„Goddelijke soevereiniteit”-congressen tonen realiteit van Koninkrijksheerschappij
NOG nooit in de gehele geschiedenis zijn mensen in staat geweest een regering op te richten waardoor de gehele mensheid werd verenigd en die iedereen tot voordeel strekte. Dit treedt in onze tijd duidelijker aan het licht dan ooit tevoren. Herhaaldelijk blijven regeringen in gebreke nationale problemen op te lossen, met het gevolg dat zulke regeringen omvergeworpen worden. Dit is gedurende de afgelopen jaren steeds vaker voorgekomen.
Ook al blijft het bestuur van mensen duidelijk in gebreke, toch kan dit niet van Gods bestuur gezegd worden! Hij heeft zich voorgenomen de aarde te bevrijden van alle huidige onbevredigende regeringen en deze te vervangen door zijn hemelse koninkrijk onder Christus (Dan. 2:44; Matth. 6:9, 10). Onder de heerschappij van die ene regering voor de mensheid zullen alle volken in een onverbrekelijke band van liefde, vrede en zekerheid worden verenigd. En dit voornemen van God beweegt zich thans op een onweerstaanbare wijze voorwaarts!
Welk bewijs is er dat Gods hemelse regering in onze tijd een realiteit is? Eén bewijs is het feit dat meer dan twee miljoen mensen bereidwillige onderdanen van dat regerende koninkrijk zijn geworden. Zij aanvaarden Gods soevereiniteit, de heerschappij van God, in hun leven. Zij gehoorzamen de wetten en beginselen van die hemelse regering en oogsten de voordelen hiervan. Er is dus reeds een verenigd volk over de gehele wereld dat één regering over zich heeft en zich aan Gods soevereiniteit onderwerpt.
Dat deze mensen onderworpen zijn aan goddelijke soevereiniteit en de Koninkrijksheerschappij een realiteit is, blijkt duidelijk uit wat zij met hun leven doen. Het geloof en het gedrag dat zij op hun grote, jaarlijkse congressen ten toon spreiden, verschaffen hier een voorbeeld van. Ook in het afgelopen jaar zijn honderdduizenden getuigen van Jehovah over de gehele aarde bijeengekomen op de „Goddelijke soevereiniteit”-districtsvergaderingen. Alleen al in de Verenigde Staten werden er in verscheidene steden achtennegentig van deze congressen gehouden, terwijl bijna één miljoen personen aanwezig waren.
Op deze congressen werd het zichtbare bewijs geleverd welk een heilzame uitwerking het op het leven van mensen heeft wanneer zij zich aan goddelijke soevereiniteit onderwerpen. Hierdoor werd kracht verleend aan de belofte van Gods Woord dat mensen van alle verschillende nationaliteiten en beschavingen thans reeds — nog voordat zijn nieuwe ordening de oude ordening volledig heeft vervangen — door de Koninkrijksheerschappij verenigd zouden worden. — Jes. 2:2-4.
Een belangrijke factor in het verenigen van mensen onder Jehovah’s Koninkrijksheerschappij, is het uniforme onderricht en de eensluidende raad die zij te allen tijde ontvangen. Dit trad op de congressen aan het licht doordat het programma, met zijn lezingen, bijbelse drama’s en demonstraties, over de gehele aarde hetzelfde was. Gods dienstknechten over de gehele wereld ontvangen dus hetzelfde bijbelse onderricht — een enorme kracht tot eenwording.
HET CONGRESTHEMA STERK BELICHT
Op de eerste dag van de congressen werd het thema sterk belicht in de lezing „God de Soeverein van ons leven laten zijn”. De sprekers toonden aan dat wij moeten beslissen wie wij willen dienen. En onze keuze betekent leven of dood, aangezien Jehovah’s soevereiniteit zal zegevieren. Alle andere heerschappijen zullen voor hem moeten buigen. De regeringen die dit weigeren, zullen volledig worden verpletterd.
Dit thema van Jehovah’s soevereiniteit trad gedurende het gehele congres op de voorgrond en werd ook sterk belicht in de openbare lezing „Eén wereld, één regering, onder Gods soevereiniteit”, die op de laatste dag werd gehouden. De sprekers merkten op dat nationalisme de mensheid altijd al heeft verdeeld en dat geen enkele menselijke regering dit euvel ooit heeft overwonnen. Als gevolg hiervan bevindt het mensengeslacht zich op de rand van de ondergang.
Wat ontbreekt er aan alle politieke pogingen om het mensengeslacht te verenigen? De sprekers merkten op dat dit „de onzelfzuchtige samenwerking [is] met Degene die vele natiën beweren te aanbidden”, Jehovah God. Zonder die samenwerking kan er nooit één wereld onder één regering zijn. En aangezien geen van de politieke natiën met God samenwerkt, zouden de thans met elkaar wedijverende nationale groepen nooit één wereld onder één regering tot stand kunnen brengen. De sprekers beklemtoonden dat de tijd waarin God deze elkaar bestrijdende politieke natiën verdraagt, ten einde loopt. Binnenkort zullen ze alle voor de Soevereine Heer Jehovah moeten buigen.
Het vooruitzicht getuige te zijn van het einde van dit huidige, goddeloze samenstel en in leven te blijven ten einde een nieuwe ordening binnen te gaan, vormt in deze veelbewogen wereld beslist een geloofversterkende hoop. Deze hoop werd nog verder versterkt door de inlichtingen in het nieuwe 384 bladzijden tellende boek getiteld „Man’s Salvation out of World Distress at Hand!” (’s Mensen redding uit wereldbenauwdheid nabij!) Dit boek, dat op de derde dag van het congres verkrijgbaar werd gesteld, verschaft nieuwe inzichten met betrekking tot het profetische boek Jesaja, de profetieën en gelijkenissen van Jezus Christus en de betekenis van gebeurtenissen die in de onmiddellijke toekomst liggen. Het verdiept de waardering voor het grootse geestelijke paradijs dat Gods dienstknechten thans genieten en versterkt hun overtuiging dat bevrijding tot in Gods nieuwe ordening nabij is.
DRAMA’S BEKLEMTONEN HET DOEN VAN DE GODDELIJKE WIL
Ook werd de noodzaak om waakzaam te blijven ten aanzien van de dringendheid van de tijd en ijverig de goddelijke wil te volbrengen, gedurende het gehele congres beklemtoond. Dit blijft noodzakelijk, ook al is de precieze datum van de komende „grote verdrukking” niet bekend, aangezien door de vervulling van de profetieën te kennen wordt gegeven dat deze verdrukking zeer nabij is. Eén afgevaardigde op een van de congressen zei in dit verband: „Het feit dat wij niet een datum kunnen aanwijzen, werd gecompenseerd door het drama ’„Houdt je zinnen bij elkaar” en blijft bouwen met de Grotere Noach’.” Hij voegde hieraan toe: „In dit drama werd getoond welk een ernstige fout de mensen in Noachs tijd maakten die de situatie niet dringend vonden, en die in de Vloed werden vernietigd. Wij zullen toch beslist niet als die mensen willen zijn, die weigerden de ark binnen te gaan, omdat zij de situatie niet dringend vonden.” — 1 Petr. 5:8.
Nog een gedramatiseerde voordracht was getiteld „Komt niet onder een ongelijk juk met ongelovigen” (2 Kor. 6:14). Hierin werd levendig uitgebeeld welk een rampspoed koning Achab, van het Israël uit de oudheid, trof omdat hij een ongelijk huwelijksjuk was aangegaan met een heidense aanbidster, Izébel. Achab schipperde ten aanzien van zijn geloof in God door voor de verderfelijke invloed van zijn vrouw Izébel te zwichten. Ook zij verloor haar leven wegens haar verontreinigende invloed in Israël en haar wrede behandeling van Jehovah’s getrouwe dienstknechten. Christenen die zich in deze tijd onder één juk plaatsen met iemand die zich niet gebonden voelt door middel van de opdracht aan God, brengen hun leven derhalve in gevaar. Het beginsel is waar: „Slechte omgang bederft nuttige gewoonten.” — 1 Kor. 15:33.
Voortreffelijke raad aan christelijke vrouwen werd gegeven in het drama „Zodat er niet schimpend over het Woord van God wordt gesproken” (Tit. 2:5). Op een in het oog springende wijze werd aangetoond dat het gehele leven van een christen een tentoonspreiding van christelijke hoedanigheden moet zijn. Er moet zowel jegens ongelovige echtgenoten en buren als jegens degenen die zich in de gemeente bevinden, liefde ten toon gespreid worden. Buitenstaanders beoordelen het geloof van christenen vaak op grond van de soort van mensen die zij zijn, niet slechts op grond van hetgeen zij prediken. Aan christelijke vrouwen werd getoond hoe zij problemen kunnen aanpakken waarmee nieuwere gelovigen, die misschien nog steeds wereldse gewoonten weerspiegelen, te kampen hebben. Er werd aangetoond dat rijpe christelijke vrouwen zulke kwesties niet aan de ouderlingen in de gemeente hoeven over te laten maar deze nieuweren bijzonder waardevolle hulp kunnen geven.
Op de laatste dag van het congres werd door middel van het bijzonder ontroerende drama „Een zuiver en oprecht gedrag — noodzakelijk voor het leven van een kind” het leven van de profeet Samuël als jongen uitgebeeld. Doordat zijn ouders Gods wetten en beginselen vanaf zijn jeugd in zijn hart hadden geprent, kon de jonge Samuël weerstand bieden aan de verderfelijke invloeden toen hij in de tempel in Silo dienst verrichtte. Het drama toonde duidelijk aan hoe belangrijk het voor ouders is de waarheden over Jehovah goed in het hart van hun kinderen te laten doordringen door goede onderwijsmethoden te gebruiken.
Er werd veel waardering tot uitdrukking gebracht voor het congresprogramma. Op één congres zei een afgevaardigde: „De goed opgevoerde drama’s, de lezingen en de demonstraties vormden alle een rijke geestelijke maaltijd. Onze waardering voor Jehovah als onze Goddelijke Soeverein werd erdoor vergroot, terwijl bovendien werd getoond hoe noodzakelijk het is anderen te helpen hetzelfde te doen.”
ONDERWORPENHEID TONEN DOOR MIDDEL VAN GOEDE WERKEN
Degenen die thans onder Gods soevereiniteit verenigd zijn, tonen dit door hun geloof en hun goede werken, terwijl zij verenigd met hun mede-Getuigen aanbidden en samenwerken. En veel mensen die geen getuigen van Jehovah zijn, merken deze harmonie op. Een buschauffeur die afgevaardigden naar het congres in Los Angeles vervoerde, verklaarde bijvoorbeeld: „Ik vind dat jullie congres schitterend is verlopen. Ik zou alleen willen dat onze regering net zo zou functioneren als jullie organisatie. Wat op mij zo’n indruk maakt, is de wijze waarop jullie je gedragen.”
Iemand die voor het eerst een congres bijwoonde, en wel in Cicero, in de Amerikaanse staat Illinois, merkte op: „Zo iets heb ik in mijn hele leven nog nooit meegemaakt. Ik heb nog nooit gezien dat er zoveel liefde werd getoond tussen mensen van alle natiën die op één tijdstip bijeen waren.” Op het congres in Syracuse, in de staat New York, zei een pasgedoopte persoon die vroeger rooms-katholiek en een lid van een gemotoriseerde jeugdbende was geweest: „Ik wilde een broederschap, maar kon deze vroeger niet vinden. In Jehovah’s organisatie heb ik deze broederschap en liefde tussen mensen van alle rassen en achtergronden echter gevonden.” Deze eenheid demonstreert de waarheid van Jezus’ woorden in Johannes 13:35: „Hieraan zullen allen weten dat gij mijn discipelen zijt, indien gij liefde onder elkaar hebt.”
Gods Woord toont ook aan dat ware christenen „goede orde” zouden hebben, dat zij „ordelijk” zouden zijn (Kol. 2:5; 1 Tim. 3:2). Ook dit werd door waarnemers opgemerkt. Tijdens het congres dat in Sheffield, Engeland, werd gehouden, zei iemand van het vervoerswezen: „Ik zou liever elk weekeind Jehovah’s getuigen hebben en de voetbalmenigte eens per jaar, dan andersom.” Waarom? Hij legde uit: „Jehovah’s getuigen gedragen zich netjes en wachten geduldig wanneer zij in de rij moeten staan.”
In Cleveland, in de Amerikaanse staat Ohio, kwamen 57.027 personen voor het congres bijeen. Na afloop stond in de Cleveland Press een redactioneel artikel getiteld: „Welkom, Getuigen”, waarin werd gezegd: „Nog nooit heeft de stad zo’n ordelijk congres meegemaakt.” Verder werd er nog opgemerkt: „De Getuigen geloven dat het einde van de wereld ophanden is. Wij zijn blij dat zij Cleveland hebben uitgekozen zolang de tijd dit nog toelaat.” De plaatselijke autoriteiten waren zo onder de indruk, dat de burgemeester in een brief aan de congresleiding schreef: „Wij hopen dat de stad net zo’n goede gastvrouwe was als u gasten bent geweest. Uw vergadering is bijzonder ordelijk verlopen en de afgevaardigden hebben zichzelf en hun religie ten zeerste aanbevolen door de wijze waarop zij zich hebben gedragen toen zij hier waren.” De autoriteiten toonden zoveel medewerking, dat zij er zelfs in toestemden de route te wijzigen van vliegtuigen die anders rechtstreeks over het Municipal Stadium, waar het congres werd gehouden, heen vlogen, zodat de afgevaardigden niet gestoord zouden worden door het geluid van overvliegende vliegtuigen!
Een politieman die bij het Cleveland Stadion dienst moest verrichten, zei: „Wij zouden willen dat alle hier gehouden grote bijeenkomsten net zo zouden verlopen als die van de Getuigen wanneer zij hier zijn. Wij hebben helemaal geen problemen met onhandelbaarheid, en een van de dingen waar iedereen vol lof over spreekt, is het feit dat alles zo schoon is en dat de Getuigen erg vriendelijk voor ons zijn, en erg beleefd. Als je het verkeer tegenhoudt, stoppen zij. Weet u, zij vormen werkelijk een modelgroep om voor te zorgen.” En tijdens het congres in Bozeman, in de Amerikaanse staat Montana, zei een motelmanager: „Als alle mensen zo waren als Jehovah’s getuigen, zouden wij geen politieagenten nodig hebben!” En ook geen legers!
In het schriftgedeelte waarin werd voorzegd dat Gods dienstknechten, onder Zijn Koninkrijksheerschappij, ’geen zwaard zouden opheffen, natie tegen natie, en zij de oorlog niet meer zouden leren’, werd tevens gezegd dat het bewijs hiervan thans, in „het laatst der dagen”, door Gods dienstknechten ten toon gespreid zou worden. In alle natiën zijn Jehovah’s christelijke getuigen thans welbekend wegens hun vreedzaamheid en hun respect voor orde en wet. — Micha 4:1-4.
„EEN GEZINSAANGELEGENHEID”
Gods Woord onderwijst christelijke ouders ’hun kinderen in het strenge onderricht en de gezaghebbende raad van Jehovah te blijven grootbrengen’ (Ef. 6:4). Waarnemers op de congressen merkten op dat de aanbidding van Jehovah’s getuigen een „gezinsaangelegenheid” is.
In een artikel getiteld „Gezinsaangelegenheid — Getuigen congresseren” vermeldde de Spokane Daily Chronicle over het congres dat in de congreshal van die stad werd gehouden: „Het is beslist een gezinsaangelegenheid. Alle leeftijden zijn vertegenwoordigd, van baby’s op de arm of peuters in wandelwagentjes tot personen op leeftijd in rolstoelen.” Vervolgens werd er opgemerkt: „Waar men ook keek, overal zag men gezinsgroepen.” Wat vormt dit een tegenstelling met de wereld in het algemeen, waar de gezinseenheid steeds meer uiteenvalt en waar de ouders hun kinderen zelden of nooit over God en zijn voornemen vertellen!
Ook zijn deze gezinsleden geen personen die alleen maar luisteren zonder iets te doen. Op het congres in Allentown, in Pennsylvania, merkte een opziener op: „Grote groepen kinderen hebben meegeholpen alle rommel en afval op te ruimen die was overgebleven van de veiling in antiek en tweedehands spullen die de vorige dag was gehouden. Overal kon men jong en oud druk bezig zien om rommel op te ruimen en schoon te maken.” Zulk een gezinssamenwerking bracht de manager van het Civic Center in Lakeland, Florida, ertoe te zeggen: „Ik wou dat alle kinderen zo welopgevoed zouden zijn als de kinderen van Jehovah’s getuigen. Ik zie ze werken en met zwabbers en bezems lopen.”
Dat jongeren worden onderricht zich aan Jehovah’s wetten te onderwerpen, werpt vruchten af. In Syracuse, in de Amerikaanse staat New York, zei een jurist wiens kantoor gelegen is aan de overzijde van het gebouw waarin het congres werd gehouden, tegen de manager van de zaal dat hij verbaasd was zulke ordelijke gezinsgroepjes te zien. De volgende dag vroeg de manager aan Getuigen: „Hoe houden jullie de kinderen zo rustig? Kijk nu eens, iedereen luistert aandachtig!” Die dag ging hij naar een verfrissingenstand op het congres om er wat te kopen. Terwijl hij dit deed, liet hij zonder dit te merken een „dime” (Amerikaans dubbeltje) uit zijn zak vallen en liep terug naar zijn kantoor. Een jonge Getuige die het dubbeltje zag vallen, raapte het op en volgde de manager in zijn kantoor om hem het geldstuk terug te geven. Verbaasd en verrast zei de manager: „Ik weet dat hij dit behoorde te doen. Maar hoeveel jonge jongens doen zo iets in deze tijd nog?” Het antwoord is: Degenen die van hun ouders hebben geleerd zich aan Jehovah als Soeverein te onderwerpen, want Gods raad luidt ’zich in alle dingen eerlijk te gedragen’. — Hebr. 13:18.
PRODUKTIEVE WERKERS
De bijbel leert christenen: „Als iemand niet wil werken, laat hij dan ook niet eten” (2 Thess. 3:10). Er wordt ook in gezegd dat God een volk zou hebben dat „ijverig [zou zijn] voor voortreffelijke werken” (Tit. 2:14). Deze hoedanigheid om hard voor Gods Koninkrijksbelangen te werken, wordt ook op christelijke congressen ten toon gespreid.
Een voorbeeld hiervan is hetgeen gebeurde in de Canadese stad Victoria, in Brits Columbia. De avond voordat de vergadering zou beginnen, werd er in een van de zalen van het afgehuurde gebouw lacrosse (een soort hockey) gespeeld, terwijl in een andere zaal een bingospel aan de gang was waaraan 500 mensen deelnamen. Na afloop hiervan lag de grond bezaaid met allerlei rommel. Terwijl de deelnemers vertrokken, stroomden om 22.30 uur ongeveer 500 getuigen van Jehovah het gebouw binnen om met de precisie van de klok van tevoren toegewezen taken op zich te nemen. Al deze werkers bezig te zien om de plaats razendsnel in een schone en passende vergadergelegenheid te veranderen, deed de verschillende functionarissen stomverbaasd staan. Een van hen zei dat hij „zijn ogen niet kon geloven”. Hij voegde hieraan toe: „Het is fenomenaal.” Binnen vier uur was alles schoongeschrobd, was het kolossale, met een tapijt belegde podium op zijn plaats gezet, was de geluidsinstallatie geïnstalleerd en stonden ijskasten, tafels en kookuitrustingsstukken op hun plaats en was alles in gereedheid gebracht voor het congres dat enkele uren later zou beginnen.
Een functionaris van het stadion dat voor het congres te Little Rock, in Arkansas, werd gebruikt, verklaarde: „Als ik in dit stadion rondkijk en Jehovah’s getuigen aan het werk zie, doet mij dit denken aan een bijenkorf.” En in Corvallis, Oregon, verklaarde het hoofd van de bewakingsdienst voor het Gill Coliseum, na toegezien te hebben hoe de Getuigen de congresbenodigdheden installeerden: „Dit overtreft alles wat ik ooit heb gezien. Ik heb nog nooit meegemaakt dat het gebouw zo snel in gereedheid werd gebracht. Iedereen weet precies wat hij moet doen.” In Memphis, Tennessee, verklaarde een programmaleider van een televisiestation die het congres aldaar gadesloeg: „Jullie mensen hebben iets wat anderen eenvoudig niet hebben. Het is de manier waarop jullie met elkaar samenwerken. Ik heb nog nooit zulke mensen als Jehovah’s getuigen meegemaakt.” En een functionaris van het Civic Center te Lakeland, in Florida, merkte op: „Ik heb liever een groep getuigen van Jehovah als werkers dan beroepsmensen. Jehovah’s getuigen krijgen in twintig minuten meer voor elkaar dan beroepsmensen in vier uur!”
Dit harde werk omvat onder andere de congreszaal of het congresterrein vóór, gedurende en na het congres gratis te reinigen. Dit doet anderen ook verbaasd staan. Een staflid van het Memphis Coliseum zei: „Ik heb altijd gehoord dat jullie reine mensen zijn, en daarom wilde ik dit zelf eens zien. Ik zie nu dat het waar is. Als deze plaats wordt gebruikt, is het gewoonlijk een bende. Ik moet u zeggen dat ik het gebouw nog nooit zo schoon heb gezien.” Een functionaris van een congreszaal in Columbia, Zuid-Carolina, verklaarde: „De reden waarom ik Jehovah’s getuigen graag zie komen, is dat ik weet dat u het gebouw schoner zult achterlaten dan toen u kwam.”
Gerieflijkheid, gezondheid en een nette aanblik vormen duidelijke redenen voor reinheid. Er is echter nòg een reden. Toen een journalist informeerde waarom Jehovah’s getuigen zich zoveel moeite geven, werd hem verteld dat het gebouw gedurende de volgende vier dagen als een grote Koninkrijkszaal zou zijn en derhalve ook als een Koninkrijkszaal schoongemaakt moest worden. De Getuige met wie hij sprak, zei ook nog: „Wij willen de congreszaal graag zo schoon hebben dat wij ons er niet voor hoeven te schamen Jehovah te vragen of zijn heilige geest hier mag zijn.”
Door de werken die Jehovah’s getuigen in overeenstemming met hun geloof verrichten, tonen zij dus dat één wereld onder één regering, Gods hemelse koninkrijk, onder Gods volk reeds een realiteit is! Eén waarnemer merkte dan ook op: „Jehovah’s getuigen zijn de enige mensen die overeenkomstig Jehovah’s soevereiniteit leven en er niet alleen maar over praten.” Daarom konden de sprekers die de slottoespraak hielden, zeggen: „Vanaf het allereerste begin van Gods rechtvaardige nieuwe ordening van dingen zal er dus reeds één wereld op aarde zijn onder één regering, ongeacht tot welke stammen, volken, rassen en natiën de overlevenden van de verdrukking hebben behoord.”