Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w69 1/8 blz. 473-476
  • „Klassieke” historici — hoe betrouwbaar?

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • „Klassieke” historici — hoe betrouwbaar?
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1969
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • NAUWKEURIGHEID OF POPULARITEIT?
  • THUCÝDIDES EEN UITZONDERING
  • LATERE GESCHIEDSCHRIJVERS
  • VERWIJSBRONNEN
  • Artaxerxes
    Hulp tot begrip van de bijbel
  • Een krachtige identificatie van de Messias
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1966
  • Chronologie
    Inzicht in de Schrift, Deel 1
  • Chronologie
    Hulp tot begrip van de bijbel
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1969
w69 1/8 blz. 473-476

„Klassieke” historici — hoe betrouwbaar?

WANNEER het gaat om het aanvullen van hiaten of het bevestigen van bepaalde datums in de geschiedenis van de wereld uit de oudheid, vertrouwen hedendaagse historici heel graag op de geschiedschrijvers van het oude Griekenland en Rome. Sommige geleerden hebben het idee dat die „klassieke” autoriteiten een betrouwbaarder basis voor chronologie verschaffen dan de inlichtingen die in de bijbel staan. Om die reden is het van belang die vroege geschiedenisbronnen aan een onderzoek te onderwerpen. Hoe nauwkeurig, hoe betrouwbaar zijn ze?

Sinds het einde van de achttiende eeuw van onze gewone tijdrekening hebben instellingen voor „hoger wetenschappelijk onderwijs” heel veel aandacht geschonken aan de geschriften van die „klassieke” historici — mannen als Heródotus, Xenofon, Thucýdides, Plutarchus en anderen. Generaties na generaties is de studenten geleerd aan het geschiedkundige getuigenis van zulke oude schrijvers de voorkeur te geven wanneer dit verschilt van het getuigenis van de Heilige Schrift. En dit ondanks het feit dat velen van deze studenten belijden christenen te zijn.

Zijn er dan niet nog meer redenen om die wereldlijke bronnen nauwkeurig te onderzoeken? Wij dienen niet alleen geïnteresseerd te zijn in hun waarde in het algemeen, maar ook in de beweegredenen die deze mensen mogelijk tot schrijven hebben aangezet, en wij dienen ook graag te willen vaststellen of zij wel steeds nauwkeurig waren met betrekking tot de feiten en datums die zij neerschreven. Streefden deze mannen naar nauwkeurigheid en waarheid? Of schreven enkelen voornamelijk om roem te verwerven of eenvoudig om de mensen aangenaam bezig te houden?

NAUWKEURIGHEID OF POPULARITEIT?

De naam van Heródotus, een Grieks historicus uit de vijfde eeuw v.G.T., komt het eerst onder onze aandacht. Hij is wel „de vader der geschiedenis” genoemd, en ongetwijfeld is hij, toen hij zijn werk op zich nam, begonnen met een nieuwe manier om geschiedenis weer te geven, een waaruit bleek dat hij over een levendige verbeeldingskracht beschikte en zijn gedachten vaak de vrije loop liet. Hij munt uit als verteller. Tegenwoordige onderzoekers zijn echter enigszins verontrust over bepaalde kenmerken van zijn werk. „Er zijn in zijn verslagen heel veel onnauwkeurigheden gevonden”, volgens professor A. W. Ahl, in zijn Outline of Persian History, blz. 15.

Hier volgt een toepasselijke aanhaling uit The Encyclopædia Britannica (uitgave van 1946, Deel 10, blz. 772): „De voornaamste tekortkomingen van Heródotus zijn wel dat hij de beginselen der historische kritiek niet doorziet, het wezenlijke karakter van militaire operaties niet begrijpt en de belangrijkheid van chronologie niet naar waarde weet te schatten. . . . de ernstigste van al zijn tekortkomingen is zijn slordige chronologie. Zelfs voor de vijfde eeuw [waarin hij zelf leefde] zijn de datums die hij verschaft ontoereikend of dubbelzinnig.”

Ter wille van de rechtvaardigheid moet gezegd worden dat geschiedkundigen Heródotus veel verschuldigd zijn omdat hij een grote hoeveelheid feiten en datums heeft doorgegeven, waarvan sommige voor zover nagegaan kan worden, aardig nauwkeurig zijn. Er bestaat echter geen enkele reden waarom wij al zijn gegevens als onfeilbaar waar zouden aanvaarden.

Xenofon was een andere Griekse kroniekschrijver die tegen het einde van die zelfde vijfde eeuw v.G.T. de manlijke leeftijd had bereikt. Zijn Cyropaedie is wel „een politiek-filosofische roman” genoemd. Geleerden wijzen erop dat Xenofon toen hij schreef „weinig of niets had om op te bouwen, behalve de in omloop zijnde verhalen en tradities uit het Oosten die verzameld waren rond de figuur van de grote Perzische koning en held [Cyrus de Oude]”. Er wordt ook beweerd dat „het gehele werk een duidelijke morele strekking heeft, waaraan de letterlijke waarheid wordt opgeofferd”.1

Xenofon wordt ervan beschuldigd in zijn Hellenica, of Griekse geschiedenis, „van duidelijk waarneembare sporen van kleingeestigheid en bekrompenheid die ver beneden de waardigheid van een geschiedschrijver liggen”, blijk te hebben gegeven. Ook wordt beweerd dat „er stellig ernstige weglatingen en gebreken in het werk zijn, die ten zeerste afbreuk doen aan de waarde ervan”. — The Encyclopædia Britannica, 9de uitgave, Deel 24, blz. 721.

Er kan aan de andere kant geen twijfel over bestaan dat de werken van Xenofon ook hun goede eigenschappen hebben. „Zijn beschrijving van plaatsen en van relatieve afstanden is uiterst precies en pijnlijk nauwgezet. De onderzoekingen van hedendaagse reizigers bevestigen de nauwkeurigheid die zijn beschrijvingen over het algemeen kenmerkt.”2 Geografische nauwkeurigheid alleen is echter beslist geen reden om zijn geschriften te verheffen tot een positie die de bijbel naar de kroon steekt als het om chronologische geschiedenis gaat.

De historicus Ktesias leefde ook in de vijfde eeuw v.G.T. Van zijn belangrijkste werk, Persica, zegt hij dat het een geschiedenis van Perzië is die ontleend is aan gegevens in de koninklijke archieven van Perzië. In zijn Seven Great Monarchies (Deel 2, blz. 85) beschuldigt G. Rawlinson Ktesias ervan de periode van de Medische monarchie opzettelijk groter te maken „door bewust een verdubbelingssysteem te gebruiken. . . . Elke koning of periode die door Heródotus genoemd wordt, verschijnt twee maal op de lijst van Ktesias — een doorzichtige list die onhandig verborgen wordt door een goedkoop hulpmiddel, namelijk een ruim aantal verzonnen namen”. Het getuigenis van Ktesias wordt ook bestreden door de priester-historicus Berossos, de filosoof Aristoteles (4de eeuw v.G.T.), en door pas ontdekte spijkerschriftinscripties.3

Hoe betrouwbaar waren die vroege historici dus? Niet zo nauwkeurig en betrouwbaar dat hun gegevens ongecontroleerd zwaarder wegen dan andere betrouwbare feiten. The Encyclopædia Britannica (11de uitgave, Deel 26, blz. 894), merkt op over Thucýdides, een Griekse geschiedkundige uit die zelfde vijfde eeuw v.G.T., dat „de fout van de kroniekschrijvers naar zijn mening is, dat zij zich alleen maar om populariteit bekommerden en zich niet veel moeite gaven om hun verhaal betrouwbaar te maken”. Wij kunnen echter rekening houden met de mogelijkheid dat Thucýdides een beetje streng is geweest in zijn oordeel.

THUCÝDIDES EEN UITZONDERING

Thucýdides zelf wordt over het algemeen beschouwd als een uitzondering op de regel dat „klassieke” historici onnauwkeurig en slordig zijn. The Encyclopædia Britannica zegt: „Thucýdides staat alleen onder de mensen van zijn tijd, . . . wat de grootte van een verstandelijk bevattingsvermogen betreft dat de algemene betekenis van bepaalde gebeurtenissen kon begrijpen . . . In tegenstelling tot [zijn] voorgangers heeft Thucýdides zijn materiaal aan een bijzonder nauwkeurig onderzoek onderworpen.”4 En The Encyclopedia Americana (uitgave van 1956, Deel 26, blz. 596) zegt het volgende: „Als historicus bekleedt Thucýdides de eerste plaats. Hij verzamelde en onderzocht de feiten angstvallig en onvermoeibaar, en vertelde ze kort en bondig. Zijn stijl is bijzonder waardig, kernachtig en zinvol.”

Thucýdides heeft bijvoorbeeld verhaald dat de Griekse generaal Themístokles naar Perzië vluchtte toen Artaxerxes Longimanus nog maar „pas op de troon was gekomen”. (Zie Thucýdides, Boek 1, hoofdstuk 9.) De meeste andere historici zeggen dat deze vlucht tijdens de regering van de vader van Artaxerxes, Xerxes I, plaatsvond. Over dit punt verklaarde de Romeinse geschiedschrijver Nepos (1ste eeuw v.G.T.): „Ik hecht meer geloof aan Thucýdides dan aan anderen, omdat hij van allen die over die periode verslag hebben uitgebracht, het dichtst bij de tijd van Themístokles heeft geleefd en uit dezelfde stad kwam.” — Themistocles, hoofdstuk 9.

Hoewel de meeste naslagwerken tegenwoordig het jaar 465 v.G.T. noemen als het jaar dat Artaxerxes de troon van Perzië besteeg, zijn er sterke redenen te geloven dat dit op een vergissing berust. Diodorus Siculus, een Grieks geschiedschrijver uit de eerste eeuw v.G.T., noemt 471 v.G.T. als datum voor Themístokles’ dood in Klein-Azië, en er zijn redenen om te geloven dat zijn vlucht ten minste twee jaar daarvoor had plaatsgevonden, of in 473 v.G.T. Volgens Thucýdides was dit toen Artaxerxes „pas op de troon was gekomen”. Het is daarom heel waarschijnlijk dat Artaxerxes’ troonsbestijging ergens in het jaar 474 v.G.T. is geweest.

En waarom zal de regering van Artaxerxes de bijbelstudent enig belang inboezemen? Welnu, het bijbelverslag zegt in Nehemia 2:1-8 dat deze vorst in het twintigste jaar van zijn regering een besluit uitvaardigde tot de herbouw van Jeruzalem. Vervolgens werd Gods profeet Daniël erover ingelicht dat vanaf de tijd van Artaxerxes’ besluit tot de verschijning van de beloofde Messías, een periode van ’negenenzestig weken van jaren’ of 483 jaar zou zijn (Dan. 9:25). Hebben de feiten van de geschiedenis de tijdrekening van de bijbel dus bewezen?

Het twintigste jaar vanaf 474 v.G.T. begon in 455 v.G.T. Wanneer wij vanaf deze laatste datum 483 jaar verder tellen, komen wij in het jaar 29 van onze gewone tijdrekening, het jaar van Jezus’ doop, bij welke gelegenheid hij de hemelse bevestiging kreeg dat hij de Messías was. De discipel Lukas vermeldde: „Ook Jezus [werd] gedoopt, en terwijl hij bad, werd de hemel geopend en daalde de heilige geest in lichamelijke gedaante gelijk een duif op hem neer, en er kwam een stem uit de hemel: ’Gij zijt mijn Zoon, de geliefde; ik heb u goedgekeurd.’” — Luk. 3:21-23.a

Wij kunnen opmerken dat van alle „klassieke” historici van de vijfde eeuw v.G.T. de enige die vanwege zijn nauwkeurigheid van beweringen en omdat hij de feiten onderzocht bijzonder geprezen wordt, ook het getuigenis verschaft waardoor de bijbelse chronologie veeleer wordt ondersteund dan betwist.

LATERE GESCHIEDSCHRIJVERS

Maar wat valt er te zeggen over de latere Griekse en Romeinse geschiedschrijvers? Verschaffen zij een chronologie die nauwkeurig genoeg is om een ernstige bedreiging voor het bijbelverslag te vormen? Als een van hen kunnen wij Diodorus Siculus (1ste eeuw v.G.T.) onder de loep nemen. Van de oorspronkelijke veertig boeken van zijn geschiedenis zijn er slechts vijftien tot onze tijd bewaard gebleven. Vijf hiervan gaan over de mythische geschiedenis van Egypte, Assyrië, Ethiopië en Griekenland, en het overige deel verhaalt de tweede Perzische oorlog en strekt zich uit tot de tijd van de opvolgers van Alexander de Grote. Er wordt van Diodorus gezegd dat „hij zich weinig moeite getroost heeft zijn materiaal na te vorsen, en daarom kunnen er in het grootste deel van zijn werk vaak herhalingen en tegenstrijdigheden worden aangetroffen. . . . In de chronologie van het strikt historische gedeelte is hij af en toe onnauwkeurig”. — The Encyclopædia Britannica, 9de uitgave, Deel 7, blz. 245.

Dan is er Plutarchus (ca. 46 - ca. 120 G.T.). „Er is veel gesproken over Plutarchus’ onnauwkeurigheid; en het kan niet ontkend worden dat hij slordig is met betrekking tot getallen, en dat hij af en toe zijn eigen beweringen tegenspreekt” (Plutarch’s Lives, Inleiding, door A. H. Clough, vertaler en herziener, blz. xviii). Hij heeft over Themístokles en zijn tijd geschreven, alsook over andere vooraanstaande Grieken en Romeinen.

Wat Livius, een Romeinse geschiedschrijver die in het jaar 17 G.T. stierf, betreft, het schijnt dat de meeste van zijn geschiedkundige werken alleen maar in de vorm van aanhalingen en samenvattingen van latere schrijvers aan ons zijn doorgegeven. W. L. Collins, een van degenen die zijn werk vertaald hebben, zegt: „Ongelukkigerwijze is het verloren gegane gedeelte, dat de latere en meer authentieke geschiedenis van het Romeinse volk bevatte — en wel speciaal van de periode waarin de schrijver zelf leefde — juist het deel dat wij het liefst van alles zouden willen zien.” Zoals in zijn tijd gebruikelijk was, nam Livius de toen bestaande overleveringen in zijn verslag op.

Wij moeten wel bedenken dat deze eerste eeuwse geschiedkundigen voor gegevens die betrekking hadden op de periode van de Assyrische, Babylonische en Perzische monarchieën afhankelijk waren van oudere bronnen. Sommige van die bronnen waren, zoals wij reeds bemerkt hebben, bedorven door slordigheid en chronologische onnauwkeurigheid. En daarbij komt nog dat het overschrijven van oude verslagen de onzekerheid nog doet toenemen.

Hieruit volgt dus dat de latere „klassieke” historici geen argumenten tegen de bijbelse tijdrekening kunnen aanvoeren welke krachtiger zijn dan die van hun voorgangers uit de vijfde eeuw v.G.T. Inderdaad, slechts weinigen van die „klassieke” schrijvers, of het nu de vroege of de late schrijvers waren, toonden veel belangstelling voor nauwkeurigheid in het bijhouden van tijdverslagen. Zij verschaffen de hedendaagse lezers een schat van inlichtingen over gebeurtenissen, gewoonten en filosofieën van hun tijd — waardevolle achtergrondinlichtingen. Zij schijnen echter voor het grootste deel maar weinig aandacht geschonken te hebben aan een nauwkeurige datering

VERWIJSBRONNEN

1 The Encyclopædia Britannica, 11de uitgave, Deel 28, blz. 886.

2 Idem, 9de uitgave, Deel 24, blz. 721.

3 Idem, 9de uitgave, Deel 6, blz. 599.

4 Idem, 11de uitgave, Deel 26, blz. 894.

[Voetnoten]

a Zie „Uw wil geschiede op aarde”, blz. 129-137.

[Illustratie op blz. 473]

HERÓDOTUS

THUCÝDIDES

XENOFON

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen