Gileads geestelijke oogst
„WIJ NADEREN een laatste oogsttijd”, zei F. W. Franz, vice-president van het Wachttorengenootschap, op zondagmorgen, 9 maart 1969. De gelegenheid was de diploma-uitreiking aan de 47ste klas van de zendingsschool van het Genootschap, Gilead. De zevenennegentig afgestudeerden, en ruim tweeduizend vrienden en familieleden van hen die voor deze speciale dag waren bijeengekomen, vroegen zich af op wat voor laatste oogst de spreker doelde en hoe zij er persoonlijk bij betrokken waren.
Het antwoord kwam spoedig. De dynamische spreker haalde Jeremia 8:20 aan: „Voorbij is de oogst, ten einde de zomer, en wij zijn niet verlost!”
Hij paste deze tekst geestelijk toe en toonde aan dat de christenheid in gebreke is gebleven de geestelijke gezindheid voort te brengen die haar ervoor in aanmerking zou doen komen in de toekomst gespaard te worden. Als een vreugdevolle tegenstelling hiermee heeft de geestelijke oogst die thans onder Jehovah’s getuigen aan de gang is, overvloedige resultaten afgeworpen, zoals te kennen wordt gegeven door Amos 9:13 (Lev. 26:3-5). Omdat Gods zegen op het werk van de geestelijke christelijke oogsters heeft gerust, heeft het veel vruchten afgeworpen. Wanneer de laatste vernietiging in de oorlog van Armageddon komt, zullen degenen die deze overvloedige geestelijke gezindheid hebben, derhalve worden gered en de nieuwe ordening mogen binnengaan.
Het hoogtepunt van de dag was een lezing door N. H. Knorr, de president van het Genootschap, getiteld „De inplanting van het woord”. Deze lezing was gebaseerd op Jakobus 1:21, waar staat: „Doet daarom alle vuilheid weg en ook dat overbodige, die zedelijke verdorvenheid, en aanvaardt met zachtaardigheid de inplanting van het woord, dat in staat is uw ziel te redden.”
„Deze inplanting van het woord dient niet alleen bij de mensen buiten te geschieden, maar ook bij onszelf.” Dit was belangrijk, zo beklemtoonde hij, want het zou de redding van ons leven betekenen.
Maar al te vlug kwam er een eind aan de prettige dag en waren het slotlied en -gebed voorbij. Maar zowel de studenten als de bezoekers hadden veel voordeel van de speciale gelegenheid ontvangen. Allen waren vast besloten het woord zelfs nog dieper in hun hart wortel te laten schieten en thans een volledig aandeel aan de geestelijke oogst te hebben opdat zij voor eeuwig Gods rijke zegeningen mogen genieten.