Waarom het Avondmaal des Heren gevierd?
Jehovah God heeft christenen door bemiddeling van zijn Zoon de opdracht gegeven het Avondmaal des Heren te vieren. Zodra wij de redenen hiervoor begrijpen, zal blijken dat ze eenvoudig, krachtig en overtuigend zijn.
HET was maandagavond, 23 maart 1959. In de Koninkrijkszaal op Columbia Heights 136 in Brooklyn, New York, was niet alleen iedere stoel, maar ook nog iedere beschikbare staanplaats bezet. Het gehoor bestond uit opgedragen christenen en hun vrienden die met een intense belangstelling naar een schriftuurlijke uiteenzetting luisterden. Werden zij zo bijzonder getrokken door de spreker? Neen, dat niet, hoewel het de president van het Wachttorengenootschap was. Het was veeleer de gelegenheid, de viering van het Avondmaal des Heren. Wat verstaan wij onder het Avondmaal des Heren en waarom dient het gevierd te worden?
Het Avondmaal des Heren is de uitdrukking die wordt gebruikt om de regeling aan te duiden welke Jezus in de nacht van zijn verraad instelde. In het kort bestaat het uit een bespreking van de Schrift, dankzeggingen en het gebruiken van brood en wijn. Sommigen verwijzen ernaar als de Eucharistie, vanwege Jezus’ ’dankzeggingen’ bij die gelegenheid. Ook spreekt men vaak over de Communie en de Mis. De passendste benaming is echter ongetwijfeld „het Avondmaal des Heeren”. — 1 Kor. 11:20, Lu.
Er zijn belijdende christenen, zoals de Quakers, die tegen deze viering bezwaar maken omdat zij vinden dat daardoor de nadruk op „nutteloze bijkomstige zaken” wordt gelegd. Om hun standpunt te ondersteunen, doen zij de volgende aanhalingen: „Want het Koninkrijk Gods bestaat niet in eten en drinken” en „Laat dan niemand u blijven oordelen in zake eten en drinken”. Een onderzoek van het verband waarin deze schriftuurplaatsen staan, toont echter aan dat de schrijver, de apostel Paulus, helemaal niet over het Avondmaal des Heren, maar veeleer over de beperkingen van de Mozaïsche wet sprak. Wij kunnen deze teksten niet uit hun verband rukken ten einde ze tegenstrijdig aan Jezus’ woorden „Doet dit tot mijn gedachtenis” te laten klinken. — Rom. 14:17; Kol. 2:16; Luk. 22:19.
Dan zijn er ook nog bepaalde groepen vrijzinnigen die beweren dat Jezus niet voornemens was de een of andere viering in te stellen. Zij wijzen erop dat het gebod om het Avondmaal des Heren te vieren alleen maar in de geschriften van Paulus en Lukas voorkomt en vitten op de kleine verschillen die er tussen de verslagen van Mattheüs, Markus, Lukas en Paulus bestaan. Als wij echter geloven — zoals het alle christenen betaamt — dat de christelijke Griekse Geschriften inderdaad Gods Woord zijn, dan is zelfs het verslag van één schrijver voor ons al voldoende om er geloof aan te hechten, en wij kunnen ook best begrijpen waarom het ene verslag vollediger is dan het andere. Daarbij komt ook nog dat wij dan niet op allerlei onbeduidende verschillen, die alleen maar aantonen dat de verschillende schrijvers onafhankelijk van elkaar hebben geschreven, zullen gaan vitten. Terloops zij opgemerkt dat van de vier alleen Mattheüs maar een ooggetuige was.
GEEN OFFER, GEEN SACRAMENT
Uit het voorgaande blijkt duidelijk dat wij het Avondmaal des Heren moeten vieren omdat Christus het heeft bevolen. Waarom deed hij dat echter? Omdat het brood en de wijn op dat moment letterlijk zijn vlees en bloed worden, een verandering die „transsubstantiatie” wordt genoemd? Wordt Jezus als gevolg hiervan iedere keer dat het Avondmaal des Heren wordt gevierd voor onze zonden geofferd? Alleen zij die eraan vasthouden dat deze verandering het grootste wonder was dat Jezus ooit heeft verricht, beweren dat. Hoe kon dit echter het geval zijn daar Jezus op het moment dat hij zei: „Neemt, dit is mijn lichaam. . . . Dit is mijn bloed”, nog steeds zijn eigen vlees en bloed bezat? En als het dan het grootste wonder van Jezus is, is het dan niet vreemd dat geen enkele bijbelschrijver aan dit kolossale wonder — als het tenminste een wonder is — aandacht schenkt? — Mark. 14:22, 24, PC.
Terwijl de rooms-katholieke vertaler Knox in verband met het Avondmaal des Heren „is” gebruikt en Jezus’ uitspraak laat luiden: ’Dit is mijn lichaam. Dit is mijn bloed’, gebruikt hij in een overeenkomstig geval in de gelijkenis van de zaaier „stands for” (betekenen of duiden op): „Het graan dat in de goede aarde viel, duidt op hen die het woord horen”, enz. Wanneer Jezus in de gelijkenis van de zaaier „is” in de zin van „duiden op” gebruikte, is het dan niet redelijk te concluderen dat hij met betrekking tot het brood en de wijn hetzelfde heeft bedoeld in plaats van vol te houden dat hij bij die gelegenheid zijn opmerkenswaardigste wonder verrichtte? Ongetwijfeld is dit zo! Daarom staat er ook in de vertalingen van Moffatt en Williams en in de New World Translation: „Dit betekent mijn lichaam” of „Dit stelt mijn lichaam voor”. — Luk. 8:15.
Ten aanzien van de bewering dat het Avondmaal des Heren een bloedeloze herhaling van Christus’ offer is, moeten wij in de eerste plaats opmerken dat een dergelijk offer geen zonden kan wegnemen, want wij lezen dat er ’zonder bloedstorting geen vergeving geschiedt’. Om deze reden verbood God de Israëlieten ook bloed te eten: „Want de ziel van het vlees is in het bloed en Ik heb het u op het altaar gegeven om verzoening over uw zielen te doen, want het bloed bewerkt verzoening door middel van de ziel”. Daarom ook ’reinigt het bloed van Jezus, zijn Zoon, ons van alle zonde’. Verder legt Paulus er vooral in Hebreeën 9 herhaaldelijk de nadruk op dat Christus slechts eenmaal is gestorven en niet meer opnieuw zal sterven. Het is dus duidelijk dat een bloedeloze herhaling van Christus’ offer geen zonden kan wegnemen. — Hebr. 9:22; Lev. 17:11; 1 Joh. 1:7.
Vele protestantse organisaties die het niet met de leerstellingen der transsubstantiatie en dat het Avondmaal des Heren een offer is, eens zijn, leren desalniettemin dat het een sacrament is. Wat is een sacrament? Een sacrament is een religieuze handeling die, naar men beweert, voor degenen die haar verrichten, een verdienste met zich meebrengt. Is het Avondmaal des Heren zo’n sacrament en is, zoals Luther beweerde, de vergeving van zonde er „het noodzakelijkste deel” van?
In de eerste plaats zij opgemerkt dat er nergens in de Schrift van een sacrament sprake is. Vooral het getuigenis van McClintock en Strongs Cyclopædia is in dit verband zeer toepasselijk, want hoewel haar uitgevers de mening zijn toegedaan dat het Avondmaal des Heren een sacrament is, beweren zij desalniettemin: „Een negatieve les van geen geringe betekenis is gelegen in het feit dat de uitdrukking sacrament niet in het N.T. wordt aangetroffen; ook wordt het Griekse woord mysterion in geen enkel geval op de doop, het Avondmaal des Heren of op de een of andere uiterlijke ceremonie van toepassing gebracht”. Neen, het idee dat een uiterlijke ceremonie een verdienste met zich meebrengt, is lijnrecht in strijd met Gods beginselen en zijn verstandhouding met de mensheid. Zulke dingen kunnen al te gemakkelijk, zonder dat hierbij oprechtheid nodig is, uitgevoerd worden. Voor christenen vormen de doop en het Avondmaal des Heren slechts symbolen die alleen maar betekenis hebben als de werkelijkheid wordt verricht of heeft plaatsgevonden.
Dat de uiterlijke ceremonie niet in vergeving van zonden voorziet, heeft God overduidelijk in het geval van de natie Israël bewezen. Daarom zei hij door bemiddeling van de profeet Jesaja dat hij genoeg had van al hun offers en er „geen welgevallen” aan had, en daarom schreef Paulus dat het „onmogelijk” is „dat het bloed van stieren of bokken zonden zou wegnemen”. Daarom zoeken wij ook tevergeefs naar een uitspraak waaruit zou blijken dat wij van het Avondmaal des Heren moeten gebruiken opdat onze zonden vergeven zullen worden, omdat dit, zoals Luther zei, er het noodzakelijkste deel van was. — Jes. 1:11; Hebr. 10:1-4.
Er wordt ons integendeel gezegd: „Indien wij onze zonden belijden, Hij is getrouw en rechtvaardig, om ons de zonden te vergeven en ons te reinigen van alle ongerechtigheid”. „Het gelovige gebed zal den lijder gezond maken, en . . . als hij zonden heeft gedaan, zal hem vergiffenis geschonken worden. Belijdt daarom elkander uw zonden en bidt voor elkander, opdat gij [in geestelijk opzicht] genezing ontvangt”. Ja, „als iemand gezondigd heeft, wij hebben” — het Avondmaal des Heren? neen, maar — „een voorspraak bij den Vader, Jezus Christus, den rechtvaardige; en Hij is een verzoening voor onze zonden”. — 1 Joh. 1:9; Jak. 5:15, 16; 1 Joh. 2:1, 2.
EEN HERDENKING VAN DE DOOD VAN CHRISTUS
Als de viering van het Avondmaal des Heren dan geen offer en geen sacrament is en evenmin van zonden reinigt, waarom heeft Jezus dan het bevel gegeven: „Doet dit tot mijn gedachtenis”? Om de hier genoemde reden, als een gedachtenis. Het was om te herdenken wat er op de paschadag van de 14de Nisan van het jaar 33 n. Chr., volgens de Hebreeuwse maankalender, gebeurde, evenals er ten tijde van het paschafeest werd herdacht wat er 1545 jaar daarvoor, op de 14de Nisan van het jaar 1513 v. Chr., had plaatsgevonden. En wat gebeurde daar dan zo lang geleden? Jehovah God maakte zich een grote naam door de goden van Egypte een nederlaag toe te brengen, en wel door alle eerstgeborenen der Egyptenaren te doden en de verdrukte Israëlieten van hun slavenjuk te bevrijden. — Ex. 9:16; 1 Sam. 6:2-6; 2 Sam. 7:23.
Als die gebeurtenis daar in het grijze verleden het verdiende om herdacht te worden, wat ook zeker het geval was, hoeveel te meer is dit dan zo met hetgeen in 33 n. Chr. gebeurde! Toen boekte Jehovah God een nog veel grotere overwinning op Satan en zijn demonen, omdat zij er tot aan Jezus’ dood niet toe in staat waren hem van zijn getrouwe loopbaan af te keren; door bemiddeling van Jezus bewees God hierdoor dat de Duivel gelogen had toen hij pochte dat God geen mens op aarde zou kunnen stellen die Hem getrouw zou blijven. En door middel van deze offerandelijke dood voorzag Jezus niet slechts in een tijdelijke, religieuze, politieke of economische vrijheid — en dat voor een klein volk — maar opende hij voor alle mensen de weg om op Gods bestemde tijd van iedere vorm van slavernij bevrijd te worden.
Zo zien wij dus waarom Christus zijn volgelingen de opdracht gaf zijn dood door het eten van ongezuurd brood en het drinken van rode wijn — symbolen van zijn lichaam en bloed — te gedenken. Deze regeling werd getroffen opdat wij ons steeds krachtig de wonderbaarlijke demonstratie van Jehovah’s oppermacht, die toentertijd plaatsvond, evenals de geweldige uitdrukking van zijn rechtvaardigheid en liefde — dat hij zijn rechtvaardige beginselen zozeer eerbiedigde en zo’n liefde voor de mensheid had dat hij zijn eniggeboren Zoon bereidwillig opofferde — zouden herinneren. Ook werd het ingesteld opdat wij altijd een diepe waardering zouden hebben voor wat Christus voor ons heeft gedaan: het lijden en de dood welke hij vrijwillig heeft ondergaan opdat wij ons met God zouden kunnen verzoenen en eeuwig leven zouden kunnen ontvangen. Het Avondmaal des Heren zal ons er zowel naar laten verlangen als ons helpen het voorbeeld dat Jezus in het handhaven van rechtschapenheid ondanks grote moeilijkheden heeft gesteld, na te volgen.
Meer nog, het Avondmaal des Heren is een prachtige gelegenheid voor een zelfonderzoek met betrekking tot de vraag of de christen die van de symbolen van het gedachtenismaal gebruikt, dit met het oog op de betekenis van het maal, op een waardige wijze doet, zoals Paulus dat in 1 Kor. 11:27-32 toont. Ten slotte dient het er ook toe om allen die bij het geestelijke lichaam van Christus zijn aangesloten, van hun eenheid te doordringen: „Is niet de beker der dankzegging, waarover wij de dankzegging uitspreken, een gemeenschap met het bloed van Christus? Is niet het brood, dat wij breken, een gemeenschap met het lichaam van Christus? Omdat het één brood is, zijn wij, hoevelen ook, één lichaam; wij hebben immers allen deel aan het ene brood”. — 1 Kor. 10:16, 17.
WIE EN WANNEER?
Wie mogen er aan het Avondmaal des Heren deelnemen? Alle oprechte christenen? Neen. Waarom niet? Omdat het verband waarin het verslag over Jezus’ instelling van het Gedachtenisfeest staat en ook het getuigenis van andere schriftuurplaatsen aantonen dat het beperkt is tot degenen die de hoop bezitten met Jezus Christus de hemelse glorie te delen, hetgeen er volgens de Schrift slechts 144.000 zullen zijn. De feiten tonen aan dat er thans nog maar een klein overblijfsel van dat aantal, waarvan de bijeenvergadering met Pinksteren in 33 n. Chr. is begonnen, op aarde bestaat. Alle mensen van goede wil zijn echter welkom en kunnen aanwezig zijn om de viering gade te slaan, omdat deze viering ook hén herinnert aan datgene wat Jehovah God en Jezus Christus hebben gedaan en hoe zij daar hun waardering voor kunnen tonen.
Hoe vaak en wanneer dient het Avondmaal des Heren gevierd te worden? Ongeacht hoe vaak anderen dit ook beweren te doen, worden wij door de Schrift niet gemachtigd dit vaker dan eenmaal per jaar te vieren, evenals het Pascha, waarbij men de bevrijding uit Egypte herdacht, slechts eenmaal per jaar werd gevierd, en wel op de avond van de bevrijding, welke op de 14de Nisan viel. Daar Jezus zijn avondmaal op de avond van de 14de Nisan instelde, is het alleen maar passend dat wij het op deze dag blijven vieren. Nisan is de vierde maand van het joodse maanjaar en begint met de zichtbare nieuwe maan die het dichtst bij de lente-equinox ligt. Dit jaar valt de 14de Nisan op 10 april. Over de gehele wereld zullen Jehovah’s getuigen Jezus’ gebod „Doet dit tot mijn gedachtenis” gehoorzamen door na 6 uur n.m. in hun Koninkrijkszalen bijeen te komen om het Avondmaal des Heren te vieren. Verbind u met hen en ontvang de zegeningen die uw aanwezigheid aldaar met zich zal meebrengen!