Handhaaf uw rechtschapenheid als u tegenover geloofsbeproevingen komt te staan
„Beschouwt het een en al vreugde . . . wanneer u verscheidene beproevingen overkomen, daar gij weet dat deze beproefde hoedanigheid van uw geloof volharding bewerkt.” — Jak. 1:2, 3.
1. Wat is Satans voornaamste streven, aangezien hij niet tegen Gods macht kan opnemen?
SATANS doel is altijd geweest mensen zozeer in het nauw te drijven dat zij zich tegen God keren. Dit was zijn oogmerk in het begin, toen hij bewerkstelligde dat de eerste getrouwe man door zijn broer Kaïn werd vermoord, en is tot op onze huidige tijd nog steeds zijn streven. In het verleden was Gods uitverkoren volk Israël het speciale doelwit.
2. (a) Welke opdracht gaf Jehovah Jeremia? Hoe werd zijn boodschap ontvangen? (b) Wat overkwam Jeremia, en wie kwam te hulp?
2 In opdracht van de Almachtige God moest Jeremia jarenlang aankondigen dat Jeruzalem wegens de zonden van het volk dat voor Satans pogingen bezweek, verwoest zou worden. Deze aankondiging vond bij de Israëlitische priesters en de mensen uit zijn tijd geen bijval. Jeremia werd gelast met zijn prediking op te houden. Hij zwichtte echter niet voor deze druk. Er werden drastischer maatregelen tegen hem genomen. Zelfs toen hij onder bewaking stond, spoorde hij het volk aan zich aan de Chaldeeën over te geven ten einde hun leven te redden. Hierop, en ontegenzeglijk onder leiding van Satan, „namen zij Jeremia en wierpen hem in de regenput van Malkía, de zoon van de koning, die in het Voorhof van de Wacht was. Zij dan lieten Jeremia met touwen zakken. Nu was er in de regenput geen water, maar slijk, en Jeremia zonk weg in het slijk”. Jeremia’s toestand scheen toen hopeloos, maar hij verloor toch niet zijn geloof. Een Ethiopische dienstknecht in het huis van de koning, Ebed-Melech genaamd, kwam hem te hulp en verscheen ten behoeve van Jeremia voor koning Zedekía, aan wie hij uitlegde wat er was gebeurd. Met toestemming van de koning haalde Ebed-Melech Jeremia met de grootste voorzichtigheid, om hem geen letsel te berokkenen, uit de regenput (Jer. 38:6-16). Dit laat ons zien hoe Jehovah zijn dienstknechten die zelfs onder hevige beproeving en onder de bedreiging van de dood hun rechtschapenheid handhaven, hulp verschaft. Ten slotte werden de inwoners van Jeruzalem gevangen genomen en werd de stad zelf verwoest, precies zoals Jeremia had geprofeteerd. De getrouwe Jeremia en zijn metgezel en vriend werden gespaard.
DE HAND VAN HET NATIONALISME IN VÓÓR-CHRISTELIJKE TIJDEN
3. Wat eisen regeringen herhaaldelijk van christenen, en wat is vaak het gevolg?
3 Regeringen — of ze nu autoritair zijn of een andere vorm hebben — treden het recht van iedere afzonderlijke persoon op vrijheid van aanbidding volgens zijn eigen geweten, herhaaldelijk met voeten en eisen door middel van willekeurige verordeningen loyaliteit aan de natie. Deze eisen zijn de oorzaak geweest van hevige vervolging, gevangenschappen en zelfs de dood. Hoewel dergelijke methoden in deze eeuw zijn gebruikt, geeft het verleden er vele voorbeelden van te zien.
4. (a) Welke autoritaire verordening vaardigde Nebukadnezar uit? (b) Welke handelwijze volgden de getrouwe Hebreeën? (c) Wie trad ten behoeve van de drie Hebreeën handelend op, en op welke wijze?
4 Eén daarvan vinden wij in de dagen van Nebukadnezar. U zult u herinneren dat Nebukadnezar op de vlakte van Dura een groot gouden beeld van ongeveer dertig meter hoog oprichtte. Dit zou een voorwerp van verering en aanbidding zijn en er werd een verordening uitgevaardigd dat op het geluid van muziek iedereen moest neervallen en dit beeld aanbidden. Dit druiste lijnrecht in tegen Gods gebod dat zij zich niet mochten „buigen” voor enig beeld of enige gelijkenis van ’iets wat in de hemel, op de aarde of in de wateren onder de aarde’ was. Als zij dit deden, zouden zijzelf en hun kinderen tot in het derde en vierde geslacht door Jehovah worden gestraft (Ex. 20:4-6). Toen de muziek weerklonk, wierpen alle aanwezigen zich neer, met uitzondering van de drie opvallende, getrouwe joden — Sadrach, Mesach en Abednego. Toen de koning hiervan in kennis werd gesteld, werd zijn woede opgewekt. Nogmaals werd hun de gelegenheid geboden zich neer te buigen of een compromis te sluiten. De muziek zou weer worden gespeeld en allen zouden het bevel krijgen zich neer te buigen. Deze poging had al even weinig succes als de eerste, want zelfs onder bedreiging in de vurige oven te worden geworpen, dachten deze mannen er niet aan hun rechtschapenheid jegens Jehovah te verbreken; zij wilden hem, en hem alleen, ware aanbidding schenken (Dan. 3:1, 5, 6, 16-19). Zelfs hoewel zij het gevaar voor hun leven beseften als zij in de vurige oven werden geworpen, zeiden zij onverschrokken tot Nebukadnezar dat zij zich niet voor het gouden beeld zouden neerbuigen. Zij lieten weten dat hun God hen kon bevrijden, doch dat zij, ook al deed hij dit niet, toch geen hulde zouden brengen aan dit beeld. Het verslag laat zien dat zelfs de mannen die deze drie in de vurige oven wierpen verbrandden, terwijl de getrouwe Hebreeuwse mannen niet eens de reuk van het vuur aan zich hadden. — Dan. 3:27.
5. Hoe werd Daniëls loyaliteit op de proef gesteld? Hoe liep het ten slotte af?
5 De profeet Daniël werd eveneens op de proef gesteld, omdat het zijn gewoonte was driemaal per dag voor het venster in de richting van Jeruzalem te bidden. Enkelen van de hoogwaardigheidsbekleders en satrapen onder Daríus lieten boosaardig een besluit uitvaardigen dat gedurende een periode van dertig dagen niemand tot enige God mocht bidden behalve tot de koning. Dit bevelschrift werd met de ring van de koning verzegeld. Er werd natuurlijk onmiddellijk met een beschuldigende vinger naar Daniël gewezen, omdat hij gewoontegetrouw tot de ware God, Jehovah, bleef bidden. De straf die op het overtreden van het besluit stond, was dat een ieder die aldus biddend werd aangetroffen in de leeuwekuil zou worden geworpen. Daniël bleef loyaal en wij zien hoe getrouw Jehovah hem te hulp kwam door de muil van de leeuwen te sluiten. Ook in dit geval vond er natuurlijk vergelding plaats, doordat de mannen op wier beschuldiging Daniël voor de leeuwen werd geworpen, zelf door de leeuwen werden verslonden. — Dan. 6:4-11, 20-28.
6. Welke andere gelegenheid om een compromis te sluiten kregen Daniël en zijn drie metgezellen, en hoe reageerden zij hierop?
6 Dit was niet de eerste beproeving die deze getrouwe dienstknechten ondergingen, want daarvóór waren zij uitgenodigd weelderig te leven door zich te goed te doen aan de wijn en de speciale gerechten die degenen die in het paleis vertoefden, nuttigden. Hun standpunt was onwrikbaar, zoals staat opgetekend in Daniël 1:8: „Daniël besloot in zijn hart dat hij zich niet zou verontreinigen met de lekkernijen van de koning [die bij de Israëlitische wet verboden waren] en met de wijn die hij dronk. En hij bleef de overste der hofbeambten verzoeken dat hij zich niet zou behoeven te verontreinigen.” Hij deed het verzoek: „Laat men ons wat groenten geven opdat wij kunnen eten, en water opdat wij kunnen drinken.” — Dan. 1:12.
7. Welke behandeling ondergingen velen van de vóór-christelijke dienstknechten omdat zij hun rechtschapen handhaafden?
7 Vele andere vóór-christelijke dienstknechten van de Almachtige God werden op soortgelijke wijze op de proef gesteld, van wie sommigen ter dood werden gebracht en anderen hevig werden mishandeld, ja, vele getrouwe mannen uit de oudheid „werden gemarteld omdat zij geen verlossing door een of andere losprijs wilden aanvaarden, . . . anderen kregen hun beproeving door bespottingen en geselingen, zelfs meer dan dat, door boeien en gevangenissen. Zij werden gestenigd, . . . beproefd, . . . in stukken gezaagd, zij stierven door afslachting met het zwaard, . . . terwijl zij . . . verdrukt en slecht behandeld werden; en de wereld was hun niet waardig”. — Hebr. 11:35-38.
HET GELOOF VAN VROEGE CHRISTENEN BEPROEFD
8. Wat was de voornaamste beproeving waaraan Jezus werd onderworpen? Wie kwam hem te hulp?
8 Welk een voorbeeld wat het handhaven van rechtschapenheid betreft, vormt het geval van Jehovah’s Zoon, Christus Jezus! Hij werd vals beschuldigd door de joodse religieuze leiders van zijn tijd, die hem op valse beschuldigingen van zonden die hij niet had begaan, ter dood lieten brengen. Wanneer men wordt beschuldigd van iets wat men niet heeft gedaan, kan dit de ergste beproeving betekenen, en wij zien dat Jezus hieraan werd onderworpen, hetgeen zijn dood aan de paal tot gevolg had. Hij werd echter niet door Jehovah verlaten, want op de derde dag werd hij tot een hoge, koninklijke positie in de hemelen opgewekt. — Hand. 10:40; 1 Kor. 15:4.
9. Wat vertelde Jezus zijn getrouwe volgelingen dat hun zou overkomen, en welke bewijzen bevestigen zijn voorspellingen?
9 Er wordt ons gezegd dat de discipel niet boven zijn leraar, noch een slaaf boven zijn meester staat (Matth. 10:24). Jezus zei ook tot zijn discipelen: „Indien zij mij hebben vervolgd, zullen zij ook u vervolgen; indien zij mijn woord hebben onderhouden, zullen zij ook het uwe onderhouden. . . . Ja, het uur komt waarin een ieder die u doodt, zal menen God een heilige dienst te hebben bewezen” (Joh. 15:20; 16:2). Hieruit en uit andere wijze raad die hun door Jezus werd gegeven, wisten zij dat als zij de boodschap betreffende Gods koninkrijk bleven prediken, ook hun geloof zou worden beproefd. Zulk een slechte behandeling ondergingen zij niet alleen van hun eigen joodse natie, maar ook van de niet-joodse regeerders. Jakobus was de eerste van de apostelen die ter dood werd gebracht, en wel door de niet-joodse koning Herodes. „Hij [Herodes] bracht Jakobus, de broer van Johannes, door het zwaard om het leven.” Hij mishandelde ook anderen. „Koning Herodes [legde] de hand op enkele leden van de gemeente om hen te mishandelen.” Dit was de joden echter aangenaam, zoals wij lezen: „Toen hij zag dat dit de joden aangenaam was, nam hij vervolgens ook Petrus gevangen. . . . En . . . hij [zette] hem in de gevangenis.” — Hand. 12:1-4.
10. Wie werd, behalve de apostelen, nog meer vervolgd?
10 Niet alleen de apostelen werden vervolgd, maar ook velen van de discipelen. Stéfanus was een van hen. Hij was heel ronduit in zijn waarheidsgetrouwe relaas van de feiten met betrekking tot de valse aanbidding die de Israëlieten hadden beoefend en nog steeds beoefenden. Hij zei tot de aanwezigen: „Uw voorvaders . . . hebben hen gedood die van tevoren de komst van de Rechtvaardige aankondigden, wiens verraders en moordenaars gij nu zijt geworden, . . . Toen zij nu deze dingen hoorden, voelden zij zich tot in het diepst van hun hart gegriefd en zij knarsetandden tegen hem. . . . Toen gingen zij luidkeels roepen en hielden de handen voor de oren en stormden als een man op hem af. En . . . zij [gooiden] stenen naar hem. . . . [En hij] ontsliep.” — Hand. 7:52, 54, 57-60.
11. Hield Paulus, toen hij gevangen was genomen, ermee op te prediken?
11 De apostel Paulus bevond zich in de gevangenis omdat hij vasthield aan zijn rechtschapenheid jegens God, doch dit weerhield hem er niet van te prediken. Tijdens zijn eerste gevangenschap in Rome „ontving [hij] vriendelijk allen die bij hem kwamen, en met de grootste vrijmoedigheid van spreken, zonder belemmering, predikte hij het koninkrijk Gods tot hen en gaf hij onderwijs in de dingen die met de Heer Jezus Christus verband hielden” (Hand. 28:30, 31). In zijn laatste brief tijdens zijn tweede gevangenschap in Rome, toen hij op het punt stond ter dood te worden gebracht, spoorde hij hen aan getrouw te blijven.
TWINTIGSTE-EEUWSE CHRISTENEN
12, 13. (a) Wat zou er, zoals Jezus had voorzegd, in de twintigste eeuw gebeuren? (b) Wat is christenen die hun rechtschapenheid handhaafden, overkomen?
12 Jezus voorzei de prediking van het goede nieuws betreffende het besluit van het „samenstel van dingen” gedurende de twintigste eeuw. In zijn aanmoediging voor zijn volgelingen in deze „laatste dagen” lichtte hij hen erover in wat zij konden verwachten: „Gij zult ter wille van mijn naam voor alle natiën voorwerpen van haat zijn.” „Maar wie tot het einde heeft volhard, die zal gered worden. En dit goede nieuws van het koninkrijk zal op de gehele bewoonde aarde worden gepredikt tot een getuigenis voor alle natiën, en dan zal het einde komen.” — Matth. 24:9, 13, 14.
13 Degenen die zich aan de nationalistische eisen van dit samenstel van dingen onderwerpen, maken zich woedend omdat er personen zijn die hun rechtschapenheid handhaven en weigeren te schipperen ten aanzien van hun loyaliteit jegens Jehovah, en zij stellen alles in het werk om deze christenen ertoe te brengen hun verbond met de Almachtige God te verbreken. De christenheid heeft zich hierin bij de natiën aangesloten. Gedurende de Eerste Wereldoorlog zaten vele getuigen van Jehovah (Bijbelonderzoekers) in de gevangenis omdat zij weigerden dienst te nemen in de legers van de natiën. In de ruim vijftig jaar die achter ons liggen, zijn Jehovah’s getuigen bijna onafgebroken in het een of andere deel van de wereld vervolgd. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was de vervolging buitengewoon hevig. Vele duizenden jonge mannen werden, omdat zij bedienaren van het evangelie waren en in gehoorzaamheid aan Gods wet standvastig weigerden anderen te doden, in gevangenissen opgesloten.
14. (a) Welke uitspraak deed Hitler met betrekking tot Jehovah’s getuigen? (b) Beschrijf wat er met een christelijke bedienaar van het evangelie gebeurde die niet voor de wrede behandeling van de nazi’s wilde zwichten?
14 Onder het nazi-regime werden Jehovah’s getuigen door Hitler en zijn stormtroepen op gruwelijke wijze vervolgd. Hitler verklaarde zelfs dat Jehovah’s getuigen uitgeroeid moesten worden. Als gevolg daarvan was de vervolging uiterst wreed en eiste deze een onwankelbaar geloof van de zijde van christelijke bedienaren van het evangelie. Een van hen, namelijk Arthur Winkler, werd gearresteerd en naar een concentratiekamp getransporteerd. Hij werd korte tijd vrijgelaten, maar in het oog gehouden, aangezien de Gestapo zijn signalement had. Later werd hij weer opgepakt en werd hem de kans gegeven met de Gestapo samen te werken door hun te vertellen waar zijn vrouw en de leiders van de gemeenten waren. Het antwoord was NEEN. Toen werd hij onbarmhartig geslagen totdat hij het bewustzijn verloor. Dit werd verscheidene malen herhaald. Aangezien zij, hoewel hem de tanden uit de mond werden geslagen en hij zo werd mishandeld dat hij onherkenbaar was, hem er niet toe konden brengen zijn rechtschapenheid te verbreken, werd hij in een donkere cel geworpen. Een van de rechercheurs die hem naar de Gestapo hadden gebracht, kwam bij hem en vroeg: „Bent u mijnheer Winkler?” Hij antwoordde: „Ja.” Deze Gestapo-agent was geschokt door de wreedheid die was gebruikt. Toen vroeg een bewaker die nog een beetje medegevoel had, of hij iets voor hem kon doen. „Zou u mij alstublieft een bijbel kunnen bezorgen?” was het verzoek. Even later werd er een bijbel in zijn cel gegooid en de deur onmiddellijk weer dichtgedaan. Hij had wat hij nodig had, het Woord van God. Het gebed tot Jehovah gaf hem kracht zodat hij, wat hem ook overkwam, Jehovah trouw kon blijven. Thans dient hij Jehovah nog altijd getrouw en loyaal, en het maakt hem gelukkig dat hij onder de ergste beproeving op zijn geloof standvastig kon blijven.
15. Welke aanmoediging gaf een veroordeelde christelijke bedienaar van het evangelie anderen toen hij de rechtszaal verliet?
15 In een ander geval werd een van Jehovah’s getuigen om zijn getrouwheid jegens God ter dood veroordeeld. Toen de bewakers hem uit de rechtszaal leidden, sprak hij de andere Getuigen moed in. Wat een aansporing was dit voor degenen die erbij aanwezig waren!
16. Beschrijf wat er met een christelijke bedienaar in Quebec gebeurde omdat hij zijn predikingswerk voortzette?
16 Ook de Getuigen in Quebec, Canada, maakten hevige vervolging door. Een bedienaar van het evangelie werd, behalve herhaaldelijk te zijn geslagen, 103 maal gearresteerd en zat verscheidene gevangenisstraffen uit, en dit alleen omdat hij weigerde met de van-deur-tot-deurprediking op te houden. Vele anderen ondergingen soortgelijk lijden. Doordat de Getuigen hun rechtschapenheid bleven handhaven, behaalden zij na verloop van tijd voor het hooggerechtshof in Canada de overwinning. Nu zijn er duizenden Getuigen, in plaats van het handjevol van vijfentwintig tot dertig jaar geleden.
17. Welk wrede lijden hebben getrouwe Getuigen achter het IJzeren Gordijn ondergaan?
17 Precies zoals Jehovah’s getuigen destijds onder het nazi-regime werden vervolgd, ondergaan zij nu insgelijks lijden achter het IJzeren Gordijn, waar de communisten hen hevig vervolgen om hen hun rechtschapenheid te doen verbreken. In veel gevallen worden degenen die trachten getrouw te blijven voor rechtbanken bestaande uit medearbeiders geleid en met verlies van werk, toelage, huis, pensioen, enzovoort, bedreigd als zij niet in het openbaar hun religie verloochenen. Zij hebben hun standpunt verdedigd en sommigen zijn naar gevangenkampen gezonden. In veel van deze kampen bevinden zich groepen Getuigen die wreed worden behandeld, nog slechter zelfs dan beesten. Sommigen van deze gevangenen hadden reeds lange tijd in Hitlers concentratiekampen gezeten en worden nu al weer jarenlang door de communisten gevangen gehouden. Hun geloof is echter sterk en zij zullen niet schipperen ten aanzien van hun rechtschapenheid jegens God.
18. Wat is er met christelijke bedienaren van het evangelie in Afrika gebeurd?
18 In Afrika heeft het nationalisme enkele jaren geleden heel veel vervolging over Jehovah’s getuigen gebracht en velen werden verschrikkelijk geslagen. Nog niet zo lang geleden werd de organisatie van Jehovah’s getuigen in enkele Afrikaanse landen onwettig verklaard. Omdat zij zich niet bij de politieke partij wilden aansluiten en geen partijkaart wilden dragen, werden zij niet alleen aan verbodsbepalingen onderworpen, maar het gepeupel heeft hen ook nog afgeranseld en vele vrouwen verkracht en aan immorele mishandelingen blootgesteld. Wederom waren de leiders echter niet in staat deze ware christenen ertoe te brengen hun rechtschapenheid te verbreken.
ANDERE POGINGEN OM JEHOVAH’S GETUIGEN ERTOE TE BRENGEN HUN RECHTSCHAPENHEID TE VERBREKEN
19. Hoe worden anderen met geloofsbeproevingen geconfronteerd?
19 De ergste beproeving en doen zich vaak in iemands eigen huisgezin voor doordat andere gezinsleden beschimpingen en spot gebruiken om iemand ermee te doen ophouden een van Jehovah’s getuigen te zijn.
20. Wat is er met sommigen van de vervolgde christenen in Duitsland gebeurd nadat zij uit de concentratiekampen kwamen?
20 Het is van veel getuigen van Jehovah bekend dat zij, hoewel zij onder het nazi-regime in concentratiekampen de zwaarste vervolgingen hebben doorstaan, toen zij vrijkwamen en naar hun geboorteplaats of naar andere plaatsen gingen op zoek naar werk, ten prooi zijn gevallen aan de verlokkingen van het materialisme. Hieruit kunnen wij zien dat de Duivel, hoewel hij misschien niet in staat is christenen door vervolging in slavernij te brengen, er wel in kan slagen hen met subtiele middelen hun rechtschapenheid te doen verbreken. Sommigen hebben wellicht beproevingen in de vorm van mishandeling kunnen doorstaan, maar zijn misschien het slachtoffer geworden van hun eigen hartstochten en hebben hoererij en overspel bedreven, waardoor zij uit Jehovah’s organisatie verwijderd moesten worden.
21. Wat is er in de vroege kerk gebeurd? Waarom dient het ons geloof niet aan het wankelen te brengen als dergelijke situaties zich thans voordoen?
21 In werkelijkheid zijn velen om verschillende redenen afgevallen, en dit gebeurde ook in de dagen van de vroege kerk. Paulus vestigt hier in zijn tweede brief aan Timótheüs onze aandacht op, waar wij lezen: „Want Demas heeft mij verlaten omdat hij het tegenwoordige samenstel van dingen liefhad.” Hij waarschuwde ook nog voor iemand anders die kwaad berokkende: „Alexander, de koperslager, heeft mij veel kwaad berokkend — Jehovah zal hem vergelden naar zijn daden — en wees ook gij voor hem op uw hoede, want hij heeft onze woorden in zeer hevige mate weerstaan” (2 Tim. 4:10, 14, 15). Negentienhonderd jaar geleden hebben sommige christenen hun getrouwe loopbaan dus afgebroken en wij kunnen verwachten dat enkelen dit ook thans doen, omdat dit is geprofeteerd. Zouden wij ons geloof dan aan het wankelen laten brengen? Neen, want wij weten dat Jehovah degenen die zondigen, zal verwijderen.
22. (a) Wat hebben wij plotseling zien gebeuren, hetgeen ons waakzaam dient te maken voor het feit dat ook wij misschien niet aan enkele zware beproevingen zullen ontkomen? (b) Waarin was Paulus een voorbeeld, en hoe dient zijn handelwijze ons te helpen?
22 Zo dienen wij ook niet te denken dat wij wel ongedeerd door de voor ons liggende beproevingen heenkomen. Velen moeten misschien onrechtvaardigheden en moeilijkheden verduren, zoals sommigen in het verleden. Wij bemerken dat in veel gevallen het nationalisme is opgelaaid, met het gevolg dat er bijna van de ene dag op de andere, zonder waarschuwing, hevige vervolging kwam. Door het borstharnas van de geestelijke wapenrusting aan te doen, kunnen wij de projectielen van de tegenstander weerstaan. Wij kunnen allerlei smadingen verwachten, zoals ons door Jezus Christus wordt gezegd: „’De smadingen van hen die u smaadden, zijn op mij gevallen’ . . . door middel van onze volharding en door middel van de vertroosting uit de Schriften [kunnen wij] hoop . . . hebben. Moge nu de God die volharding en vertroosting verschaft, geven dat gij onder elkaar dezelfde geestesgesteldheid hebt die Christus Jezus bezat” (Rom. 15:3-5). Wij kunnen ons ook herinneren dat Paulus specifieke raad over volharding gaf toen hij in zijn tweede brief aan de Korinthiërs schreef: „In elk opzicht bevelen wij ons als Gods dienaren aan: door veel te verduren, door verdrukkingen, door noden, door moeilijkheden, door slagen, door gevangenissen, door ongeregeldheden, door moeizame arbeid, door slapeloze nachten, door tijden zonder voedsel” (2 Kor. 6:4, 5). Er is heel veel aansporing voor nodig om in onszelf de kracht op te bouwen om te volharden.
ONZE RECHTSCHAPENHEID HANDHAVEN
23. Hoe dienen wij tegenover onze opdrachtsgelofte aan Jehovah te staan?
23 Sommigen zijn in gebreke gebleven in overeenstemming met hun opdrachtsgelofte aan Jehovah te leven. Als wij het besluit hebben genomen ons leven aan het doen van Jehovah’s wil op te dragen, kunnen wij niet meer terug. Jehovah verwacht terecht dat wij ’onze geloften betalen’ (Pred. 5:4-6). Degenen die moedwillig, opzettelijk, beloften aan Jehovah verbreken, verdienen de dood.
24, 25. (a) Uit welke bron kunnen wij aanvallen verwachten? Waarom? (b) Wat dient onze reactie te zijn, zelfs als wij tegenover de uiterste beproeving komen te staan ons leven te zullen verliezen?
24 Wij moeten bedenken dat Satan de grote vijand van ware christenen is en dat hij een machtige organisatie heeft die eropuit is alle geloof in Jehovah te verwoesten. Wij dienen ons er ook van bewust te zijn dat de hele wereld in de macht van de Duivel ligt en dat hij de geest van de ongelovigen heeft verblind. — 2 Kor. 4:4.
25 Aangezien hij de hele wereld in zijn macht heeft, wendt hij bij het gebruik van zijn aardse strijdkrachten al zijn venijn en kracht aan. Petrus schreef: „Uw tegenstander, de Duivel, gaat rond als een brullende leeuw, op zoek om iemand te verslinden.” Die iemand zou u, een oprechte christen die Jehovah is toegewijd, kunnen zijn. Petrus waarschuwt verder: „Neemt uw standpunt tegen hem in, vast in het geloof, wetend dat dezelfde dingen in de vorm van lijden, in de gehele gemeenschap van uw broeders in de wereld worden volbracht” (1 Petr. 5:8, 9). Laat dit u niet verschrikken of u ermee doen ophouden. Dit zou laf zijn, ja, op zelfmoord neerkomen, en door zo te handelen, zou men niet in aanmerking komen om in Gods koninkrijk te leven (Openb. 21:8). Heb daarentegen de geestesgesteldheid die Jezus in Openbaring 2:10 aanraadde: „Wees niet bevreesd voor de dingen die gij gaat lijden. Zie! De Duivel zal voortgaan sommigen van ulieden in de gevangenis te werpen, opdat gijlieden volledig op de proef wordt gesteld . . . Bewijs dat gij getrouw zijt, zelfs tot de dood, en ik zal u de kroon des levens geven.”