Kom naar het feest van een vrij volk!
ER IS thans een groep van mensen die werkelijk vrij zijn. Zij zijn vrijgemaakt van mensenvrees, van de slavernij aan bijgeloof, onwetendheid en valse religie, van zelfzuchtige eerzucht en verdorven praktijken en van slavernij aan de grote slavendrijver, Satan de Duivel. Zij zijn vrij omdat zij gehoor hebben gegeven aan de woorden van Jezus Christus: „Indien gij in mijn woord blijft, zijt gij werkelijk mijn discipelen, en gij zult de waarheid kennen en de waarheid zal u vrijmaken.” — Joh. 8:31, 32.
Eens per jaar komen deze vrije mensen bijeen om de gebeurtenis te vieren of te herdenken waardoor het voor hen mogelijk is geworden een vrij volk te worden, namelijk, de dood van hun Heer en Meester Jezus Christus. Zij doen dit in gehoorzaamheid aan zijn uitdrukkelijke gebod, zoals dit voor ons werd opgetekend door de apostel Paulus: „Want ik heb van de Heer ontvangen, wat ik ook aan u heb doorgegeven, dat de Heer Jezus in de nacht waarin hij overgeleverd zou worden, een brood nam en, na gedankt te hebben, het brak en zei: ’Dit betekent mijn lichaam, dat ten behoeve van u is. Blijft dit tot mijn gedachtenis doen.’ Evenzo deed hij ook met betrekking tot de beker, nadat hij het avondmaal had gebruikt, en hij zei: ’Deze beker betekent het nieuwe verbond krachtens mijn bloed. Blijft dit, zo dikwijls als gij hem drinkt, tot mijn gedachtenis doen.’” — 1 Kor. 11:23-25.
Jezus Christus stelde dit feest, waardoor zijn dood zou worden herdacht, op een zeer passende datum in. Hoe dat zo? Doordat het dezelfde avond was, namelijk de veertiende dag van de eerste joodse maand die bekend staat als Nisan, dat het joodse Pascha werd gevierd. Hierdoor werd weer een zeer opmerkelijke gebeurtenis herdacht die 1545 jaar daarvóór had plaatsgevonden, namelijk de bevrijding van de natie Israël, benevens al hun eerstgeborenen, uit Egyptische slavernij, terwijl alle eerstgeborenen van Egypte, zowel van de mensen als van de dieren, door de engel van Jehovah werden gedood. Zij trokken die nacht als een vrij volk weg! — Ex. 12:1-39.
Op 14 Nisan 33 G.T. stond „Christus ons pascha” op het punt voor de vrijheid van zijn volgelingen te worden geofferd, en er zou dus een nieuw bevrijdingsfeest komen; ja, het ’geestelijke Israël’ zou op basis van Christus’ offer vrijgemaakt worden (1 Kor. 5:7, 8; Gal. 6:16). En evenals door die jaarlijkse paschaviering de oorspronkelijke paschabevrijding werd herdacht en deze slechts eens per jaar op de dag waarop het werd ingesteld, werd gehouden, is het alleen maar passend dat de Gedachtenisviering — die er voor in de plaats is gekomen, het avondmaal des Heren — ook slechts eens per jaar wordt gevierd, en wel op dezelfde avond als waarop het oorspronkelijk werd ingesteld.
Jezus nodigde niet al zijn landgenoten uit toen hij de herdenking van zijn dood instelde. Neen, doch slechts bepaalde personen uit hun midden die ’werkelijk zijn discipelen’ waren, enkele speciaal uitgekozen personen die leden waren van wat hij een „kleine kudde” noemde en tot wie hij bij die gelegenheid kon zeggen: „Gij zijt degenen die in mijn beproevingen steeds bij mij zijt gebleven; en ik sluit een verbond met u, evenals mijn Vader een verbond met mij heeft gesloten, voor een koninkrijk, opdat gij in mijn koninkrijk aan mijn tafel moogt eten en drinken, en op tronen moogt zitten om de twaalf stammen Israëls te oordelen.” Uit andere schriftplaatsen komen wij te weten dat zijn „kleine kudde” tot 144.000 personen beperkt is. — Luk. 12:32; 22:28-30; Openb. 14:1, 3; 20:4-6.
Hoe passend dat Jezus’ volgelingen elk jaar bijeenkomen om alles te beschouwen wat hun Leider en Meester voor hen heeft gedaan en om zijn dood te herdenken! Hoewel hij Gods voornaamste geestelijke schepping was, liet hij dit alles in de steek om louter een sterveling te worden. Meer nog, „hij [heeft] zich vernederd en is gehoorzaam geworden tot de dood, ja, de dood aan een martelpaal”. Door deze handelwijze heeft hij zijn Vaders naam gerechtvaardigd en gezuiverd van de smaad welke er door Satan de Duivel, die gepocht had dat hij alle mensen van God kon afkeren, op was geworpen. — Fil. 2:8; Job, de hoofdstukken 1 en 2; Spr. 27:11.
Vanaf die gedenkwaardige gebeurtenis heeft het door Jezus Christus vrijgemaakte volk er altijd naar gestreefd dit bevrijdingsfeest elk jaar te vieren en zij zullen het ook dit jaar vieren, en wel op 1 april, na zonsondergang, aangezien die datum overeenkomt met de joodse 14e Nisan. Bij die gelegenheid zullen degenen die aanwezig zijn, voortreffelijke geestelijke onderwijzingen en raadgevingen ontvangen, evenals Jezus’ elf apostelen op de pascha-avond van 33 G.T. veel voortreffelijke raad van Jezus ontvingen, in het bijzonder op het punt van het betonen van onzelfzuchtige liefde jegens elkaar. Alle lezers van De Wachttoren worden uitgenodigd met de christelijke getuigen van Jehovah samen te komen als zij die avond in hun Koninkrijkszalen vergaderen om dit bevrijdingsfeest te vieren. De zitplaatsen zijn gratis en er wordt geen collecte gehouden. — Joh. 13:1–16:33.
Op dit feest van een vrij volk zal de bedienaar van het evangelie die de leiding heeft, uiteenzetten aan welke vereisten degenen moeten voldoen die gerechtigd zijn van het brood en de wijn te gebruiken. Zij moeten als opgedragen personen in de voetstappen van Jezus Christus treden en zijn vrijgemaakt doordat zij in Christus’ woord blijven en door Jehovah’s geest zijn verwekt om geestelijke zonen te zijn. Verder moeten zij het getuigenis van de geest hebben dat zij „wederom geboren” zijn en de stellige hoop koesteren op de hemelse beloning, en zij moeten in overeenstemming met hun opdrachtsgelofte leven zodat zij niet op onjuiste wijze deel hebben aan het brood en de wijn en aldus een oordeel over zichzelf halen (Joh. 3:3-8; Rom. 8:14-17). Na de bespreking zullen er aan de aanwezigen schalen worden doorgegeven waarop ongezuurd brood ligt, het enige soort dat voorhanden was toen Jezus de herdenking van zijn dood instelde en dat tevens een passend symbool is van zijn lichaam, aangezien zuurdeeg hier zonde afbeeldt en Jezus zonder zonde was. Daarna zullen er drinkbekers of glazen ongezoete rode wijn worden doorgegeven, daar alleen zulke wijn op passende wijze Jezus’ vergoten bloed kan afbeelden. — 1 Kor. 5:7, 8.
Verleden jaar waren in meer dan 25.000 gemeenten van Jehovah’s volk over de gehele aarde meer dan twee miljoen personen aanwezig om Jezus’ avondmaal te vieren. Toch gebruikten van alle aanwezigen nog geen 11.000 personen van deze symbolen. Zij die er niet van gebruikten, waren voor het merendeel òf leden, òf toekomstige leden van de „grote schare” die de apostel Johannes in een profetisch visioen zag. Zij hebben niet de hoop met Christus in hemelse heerlijkheid te regeren, maar om voor eeuwig in een aards paradijs te leven waarin „rechtvaardigheid [zal] wonen” en waarin geen dood, noch rouw, noch geschreeuw, noch pijn meer zullen zijn (Openb. 7:9; 2 Petr. 3:13; Openb. 21:4). Hoewel zij zelf niet van de symbolen gebruikten, werden allen rijkelijk gezegend door bij die gelegenheid als luisteraar en toeschouwer aanwezig te zijn. Hetzelfde zal dit jaar het geval zijn.
Er is stellig geen andere plaats ter wereld waar u op de avond van de 1ste april 1969 zult willen zijn, dan op de bijeenkomst van Jehovah’s volk waar, in overeenstemming met Jezus’ instructies, het avondmaal des Heren zal worden gevierd. Wat u bij die gelegenheid hoort en ziet, zal maken dat u meer dan ooit waardering hebt voor wat Jezus voor u heeft gedaan en zal u helpen een lid van Gods vrije volk te worden.