Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w69 15/3 blz. 165-168
  • De bijbel en de Egyptische geschiedenis

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • De bijbel en de Egyptische geschiedenis
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1969
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • EGYPTISCHE GESCHIEDENIS
  • DE EGYPTISCHE GESCHIEDENIS RECONSTRUEREN
  • ARGUMENTEN VOOR DE BIJBEL
  • GEEN WERKELIJKE VERGELIJKING
  • Chronologie
    Inzicht in de Schrift, Deel 1
  • Chronologie
    Hulp tot begrip van de bijbel
  • Egypte, Egyptenaar
    Hulp tot begrip van de bijbel
  • Egypte, Egyptenaar
    Inzicht in de Schrift, Deel 1
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1969
w69 15/3 blz. 165-168

De bijbel en de Egyptische geschiedenis

SOMS wordt er bezorgdheid geuit over de moeilijkheid de historische passages van de bijbel in overeenstemming te brengen met het systeem van chronologie dat gebaseerd is op oude verslagen — die van Egypte bijvoorbeeld. Een dergelijke bezorgdheid kan natuurlijk alleen gerechtvaardigd zijn als de wereldlijke annalen op feiten berusten en nauwkeurig en onveranderlijk betrouwbaar zijn. Waar zijn wij in dit opzicht nu aan toe? Verschaft de vroege geschiedenis van Egypte een betrouwbare maatstaf? Van meer dan oppervlakkig belang is ook de vraag: Hoe laat het bijbelverslag zich met die wereldlijke annalen vergelijken?

De geschiedenis van Egypte heeft, zoals bijbellezers weten, geruime tijd — vanaf Abrahams vroege bezoek aan Egypte helemaal tot aan de tijd dat de joden, nadat Jeruzalem door Babylon was veroverd, daarheen waren gevlucht — rechtstreeks in verband met de bijbelse geschiedenis gestaan. Die periode omvatte het ontstellende aantal rampspoedige slagen die Egypte kort op elkaar troffen en de daaropvolgende opmars van de Israëlieten naar de vrijheid, ondanks de overweldigende macht van Farao en zijn leger. Het bijbelverslag is duidelijk en in overeenstemming met de feiten geschreven. Hoe staat het echter met de verslagen van Egypte?

EGYPTISCHE GESCHIEDENIS

Hedendaagse historici steunen voor inlichtingen over de oude Egyptische geschiedenis voornamelijk op bepaalde documenten in de vorm van Egyptische koningslijsten. Hiertoe behoren: de fragmentarische Steen van Palermo waarop — naar men veronderstelt — de eerste vijf dynastieën uit de Egyptische geschiedenis staan vermeld, de Turijnse Koningspapyrus, die zeer onvolledig is en waarop een lijst staat van koningen en hun regering vanaf de tijd van het „Oude Rijk” tot in het „Nieuwe Rijk”; en gemengde lijsten in steen gebeiteld, die geen van alle werkelijk in complete staat verkeren. Ten einde deze fragmentarische annalen met elkaar in overeenstemming te brengen en in chronologische volgorde te plaatsen, gaan historici grotendeels af op de geschriften van Manetho, een Egyptische priester uit de derde eeuw v.G.T.

De moeilijkheid is echter dat Manetho’s geschriften niet tot op onze tijd bewaard zijn gebleven. Wij moeten afgaan op verwijzingen naar en aanhalingen uit zijn werk in de geschriften van latere geschiedschrijvers, zoals Josephus uit de eerste eeuw G.T., Sextus Julius Africanus uit de derde eeuw G.T., Eusebius uit de vierde eeuw G.T. en Syncellus uit de achtste of negende eeuw G.T. En wat de dingen nog moeilijker maakt, is dat die historici vaak onnauwkeurig in hun aanhalingen waren. Volgens professor W. G. Waddell zijn hun aanhalingen uit Manetho „fragmentarisch en vaak verdraaid”, met het gevolg dat „het uiterst moeilijk is zekerheid te verkrijgen met betrekking tot wat authentiek Manetho is en wat onecht of vervalst is”.

Na te hebben aangetoond dat Manetho’s oorspronkelijke materiaal enkele niet historische overleveringen en legenden bevatte, vaak met voorbijzien van de chronologische volgorde, zegt professor Waddell: „Er waren van het begin af aan vele vergissingen in Manetho’s werk; niet alle zijn ze de schuld van de verdraaiingen van afschrijvers en herzieners. De duur van vele regeringen bleek onmogelijk lang te zijn: in sommige gevallen zijn de namen en de volgorde van koningen, zoals deze door Manetho werden opgegeven, in het licht van overweldigende bewijzen onhoudbaar gebleken.” — Manetho (1940), bladzijden vii, xvii, xx, xxi, xxv.

Deze kwestie van koningslijsten is een netelig probleem, want als ze alle in aanmerking worden genomen, wordt het totaal aantal jaren van de Egyptische geschiedenis ongelooflijk groot. Zo zegt The Encyclopædia Britannica (uitg. van 1965, Deel 5, blz. 722, 723) over deze lijsten: „. . . ze moeten met beleid worden gebruikt als men tracht het chronologische raamwerk van de Egyptische geschiedenis te reconstrueren; in bepaalde tijdperken blijken bijvoorbeeld twee wedijverende koningen, of zelfs hele dynastieën, die door Manetho na elkaar werden vermeld, terzelfder tijd te hebben geregeerd.”

DE EGYPTISCHE GESCHIEDENIS RECONSTRUEREN

Het is voor Egyptologen derhalve noodzakelijk geweest hun visie op de Egyptische geschiedenis gedurende de afgelopen honderd jaar of daaromtrent niet één maal, maar meermalen te herzien. Let u nu eens op hoe verschillende autoriteiten op het gebied van de Egyptologie — over het algemeen tijdgenoten — tot zeer uiteenlopende conclusies zijn gekomen met betrekking tot het jaartal van de eerste regerende dynastie, die naar men veronderstelt met de vereniging van Egypte onder koning Menes is begonnen.

Volgens 1ste dynastie begint

Champollion 5867 v.G.T.

Mariette 5004 ”

Lauth 4157 ”

Lepsius 3892 ”

Breasted 3400 ”

Meyer 3180 ”

Wilkinson 2320 ”

Palmer 2224 ”

Voeg aan deze verscheidenheid de datum van ongeveer 2900 v.G.T. toe, die thans onder historici populair is.

De Egyptenaren brachten tot op zekere hoogte astronomie tot ontwikkeling en wij hebben Egyptische teksten die over schijngestalten van de maan en de opkomst van de Hondsster (Sirius) handelen. Hiervan heeft men zich bediend door ze met andere fragmentarische gegevens te combineren om een chronologische tafel op te bouwen die vermoedelijke datums voor de verschillende dynastieën aangeeft, namelijk:

Pre-dynastieke beschavingen c. 3000–2850 v.G.T.

Dynastieën I tot VI c. 2850–2200 ”

Dynastieën VII tot XII c. 2200–1786 ”

Dynastieën XIII tot XX c. 1786–1085 ”

Dynastieën XXI tot XXXI c. 1085– 332 ”

Hoewel men mocht hopen dat het gebruik van astronomische gegevens een nauwkeurige chronologie zou opleveren, is dit niet het geval. De opkomst van Sirius (die werd gebruikt om de jaren van een „Sothisperiode” te berekenen) vindt elk jaar iets later plaats. Een geringe misrekening van één dag kan een datum ongeveer honderd twintig jaar verschuiven. De waarnemingen van de Egyptenaren, gebaseerd op observatie met het blote oog, waren stellig niet zo nauwkeurig als hedendaagse telescopische observaties en zouden er gemakkelijk één dag naast hebben kunnen zijn.

Waarom verschaffen de Egyptische annalen geen enkele inlichting over de exodus en de veelbewogen gebeurtenissen die eraan voorafgingen? Dit is eigenlijk niet verwonderlijk, aangezien, zoals J. A. Wilson, hoogleraar in de Egyptologie, verklaart, „Egyptische annalen altijd positief waren en de nadruk legden op de successen van de farao of de god, terwijl fiasco’s en nederlagen nooit vermeld werden, behalve in de een of andere context uit het verre verleden” (The World History of the Jewish People, 1964, Deel I, blz. 338, 339). De Egyptenaren zagen er geen been in annalen van een voorgaande regering te vernietigen als de inlichtingen de farao die dan aan de macht was niet bevielen. Zo liet, na de dood van koningin Hatsjepsoet, Thoetmes III haar naam en afbeeldingen uit de monumentale reliëfs beitelen.

De farao die ten tijde van de Exodus regeerde, wordt in de bijbel niet genoemd. Pogingen om hem te identificeren, zijn derhalve op gissingen gegrond. Dit verklaart gedeeltelijk waarom huidige berekeningen van de datum van de uittocht onder wereldlijke geschiedschrijvers variëren van 1441 v.G.T. tot 1225 v.G.T. — een verschil van meer dan tweehonderd jaar. En het wordt wel heel duidelijk dat de huidige wereldlijke berekeningen met betrekking tot de Egyptische chronologie geenszins een ernstige uitdaging voor de bijbelse tijdrekening kunnen vormen.

ARGUMENTEN VOOR DE BIJBEL

De hele wijze van aanpak van de bijbelschrijvers getuigt ervan dat zij zich bewust waren van de belangrijkheid van tijdmeting. Let u bijvoorbeeld eens op het geslachtsregister in het vijfde hoofdstuk van het bijbelboek Genesis. Hoe grondig wordt elke generatie met de volgende verbonden! Niets wordt aan het toeval overgelaten. Wij vernemen de leeftijd van iedereen die genoemd wordt, zowel ten tijde dat hij zijn erfgenaam verwekte als ten tijde van zijn dood. Niets in de Egyptische annalen is hiermee te vergelijken.

In tegenstelling tot de moeizaam opgebouwde chronologie van Egypte, verschaft de bijbel een bijzonder samenhangende en gedetailleerde geschiedenis die zich over duizenden jaren uitstrekt. Er wordt een levendig, waarheidsgetrouw verslag gegeven van het volk Israël, vanaf zijn ontstaan, waarin op openhartige wijze hun sterke punten en zwakheden, hun successen en mislukkingen, hun juiste aanbidding en hun verregaande afval tot heidense religie, hun zegeningen en hun rampen worden afgeschilderd. En hoewel deze eerlijkheid op zichzelf geen verzekering is voor de nauwkeurigheid van de chronologie van de bijbel, verschaft ze wel een degelijke basis voor vertrouwen in de rechtschapenheid van zijn schrijvers.

Wat vaak over het hoofd wordt gezien, is dat de bijbelschrijvers ter ondersteuning van sommige van hun feiten historische annalen aanhalen zoals „het boek van de oorlogen des HEREN” (Num. 21:14, 15), „het boek van de kronieken der koningen van Israël” (1 Kon. 14:19; 2 Kon. 15:31), „het boek van de kronieken der koningen van Juda” (1 Kon. 14:29; 2 Kon. 24:5), „het boek der geschiedenis van Salomo” (1 Kon. 11:41), alsmede veertien of meer verwijzingen naar soortgelijke annalen of officiële verslagen die door Ezra en Nehemía worden aangehaald. De bijbelschrijvers vertrouwen dus niet op het geheugen of mondelinge overlevering. Er zijn bewijzen dat hun gegevens zorgvuldig onderzocht en gedocumenteerd waren.

Er waren ook factoren die ertoe leidden dat de bijbelschrijvers, en wat dat betreft alle Israëlieten, zich altijd bewust bleven van de tijdrekening. In de Mozaïsche wet werd een belangrijke plaats toegekend aan gebeurtenissen die het nodig maakten dat de tijd nauwkeurig werd aangegeven: de Grote Verzoendag, de talrijke feestdagen, sabbatten en de Jubeljaren. Zolang het volk zich aan de Wet hield, werden dagen, maanden, jaren, zevenjarige en vijftigjarige periodes alle zorgvuldig aangetekend. Afzonderlijke Israëlieten die tot armoede waren vervallen en gedwongen waren geweest hun landerijen af te staan, konden deze per slot van rekening op dat vijftigste jaar weer in bezit nemen.

Wellicht werpen sommigen evenwel tegen dat de oorspronkelijke documenten van de bijbel niet voorhanden zijn, dat de nauwkeurigheid van het bericht in de loop der tijd door het vele afschrijven en herzien wel ernstig kan zijn aangetast. Wat dit betreft, doen wij er goed aan in gedachten te houden hoe uiterst nauwgezet de afschrijvers van de bijbel en de schriftgeleerden waren die de beschikbare exemplaren van de Geschriften vermenigvuldigden. Voor hen was het een aangelegenheid waarbij Gods gunst of afkeuring, leven of dood betrokken was. Zij moesten controleren en nog eens controleren, waarbij zij zelfs zo ver gingen dat zij de regels, woorden en letters op iedere gecopieerde bladzijde telden.

Wat de werkelijke nauwkeurigheid van de bijbelboeken, zoals ze ons in deze twintigste eeuw zijn overgeleverd, levendig illustreert, is de recente vondst van boekrollen in de Qumrangrotten bij de Dode Zee. Hiertoe behoort een goed geconserveerd exemplaar van het gehele bijbelboek Jesaja, opgetekend op zeventien stukken perkament. Vóór deze vondst dateerde de oudste Hebreeuwse tekst van Jesaja uit de tiende eeuw G.T. Hier nu was een rol uit ongeveer de eerste eeuw G.T., en toch doet zich het verbazingwekkende feit voor dat, als ze vergeleken wordt met onze huidige teksten van Jesaja, er slechts zeer geringe verschillen bestaan, verschillen van niet noemenswaard belang.

GEEN WERKELIJKE VERGELIJKING

Het moet wel duidelijk zijn dat Egypte’s wereldlijke annalen in de vorm waarin ze ons zijn overgeleverd, niet geschikt zijn als maatstaf voor het beoordelen van de nauwkeurigheid waarmee in de bijbel de tijd wordt bijgehouden. De nauwgezetheid, de waarheidsgetrouwheid en de rechtschapenheid van de Egyptische afschrijvers zijn geenszins boven alle verdenking verheven. Professor J. A. Wilson zegt hierover (in The World History of the Jewish People, 1964, Deel I, blz. 280, 281): „Er dient een waarschuwing te worden gegeven voor de juiste historische waarde van Egyptische inscripties. Dat was een wereld van . . . goddelijke mythen en wonderen.” Dan, na gesuggereerd te hebben dat de afschrijvers zich niet ontzagen met de chronologie van gebeurtenissen te goochelen ten einde meer eer te geven aan de speciale monarch die aan de macht was, voegt hij eraan toe: „De historicus zal de datums zonder verder onderzoek accepteren, tenzij er een duidelijke reden voor wantrouwen is; doch hij moet bereid zijn zijn inzicht te wijzigen zodra de interpretatie door nieuwe gegevens in een ander licht wordt geplaatst.”

Het chronologische bouwwerk dat moderne historici uit Egyptische bronnen hebben opgebouwd, is nog altijd erg wankel. De Egyptoloog E.A. Wallis Budge merkte in dit verband op: „De inlichtingen die aan de hand van inheemse Egyptische monumenten met betrekking tot datums zijn verkregen, zijn op het ogenblik niet voldoende om ons in staat te stellen de vergissingen in de cijfers van Manetho’s lijst, die het gevolg zijn van de slordigheid of onkunde van afschrijvers, te corrigeren, en tenzij er een andere mogelijkheid wordt gevonden om dit te doen, is het nutteloos zijn cijfers te verschuiven en te verdraaien, zoals veel schrijvers over Egyptische chronologie graag doen” (A History of Egypt, 1902, Deel I, Inleiding, blz. xvi). Een halve eeuw later geven geschiedschrijvers toe dat de „Egyptische chronologie nog steeds in een staat van voortdurende verandering verkeert, . . .” (Ancient Near Eastern Texts, door Pritchard, 1955, Inleiding, blz. xvii). Professor J. A. Wilson verklaart dat Egyptische chronologie pas na 663 v.G.T. „tamelijk nauwkeurig” wordt en dat hoe „verder men teruggaat, hoe groter het terrein wordt waarover onenigheid [tussen geleerden] bestaat.”

Er bestaat dus geen reden om twijfel te voelen omtrent de nauwkeurigheid van de bijbelse chronologie louter omdat bepaalde wereldlijke annalen er niet mee in overeenstemming zijn. Integendeel, slechts als de wereldlijke chronologie in overeenstemming is met het bijbelverslag mogen wij terecht een mate van vertrouwen in de oude wereldlijke datering stellen. Dit gaat stellig op ten aanzien van de annalen van het oude Egypte.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen