De huwelijksceremonie
Zoals die door Jehovah’s getuigen wordt voltrokken (Vervolg van het artikel in De Wachttoren van 1 juni 1953)
(De hier vermelde wettelijke vereisten die betrekking nemen op de plaats der plechtigheid, de huwelijksakte en de personen die bij de huwelijksvoltrekking dienst doen, zijn gebaseerd op de huwelijkswetten van de Verenigde Staten van Amerika, waardoor het een prediker van Jehovah’s getuigen is toegestaan bij het sluiten van een huwelijk als ambtenaar op te treden, terwijl zulke wetten niet noodzakelijkerwijs in andere landen rechtsgeldig zijn. Zo wordt bijvoorbeeld in Nederland slechts het burgerlijke huwelijk erkend dat op daartoe bevoegde bureau’s van de burgerlijke stand wordt gesloten.)
PLAATS WAAR DE CEREMONIE WORDT GEHOUDEN
De Koninkrijkszaal van een gemeente van Jehovah’s getuigen is een van de juiste plaatsen waar een Christelijke huwelijksceremonie kan worden geleid. Waarom? Omdat deze dienst behalve het geven van een uiteenzetting over de juiste verplichtingen die gehuwde mensen voor hun God hebben, een getuigenis voor de naam en de voornemens van Jehovah vormt.
Het gemeentecomité dient te worden geraadpleegd en de Koninkrijkszaal dient alleen te worden gebruikt indien dit comité er mee instemt. Behalve misschien het gebruiken van wat bloemen om het podium wat te versieren, dient de Koninkrijkszaal niet te worden veranderd wat de verlichting, de uitrusting, enz., betreft. In het algemeen dient iedereen die de Koninkrijkszaal voor een huwelijksceremonie gebruikt, de zaal te aanvaarden zoals ze is. Ze is op de juiste wijze uitgerust voor goddelijke dienst. Indien er andere regelingen zijn vereist die met veel werk gepaard gaan, dient de ceremonie ergens anders te worden gehouden dan in de vergaderplaats van Jehovah’s volk.
Muziek die aan de ceremonie voorafgaat
Dit kan in het algemeen worden overgelaten aan het oordeel en de goede smaak van hen die de regelingen voor het huwelijk treffen, mits zij in de waarheid zijn. In de Koninkrijkszaal kunnen toepasselijke Koninkrijksliederen worden gezongen of muzikaal ten gehore worden gebracht. Dit alles is natuurlijk in het geheel niet noodzakelijk; maar het is een gebeurtenis die in het leven van hen die gaan trouwen maar „eens” voorkomt, en, indien degenen die er bij zijn betrokken, menen dat zulk een achtergrond wenselijk is, bestaat er geen ernstig bezwaar tegen zolang er zorg voor wordt gedragen dat dit bijkomstige deel van de regeling niet in belangrijkheid dusdanig wordt vergroot dat het de werkelijke dienst, datgene wat door de dienaar wordt gezegd, in de schaduw stelt.
Het vooraf doornemen van de plechtigheid
Indien dit nodig is, dient dit te geschieden op een plaats buiten de Koninkrijkszaal en het wordt aan de dienstdoende dienaar overgelaten te beslissen of hij daarbij aanwezig wenst te zijn of niet. Hij heeft niet zo veel met de voorbereidende regelingen te maken, behalve het controleren van de huwelijksakte om te zien of aan alle wettelijke vereisten op de juiste wijze is voldaan, waarbij hij vaststelt of de vrouw ten huwelijk zal worden „gegeven” of niet en te bepalen of er één ring, twee ringen of geen enkele ring zal worden gebruikt in de dienst. Zijn toespraak over de vereisten van Jehovah en de huwelijksverplichtingen die beiden tegenover elkander hebben, dient in geen enkel opzicht door enig onnodig ritueel te worden verduisterd.
Te dragen kleding
Gewoonlijk is dit een belangrijk punt voor de meeste bruidjes en in vele gevallen ook voor de bruidsmeisjes en andere deelnemers in het algemeen. Zij denken dat een bewerkelijke bruidskleding min of meer noodzakelijk is, en dat dit afhangt van de zogenaamde positie die zij in de maatschappij innemen. Ten einde dit te rechtvaardigen, vestigen zij als regel de aandacht op de nadruk die de Heer legt op de tooi van de bruid in de 45ste Psalm en op andere plaatsen in de Bijbel. Zonder dat wij iemand in deze zaak beperkingen wensen op te leggen of ons anderszins in deze omstreden kwestie willen mengen, schijnt het wel op zijn plaats er hier de aandacht op te vestigen dat een dergelijke tooi die in de Bijbel wordt beschreven, vrijwel altijd een voorbeeld van geestelijke dingen is en op de ware tooi duidt waarmede de bruid van Christus en haar metgezellinnen zich moeten tooien, en deze schriftuurplaatsen hebben in het geheel niet ten doel de letterlijke tooi van een Christelijke bruid te voorschaduwen. De tooi die de bruid van Christus moet aandoen, wordt gevormd door de hoedanigheden die worden ontwikkeld en voortgebracht als de vrucht van de geest van Jehovah die op en door middel van een ware Christen werkzaam is. — 1 Petr. 3:1-6, NW.
Wereldse mensen die deze vrucht van Jehovah’s geest niet hebben, denken dat zij zich moeten tooien met het beste wat zij hebben of wat zij kunnen kopen indien zij het niet hebben. Dit is het „opzichtige geuren met iemands bezittingen [hetwelk] niet voortspruit uit de Vader, maar voortspruit uit de wereld” (1 Joh. 2:16, NW). Een pronkerig uiterlijk vertoon is niet noodzakelijk en is bovendien vruchteloos wanneer het wordt vergeleken met de schoonheid die de Christelijke bruid ontwikkelt. Zulk een werelds vertoon van kleding en gebruiken, draagt er toe bij wedijver op te wekken met zijn naijver, jaloezie, twist en haat, en past niet bij een Christen. Wij sporen de Christelijke bruid dus aan de meer godvruchtige tooi in acht te nemen. Dit betekent niet dat Christenen er bij zulke gelegenheden niet netjes en aantrekkelijk uit mogen zien. Zij dienen in overeenstemming met de richtlijnen van de Heer te handelen. — 1 Tim. 2:9, 10, NW.
De opstelling
Personen die gaan trouwen, dienen gewoonlijk met hun gezicht naar de dienstdoende dienaar toe te staan en met hun rug naar de toehoorders. Zij kunnen tijdens de lezing waarmede de dienst begint, gaan zitten of blijven staan. Indien zij er de voorkeur aan geven, te blijven zitten, dienen zij tijdens het slotgedeelte van de dienst op te staan. Er wordt aangeraden dat de bruid aan de linkerzijde van de bruidegom gaat staan, dat zal dus rechts van de dienaar zijn. De „bruidsjonker”, de vriend van de bruidegom, dient dan aan de vrije rechterkant van de bruidegom te staan terwijl het bruidsmeisje aan de vrije linkerzijde van de bruid staat.
Enkelen kunnen beweren dat deze details onnodig ritueel zijn. Zonder dit punt te bestrijden, antwoorden wij eenvoudig dat zij zich toch op de een of andere manier moeten opstellen en dit mag best ordelijk geschieden. De bruid en de bruidegom moeten aanwezig zijn en voor getuigen het bewijs geven dat zij de verplichtingen van de gehuwde staat aanvaarden; en bijna in alle staten en provincies zijn er behalve de dienstdoende dienaar bovendien nog twee getuigen nodig om de huwelijksakte te ondertekenen. Gewoonlijk worden de „bruidsjonker” en het bruidsmeisje voor dat doel uitgekozen. Deze getuigen dienen een zodanige plaats te hebben dat zij datgene wat er gebeurt, kunnen zien en horen, opdat zij de akte met verstand kunnen ondertekenen. Wij zijn op dit punt echter niet dogmatisch. Elke andere regeling waaraan de voorkeur kan worden gegeven door hen die trouwen, voldoet volkomen zolang er op de juiste wijze een verslag wordt opgemaakt en de orde gehandhaafd blijft.
De receptie
Op de receptie kan veel van de goede uitwerking van het getuigenis dat tot nu toe werd gegeven voor de goede naam en het verheven voornemen van Jehovah, worden bedorven. De receptie die op de huwelijksceremonie volgt, dient op hetzelfde waardige peil te staan, betamelijk voor het zuivere Christelijke leven van hen die er bij aanwezig zijn en op één lijn met de Schriftuurlijke beginselen die in de huwelijksdienst tot uitdrukking zijn gebracht. Het zal natuurlijk iets vreugdevols zijn, maar ze dient niet druk en uitbundig te zijn, noch tot buitensporigheden te leiden.
Een ander punt dat van te voren goed moet worden overdacht bij het voorbereiden van een dergelijke receptie, is, het gebruik van dranken, in het bijzonder wijn of andere alcoholhoudende dranken. De Bijbel vermeldt het juiste gebruik van wijn bij zulke gelegenheden en hecht er zijn goedkeuring aan, maar nergens spoort de Bijbel het overdadige gebruik van zowel wijn als voedsel aan of keurt het goed (Ps. 104:15; Joh. 2:1-10, NW; Spr. 23:19-21). Houdt ook in gedachten dat het vermogen van het menselijke geslacht om de uitwerking van alcoholhoudende dranken te weerstaan, met elke generatie minder wordt. Ze dienen daarom spaarzaam te worden gebruikt. Personen die in dit opzicht zwak zijn, dient geen plaats te worden gegeven in de buurt van de in onbeperkte hoeveelheden aanwezige dranken. Anders zou datgene wat bedoeld was als een uiting van liefde en een middel tot verheuging een reden tot struikelen worden. Nog een andere ongelukkige situatie die soms ontstaat, is, dat zij die weten dat zulke dranken physiek of geestelijk schadelijk voor hen zijn, er ter gelegenheid van deze gebeurtenis toch gebruik van maken omdat zij de gastheer niet willen beledigen en niet achter willen blijven. Het ligt voor de hand dat dit niet juist is, en men dient niet toe te staan dat er zich een dergelijke situatie ontwikkelt. Laten zij die van zulke dranken gebruik willen maken, dit doen; maar laten zij eveneens het recht van hen respecteren die er geen gebruik van wensen te maken.
Daarom stellen wij, zonder enig verlangen te koesteren iets te verbieden wat de Heer toestaat, of zonder zelfs ook maar op iemands vrijheden inbreuk te maken, voor dat de gastheer bij zulke gelegenheden op verstandige wijze toezicht houdt en het gebruik van zulke dranken op een dusdanige wijze zal regelen dat dit zal bijdragen tot de lof van Jehovah en het welzijn van alle aanwezigen. Sommigen kunnen als reden voor het organiseren van een dergelijke receptie die in verband staat met een trouwpartij, het feit naar voren brengen dat Jezus, zijn moeder en enkelen van zijn discipelen de bruiloft te Kana in Galilea bijwoonden. Er kan geen Schriftuurlijk bezwaar worden gemaakt tegen een huwelijksreceptie. De wijze waarop de receptie wordt gehouden, kan het houden er van heilzaam of verwerpelijk doen zijn. De Heer wenst dat zijn volk een gelukkig volk is en dat zij uit zulke gelegenheden de juiste vreugde putten. Het is echter moeilijk denkbaar dat wereldse sensuele praktijken en de muziek en dansen van de Grieken en Romeinen, welke in die tijd populair waren, enig onderdeel vormden van de bruiloftsreceptie te Kana in Galilea, of dat Jezus zulk een Godonterende bijeenkomst zou bijwonen. Heden ten dage vieren soortgelijke gebruiken als die welke in de dagen van Jezus bij de Grieken en Romeinen bestonden, hoogtij op aarde, en deze waarschuwing wordt hier uitgesproken voor Christenen opdat zij er niet in het minst toe worden overgehaald.
Het volks des Heren kan zo veel fijne, verheffende omgang hebben, binnen de grenzen van de nieuwe-wereld-maatschappij, waaronder ook muziek, zang en dans en zelfs voedsel en wijn met mate, dat er geen excuus voor is de misdadige wereld en haar praktijken na te apen en na te volgen. Dezelfde godvruchtige atmosfeer dient in alle dingen die wij doen, merkbaar te zijn, opdat het duidelijk moge zijn dat wij van een ander „samenstel van dingen” zijn.
De receptie dient nimmer in de Koninkrijkszaal te worden gehouden. Laat het gebruik daarvan uitsluitend worden beperkt tot het getuigenis ter ere van Jehovah.
Ringen
In huwelijksdiensten die door en voor Jehovah’s getuigen worden gehouden, worden zij die trouwen, geheel vrij gelaten in het al of niet uitwisselen van ringen tussen de bruid en de bruidegom. Bij het uitkiezen van de bruid voor Izak ontving Rebekka een handsieraad (Gen. 24:22, 30, 53). In Lukas 15:22 kreeg de verloren zoon bij zijn thuiskomst eveneens een ring van zijn vader.
Wij erkennen natuurlijk dat ringen op grote schaal in veel heidens ritueel worden gebruikt. Door dit feit wordt echter het gebruik er van in geen enkel opzicht in de Christelijke dienst verboden, in het bijzonder wanneer de Bijbel het gebruik er van met goedkeuring vermeldt. Het is stellig redelijker te verwachten dat Satan, de namaak-god, het gebruik van ringen van Jehovah heeft overgenomen dan het onhoudbare standpunt in te nemen dat Jehovah het gebruik er van uit demonische heidense gebruiken heeft overgenomen. Indien enkelen er echter de voorkeur aan geven het bij de huwelijksdienst zonder ringen te stellen, dan hebben zij het recht daartoe. Laat een ieder zich op dit punt geheel vrij voelen te doen wat volgens zijn geest juist en goed is. Een bruidegom trouwt zijn bruid niet door haar een ring aan de vinger te doen.
Geschiktheid om de huwelijke staat in te gaan
Wien staat het vrij de huwelijke staat in te gaan in overeenstemming met de maatstaven die door Jezus en zijn apostelen in de Christelijke Griekse Geschriften werden opgetekend en die in de juiste wetten van het land worden uiteengezet? Deze zaak is in voorgaande uitgaven van De Wachttoren uitvoerig besproken en wordt hier slechts in het kort vermeld. Om vrij te zijn in het huwelijk te treden, moeten de man en de vrouw de leeftijd des onderscheids en der rijpheid hebben bereikt die door de wet zijn vastgesteld, en zij moeten niet wettelijk of Schriftuurlijk aan een andere huwelijkspartner zijn gebonden. Zij moeten ook volgens de wetten van het land hebben gehandeld, zoals wat het verkrijgen van de juiste volmacht betreft en het wachten van de vereiste tijd die door de wet is bepaald nadat de akte is verkregen, en waar dit is vereist, moeten zij de nodige bloedproeven, gezondheidsonderzoek, enz., hebben ondergaan. Deze punten zijn alle in de wetten van het land vastgelegd, en de dienstdoende dienaar moet er op toezien dat daaraan is voldaan voordat hij de huwelijksceremonie voltrekt.
Ingeval de man of de vrouw voordien getrouwd is geweest, moeten zij volledig zijn gescheiden zoals dit door de wet wordt vereist; bovendien moeten zij ook juiste Schriftuurlijke gronden hebben voor zulk een scheiding. Jezus verklaart overduidelijk dat er slechts twee gronden zijn waarop een gehuwde persoon vrij is te hertrouwen. Deze gronden zijn dood of overspel van de zijde van de andere huwelijkspartner (Matth. 19:9; 1 Kor. 7:39, NW). De dienaar is verplicht vast te stellen of er van een dergelijke Schriftuurlijke vrijheid sprake is en hij is verplicht hun er op attent te maken dat iedereen die hertrouwt zonder in Schriftuurlijke zin vrij te zijn, in Gods ogen zondigt. Wettelijke vrijheid alleen maakt een Christen niet vrij om te hertrouwen. Indien zij er zonder op deze punten acht te slaan in volharden te willen huwen, onthoudt de getrouwe, theocratische dienaar zich er van hen te trouwen, ten einde te voorkomen dat hij een aandeel in hun zonde heeft. In bepaalde landen doen religieuze geestelijken aankondigingen om te weten te komen of er bezwaren bestaan tegen een huwelijk, maar wij doen zulke aankondigingen niet.
Het controleren van de huwelijksakte
De huwelijksakte wordt uitgegeven door de staat of de provincie en er staat onder andere op vermeld op welke voorwaarden men kan trouwen. De dienstdoende dienaar dient deze huwelijksakte nauwkeurig te controleren om te zien of alles in overeenstemming met de wet is geschied, en dat alle bijbehorende dingen, zoals formulieren voor bloedproeven, enz., er aan zijn bevestigd, zoals door de wet is vereist. Aan het einde van de ceremonie moet hij de akte op de juiste wijze invullen, deze door de getuigen laten tekenen en naar de officiële ambtenaar opzenden.
Vastgestelde procedure die bij de trouwplechtigheid moet worden gevolgd
Op de daarvoor vastgestelde tijd dienen de personen die gaan trouwen, nadat zij volgens de wet van het land en de maatstaven van de Heer daartoe gerechtigd zijn, bij elkaar te komen met hun gezicht naar de dienaar gekeerd; de man aan de linkerkant en de vrouw aan de rechterkant van de dienaar. Er wordt een vriendelijke en toepasselijke toespraak gehouden die voornamelijk rechtstreeks tot de twee die gaan trouwen is gericht, waarbij de juiste Schriftuurlijke verplichtingen die beiden tegenover elkander en tegenover Jehovah aangaan door de verantwoordelijkheid van de huwelijke staat op zich te nemen, worden uiteengezet. Toepasselijk materiaal staat in de eerste 19 paragrafen van dit artikel. Hierna dienen de bruid, de bruidegom en de twee getuigen bij elkaar te gaan staan tegenover de dienaar.
De dienaar zal dan tot de man zeggen, terwijl hij hem bij zijn voornaam noemt:
„Neemt gij, . . . . . . . . . ., in de tegenwoordigheid van Jehovah God en deze getuigen . . . . . . . . . . tot uw wettige echtgenote om haar zolang gij beiden leeft, in overeenstemming met de goddelijke wet zoals die in de Bijbel voor Christelijke echtgenoten is uiteengezet, lief te hebben en te verzorgen?”
De man dient dan met „Ja” te antwoorden.
De dienaar zal dan tot de vrouw zeggen, terwijl hij haar bij haar voornaam noemt:
„Neemt gij, . . . . . . . . . ., in de tegenwoordigheid van Jehovah God en deze getuigen . . . . . . . . . . tot uw wettige echtgenoot, om hem zolang gij beiden leeft, in overeenstemming met de goddelijke wet zoals die in de Bijbel voor Christelijke vrouwen is uiteengezet, lief te hebben en te verzorgen en diep te achten?”
De vrouw dient met „Ja” te antwoorden.
[Indien het zo is geregeld dat haar vader of iemand anders haar ten huwelijk geeft, zal de dienaar zeggen: „Wie geeft deze vrouw ten huwelijk aan deze man?” De vader of wie dan ook die haar ten huwelijk geeft, zal zeggen: „Ik”. Dan zal hij zich terugtrekken en zijn plaats onder de toehoorders innemen. Indien er geen regelingen zijn getroffen de vrouw ten huwelijk te geven, kan dit achterwege worden gelaten.]
Daarna zal de dienaar de man vragen hem het volgende na te zeggen:
„Ik, . . . . . . . . . ., neem jou, . . . . . . . . . ., tot mijn wettige echtgenote; om je zolang wij beiden leven of totdat er door goddelijk besluit een einde aan de huwelijksregeling wordt gemaakt, in overeenstemming met de goddelijke wet zoals die in de Bijbel voor Christelijke echtgenoten is uiteengezet, lief te hebben en te verzorgen.”
Vervolgens zal de dienaar de vrouw vragen hem het volgende na te zeggen:
„Ik, . . . . . . . . . ., neem jou, . . . . . . . . . ., tot mijn wettige echtgenoot, om je zolang wij beiden leven of totdat er door goddelijk besluit een einde aan de huwelijksregeling wordt gemaakt, in overeenstemming met de goddelijke wet zoals die in de Bijbel voor Christelijke vrouwen is uiteengezet, lief te hebben en te verzorgen.”
Indien er een ring-ceremonie wordt gewenst, kan de man op dat moment de ring aan de derde vinger van de linkerhand [Nederland: ook wel rechterhand] van de vrouw schuiven. Indien de dienaar dit wenst, kan hij in verband met deze ceremonie de volgende opmerking maken: „Deze ring [of ringen] is [zijn] een uiterlijk en zichtbaar teken om aan allen te kennen te geven dat deze man en deze vrouw in de huwelijksstaat zijn verenigd.”
Vervolgens zal de dienaar zeggen: „Aangezien [naam van de man] en [naam van de vrouw] voor Jehovah en voor deze getuigen een verbond hebben gesloten elkaar in de huwelijke staat te aanvaarden, verklaar ik, als een geordineerde bedienaar van het evangelie en door de autoriteit die mij is verleend door de Bijbel en de Staat (provincie) . . . . . . . . . ., dat zij tezamen man en vrouw zijn. Wat God onder één juk heeft samengebracht, brenge geen enkel mens vaneen.”
De dienaar zal dan besluiten met een toepasselijk gebed, waarin hij om Jehovah’s zegen en leiding voor deze verbintenis vraagt tot eer en lof van hem en tot het eeuwige welzijn van hen die zijn getrouwd.