Inzicht in het nieuws
Nationale belastingfraude
De Amerikaanse Fiscale Dienst maakte bekend dat indien gedurende het belastingjaar dat op 15 april vorig jaar eindigde, alle belastingen die men op grond van door de wet bepaalde inkomsten verschuldigd was, eerlijk waren betaald, dit de fiscus $87,2 miljard extra zou hebben opgeleverd. Dat zou bijna voldoende zijn geweest om het nijpende federale begrotingstekort, dat ongeveer $100 miljard bedraagt, op te heffen. Het grootste gedeelte van de niet ontvangen belastingen, $83,3 miljard, had betaald moeten worden door particulieren die een te laag inkomen en te hoge aftrekposten hadden opgegeven. De fiscale dienst schatte dat illegale zaken — prostitutie, gokken en drugs — de regering mogelijk op een belasting tekort van nog eens $10 miljard kwamen te staan.
Dat mensen (met inbegrip van heel wat vooraanstaande religieuze leiders) in een land waar driekwart van de bevolking christelijk beweert te zijn, zich aan een dergelijke enorme belastingfraude schuldig maken, vormt een duidelijke aanwijzing dat de meesten van hen „een vorm van godvruchtige toewijding hebben, maar de kracht ervan niet blijken te bezitten” (2 Tim. 3:5). De bijbel zet duidelijk uiteen dat er voor christenen „een dwingende reden” bestaat om „aan allen [te geven] wat hun toekomt, aan hem die vraagt om de belasting, de belasting”. Wat is die reden? „Niet alleen vanwege die gramschap, maar ook vanwege uw geweten” (Rom. 13:5, 7). In plaats dat ware christenen dus zwichten voor de verleiding om bedrog te plegen, volgen zij gewetensvol Jezus’ leiding: „Betaalt caesar daarom terug wat van caesar . . . is.” — Matth. 22:21.
Het toenemende getij van het atheïsme
Volgens de zojuist uitgegeven, uit 1010 bladzijden bestaande World Christian Encyclopedia heeft de toestand van de religies der wereld sinds het begin van de eeuwwisseling drastische veranderingen ondergaan. Destijds maakten de kerken van de christenheid — katholiek, protestants en orthodox — er aanspraak op 34,4 procent van de wereldbevolking te vertegenwoordigen, terwijl het percentage dat het atheïsme aanhing, slechts 0,2 bedroeg. Dat leidde tot het optimistische doel van „de evangelisatie van de wereld in deze generatie”.
Hoe is de situatie 80 jaar later? De publikatie toont aan dat terwijl de christenheid tot 32,8 procent is teruggelopen, het atheïsme zo is toegenomen dat het 20,8 procent van de wereldbevolking uitmaakt. Indien de wereldevangelisatie van de christenheid zou moeten afhangen, zou deze kennelijk nooit worden verwezenlijkt.
Wat er nu gebeurt, vormt daarentegen in werkelijkheid een vervulling van de bijbelse profetieën met betrekking tot Babylon de Grote, het wereldrijk van valse religie: „Ze is gevallen! Babylon de grote is gevallen.” De ware aanbidders van God moeten acht slaan op de verdere woorden van de profetie: „Gaat uit van haar, mijn volk, indien gij niet met haar in haar zonden wilt delen, en indien gij geen deel van haar plagen wilt ontvangen.” — Openb. 14:8; 18:4.
Tegenstellingen in de psychologie
In een recente uitgave van Psychology Today werd vermeld wat elf van „de beste autoriteiten op dit terrein” als „het belangrijkste werk” beschouwden dat in de afgelopen vijftien jaar „op het gebied van de psychologie” was verschenen. Het wetenschappelijke, achttien bladzijden beslaande artikel bracht The New York Times ertoe een redactioneel artikel te publiceren waarin onder andere stond:
„De 11 Beste Autoriteiten op het gebied van de psychologie zijn het in bijna niets met elkaar eens. . . . Verscheidene medewerkers vermelden eigen experimenten. Welnu, als zij een dergelijke mening zijn toegedaan, bestaat er geen behoefte aan valse bescheidenheid. Maar geen van dergelijke werken wordt door een andere Beste Autoriteit aangehaald, behalve om er kritiek op te leveren; iedereen verkondigt zijn eigen lof, hetgeen een opvallende afwezigheid van harmonie tot gevolg heeft.
Dat de 11 psychologen op bijna geen enkel punt overeenkomst kunnen bereiken, wijst op een ernstig probleem in hun academische tak van wetenschap. . . . Kan de psychologie als wetenschap serieus worden genomen als zelfs haar leidinggevende beoefenaars geen overeenkomst kunnen bereiken over de recente vorderingen die op dit terrein zijn gemaakt?”
De apostel Paulus had juist deze soort van tegenstrijdige en hoogmoedige pseudo-kennis in gedachten toen hij Timótheüs de raad gaf zich hiertegen te wapenen: „Heb niets te maken met de zinloze filosofische discussies en tegenstrijdige opvattingen van de ’kennis’ die in het geheel geen kennis is.” — 1 Tim. 6:20, Jerusalem Bible.