Een tiener vraagt: Waarom zou ik christelijke vergaderingen bijwonen?
„IK HEB een probleem.” Zo begon een brief van een zestienjarig meisje in de Amerikaanse staat Georgia.
Haar moeder bezocht geregeld de vergaderingen in de plaatselijke Koninkrijkszaal van Jehovah’s getuigen en er werd ook van de dochter verwacht dat zij dit deed. Zij wilde hier echter niet toe „gedwongen” worden. Het meisje schreef: „Ik vind dat ik oud genoeg ben om zelf beslissingen te nemen met betrekking tot de religie waaraan ik mij eventueel zou willen verbinden.” Zij vroeg dus: ’Waarom moet ik deze vergaderingen bijwonen?’
Of men nu wel of niet in een dergelijke situatie verkeert, toch blijft de vraag bestaan: ’Waarom zou iemand de vergaderingen in de Koninkrijkszaal bijwonen?’
HET VERLANGEN ONAFHANKELIJK TE ZIJN
De tiener in Georgia gaf als commentaar: „Ik vind dat ik te oud ben om nog aan de rokken van mijn moeder te hangen.” Is dit echter zo?
Een tiener voelt zich misschien als een volwassene en heeft misschien zelfs wel bepaalde wettelijke rechten en privileges, zoals de mogelijkheid een rijbewijs te verkrijgen voor het besturen van een automobiel. Maar er zijn veel terreinen waarop men pas op eenentwintigjarige leeftijd volledige wettelijke rechten als een volwassene verkrijgt. Waarom is dit het geval? De ervaring van miljoenen jongeren gedurende vele generaties heeft aangetoond dat het met het oog op hun eigen blijvende welzijn en dat van de maatschappij gewoonlijk nog altijd het beste voor hen is enige ouderlijke leiding te ontvangen. Zou het, indien men nog minderjarig is, derhalve niet bescheiden en verstandig zijn in gedachten te houden wat de ervaring van miljoenen jonge personen heeft aangetoond? En zou het niet mogelijk kunnen zijn dat ook jij nog altijd voordeel kunt trekken van de ervaring en raad van je ouders, vooral als de wet van het land zegt dat zij het recht hebben jou leiding te geven en hiervoor zelfs verantwoordelijk zijn?
Weet je bovendien wat er in veel plaatsen zou kunnen gebeuren als ouders een jeugdig persoon thuis onverzorgd aan hun lot overlaten? Indien er sprake is van verwaarlozing, zou hier een rechtszaak van kunnen komen en zou de tiener in een instelling geplaatst kunnen worden.
Heb je echter opgemerkt wat het meisje in Georgia schreef over het ’hangen aan de rokken van haar moeder’? Weerspiegelt dat niet het algemene verlangen van tieners naar onafhankelijkheid? Een dergelijk gevoel is in zekere mate begrijpelijk, want naarmate zij tot volwassenheid opgroeien, zal er uiteraard van hen worden verwacht dat zij op eigen benen leren staan. Dat hoort nu eenmaal bij het volwassen worden, niet waar? Maar stel jezelf eens de vraag: ’Is iemand ooit volledig onafhankelijk?’ Wij zijn bijvoorbeeld afhankelijk van de lucht die wij inademen. Wie heeft deze geschapen? Jehovah heeft dit gedaan, evenals hij de zon en de regen heeft verschaft die wij nodig hebben om voedsel te verbouwen (Hand. 14:16, 17). Zouden wij een verstandige handelwijze volgen wanneer wij ons er door ons verlangen naar onafhankelijkheid toe zouden laten brengen de lucht, de zonneschijn en het voedsel te verwerpen welke wij van God ontvangen? Als je een vriend zou kennen die het in zijn bol kreeg te denken dat hij nooit meer voedsel nodig had, zou je hem dan geen dienst bewijzen wanneer je hem ertoe aanspoorde genoeg te eten om in leven te blijven?
Laten wij nog eens verder op deze kwestie ingaan: Degene die ons de middelen heeft verschaft die wij voor ons levensonderhoud nodig hebben, verschaft ook raad met betrekking tot de wijze waarop wij het grootste geluk kunnen vinden — en willen wij niet allemaal gelukkig zijn? Hij geeft ons bijvoorbeeld de verzekering dat blijvend geluk niet voortspruit uit dronkenschap, hoererij of homoseksualiteit (Spr. 23:29, 30; 1 Kor. 6:9). Misschien heb je de wijsheid van die raad reeds persoonlijk waargenomen. De wijze raad van de Schepper houdt daarmee echter niet op. Zijn Woord bevat de beste raad over het leven die ooit is opgetekend en omvat „de gehele baan van wat goed is” (Spr. 2:9). Welnu, sommige mannen en vrouwen die zich hier niet van bewust zijn, studeren jarenlang op universiteiten of reizen de hele wereld af op zoek naar wijsheid en kennis die waar geluk kunnen schenken. Indien ouders een jonge zoon of dochter op grond van een zorgvuldige studie de verzekering geven dat een dergelijke vurig begeerde wijsheid en kennis in de Koninkrijkszaal beschikbaar zijn, zou het dan niet verstandig zijn hier een zorgvuldig onderzoek naar in te stellen?
WAAROM ZIJ WILLEN DAT JE ER AANWEZIG BENT
Welnu, indien jij een jeugdig persoon bent met het natuurlijke verlangen gelukkig te zijn, geloof je dan niet dat je ouders je dat ook graag gunnen? Denk eens terug. Hoeveel slapeloze nachten heeft je moeder niet gehad om voor je te zorgen als je ziek was? (1 Thess. 2:7) Heeft je vader niet jaar in jaar uit hard gewerkt om het gezin van voedsel en kleding te voorzien? Je bent ongetwijfeld dankbaar voor een dergelijke liefde. Indien je ouders je ertoe aansporen hen elke week bij een paar gelegenheden naar de christelijke vergaderingen te vergezellen, zou dit dan niet nòg een tentoonspreiding van hun liefdevolle zorg zijn? Zij hebben reeds jaren achtereen het leven en de betekenis ervan waargenomen en schatten de belangrijkheid van God en zijn Woord naar juiste waarde. Bestaat er derhalve geen werkelijke reden om met hen samen te werken wanneer zij er moeite voor doen je de blijvende voordelen te laten genieten waarvan zij weten dat je die kunt verkrijgen door goddelijke wijsheid te aanvaarden en te volgen?
Ook dienen jongeren de consequentie van de kwestie in aanmerking te nemen. De bijbel licht ons erover in dat God jongeren opdraagt hun ouders gehoorzaam te zijn en de geboden van hun vader en moeder na te komen (Ef. 6:1; Spr. 6:20-22). Je ouders zouden je dus eenvoudig kunnen gebieden naar de vergaderingen in de Koninkrijkszaal te gaan. Maar doen zij dit? Je kent misschien wel verscheidene gezinnen waar de ouders van hun kinderen eisen dat zij naar de zondagsschool gaan die aan een kerk is verbonden, terwijl de ouders er thuis hun gemak van nemen. Maar is dat in jouw geval zo? Wordt jou iets opgedragen te doen wat je moeder of je vader of beiden niet doen? Neen. Hoewel zij soms misschien moe zijn of het druk hebben, zijn zij zo streng voor zichzelf dat zij toch de vergaderingen in de Koninkrijkszaal bijwonen, aangezien zij weten hoe uiterst nuttig deze zijn. Zij vragen dus niet iets van jou wat zij zelf niet doen. In plaats daarvan sporen zij jou ertoe aan samen met hen voordeel te trekken van het onderwijs dat daar gegeven wordt.
In de Koninkrijkszaal kun je je in omgang verheugen met personen die je niet zullen trachten te bedriegen of „uit te buiten”. De gemeenteleden zijn veeleer blij wanneer je aanwezig bent. Terwijl je daar bent, kun je kennis verwerven van de inhoud van een Boek dat volgens vele professoren tot de grootste wereldliteratuur gerekend moet worden, de bijbel. Heb je er belangstelling voor je gevoelens en gedachten duidelijk onder woorden te kunnen brengen, zodat men begrijpt wat je bedoelt? Jonge mannen en vrouwen die de Theocratische Bedieningsschool in de Koninkrijkszaal bijwonen, krijgen op dit gebied een uitstekende opleiding. En als je na verloop van tijd inderdaad tot de conclusie zou komen dat de bijbelse belofte van eeuwig leven in het paradijs voor degenen die God dienen, waar is, kun je er eeuwig profijt van trekken dat je de vergaderingen hebt bijgewoond.
Er bestaan dus heel wat gezonde redenen waarom het beslist goed is de vergaderingen in de Koninkrijkszaal bij te wonen. Wanneer je dit beseft en dienovereenkomstig handelt, kun je tot de vrede in het gezin bijdragen en persoonlijke tevredenheid vinden.