Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w71 1/1 blz. 3-5
  • „De waarheid zal u vrijmaken”

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • „De waarheid zal u vrijmaken”
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1971
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • De waarheid over de doden bevrijdt
  • Vrijheid van aanbidding van beelden
  • Vrijheid van demonische invloed
  • Zijn uw geliefden in het vagevuur?
    Ontwaakt! 1974
  • Gods bevrijdende Woord aan het werk onder gelovigen
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1971
  • Een man die het vond
    Ontwaakt! 1978
  • Ik was een vodou-beoefenaar
    Ontwaakt! 1977
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1971
w71 1/1 blz. 3-5

„De waarheid zal u vrijmaken”

BIJ HET noemen van vrijheid moeten veel Latijns-Amerikanen onveranderlijk denken aan namen zoals die van „De bevrijders” Simón Bolívar en José de San Martín. Deze mannen worden in grote delen van Latijns-Amerika herdacht wegens hun rol als militaire bevelhebbers bij de bevrijding van Zuid-Amerika van de Spaanse heerschappij in het vroege begin van de negentiende eeuw.

In de gedachten van velen zijn Bolívar en San Martín echter vervangen door iemand die de titel „Bevrijder” meer verdient. Die persoon is niemand minder dan de Zoon van God, Christus Jezus, die een werkelijke bevrijding heeft bewerkstelligd en nog steeds bewerkstelligt, niet door middel van wapens, maar door middel van de waarheid die hij sprak. Hij is degene die heeft gezegd: „Indien gij in mijn woord blijft, . . . zult [gij] de waarheid kennen en de waarheid zal u vrijmaken.” — Joh. 8:31, 32.

Hoewel de Latijns-Amerikanen over de gehele wereld bekendstaan om hun vrolijkheid, blijft het feit bestaan dat velen van hen in slavernij verkeren aan een levenswijze die veel verdriet tot gevolg heeft. Zij moeten bevrijd worden van godsdienstige meningen en gebruiken die hen lang gevangen hebben gehouden. Laten wij enkele van zulke meningen en gebruiken beschouwen en terzelfder tijd zien hoe de waarheid van Gods Woord haar bevrijdingswerk in Latijns-Amerika en elders tot stand brengt.

De waarheid over de doden bevrijdt

Veel godsdienstige meningen en gebruiken die de aanhangers ervan in slavernij brengen, houden verband met de dood. Velen zijn bijvoorbeeld bang voor het vagevuur, waar, volgens de officiële rooms-katholieke leer, de „straf door vuur veel heviger is dan welke straf maar ook die mensen in dit leven kunnen ontvangen”.

Een dergelijke leerstelling is vanzelfsprekend gebaseerd op de onderstelling dat de menselijke ziel niet sterft. Het is duidelijk dat iemand alleen maar na de dood kan lijden, wanneer het bewuste deel van hem en het zenuwstelsel, dat de pijngevoelens naar de hersenen overbrengt, blijven voortbestaan.

Ondersteunt de Heilige Schrift echter de leer van de onsterfelijke ziel en, daarmee verband houdend, de gedachte van het vagevuur? Integendeel, wij lezen hierin over de doden dat „zij . . . zich van helemaal niets bewust” zijn en derhalve niet kunnen lijden; ook dat „de ziel die zondigt, . . . zal sterven”. — Pred. 9:5; Ezech. 18:4.

In verband met het vagevuur beweert de Katholieke Kerk „dat de zielen die daarin worden vastgehouden, door de smeekbeden van de getrouwen worden geholpen”. Maar wat voor waarde hebben kostbare gebeden die ten behoeve van hen worden opgezonden, als de doden geen bewustzijn bezitten en derhalve toch niet kunnen lijden? In plaats dat de hoop op toekomstig leven afhankelijk is van geldelijke bijdragen, toont de bijbel aan dat ze terecht is gebaseerd op Gods macht mensen door middel van een opstanding nieuw leven te schenken. — Joh. 5:28, 29.

In het begin zal de bijbelse leer over de toestand van de doden u misschien verbazen. Dat was de eerste reactie van een inwoner van Honduras die zijn katholieke bijbel begon te bestuderen. Maar daarna werd hij verontwaardigd jegens de Katholieke Kerk omdat ze de waarheid van Gods Woord verborgen had gehouden. Hij hield er onmiddellijk mee op naar de mis te gaan, hoewel hij voordien gewoon was deze elke ochtend om zes uur bij te wonen. In plaats daarvan begon hij zijn gezin naar de vergaderingen van Jehovah’s getuigen mee te nemen, omdat hij wist dat daar de vrijheid-schenkende waarheid werd onderwezen.

Vrijheid van aanbidding van beelden

In Latijns-Amerikaanse huizen, kantoren en auto’s treft men veelvuldig religieuze afbeeldingen en beelden aan. In het boek Fiesta Time in Latin America wordt de slavernij die hier het gevolg van is als volgt belicht: „De indianen houden veel van de heilige beelden; zij bidden tot hun beelden, geloven in de wonderen ervan en schenken er gaven aan . . . In de Andeslanden werden christelijke heiligen en heidense goden onontwarbaar verstrengeld.”

Hoewel zulk een verering van beelden door de Katholieke Kerk wordt bevorderd, is de bijbel onverzettelijk in zijn veroordeling ervan. Ze vormt een rechtstreekse overtreding van het tweede gebod van de Tien Geboden: „Gij moogt u geen gesneden beeld maken . . . Gij moogt u voor die niet buigen” (Ex. 20:4, 5). In even duidelijke taal geeft de apostel Paulus de vermaning: „Ontvliedt de afgoderij.” — 1 Kor. 10:14.

Veel Latijns-Amerikanen nemen die woorden ter harte en doen dit thans. Uit Maracay, Venezuela, komt bijvoorbeeld het bericht van een man die vier jaar had gestudeerd om priester te worden maar die na slechts enkele malen met Jehovah’s getuigen de bijbel bestudeerd te hebben, een openluchtvuur maakte en al zijn beelden en ’heilige’ afbeeldingen verbrandde. Nadat hij dit had gedaan, kon er van hem worden gezegd, zoals er van eerste-eeuwse christelijke bekeerlingen werd gezegd: „Gij [hebt] u van uw afgoden tot God . . . gekeerd om een levende en waarachtige God als slaven te dienen.” — 1 Thess. 1:9.

Vrijheid van demonische invloed

De bijbel is het enige boek dat de oorsprong van de Duivel en zijn demonen verklaart en hun misleidende tactiek aan de kaak stelt. Er wordt in aangetoond hoe wij hen kunnen weerstaan door ’de volledige wapenrusting van God aan te trekken’, waartoe „het zwaard van de geest, dat is, Gods woord” behoort. — Ef. 6:11, 17.

Er kan derhalve verwacht worden dat waar bijbelkennis ontbreekt, demonisme welig tiert. Dit blijkt wel uit de religieuze toestand die in Latijns-Amerika bestaat. In het boek Fiesta Time in Latin America wordt bijvoorbeeld over de populariteit van het spiritisme in Haïti opgemerkt: „De bevolking bestaat voornamelijk uit belijdende katholieken, en toch komen velen van degenen die de vroege mis in de kerk bijwonen, rechtstreeks van vodou-ceremoniën waaraan zij de gehele voorgaande nacht hebben deelgenomen. De vodou-riten zelf tonen de invloed van het katholicisme.”

Uit Brazilië komt het bericht dat „meer dan 67 percent van Brazilië’s katholieken macumba- of vodou-zittingen bijwonen. Deze toestand werd door de hulpbisschop van Rio de Janeiro geweten aan de „oppervlakkigheid van het katholieke onderwijs in Brazilië”. Hoewel het katholieke onderwijs te oppervlakkig is om de ontwikkeling van een dergelijke toestand te voorkomen, is de bijbelse waarheid, die „krachtig door God [is] tot omverwerping van sterk verschanste dingen” hier wel toe in staat en ze doet dit dan ook. — 2 Kor. 10:4.

Dit wordt bevestigd door de volgende ervaring uit Venezuela. Een vrouw aldaar beweerde dat zij contact met de doden kon hebben en veel dingen in het leven van haar vrienden kon voorzeggen, terwijl zelfs de ’stemmen’ van overleden familieleden door bemiddeling van haar spraken. Toen de ’stemmen’ haar echter opdroegen zich van haar man te laten scheiden, begon zij zich af te vragen wat de bron van haar kracht was. Toen zij door Jehovah’s getuigen werd bezocht, vertelden dezen haar eerlijk en duidelijk over de oorsprong van haar kracht en kreeg zij te horen dat dergelijke praktijken in de bijbel werden veroordeeld (Hand. 16:16; Lev. 19:31). Na slechts enkele weken de bijbel bestudeerd te hebben, had zij vrijheid van demonische invloed verworven, een vrijheid waarvan haar gehele gezin de zegeningen ondervond.

In de Verenigde Staten, in Montana, heeft Gods Woord een vrouw van Indiaanse afkomst van demonisme bevrijd. De familie van deze vrouw hield zich met demonisme bezig en zij leed aan veel vreemde kwalen. ’Stemmen’ droegen haar ook op zelfmoord te plegen. Na de bijbel met de Getuigen bestudeerd te hebben, werd zij geholpen zich van voorwerpen die met valse aanbidding te maken hebben, te ontdoen. Zij verwijderde een afbeelding van een „dondergod” die zij om haar hals droeg en deed nog meer voorwerpen weg. Daarna werd haar gezondheidstoestand onmiddellijk beter. Nu zij van demonisme is bevrijd, zegt zij dat Jehovah sterker is dan haar vroegere goden.

Uit onze beschouwing van de voorgaande ervaringen blijkt ondubbelzinnig dat de bijbelse waarheid de geest van onjuiste religieuze gedachten en gebruiken kan verlossen. Wat kan er echter worden gezegd over de uitwerking ervan op het gedrag van de mensen? Wat kan ze voor de persoonlijkheid doen? Hoe verstrekkend is eigenlijk de vrijheid waarvan Jezus te kennen gaf dat deze door de waarheid tot stand komt? U wordt ertoe uitgenodigd de antwoorden op deze vragen in het volgende artikel te beschouwen.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen