Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w67 15/9 blz. 558-564
  • Vast in het geloof ondanks tegenstand

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Vast in het geloof ondanks tegenstand
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1967
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • SPANJE
  • DUITSLAND
  • CANADA
  • VERENIGDE STATEN VAN AMERIKA
  • ANDERE BEPROEVINGEN
  • RESOLUTIES IN VERBAND MET GETROUWE PREDIKING
  • DINGEN DIE INBREUK MAKEN OP HET GELOOF
  • HET VEREISTE GELOOF
  • Handhaaf uw rechtschapenheid als u tegenover geloofsbeproevingen komt te staan
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1972
  • De beproefde hoedanigheid van het geloof
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1955
  • Ondanks vervolging vreugdevol volharden
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1982
  • Het op de proef stellen van uw getrouwheid
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1955
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1967
w67 15/9 blz. 558-564

Vast in het geloof ondanks tegenstand

„Blijft beproeven of gij in het geloof zijt, blijft bewijzen dat gij goedgekeurd zijt.” — 2 Kor. 13:5.

1. (a) Welke vragen kunnen wij onszelf stellen? (b) Hoe werd Paulus’ geloof getoond?

HET is volkomen passend dat wij onszelf afvragen: Is ons geloof te vergelijken met dat van de zachtaardige doch moedige Mozes, of van de standvastige Paulus? Denk eens aan het geval van Paulus, die vanwege zijn predikingsdienst vele gevaren doorstond. Hij werd geslagen, gestenigd, leed schipbreuk, reisde onder gevaarlijke omstandigheden, was in gevaren in de wildernis, in gevaren op zee, leed honger en dorst en vele malen kou. Zelfs nadat de christenen een sterk geloof hadden aangekweekt, vermaande Paulus hen nog: „Blijft beproeven of gij in het geloof zijt, blijft bewijzen dat gij goedgekeurd zijt.” Aldus maakte hij verder duidelijk dat christenen zichzelf nauwlettend moeten onderzoeken ten einde hun status van loyaliteit bij God te handhaven. — 2 Kor. 13:5; 11:25-27.

2. Welke geloofsbeproevingen kunnen wij verwachten, en welke voorbeelden van geloof en moed hebben wij?

2 Als wij het bijbelverslag doorkijken, bespeuren wij al gauw dat zowel getrouwe mannen uit voorchristelijke tijden als die in de eerste christengemeente negentienhonderd jaar geleden geconfronteerd werden met tegenstand, onrechtvaardige arrestatie, nationalisme en vele andere soortgelijke toestanden. Zij weerstonden deze beproevingen evenwel onbevreesd zonder met de tegenstander een compromis te sluiten. Er werden herhaaldelijk valse beschuldigingen tegen afzonderlijke personen ingebracht. Sommigen werden gevangengezet! Bedenk eens hoe Jozef in het land Egypte twee jaar in de gevangenis doorbracht, beschuldigd van een misdaad die hij niet had bedreven (Gen. 39:7-20). Petrus en Johannes en de andere apostelen werden gearresteerd omdat zij het woord zonder ophouden bleven prediken (Hand. 4, 5). Deze toestanden waren niet beperkt tot de dagen van de eerste christengemeente. Het geloof van ware christelijke getuigen van Jehovah is in de afgelopen decennia op vele manieren net zo op de proef gesteld.

SPANJE

3. Welk voorbeeld van geloof hebben wij in Spanje, en wat was het gevolg voor zover het de prediking betreft?

3 Bij een zekere gelegenheid werden in het jaar 1952 in Spanje de gangen van Jehovah’s getuigen nagegaan. Zij leidden een bijbelstudie in een bepaald huis waar zij herhaaldelijk naar toe waren gegaan. Op een keer wachtte de geheime politie hen op. Zij werden gearresteerd, hun huizen werden doorzocht en zij werden in de gevangenis gezet. Behalve dat zij werden vastgehouden, kregen zij beschimpingen en dreigementen te verduren en werden vervolgens met dezelfde schimpende bewoordingen gewaarschuwd wat de gevolgen zouden zijn als zij met de prediking van het goede nieuws bleven doorgaan. Er werd evenwel een onwrikbaar geloof ten toon gespreid, want de 121 getuigen van Jehovah die destijds in Spanje een aandeel aan de bediening hadden, bleven prediken. In het jaar 1966 waren er 4302 bedienaren van het evangelie. Ja, zij gehoorzaamden „God als regeerder meer . . . dan mensen”. — Hand. 5:29.

DUITSLAND

4. (a) Tegenover welke vervolging zagen de Duitse bedienaren van het evangelie zich in de jaren 1920 en aan het begin van de jaren 1930 geplaatst, en hoe kwam het dat de vervolging op niets uitliep? (b) Welk bevel vaardigde Hitler tegen Jehovah’s getuigen in Duitsland uit nadat hij aan de macht was gekomen?

4 Het bedieningswerk van Jehovah’s getuigen in Duitsland ontmoette in de jaren van 1920 tot 1933 veel tegenstand. Alleen al in 1931 en 1932 waren er 2335 rechtszaken tegen Jehovah’s getuigen. Dank zij volharding liep de vervolging op niets uit, zoals wordt aangetoond door het feit dat er gedurende de jaren 1919-1933 achtenveertig miljoen bijbelse brochures en zevenenzeventig miljoen exemplaren van Het Gouden Tijdperk (thans Ontwaakt!) werden verspreid. De vervolging bereikte echter een climax toen Hitler aan de macht kwam en — om zijn eigen woorden te gebruiken — verklaarde: „Deze zogenaamde ’Bijbelonderzoekers’ zijn onruststokers . . . Ik beschouw hen als kwakzalvers; Ik duld niet dat Duitse katholieken op een dergelijke manier bezoedeld worden; Ik ontbind de ’Bijbelonderzoekers’ in Duitsland, hun gebouw wijd ik aan het welzijn van het volk en ik zal al hun lectuur laten confisqueren.” Het gebouw van het Genootschap in Maagdenburg werd in beslag genomen en de regering legde ook beslag op meer dan ƒ 90.000 aan lectuur in de vorm van boeken en brochures en liet ze weghalen en verbranden. Ondanks al deze tegenstand bleven de getrouwe christenen evenwel ondergronds prediken.

5. Hoe was het compromis dat de Duitse christenen werd aangeboden, te vergelijken met de beproeving waaraan Sadrach, Mesach en Abednego werden blootgesteld?

5 Gedurende het Hitlerregime kregen velen te horen dat zij, als zij alleen maar een papier wilden tekenen waarbij zij hun positie als Jehovah’s getuigen verloochenden, in vrijheid konden heengaan en er het leven konden afbrengen. Enkelen begingen deze fout en bleven aldus in gebreke, doch de meesten brachten zich de positie van de drie Hebreeën te binnen die men dreigde in de vurige oven te werpen als zij, bij het weerklinken van de muziek, niet wilden neerbuigen voor de enorme obelisk van Nebukadnezar in de vlakte van Dura. Op hun weigering mee te doen aan beeldenaanbidding ontbrandde de toorn van de koning tegen hen. Hun vaste geloof werd bewezen door het volgende antwoord dat zij de koning gaven: „Wij achten het niet nodig u hierop enig antwoord te geven. Indien onze God, dien wij vereren, in staat is ons te bevrijden, dan zal Hij ons uit den brandenden vuuroven, en uit uw macht, o koning, bevrijden; maar zelfs indien niet — het zij u bekend, o koning, dat wij uw goden niet vereren, en het gouden beeld dat gij hebt opgericht, niet aanbidden.” Jehovah hééft hen bevrijd, want wij lezen dat, hoewel zij in de oververhitte oven werden geworpen, „het vuur geen macht had gehad over de lichamen van deze mannen, dat hun hoofdhaar niet was geschroeid, dat hun mantels ongeschonden gebleven waren, ja, dat er zelfs geen brandlucht aan hen gekomen was”. Als gevolg van hetzelfde soort van niet te onderdrukken geloof liepen soortgelijke pogingen van de vijand, die tot doel hadden dat getrouwe christenen in Duitsland compromissen zouden sluiten, op niets uit. — Dan. 3:16-18, 27.

CANADA

6. Wat gebeurde er gedurende de jaren 1940 in Canada?

6 Niet alleen in Duitsland bevonden christenen zich in een kritieke situatie. In het begin van de jaren veertig werd in Canada het tijdschrift De Wachttoren verboden en ook hier werd gedurende de Tweede Wereldoorlog veel vervolging en gevangenschap ondervonden. In de provincie Quebec werden zij enorm beschimpt en bestookt, doch dank zij een langdurige, harde strijd voor lagere gerechtshoven en ten slotte voor het Hooggerechtshof van Canada, kwam hieraan een einde.

7. Welke beschuldigingen werden er in 1949 tegen de Getuigen in Quebec ingebracht en welke vervolging vloeide hieruit voort?

7 In 1949 werden er tegen de Getuigen in Quebec beschuldigingen van opruiing ingebracht. Behalve dat zij in een verkeerd daglicht werden geplaatst en aanvallen van het gepeupel te verduren hadden, werden zij overal in de provincie verdreven en systematisch opgejaagd, ten onrechte gearresteerd en in van ongedierte en ziekten vergeven gevangenissen vastgehouden, terwijl buitensporige borgtochten werden geëist. Zulke dagvaardingen zijn echter niet nieuw. Ook Paulus werd voor de rechtbank gedaagd en kreeg een soortgelijke beschuldiging te horen, namelijk: „Wij hebben . . . bevonden dat deze man [Paulus] een pest is en oproer verwekt onder alle joden”, toen hij hetzelfde deed als de Canadese predikers, namelijk het werk dat erin bestaat anderen omtrent Gods koninkrijk te vertellen. — Hand. 24:5.

8. Wat was in Canada het gevolg van de volharding waarmee werd gepredikt en waarmee de vrijheid werd verdedigd?

8 Rechtszaken en vervolging hielden in Canada verscheidene jaren aan, totdat het Hooggerechtshof op 6 oktober 1953 met 5 tegen 4 stemmen een gunstige beslissing nam. Met deze overwinning werden achthonderd zaken afgewezen, en dat was te danken aan het feit dat zij bij hun onafgebroken prediking, terwijl zij de vrijheid van aanbidding verdedigden, overlast en onheuse bejegeningen hadden verdragen. De getrouwe Canadese Getuigen sloten net zo min een compromis als Paulus dit wilde doen, maar zij handhaafden hun rechtschapenheid en kwamen door geloof de vervolging te boven.

VERENIGDE STATEN VAN AMERIKA

9-11. (a) Werd er vervolging in de Verenigde Staten ondervonden? (b) Hoe werden de kinderen van Jehovah’s getuigen getroffen? (c) Wat was het uiteindelijke resultaat van het feit dat men geen compromis sloot?

9 Op vele plaatsen in de Verenigde Staten werd veel tegenstand en ongemotiveerde vervolging tegen Jehovah’s getuigen ontketend. In de staten Texas en Oklahoma werd tegen Jehovah’s getuigen geweld door het gepeupel uitgelokt. In Plainfield en Jersey City in de staat New Jersey, in het zuidwesten van de staat Pennsylvania, in Griffin in de staat Georgia, om maar enkele plaatsen te noemen, werden de Getuigen wegens de prediking van het evangelie gevangen genomen. Er volgde een lange strijd voor gerechtshoven en de tegenstand werd ten slotte overwonnen door gedachtig te blijven aan Gods Woord en een sterk geloof te behouden.

10 Er rezen vlaggegroetkwesties die vervolging van kinderen van Jehovah’s getuigen met zich brachten. Als gevolg van het feit dat zij hun rechtschapenheid jegens Jehovah handhaafden en niet voor de vlag bogen, werden velen van deze kinderen van een lagere schoolopleiding beroofd omdat zij wegens het niet groeten van de vlag van school werden gestuurd.

11 Talloze rechtszaken door de gehele Verenigde Staten heen waren het gevolg van het feit dat gemeentebesturen het bedieningswerk van Jehovah’s getuigen trachtten tegen te gaan door ventverordeningen uit te vaardigen. In al deze zaken, alsook in de vlaggegroetzaken, werd vrijheid van aanbidding verkregen door via de gerechtshoven van de Verenigde Staten hardnekkig naar recht te streven, met als resultaat een gunstige beslissing in het Hooggerechtshof.

12. Welke vervolging was voor jonge bedienaren van het evangelie in de dienstplichtige leeftijd het gevolg?

12 Tijdens de jaren 1940-1946, waarbij de Tweede Wereldoorlog was inbegrepen, werden zo’n 4300 jonge Amerikaanse bedienaren van het evangelie gearresteerd en in de gevangenis gezet, terwijl zij straffen tot vijf jaar kregen omdat zij trachtten hun status van bedienaar van het evangelie te verdedigen. De dienstplichtwet stelt bedienaren van het evangelie uitdrukkelijk vrij van militaire dienst, doch aan deze getrouwe predikers van Jehovah’s getuigen werd die vrijstelling geweigerd. Velen werden, nadat zij één straf hadden uitgezeten en waren vrijgelaten, spoedig opnieuw gearresteerd en voor een tweede straf naar de gevangenis teruggezonden. Niettemin handhaafden deze jonge bedienaren van het evangelie hun rechtschapenheid en trokken zelfs voordeel van de tijd die zij in de gevangenis waren door een vastomlijnd bijbelstudieprogramma te volgen en als predikers voortdurend hun geloof op te bouwen. Ja, als de gelegenheid zich voordeed, predikten zij zelfs tot gevangenbewaarders en anderen met wie zij in contact kwamen.

ANDERE BEPROEVINGEN

13. (a) Waar nog meer kwam vervolging voor? (b) Beschrijf de getrouwe en gelovige handelwijze die een zuster achter het ijzeren gordijn volgde, en met welk schriftuurlijk voorbeeld en welke schriftuurlijke raad was zij in overeenstemming?

13 In landen als Italië, Griekenland, de Filippijnen en vele andere landen over het rond der aarde zijn hevige vervolgingen voorgekomen en verbodsbepalingen uitgevaardigd. In alle gevallen probeerden de tegenstanders Jehovah’s getuigen te intimideren en hun trouw en loyaliteit ten opzichte van Jehovah te breken. Een schitterend voorbeeld van geloof en getrouwheid werd door een zuster achter het ijzeren gordijn aan de dag gelegd, die voor een tribunaal werd geleid. De presiderende functionaris had zijn bedreiging nog niet uitgesproken of de aanwezige vrouwen schreeuwden: „Die volksvijanden moesten in zee gedreven worden.” Dit dreigement joeg haar niet de minste vrees aan, want zij antwoordde snel: „Ik ben opgedragen om de God te dienen die het universum regeert. Ik zal hem nooit, onder welke omstandigheden ook, verlaten. Als u wilt, kunt u mij laten doodhongeren, maar ik zal nooit mijn geloof opgeven of enig compromis ten aanzien van mijn geloof sluiten.” Misschien waren haar Paulus’ woorden bekend: „Ik ben ervan overtuigd dat noch dood noch leven . . . noch regeringen . . . ons zal kunnen scheiden van Gods liefde.” Wat een geloof legde zij aan de dag! Het resultaat? Zij mocht gaan en er werd geen verdere actie tegen haar ondernomen (Rom. 8:38, 39). Zelfs onder ernstige omstandigheden wordt, zoals wij kunnen zien, betrouwbaarheid vereist en stellig rustte Jehovah’s zegen op die zuster, want zij werd „niet bevreesd voor hen die het lichaam doden”. — Matth. 10:28.

14. Hoe kunnen zich gelegenheden voor het sluiten van compromissen voordoen voor zover het bloedtransfusie betreft, en welke raad volgen wij op?

14 Het geloof en de sterkte van Jehovah’s getuigen worden herhaaldelijk op de proef gesteld in verband met het nemen van bloedtransfusie. Menig keer oefenen familieleden of vrienden die geen inzicht in Gods geboden hebben, hevige druk uit en trachten de zieke of gewonde Getuige zijn geloof in Gods Woord en diens gebod zich van bloed te onthouden, te doen verliezen. Een getuige van Jehovah zal zich echter stevig vastklampen aan de raad die in Handelingen 15:29 staat, namelijk „u te onthouden van dingen die aan afgoden ten slachtoffer zijn gebracht en van bloed en van al wat verstikt is en van hoererij. Indien gij u nauwlettend voor deze dingen wacht, zult gij voorspoedig zijn. Wij wensen u een goede gezondheid toe!” Er kan geen compromis worden gesloten ten aanzien van kwesties als deze, ook al worden gehoorzame christenen door familieleden of collega’s belachelijk gemaakt en beschimpt.

15. Waarom zou het niet juist zijn een werkkring te hebben die in nauwe betrekking staat met de organisatie van het moderne Babylon?

15 Er kunnen geloofsbeproevingen komen over christenen die vrij wensen te blijven van Babylon de Grote, het wereldrijk van valse aanbidding. Het kan zijn dat iemands wereldse werk hem in de kerken der christenheid brengt, misschien doordat hij aannemer is, of voor een aannemer werkt die voornamelijk kerken bouwt, of misschien is hij koster in zo’n gebouw. Hoe absurd zou het zijn als een christen die anderen waarschuwt in overeenstemming met de woorden van Openbaring 18:4, namelijk: „Gaat uit van haar [Babylon], mijn volk, indien gij niet met haar in haar zonden wilt delen, en indien gij geen deel van haar plagen wilt ontvangen”, tegelijkertijd door zijn werk een deel van haar is!

16. Welke problemen zouden er door werk nog meer kunnen rijzen en wat dient een christen eraan te doen?

16 Als iemand zich zou bezighouden met de vervaardiging van oorlogstuig of voor een firma zou werken die hoofdzakelijk deze dingen vervaardigt, zou men zijn christelijke positie in gevaar kunnen brengen. Het is duidelijk dat men in een dergelijke situatie wel een handelwijze móet volgen die in strijd is met Gods Woord, waarin christenen worden vermaand op geen enkele manier bloed tot zich te nemen of bloed te vergieten. Als men een dergelijke onbuigzame houding aanneemt, heeft dit wellicht tot gevolg dat men door medearbeiders of collega’s wordt bespot of dat men zelfs wordt ontslagen. Een christen zal niettemin indachtig zijn aan het feit dat hij niet deelneemt aan oorlogen of aan de krachtsinspanningen der natiën op het gebied van de oorlog. Jezus verklaarde: „Gij moogt niet moorden” (Matth. 5:21). Ter bekrachtiging van dit beginsel luidt Paulus’ verklaring in 2 Korinthiërs 6:14-17 bovendien dat wij niet onder een ongelijk juk kunnen komen met dergelijke praktijken die beslist een deel van deze ongelovige wereld zijn. Als een christen in een dergelijke positie verkeert, doet hij er verstandig aan ander werk te zoeken.

17. (a) Met welke omstandigheden werden Paulus en Johannes geconfronteerd toen de autoriteiten hun zeiden zich van prediken te onthouden? (b) Wat dienen twintigste-eeuwse bedienaren van het evangelie te doen?

17 Soortgelijke situaties kunnen in verband met het bedieningswerk van een christen ontstaan. Indien caesar bijvoorbeeld iemand zou verbieden dit goede nieuws van het koninkrijk te prediken, zijn christenen in deze aangelegenheid even resoluut als de apostelen negentienhonderd jaar geleden toen zij geconfronteerd werden met een bevel van de regeringsautoriteiten — uitgevaardigd op aandrang van de religieuze leiders — ermee op te houden op basis van de naam van Jezus te spreken. Stel u voor! Dit gebeurde zelfs nadat zij gegeseld waren, daarna de waarschuwing hadden gekregen niet meer te prediken en toen waren vrijgelaten. Standvastig handhaafden zij hun rechtschapenheid. Toen alle apostelen het gerechtshof van het Sanhedrin verlieten, waren zij „verheugd dat zij waardig gerekend waren ten behoeve van zijn naam oneer te lijden. En zij bleven zonder ophouden elke dag in de tempel en van huis tot huis onderwijzen en het goede nieuws over de Christus, Jezus, bekendmaken.” Dit was geen daad van verzet tegen de regeringselementen, doch van vastberaden gehoorzaamheid aan Christus’ gebod het goede nieuws van het Koninkrijk over de gehele wereld te prediken tot een getuigenis voor alle natiën, in het besef dat, als dit ten uitvoer zou zijn gebracht, het einde zou komen (Hand. 5:41, 42; Matth. 24:14). Vele christenen hebben, wegens het onwrikbare standpunt dat zij in verband met de prediking van dit goede nieuws innamen toen zij ten onrechte gearresteerd en in de gevangenis geworpen waren, hun werkkring verloren. Bijgevolg moeten ook christenen in deze twintigste eeuw hun rechtschapen standpunt vurig verdedigen en, zonder ten aanzien van hun getrouwheid jegens God te schipperen, over de gehele wereld blijven prediken, zonder evenwel caesar de dingen te onthouden die hem toebehoren. Zij zijn in werkelijkheid even vastberaden als alle apostelen waren, ongeacht het land waarin zij toevallig wonen, en zij zullen blijven prediken ook al wordt hun werk aan verbodsbepalingen onderworpen, ja, zelfs al betekent het gevangenschap en wrede bejegening.

RESOLUTIES IN VERBAND MET GETROUWE PREDIKING

18. Hoeveel resoluties werden er tussen 1922 en 1928 aangenomen, tegen wie waren ze gericht en waar werden ze verspreid?

18 Gedurende de periode van 1922-1928 werden er zeven moedige resoluties aangenomen en over het grootste deel van de wereld verspreid, en hierin werd aangetoond dat de oordelen die in de zeven plagen uit het zestiende hoofdstuk van Openbaring werden bekendgemaakt, komen over en gericht zijn tegen zowel het huidige Babylon de Grote, als de politieke elementen waaraan het zijn steun verleent.

19. (a) Welke resolutie werd er in 1963 aangenomen, door hoevelen, en welke verklaringen waren erin opgenomen? (b) Waarom is hiervoor moed nodig?

19 Nog onlangs in 1963 werd tijdens de rond de wereld gehouden ’Eeuwige goede nieuws’-congressen van Jehovah’s getuigen door in totaal 454.977 personen een krachtige resolutie aangenomen. Behalve dat in hun gezamenlijke resolutie de bovengenoemde zeven plagen werden opgenomen, namen de congresgangers het vaste besluit onwrikbaar aan de zijde van het Messiaanse koninkrijk van Jehovah God te blijven, de vruchten van de geest aan te kweken, de reine en onbesmette aanbidding te beoefenen en te strijden tegen de „goddeloze geestenkrachten in de hemelse gewesten” totdat de satanische „regeerder van deze wereld” en zijn demonen in de afgrond zijn geworpen. In de resolutie werd verder verklaard: „Wij [zullen] onpartijdig aan alle volken het ’eeuwige goede nieuws’ blijven bekendmaken betreffende Gods Messiaanse koninkrijk en betreffende zijn oordelen, die voor zijn vijanden als plagen zijn, maar die ter bevrijding van alle personen die God, de Schepper, op aanvaardbare wijze met geest en met waarheid willen aanbidden, voltrokken zullen worden.” Er is moed en vrijmoedigheid voor nodig om een dergelijk vastberaden standpunt in te nemen tegen de nationalistische aanbidding die verbonden is met internationale organisaties voor vrede en veiligheid zoals de Verenigde Naties met haar 119 lidmaten. Zulk een moedig standpunt vereist een onoverwinnelijk geloof, zoals door Petrus en Johannes, alsook door zovele andere eerste christenen ten toon werd gespreid. — Hand. 4:18-21.

20. (a) Wat kunnen christenen van het volgen van een getrouwe handelwijze verwachten? (b) Wat zijn enkele van de dingen die een onwankelbaar geloof in gevaar kunnen brengen?

20 Het is niet moeilijk te ontdekken dat het geloof van de apostelen en anderen zo zwaar op de proef werd gesteld dat zelfs gevangenschap en/of de dood ermee gemoeid waren. Ware christelijke bedienaren van het evangelie dienen thans evenveel vertrouwen te hebben en volkomen verzekerd te zijn van Jehovah’s bescherming. Het is waar dat enkelen geen onvermoeide strijd voor het geloof hebben gestreden en het slachtoffer zijn geworden van de intimidatie van politieke organisaties, familieleden en vrienden en ook zijn enkelen niet in staat geweest weerstand te bieden aan de verstrikkende verleiding van het materialisme.

DINGEN DIE INBREUK MAKEN OP HET GELOOF

21. Welke bijna onmerkbare dingen kunnen iemands geloof te niet doen?

21 Een van de eerste stappen in de richting van ontrouw is dat men begint terug te deinzen. Dit terugtrekken kan bijna onmerkbaar beginnen, hetgeen het zeer gevaarlijk maakt. Men zou het geleidelijk langzamer aan kunnen gaan doen of weigeren de uitdaging van nieuwe waarheden te aanvaarden. Luiheid zou hiervan de oorzaak kunnen zijn of wellicht heeft zelfverloochening er iets mee te maken. Er werd een specifieke waarschuwing gegeven in verband met ontrouw ten gevolge van bedrog door hen die op hun eigen oordeel afgaan en uit het oog verliezen dat men zich geheel en al en uitsluitend op Jehovah moet verlaten. Jezus’ broer en discipel, Judas, maakt specifiek gewag van dergelijke personen door te zeggen „dat er zekere mensen heimelijk zijn binnengedrongen, reeds lang geleden door de Schriften voor dit oordeel bestemd, goddeloze mensen, die de onverdiende goedheid van onze God veranderen in een verontschuldiging voor losbandig gedrag en ontrouw blijken te zijn aan onze enige Eigenaar en Heer, Jezus Christus” (Judas 4). Door zulke woorden, en door de waarschuwing dat er wolven, gehuld in schaapsklederen, zouden binnensluipen, die vals zouden blijken te zijn, worden wij vermaand (Matth. 7:15). In aanmerking nemend dat deze woorden negentienhonderd jaar geleden van toepassing waren, weten wij dat ook de toestanden die zich in deze „laatste dagen” zouden voordoen erdoor worden voorzegd.

22. Hoe kan hetgeen wij lezen het geloof verzwakken?

22 Behalve door al deze dingen kan iemands geloof ook worden verzwakt door wat hij leest en in zijn geest opneemt, door stil te staan bij „hogere kritiek” en af te gaan op wereldse filosofen. Wij dienen te bedenken dat als wij een boek lezen, de schrijver van het boek onze onderwijzer wordt en om die reden dient men bij het kiezen van leesmateriaal zeer voorzichtig te werk te gaan. Als dergelijke inlichtingen afkomstig zijn van mensen buiten Jehovah’s organisatie of van hen die met verkeerde bedoelingen in de organisatie zijn geslopen, zou dit een goede tijd of gelegenheid zijn om acht te slaan op Paulus’ raad aan de jongeman Timótheüs toen hij zei: „Blijft gij . . . in de dingen die gij hebt geleerd en waarin gij door overtuiging zijt gaan geloven, wetend van welke personen gij ze hebt geleerd en dat gij van kindsbeen af de heilige geschriften hebt gekend, die u wijs kunnen maken tot redding door middel van het geloof in verband met Christus Jezus” (2 Tim. 3:14-16). Als er door hen die zich in dit oude samenstel van dingen bevinden, of uit welke bron dan ook, maar de minste inbreuk op uw geloof wordt gemaakt, bevrijd dan uw geest van zulke boeien en denk er altijd aan dat Jehovah de ware God en Christus Jezus zijn Zoon onze onderwijzers zijn.

HET VEREISTE GELOOF

23. Welke raad betreffende geloof gaf Paulus in zijn brief aan de Thessalonicenzen?

23 Als wij standvastigheid en vastberadenheid tonen bij het ten uitvoer brengen van Jehovah’s wil, behouden wij een sterk geloof. Paulus geeft ons de raad: „Staat vast en houdt u aan de overleveringen die u, hetzij door middel van een mondelinge boodschap hetzij door middel van een brief van ons, werden geleerd. Mogen bovendien onze Heer Jezus Christus zelf en God, onze Vader, die ons heeft liefgehad en door middel van onverdiende goedheid eeuwige troost en goede hoop heeft gegeven, uw hart vertroosten en u standvastig maken in elke goede daad en elk goed woord.” Deze woorden, die de gemeente negentienhonderd jaar geleden als raad ontving, zijn levende woorden want ze zijn thans nog even waardevol en op hun plaats. „De Heer is getrouw en hij zal u standvastig maken en u behoeden voor de goddeloze. . . . Moge de Heer voortgaan uw hart succesvol te leiden tot de liefde Gods en tot de volharding voor de Christus” (2 Thess. 2:15-17; 3:3-5). Evenzeer als het voor christenen negentienhonderd jaar geleden belangrijk was dicht bij Jehovah’s organisatie te blijven, blijft dit thans ook voor ons van levensbelang. Hoe?

24. Waarmee moeten wij thans bezig zijn en wat is ervoor nodig om God te behagen?

24 Uit het druk bezig zijn met de bekendmaking van het goede nieuws putten wij vastberadenheid en aanmoediging. Wij lezen in 1 Korinthiërs 15:58: „Mijn geliefde broeders, wordt standvastig, onwrikbaar, altijd volop te doen hebbend in het werk van de Heer.” Het werk van de bediening en de werken van liefde onder medechristenen zullen ons geloof vermeerderen en onze rechtschapenheid vergroten. Wij kunnen gemakkelijk begrijpen dat zulk een geloof, namelijk geloof in Jehovah alleen, ons de kracht zal geven om weerstand te bieden aan de aanmatigingen en intimidaties van vijandige krachten. Houd altijd in gedachten dat „het zonder geloof onmogelijk [is] hem welgevallig te zijn, want wie tot God nadert, moet geloven dat hij bestaat en dat hij de beloner wordt van wie hem ernstig zoeken”. — Hebr. 11:6.

Simon Petrus . . ., aan hen die een geloof hebben verkregen dat als een even groot voorrecht wordt beschouwd als het onze, door de rechtvaardigheid van onze God en de Redder Jezus Christus: Mogen onverdiende goedheid en vrede ten aanzien van u vermeerderd worden door een nauwkeurige kennis van God en van Jezus, onze Heer . . . [voeg] bij uw geloof deugd . . ., bij uw deugd kennis, bij uw kennis zelfbeheersing, bij uw zelfbeheersing volharding, bij uw volharding godvruchtige toewijding, bij uw godvruchtige toewijding broederlijke genegenheid, bij uw broederlijke genegenheid liefde. Want indien deze dingen bij u bestaan en overvloedig zijn, zullen ze u beletten hetzij inactief of onvruchtbaar te zijn met betrekking tot de nauwkeurige kennis van onze Heer Jezus Christus. — 2 Petr. 1:1, 2, 5-8.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen