Worden Gods belangen gediend door gokspelen?
EEN menigte van driehonderd vijf vrouwen zat, zonder een woord te spreken, aan lange tafels geconcentreerd naar kaarten te kijken die voor hen lagen en waar nummers op stonden. Zij luisterden gespannen wanneer een priester van de Oekraïns Orthodoxe Kerk de nummers afriep die er op de tafeltennisballetjes stonden welke uit een doos omhoogsprongen. Hoewel dit de eerste keer was dat in New York op erkende wijze bingo werd gespeeld, was het niet de eerste keer dat het hier gespeeld werd. In vele New Yorkse kerken speelde men dit spel al jaren lang ondanks het feit dat men daardoor de loterijwet overtrad.
Was het Jezus’ bedoeling dat zijn volgelingen Gods belangen door middel van gokspelen zouden dienen? Hoe kan iets wat men algemeen als iets verderfelijks en een middel dat misdaad kweekt, erkent, door mensen, van wie wij veronderstellen dat zij God vertegenwoordigen, het moreel opbouwen en anderen erin onderwijzen de wetten te gehoorzamen, gebruikt worden?
De religieuze leiders die de gokspelen instellen, zien er geen kwaad in zolang het maar voor een liefdadig doel is. Het officiële orgaan van het katholieke aartsdiocees van Boston, zette uiteen: „Vanuit katholiek standpunt gezien, letten wij met betrekking tot gokspelen minder op het spel dan wel op de persoon die erbij betrokken is. Het kanselement vormt niet het morele gevaar, maar de gelegenheid die iemand heeft om bij een dergelijke ontspanning zijn geld op te maken. Wanneer het geld dat hij ervoor gebruikt nergens anders beter voor gebruikt zou kunnen worden, zijn gokspelen als sport moreel van even weinig betekenis als iedere andere sport”.
Het tijdschrift merkt voorts nog op: „De bijprodukten van onwettige gokspelen zijn dodelijke vergiften die in de bloedstroom van het gemeenschapsleven druppelen en in vele opzichten ieder lid van de gemeenschap aantasten”. Doet de wettigheid of de onwettigheid van gokspelen echter iets af aan het effect ervan? Hebben kerken waar men bingospelen beoefende en die in plaatsen stonden waar loterijwetten geen uitzondering voor hen maakten, niet onwettig gehandeld en de wet moedwillig uitgedaagd?
Hoewel gokspelen dan, zoals men zegt, voor een waardevol doel bedreven worden, is de uitwerking even vernederend. David Allen zei in zijn boek over The Nature of Gambling [De aard van gokspelen]: „Gokspelen vormen een schadelijke bezigheid . . . Ze leiden tot verduistering op grote schaal, bedrog, moord en verdeeldheid van alle soorten . . . Alle pogingen gokspelen vanuit welk gezichtspunt dan ook te analyseren, leveren geen enkel bewijs ten gunste ervan”. De slechte vruchten ervan bestempelen ze als iets verderfelijks wat door christenen en in het bijzonder door opzieners, vermeden dient te worden.
Gokspelen in de kerk mogen dan van de buitenkant gezien wel onschuldig lijken, maar ze kunnen tot gevolg hebben dat verstokte gokkers in de greep van de gokkoorts komen wat tot hun ondergang leidt. Iemand kan er zo door in beslag worden genomen dat het bijna even moeilijk is deze betovering te doorbreken als de verslaafdheid aan verdovende middelen. Iemand die zich had omgevormd, zei over verstokte gokkers: „Zij zijn voor zichzelf, hun gezin en de gemeenschap waarin zij leven, even gevaarlijk als iemand die ernstig aan verdovende middelen is verslaafd. . . . Ik heb vrouwen gekend die elke week het salaris van hun echtgenoot met bingo verloren en dan — letterlijk — tot het uiterste moesten gaan ten einde geld te verdienen om de verliezen voor hun echtgenoot verborgen te houden”. Heel wat mensen die in het algemeen eerlijk zijn, hebben geld moeten verduisteren om hun met gokken verloren geld weer aan te zuiveren.
Boezemt de kerk respect voor christelijke zeden in wanneer ze een list die de moraal verslechtert, gebruikt om meer geld te krijgen? Leert ze liefde voor waarheid en eerlijkheid wanneer ze iets voorstaat wat tot gevolg heeft dat vrouwen hun echtgenoot gaan bedriegen?
De driehonderd vijf vrouwen die in New York bingo speelden, waren zeer verontwaardigd toen een stadsinspecteur om wettelijke redenen het spel probeerde te onderbreken. De New York Times gaf er het volgende verslag over: „Een koor van geloei, gefluit en voetengestamp begroette de invallers. . . . Inspecteur Meyer probeerde de geestelijke ermee te doen ophouden. De priester negeerde de inspecteur echter en ging door met het oplezen van de nummers. . . . De vrouwen die gisteren bingo speelden, wilden liever niet geïdentificeerd worden want zij wisten dat hun echtgenoten er bezwaar tegen hadden dat zij ’s middags bingo speelden. ’Er wordt altijd wel ergens bingo gespeeld’, zei een vrouw plechtig, ’en wij zullen altijd wel ergens een plaats weten te vinden waar het wordt gedaan’”. Zou een vrouw met een dergelijke liefde voor gokken ervoor terugdeinzen aan wat als onwettig gokken wordt beschouwd, deel te nemen? In plaats van haar te helpen een weerstand tegen deze gevaarlijke gokkoorts op te bouwen, breekt de kerk deze weerstand juist af.
Een jury uit Brooklyn die zich met gevallen van zwendel bezighoudt, verklaarde: „Zowel plaatselijk als nationaal is gokken de basis geworden van georganiseerde misdaad”. De jury betreurde de onverschillige houding die het gewone publiek ten opzichte van dit sociale kwaad aannam. Draagt het feit dat de kerk gokspelen voorstaat niet tot deze onverschilligheid bij? De pogingen van instellingen die zich met het uitvoeren van de wet bezighouden, werden verzwakt door de kerken die aan gokspelen hun steun verleenden.
Zulke kerken kunnen zich niet aan de verantwoordelijkheid voor de algemene toename van wetteloosheid onttrekken en zeggen dat het komt omdat men zich te weinig met godsdienstoefeningen bezighoudt. Ze dragen ertoe bij door, ten einde aan geld te komen, gebruik te blijven maken van een middel dat tot een persoonlijke, maatschappelijke, politieke en economische val leidt.
Men kan God niet dienen met praktijken die het moreel schaden, die slechte vruchten voortbrengen en waardoor de mensen slaven worden van verlangens en genot. Mensen die Gods belangen werkelijk willen dienen, blijven ernaar streven respect voor schriftuurlijke beginselen op te bouwen en helpen anderen zich aan de verlangens en praktijken van deze corrupte oude wereld te onttrekken. „Want vroeger waren ook wij verdwaasd, ongehoorzaam, dwalende, verslaafd aan velerlei begeerten en zingenot, levende in boosheid en nijd, hatelijk en elkander hatende”. „Daarom bevreemdt het hen, dat gij u niet met hen stort in dienzelfden poel van liederlijkheid, en zij belasteren u; maar zij zullen daarvan rekenschap moeten geven aan Hem, die gereed staat om levenden en doden te oordelen”. — Tit. 3:3; 1 Petr. 4:4, 5.
Het doel, geld voor een kerk bijeen te krijgen, heiligt de middelen niet. Een middel dat de onderwereld gebruikt, past niet bij hen die belijden God te dienen. Door middel van gokken kan men Gods belangen niet dienen en een aantal bedrieglijke redeneringen kan het gebruik ervan niet rechtvaardigen. Het is een maatschappelijk kwaad dat ware christenen achter zich laten wanneer zij zich van de zinloze en nadelige begeerten van deze corrupte wereld afscheiden.