft — een religie van geopenbaarde waarheden of een door mensen bedachte religie.
Menselijke leringen contra de bijbel
De hindoes hebben diep nagedacht over de natuur van de Godheid. De Vedanta-filosofie bijvoorbeeld baseert haar ideeën op de religieuze geschriften die de Upanishads worden genoemd. Deze geschriften verdiepen zich in de natuur van de Godheid en de verhouding tussen de Godheid en de mensen.
De bijbel munt echter uit in het verschaffen van inzicht omtrent God, en doet dat duidelijk en consequent. God wordt geïdentificeerd als de Schepper van alle dingen (Openbaring 4:11). Maar hij wordt niet afgeschilderd als een of andere naamloze kracht. „Dat zij de naam van Jehovah loven, want zijn naam alleen is onbereikbaar hoog. Zijn waardigheid gaat aarde en hemel te boven”, zegt de bijbel in Psalm 148:13. Hij wordt beschreven als „een God barmhartig en goedgunstig, langzaam tot toorn en overvloedig in liefderijke goedheid en waarheid” (Exodus 34:6). Hij nodigt zelfs onvolmaakte mensen uit hem te leren kennen en een relatie met hem aan te gaan! (Psalm 34:8) Is wat de bijbel over God zegt niet veel bevredigender dan verwarrende filosofische beschouwingen?
De Upanishads verdiepen zich ook in de aard van de menselijke ziel. De bijbel verklaart echter duidelijk: „Jehovah God ging ertoe over de mens te vormen uit stof van de aardbodem en in zijn neusgaten de levensadem te blazen, en de mens werd een levende ziel” (Genesis 2:7). De mens is dus een ziel — en niet de bezitter van een schimmig soort geest die verscheidene reïncarnaties doormaakt. Ook is deze ziel niet onsterfelijk. De bijbel zegt: „De ziel die zondigt, díe zal sterven.” — Ezechiël 18:4.
De Upanishads vorsen naar de aard van het „zelf” en het „ego”. Maar alleen de bijbel geeft de sleutel waarmee wij de mens kunnen begrijpen. In de bijbel wordt namelijk onthuld dat de mens van nature zondig is. „Want allen hebben gezondigd en bereiken niet de heerlijkheid Gods” (Romeinen 3:23). Bijgevolg moet de mens een voortdurende strijd voeren tegen verkeerde impulsen. — Romeinen 7:20, 25.
De Upanishads houden zich intensief bezig met kwesties betreffende de realiteit van kwaad en vergelding. De bijbel zegt echter duidelijk dat de goddeloosheid hier op aarde het gevolg is van het feit dat de mens voor een onafhankelijke levenswandel heeft gekozen. „Zie! Slechts dit heb ik gevonden, dat de ware God de mensheid oprecht heeft gemaakt, maar zijzelf hebben veel plannen bedacht” (Prediker 7:29). Ter zake van de uiteindelijke vergelding voor het kwaad zegt de Schrift: „En hij zal een ieder vergelden naar zijn werken: eeuwig leven aan hen die . . . heerlijkheid en eer . . . zoeken; hun echter die twistziek zijn en die ongehoorzaam aan de waarheid maar gehoorzaam aan onrechtvaardigheid zijn, wacht gramschap en toorn . . . Want er is bij God geen partijdigheid.” — Romeinen 2:6-9, 11.
En terwijl de Upanishads zich grote moeite geven om het pad der redding te verklaren, zegt de bijbel eenvoudig: „Redding behoort Jehovah toe” (Psalm 3:8). Zij die Jehovah’s weg volgen, krijgen de belofte: „De rechtvaardigen, díe zullen de aarde bezitten, en zij zullen er eeuwig op verblijven.” — Psalm 37:29.
De bijbel verschaft eenvoudige, onopgesmukte, begrijpelijke antwoorden op vragen waarmee menselijke bespiegelaars geen raad weten. Geen filosoof had deze antwoorden zelf kunnen bedenken.
De bijbel — Een van God afkomstige openbaring?
Betekent dit echter noodzakelijkerwijs dat u de bijbel kunt vertrouwen als een van God afkomstige openbaring? Er zijn veel redenen waarom u dat inderdaad kunt.
Om te beginnen is het niet meer dan redelijk om aan te nemen dat God zich op een of andere manier aan de mens zou openbaren. Wat zou u vinden van een man die kinderen verwekt maar dan wegloopt en hen in de steek laat? En als zo’n man zijn kinderen zou achterlaten in volstrekte onwetendheid over hemzelf, en hun niet eens zijn naam zou meegeven? Zou u niet diep verontwaardigd zijn over zo iemand? Is het dan niet alleen maar redelijk de conclusie te trekken dat een liefdevolle Schepper zich op een of andere manier aan zijn aardse kinderen zou openbaren?
’Maar waarom zou hij dat via een boek doen’, vraagt u zich misschien af. ’Zou een Almachtige God niet iets dramatischers gebruiken — een stem uit de hemel of iets dergelijks?’ God heeft inderdaad bij verschillende gelegenheden vanuit de hemel gesproken, bijvoorbeeld toen hij de Tien Geboden gaf. Bij die gelegenheid joegen de ontzagwekkende natuurverschijnselen die zich voordeden het volk zoveel angst aan, dat zij Mozes smeekten: „Laat God niet met ons spreken, opdat wij niet sterven.” Daarom bleven zij op een afstand staan, terwijl Jehovah tot Mozes sprak (Exodus 20:18-22).a Maar zelfs Mozes had die door God gesproken woorden kunnen vergeten. Jehovah verkoos daarom in zijn wijsheid, zijn woorden door Mozes en later door andere getrouwe mannen op schrift te laten stellen (Exodus 34:28). Aldus kunnen mensen Gods gedachten op hun gemak lezen. Zij kunnen bestuderen wat God te zeggen heeft en erover nadenken en mediteren. — Zie Jozua 1:8; ook 1 Timótheüs 4:15.
Zeker, de bijbel werd door mensen geschreven, even zeker als de hindoegeschriften door mensen geschreven zijn. Maar de mannen die de bijbel schreven, stonden onder invloed van Gods heilige geest (2 Petrus 1:21). Hun geschriften waren geen louter filosofische overpeinzingen. En de bijbel vertoont de kenmerken van Gods leiding. Is er een andere verklaring dan Gods leiding voor het feit dat de bijbel nauwkeurig de volgorde vertelt waarin het leven op aarde is verschenen? (Genesis hoofdstuk 1) Is er een andere verklaring dan Gods leiding voor het feit dat de bijbel meer dan 2700 jaar geleden niet alleen met grote nauwkeurigheid opmerkte dat de aarde rond is, maar ook dat ze opgehangen is „aan niets”? (Job 26:7; Jesaja 40:22) Is er een andere verklaring dan goddelijke leiding voor de onfeilbare nauwkeurigheid van bijbelse profetieën, zoals die in Jesaja 44:28, waar de Perzische veroveraar Cyrus de Grote zo’n 130 jaar voor zijn geboorte met name werd genoemd? Had een mens 2500 jaar geleden kunnen voorzeggen dat zich de twee grote wedijverende machtsblokken zouden ontwikkelen die in deze tijd het wereldtoneel beheersen? — Daniël 11:27, 36-40.
Er zijn dus gegronde redenen om in de bijbel als een openbaring van Gods wil te geloven. Wij nodigen u uit onbevooroordeeld te onderzoeken wat de bijbel te zeggen heeft. Jehovah’s Getuigen helpen u daar graag bij. Op die manier zal uw aanbidding niet een zinloos najagen van menselijke wijsheid zijn (Matthéüs 15:9). Ook zult u niet, zoals de Samaritanen uit de oudheid, aanbidden „wat gij niet kent” (Johannes 4:22). Ja, met de hulp van Gods geest kunt u zelfs „de diepe dingen Gods” te weten komen (1 Korinthiërs 2:10). Want „indien gij hem zoekt, zal hij zich door u laten vinden”. — 2 Kronieken 15:2.
[Voetnoten]
a Zie ook Exodus 33:11; Matthéüs 3:17; 17:5; Johannes 12:28.
[Illustratie op blz. 5]
Er zijn miljoenen aanhangers van door mensen bedachte religies, maar hebben deze een bevredigend antwoord gegeven op vragen over God?
[Illustratie op blz. 6]
De bijbel zei niet alleen dat de aarde rond is, maar ook dat ze „aan niets” hangt. Pleit dit niet voor goddelijke inspiratie?