Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w75 1/6 blz. 344-347
  • Is de heilige geest werkelijk een persoon?

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Is de heilige geest werkelijk een persoon?
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1975
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • EEN PERSOON OF EEN WERKZAME KRACHT?
  • DE „HELPER” GEEN PERSOON
  • De heilige geest — Gods werkzame kracht
    Moet u geloof stellen in de Drieëenheid?
  • Wat is de heilige geest?
    Vragen over de Bijbel
  • De heilige geest — Een persoon?
    Ontwaakt! 1971
  • Vragen van lezers
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1961
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1975
w75 1/6 blz. 344-347

Is de heilige geest werkelijk een persoon?

DE HEILIGE geest kan spreken, onderwijzen, getuigenis afleggen, dingen in de herinnering terugbrengen en als een helper dienen. Men kan de heilige geest ook bedroeven. Zou u niet verwachten dat dit alles over een persoon gezegd wordt, ja, over de „derde persoon” van de Drieëenheid? Toch worden sommige andere dingen die aan Gods geest worden toegeschreven, nooit op personen van toepassing gebracht. Die geest kan bijvoorbeeld op mensen worden ’uitgestort’ en kan hen ’vervullen’. Hoe zou dit verklaard kunnen worden? Wie of wat is Gods heilige geest eigenlijk?

EEN PERSOON OF EEN WERKZAME KRACHT?

In het Hebreeuwse en het Griekse woord voor „geest” ligt in geen enkel opzicht de gedachte opgesloten aan persoonlijkheid. Ze houden de gedachte in van adem, lucht in beweging, wind. (Vergelijk Zacharia 2:6; Job 41:16; Johannes 3:8.) Deze uitdrukkingen wijzen dus op iets wat onzichtbaar is, een werkzame kracht. Een dergelijke werkzame kracht kon op talloze personen tegelijk worden ’uitgestort’, ofte wel aan hen worden geschonken, en kon hen ’vervullen’, zoals over de heilige geest wordt gezegd. — Hand. 2:4, 33.

Natuurlijk brengt de bijbel de uitdrukking „geest” op personen van toepassing. Wij lezen: „God is een Geest” (Joh. 4:24). „En hij maakt zijn engelen geesten” (Hebr. 1:7). God en zijn loyale engelenzonen zijn heilig en zijn derhalve allen ’heilige geesten’. Zou Gods heilige geest eveneens een persoon kunnen zijn? Als dat zo was, zouden wij dan niet verwachten dat de bijbel een onderscheid maakt tussen die heilige geest en andere ’heilige geesten’? Wanneer er geen identificerende uitdrukking in verband met zo’n heilige geest wordt gebruikt, zou op zijn minst het bepalend lidwoord moeten verschijnen ten einde aan te tonen dat DE Heilige Geest wordt bedoeld. Is dit echter het geval? Neen. Een onderzoek van een aantal passages in wèlke interlineaire vertaling maar ook onthult dat de uitdrukking „heilige geest” zonder het bepalend lidwoord voorkomt, waardoor wordt aangetoond dat de geest geen persoonlijkheid bezit. — Hand. 6:3, 5; Rom. 9:1; 1 Kor. 12:3; Hebr. 2:4; 6:4; 2 Petr. 1:21; Jud. 20.

Wat valt er echter te zeggen over zulke functies als spreken, leiden, onderwijzen, getuigenis afleggen en dergelijke? Duiden dergelijke functies niet op de persoonlijkheid van Gods geest? Niet noodzakelijkerwijs. Merk eens op welk commentaar er wordt gegeven in een trinitarische bron, de New Catholic Encyclopedia (Deel 13, blz. 575):

„De meeste N[ieuwe] T[estament]-teksten onthullen dat Gods geest iets, niet iemand, is; dit blijkt speciaal uit het parallellisme tussen de geest en de kracht van God. Wanneer er een quasi-persoonlijke activiteit aan Gods geest wordt toegeschreven, bijv. spreken, beletten, verlangen, wonen (Hand. 8.29; 16.7; Rom. 8.9), is men niet gerechtigd onmiddellijk de conclusie te trekken dat Gods geest in deze passages als een Persoon wordt beschouwd; dezelfde uitdrukkingen worden ook gebruikt in verband met retorisch gepersonifieerde dingen of abstracte ideeën (zie Rom. 8.6; 7.17). Zo toont de context van de uitdrukking ’lastering tegen de geest’ (Mt. 12.31; cf. Mt. 12.28; Lk. 11.20) aan dat er naar de macht van God wordt verwezen.”

Ja, personificaties vormen geen positief bewijs van persoonlijkheid. De bijbel zegt bijvoorbeeld over de zonde dat deze ’als koning regeert’, ’een aanleiding ontvangt’, ’begeerte bewerkt’, ’verleidt’ en ’doodt’ (Rom. 5:21; 7:8-11). Ook de wijsheid wordt gepersonifieerd en er wordt over gezegd dat ze „kinderen” en „werken” heeft (Matth. 11:19; Luk. 7:35). Toch zal niemand beweren dat dit betekent dat „zonde” en „wijsheid” personen zijn. Evenzo is de personificatie van Gods geest niet in strijd met het duidelijke bijbelse getuigenis dat deze inderdaad „iets, niet iemand”, is.

Aangezien de heilige geest nauw verbonden is met de Bron ervan, God, wordt er van iemand die in strijd handelt met Gods wil gezegd dat hij ’zijn geest bedroeft’ (Ef. 4:30). Hoe is dit mogelijk als de heilige geest geen persoon is? De woorden van de apostel Paulus over zijn eigen geest of overheersende houding illustreren dit. In 1 Korinthiërs 5:3-5 lezen wij: „Ik voor mij, hoewel lichamelijk afwezig, maar in de geest tegenwoordig, heb stellig reeds, als was ik tegenwoordig, het oordeel geveld over de man die op een wijze als deze heeft gehandeld, dat in de naam van onze Heer Jezus, wanneer gij te zamen vergaderd zijt, ook mijn geest met de kracht van onze Heer Jezus, gij zo iemand aan Satan overgeeft.”

In dit geval wisten de Korinthische christenen door middel van Paulus’ brief wat Paulus’ geest of houding was met betrekking tot het toelaten van een verderfelijke invloed in de gemeente. Toen zij dus bijeenkwamen om deze kwestie te beschouwen, was Paulus’ geest of krachtige houding daar aanwezig alsof deze een persoon was. Wanneer er een beslissing werd genomen die in overeenstemming was met de geest die Paulus aan de dag legde, zouden de christenen te Korinthe feitelijk kunnen zeggen: ’Wijzelf en Paulus’ geest hebben besloten de onberouwvolle man uit te sluiten.’ Zouden zij daarentegen iets gedaan hebben wat in strijd was met de juiste geest die de apostel aan de dag legde, dan zouden zij deze hebben ’bedroefd’.

’Maar’, zo zou iemand kunnen tegenwerpen, ’dit alles verandert niets aan het feit dat de bijbel in één adem naar de Vader, de Zoon en de Heilige Geest verwijst. Dit bewijst stellig dat de Geest een persoon is.’

Wij zouden derhalve twee schriftplaatsen kunnen beschouwen die als voorbeelden van een dergelijk bewijs worden aangehaald: „De genade des Heren Jezus Christus, en de liefde Gods, en de gemeenschap des Heiligen Geestes zij met u allen.” „Gaat dan henen, maakt al de volken tot mijn discipelen en doopt hen in den naam des Vaders en des Zoons en des Heiligen Geestes en leert hen onderhouden al wat Ik u bevolen heb.” — 2 Kor. 13:14 (13); Matth. 28:19, Nieuwe Vertaling van het Nederlandsch Bijbelgenootschap.

Bewijzen deze teksten, 2 Korinthiërs 13:14 (13) en Matthéüs 28:19, dat de ’Heilige Geest’ de „derde persoon” van de Drieëenheid is? Zeggen ze dat de Vader, de Zoon en de Heilige Geest slechts één God zijn? Neen, en louter het feit dat de Vader, de Zoon en de Heilige Geest worden genoemd, zegt ons nog niet in welke onderlinge verhouding ze tot elkaar staan.

Bovendien bewijst het feit dat er in de „naam” van de heilige geest gedoopt moet worden, op zichzelf nog niet dat de geest een persoon is. Zelfs Drieëenheidsaanhangers erkennen dat het woord „naam” in Matthéüs 28:19 niet op een persoonlijke naam duidt. De Griekse geleerde A. T. Robertson (Word Pictures in the New Testament, Deel I, blz. 245) zegt: „Het gebruik van naam ([Grieks] onoma) hier is in de Septuaginta en de papyri algemeen voor macht of autoriteit.” Dat dit gebruik van het woord „naam” niet noodzakelijkerwijs het bestaan van een persoon impliceert, zou geïllustreerd kunnen worden met de Nederlandse uitdrukking „in naam der wet”. Niemand die op de hoogte is van de Nederlandse taal, zou hieruit de conclusie kunnen trekken dat de wet een persoon is. De uitdrukking betekent eenvoudig ’in erkenning van wat door de wet wordt vertegenwoordigd’, de autoriteit ervan. Zo duidt ook de doop ’in de naam van de geest’ op een erkenning van die geest en de bron en werking ervan.

DE „HELPER” GEEN PERSOON

Wat valt er te zeggen over het feit dat de bijbel naar de geest verwijst als een „helper”, „trooster” of „raadsman” en in dit verband het voornaamwoord „hij” gebruikt? Zou dat niet een beslissend bewijs zijn dat de geest werkelijk een persoon is? Beschouwt u het volgende eens:

In Johannes 16:7, 8 en 13 citeert de Nieuwe Vertaling van het Nederlandsch Bijbelgenootschap Jezus als volgt: „Indien Ik niet heenga, kan de Trooster [paraklètos] niet tot u komen, maar indien Ik heenga, zal Ik Hem tot u zenden. En als Hij komt, zal Hij de wereld overtuigen van zonde . . . wanneer Hij komt, de Geest der waarheid, zal Hij u den weg wijzen tot de volle waarheid.”

In verband met deze passage merkt de New Catholic Encyclopedia (Deel 13, blz. 575, 576) op: „St.-Johannes ziet in de Geest zo duidelijk een persoon die Christus’ plaats in de Kerk inneemt, dat hij een mannelijk voornaamwoord [ekeinos] bezigt om naar de Geest te verwijzen, ook al is [pneuma, geest] onzijdig (16.8, 13-16). Het is dus duidelijk dat St.-Johannes de Heilige Geest als een Persoon beschouwde die onderscheiden is van de Vader en de Zoon en die, te zamen met de verheerlijkte Zoon en de Vader, aanwezig en actief is in de getrouwen (14.16; 15.26; 16.7).”

Maar heeft Johannes werkelijk het mannelijke voornaamwoord gebruikt, ondanks het feit dat het woord „geest” onzijdig is? Was het zijn bedoeling aan te tonen dat de geest inderdaad een persoon is? Waarom zouden wij het bovenaangehaalde citaat uit Johannes hoofdstuk 16 niet nog eens lezen? Wat is het antecedent van het voornaamwoord „hij”? Is het niet het woord „Trooster”? Ja, en het Griekse woord dat aldus is weergegeven, is paraklètos en staat in het mannelijke geslacht. Johannes gebruikte in deze passage dus terecht mannelijke voornaamwoorden omdat dit door het grammaticale gebruik werd vereist.

Johannes gebruikte evenwel geen mannelijke voornaamwoorden wanneer het antecedent werkelijk het onzijdige woord pneuma (geest) was. Dit treedt onmiddellijk aan het licht bij het lezen van letterlijke vertalingen, zoals de vertaling door Rotherham. In Johannes 14:16, 17 geeft Rotherham Jezus’ woorden als volgt weer: „Ik zal de Vader verzoeken, en Een Andere Raadsman [paraklètos] zal hij u geven, opdat hij [„he”] altijddurend bij u zal blijven, — de Geest [pneuma] der waarheid, — die de wereld niet kan ontvangen, omdat ze het [„it”] noch ziet noch leert kennen. Maar gij leert het [„it”] kennen, omdat het [„it”] bij u verblijft en in u is.” Merk op dat het voornaamwoord mannelijk („he”) is wanneer het antecedent het mannelijke zelfstandige naamwoord paraklètos is, maar onzijdig („it”) wanneer het antecedent het onzijdige zelfstandige naamwoord pneuma is.

Dit feit wordt vaak in bijbelvertalingen verhuld, aangezien onzijdige voornaamwoorden door mannelijke voornaamwoorden worden vervangen. In The New American Bible wordt in een voetnoot bij Johannes 14:17 toegegeven: „Het Griekse woord voor ’Geest’ is onzijdig, en hoewel wij . . . persoonlijke voornaamwoorden (’hij’, ’zijn’, ’hem’) gebruiken, bezigen de meeste Griekse hss [handschriften] ’het’.”

Wij kunnen dus zien dat drieëenheidsaanhangers op persoonlijke voornaamwoorden wijzen wanneer deze hun zienswijze lijken te ondersteunen, maar deze negeren wanneer ze dit niet doen. Een zorgvuldig onderzoek van de door drieëenheidsaanhangers aangehaalde passages onthult echter dat Johannes’ gebruik van voornaamwoorden — zowel onzijdige als mannelijke — een grammaticale basis heeft en derhalve niet hun bewering ondersteunt dat de geest een persoon is, de „derde persoon” van de drieënige God.

Dat Gods geest „niet iemand” maar „iets” is, wordt dus niet slechts door de meeste bijbelpassages ondersteund, maar alle schriftplaatsen zijn het op dit punt met elkaar eens. Door de Schrift op een eenvoudige maar zorgvuldige wijze te lezen, wordt het duidelijk dat Gods geest inderdaad Zijn onzichtbare werkzame kracht is.a

[Voetnoten]

a Zie voor details de brochure „Het Woord” — Wie is hij? Volgens Johannes en Aid to Bible Understanding, de bladzijden 1541-1548.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen