Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w76 1/1 blz. 5-9
  • Bijna 6000 jaar van getuigenisgeven voor Jehovah

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Bijna 6000 jaar van getuigenisgeven voor Jehovah
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1976
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Het eerste millennium
  • Het tweede millennium
  • Het derde millennium
  • Het vierde millennium
  • Het vijfde millennium
  • Het zesde millennium
  • Jehovah gerechtvaardigd
  • De grootse volvoering van Jehovah’s voornemen ten aanzien van de mensheid gedurende 6000 jaar
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1976
  • Wat is het millennium?
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1980
  • Waarom heeft Jehovah getuigen?
    Jehovah’s Getuigen — Verkondigers van Gods koninkrijk
  • De strijdvraag waarmee we allemaal te maken hebben
    Aanbid de enige ware God
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1976
w76 1/1 blz. 5-9

Bijna 6000 jaar van getuigenisgeven voor Jehovah

DOOR de opstand van de eerste man en vrouw in Eden werd een belangrijke strijdvraag opgeworpen. Zouden mensen uit louter liefde jegens Jehovah loyaal verkiezen heilige dienst voor hun Schepper en Soevereine God te verrichten? „De oorspronkelijke slang, die Duivel en Satan wordt genoemd,” was ermee begonnen de gehele bewoonde aarde te misleiden. Door Jehovah’s soevereiniteit uit te dagen, gaf hij te kennen dat niemand van de mensheid getrouw aan God zou blijken te zijn. Satan beweerde dat de mens van nature zelfzuchtig was — dat de mens God alleen zou dienen voor wat dit hem in materieel opzicht zou opleveren. — Gen. 3:1-5; Openb. 12:9; Job 1:7-12.

In zijn grote wijsheid besloot Jehovah dat hij de rechtmatigheid en rechtvaardigheid van zijn soevereiniteit eens en voor altijd zou bewijzen. Hij voorzag dat er onder de mensheid, onder de nakomelingen van Adam, personen zouden zijn die er vreugde in zouden scheppen Zijn soevereiniteit onder welke beproeving maar ook die Satan over hen zou kunnen brengen, hoog te houden. Wanneer deze strijdvraag eenmaal zonder enige twijfel was opgelost, zou de rechtvaardiging van Jehovah’s soevereiniteit daardoor tot in alle eeuwigheid bewezen zijn. Dit zou een toetssteen zijn aan de hand waarvan elke toekomstige uitdaging onmiddellijk beproefd en van de hand gewezen zou kunnen worden. Er zou echter een tijdsperiode, ongeveer 6000 jaar, voor nodig zijn om deze strijdvraag op te lossen. En wat hebben 6000 jaar menselijke geschiedenis tot dusver aangetoond? Zijn er gedurende al die tijd getuigen van Jehovah op aarde geweest die hun rechtschapenheid hebben bewaard, waardoor werd aangetoond dat God waarachtig is en Satan een leugenaar? — Spr. 27:11.

Het eerste millennium

Abel was de eerste getuige van Jehovah die zijn rechtschapenheid bewaarde en Gods soevereiniteit hoog hield (Hebr. 11:4). Omdat hij een dierlijk slachtoffer bracht dat aanvaardbaar was voor Jehovah, terwijl Kaïns offer niet aanvaardbaar was, werd Abel door zijn broer Kaïn vermoord. De „grondlegging der wereld” vond plaats toen aan Adam en Eva zonen en dochters werden geboren. Abel was de tweede zoon die in het bijbelverslag wordt genoemd. Henoch, de zevende man in Adams geslachtslijn, heeft ook als een getrouwe getuige ’met God gewandeld’ en heeft over Jehovah’s veroordeling van goddeloze mensen geprofeteerd. Wegens zijn getrouwheid heeft God hem na 365 jaar op een dusdanige wijze uit het land der levenden ’weggenomen’ dat hij de dood niet op dezelfde wijze zag als anderen. — Gen. 4:1-15; 5:1-4, 21-24; Luk. 11:49-51; Jud. 14, 15; Hebr. 11:5.

Het tweede millennium

Vroeg in dit millennium werd Methusalahs zoon Lamech er door God toe geïnspireerd de profetie te uiten dat zijn eigen zoon Noach de mensheid troost zou schenken. Noach, een man met een geweldig groot geloof, werd in 1056 A.M. (anno mundi) geboren en heeft 944 van zijn 950 jaar in dit millennium geleefd. Hoewel engelenzonen van God in zijn tijd in ongehoorzaamheid aan God op aarde een huwelijksleven gingen leiden en de mensheid gewelddadige neigingen ging vertonen, ’wandelde Noach met de ware God’ en gaf hij er blijk van ’onberispelijk te zijn onder zijn tijdgenoten’. Als bewijs van zijn geloof heeft hij op Gods aanwijzing een enorme „ark gebouwd tot redding van zijn huisgezin [van zeven andere getrouwe personen]; en door dit geloof heeft hij de wereld [van goddeloze mensen] veroordeeld”. Hij was „een prediker van rechtvaardigheid”, en later bracht hij uit dank voor de bevrijding gedurende de Vloed slachtoffers aan God. Door in gehoorzaamheid aan Jehovah getrouw dienst te verrichten, verschaften Noach en zijn gezin een levend bewijs dat Satan een leugenaar is, tot grote ergernis van die goddeloze. — Gen. 5:28-31; 6:9; Hebr. 11:7; 2 Petr. 2:5.

Het derde millennium

Noach heeft nog zes jaar in dit millennium geleefd. Twee jaar na zijn dood werd Abraham geboren. Doordat Abraham werkelijk in God geloofde, gehoorzaamheid aan zijn Schepper boven fysiek comfort stelde en zelfs blijk gaf van zijn geloof dat God door middel van een opstanding het leven kon teruggeven, werd hij rijkelijk door Jehovah gezegend. Als „Jehovah’s vriend” ontving Abraham Gods belofte dat de Messías via zijn geslachtslijn zou komen. Abraham, zijn zoon Isaäk en zijn kleinzoon Jakob (later Israël genoemd), legden allen een voorbeeldig geloof aan de dag, terwijl zij zich niet met enig menselijk koninkrijk verbonden maar in een vreemd land in tenten woonden, aangezien zij de symbolische „stad” verwachtten die door Jehovah gebouwd zou worden. Jakobs twaalf zonen werden het hoofd van de twaalf stammen van Israël. Van deze zonen spreidde Jozef een grote loyaliteit jegens God ten toon door hoge morele beginselen te volgen en in een tijd van hongersnood het huisgezin van zijn vader (ten aanzien waarvan de Abrahamitische belofte gold) te redden. Later verkoos Mozes een voorvechter van de aanbidding van de ware God te zijn, zodat hij persoonlijk de eer van Egypte afwees. Standvastig gehoorzaamde hij Jehovah door Gods volk uit Egyptische gevangenschap te leiden opdat het in een typologische „heilige natie” georganiseerd kon worden. Een tijdgenoot, Job, trad op de voorgrond doordat hij weigerde zijn rechtschapenheid jegens God op te geven, zelfs toen hij materiële verliezen moest lijden en zijn gezondheid verloor. Jozua, Kaleb en de rechters van Israël waren ook in het oog springende strijders voor rechtvaardigheid. Tegen het eind van dit millennium bewees David, de zoon van Isaï, ’een man te zijn die aangenaam was naar Gods hart’, en wegens zijn onwankelbare trouw sloot God met hem een verbond voor een eeuwig koninkrijk. — Gen. 9:28, 29; 11:26; 12:1-3; Jak. 2:23; Hand. 13:22; Hebr. 11:8-32; Job 1:8; 27:5.

Het vierde millennium

Na de dood van Davids zoon Salomo werd de natie Israël in twee koninkrijken verdeeld. Getrouwe koningen waren in de minderheid. Onder Jehovah’s profeten werden echter veel personen aangetroffen die hun rechtschapenheid bewaarden, zoals Elia, Elisa, Jesaja, Jeremia en vele anderen. In Elia’s tijd werd er bericht dat zevenduizend getrouwen in het noordelijke koninkrijk Israël ’hun knieën niet voor Baäl hadden gebogen’. In het zuidelijke koninkrijk bleven duizenden personen, met inbegrip van vele loyale priesters, de ware God in Jehovah’s tempel te Jeruzalem aanbidden. Toen het noordelijke koninkrijk in ballingschap werd weggevoerd, bleven vele godvrezende joden die uit het noorden waren gekomen, Jehovah in Jeruzalem aanbidden; en toen Jeruzalem zelf werd verwoest, bleven getrouwe bannelingen in Babylon — Ezechiël, Daniël en anderen — de ware aanbidding hoog houden. Na zeventig jaar keerden 50.000 vrome joden en metgezellen van hen naar Jeruzalem terug om de tempel te herbouwen en Jehovah’s aanbidding aldaar te herstellen. De profeten Haggaï en Zacharia moedigden hen hierin aan. Ook werkten Nehemía en andere getrouwe joden hard om Gods volk in de Wet te onderwijzen, zodat zij konden inzien dat „de vreugde van Jehovah” inderdaad een „vesting” is. Verder werkten ook getrouwe schrijvers onverdroten aan het maken van met de hand geschreven afschriften van de Schrift, als gevolg waarvan Gods Woord vermenigvuldigd en verspreid werd. — 1 Kon. 19:18; Neh. 8:9, 10; Hag. 1:12-14; Zach. 1:1-3; Hebr. 11:32-38.

Het vijfde millennium

Dit millennium begint met de bijbelse vermelding dat Jehovah’s zegen en gunst op Zacharías en zijn vrouw Elisabeth, Jozef en Maria, Simeon, Anna en andere ware aanbidders rustte. Johannes de Doper kwam om ’de weg van Jehovah te bereiden’, en zijn onbevreesde dienst leidde tot zijn dood als een martelaar. Vrees in verband met zijn eigen veiligheid bracht hem er echter niet toe een compromis te sluiten. De beloofde Messías zelf verscheen, om het volmaakte voorbeeld van rechtschapenheid te geven. O, wat deed Satan zijn best om een zwakke plek te vinden in Jezus’ voortdurende loyaliteit jegens Jehovah’s soevereiniteit! Hij faalde hier echter op miserabele wijze in. Jezus’ getrouwheid onder de zwaarste beproevingen, tot een wrede dood aan toe, gaven de uitdager een volledig en beslissend antwoord. De apostelen en andere vroege christenen traden in Jezus’ voetstappen. Na het einde van de eerste eeuw begon de door Satan gezaaide „onkruid”-klasse van valse christenen, zoals was voorzegd, de „tarwe”-klasse, de ware christenen, echter te vervolgen. Omstreeks de vierde eeuw werden sommigen die de heidense Drieëenheidsleer verwierpen, „Arianen” genoemd. Anderen, die er getrouw aan vasthielden Christus’ dood op 14 Nisan te herdenken, werden met de naam „Quartodecimanen (of Veertieners)” aangeduid. In de zevende eeuw werden sommigen die aan het „echte apostolische bijbel-christendom” vasthielden, „Paulicianen” genoemd. Deze betitelingen, te zamen met vervolging, weerhielden getrouwe gezalfde christenen er echter niet van hun rechtschapenheid te bewaren! — Lukas, de hoofdstukken 1 en 2; Matth. 13:24-30.

Het zesde millennium

Te midden van het uitgestrekte domein van namaakchristenen bleven de ware gezalfde christenen echter ondanks sadistische martelingen en martelaarschap van de zijde van de katholieke priesterschap, loyaal. Sinds de twaalfde eeuw G.T. verwierpen de „Waldenzen” in Frankrijk katholieke tradities omdat zij zich strikt aan de bijbel wilden houden. Velen van hen werden martelaars. Een van hen zei: ’In plaats van tot het Kruis te bidden, dient het verafschuwd te worden als het instrument van de dood van de Rechtvaardige.’ Sinds de zestiende eeuw G.T. had de Reformatie tot gevolg dat vele personen en landen zich losmaakten van de autoriteit van de Katholieke Kerk. In de jaren 1870 begonnen de hedendaagse christelijke getuigen van Jehovah als een georganiseerde groep ijverig te prediken. Ondanks tegenstand van de met „onkruid” te vergelijken geestelijken van de christenheid werd deze „tarwe”-klasse afgescheiden, en tot op dit jaar 1976 hebben zij door middel van hun prediking in 207 landen getuigenis gegeven. Vooral gedurende de twee wereldoorlogen zijn deze christenen bitter vervolgd. Velen van hen zijn in nazi-concentratiekampen gestorven omdat zij weigerden hun geloof in Jehovah God te verloochenen, en Jehovah’s getuigen blijven in communistische en andere landen beproevingen onder de ogen zien. Ondanks dit alles blijven zij echter hun rechtschapenheid bewaren en gaan zij er van ganser harte mee voort de goede tijdingen van het Koninkrijk over de gehele aarde bekend te maken. Sinds 1935 hebben de enkele duizenden gezalfden hulp ontvangen van ruim twee miljoen anderen die zich bij hen hebben aangesloten om getuigenis af te leggen van Gods koninkrijk, en dezen vormen waarlijk een „grote schare” van mensen die naar Jehovah opzien als hun Universele Soeverein en zijn Zoon erkennen als hun Messiaanse Koning! — Openb. 2:10; 3:10; 20:4; 7:9, 10.

Jehovah gerechtvaardigd

Naarmate de millennia in de geschiedenis verstreken, is Jehovah’s zijde van de in Eden opgeworpen strijdvraag op overtuigende wijze bewezen. Jehovah heeft in alle eeuwen zijn getrouwe getuigen op aarde gehad en zij zijn thans in snel groeiende aantallen hier op aarde! Aan het einde van dit zesde millennium zijn zij God dankbaar voor al zijn wonderbare voorzieningen, met inbegrip van de gave van het leven zelf en het glorierijke vooruitzicht van eeuwig leven in zijn nieuwe ordening. Dit alles is mogelijk geworden door het slachtoffer van zijn Zoon, die zijn rechtschapenheid heeft bewaard, de Messías-Koning, Jezus Christus. Zij geloven dat Jehovah’s soevereiniteit de juiste soevereiniteit is. Hun enige verlangen is, zijn rechtvaardige wegen te volgen. Zij zijn vastbesloten zich door Satan nooit van het pad van rechtschapenheid te laten afbrengen. Zij zijn blij er een aandeel aan te mogen hebben te bewijzen dat Satan een leugenaar is en zij gaan met een onwankelbaar geloof voorwaarts om de hedendaagse „grote daden van God” bekend te maken. Wat schenkt het hun een vreugde te weten dat Jehovah zelf op het punt staat handelend op te treden om rechtvaardigheid hoog te houden en Zijn soevereiniteit te verheerlijken door Satan, zijn aanhangers en al zijn goddeloze werken in de naderende grote „dag van Jehovah’s toorn” te verwijderen! — Hand. 2:11; Zef. 2:2, 3.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen