Velddienst-ervaringen
De profeet Zacharia verklaarde: „Het zal in die dagen geschieden, dat tien mannen, uit allerlei tongen der heidenen, grijpen zullen, ja, de slip grijpen zullen van een Joodsen man, zeggende: Wij zullen met ulieden gaan, want wij hebben gehoord, dat God met ulieden is” (8:23). „Die dagen” zijn voor Italië, evenals voor alle andere natiën, volken en talen der aarde gekomen, en het is dagelijks een bron van verbazing de spontane vervullingen van deze profetie in dit land te zien. Hier volgt een voorbeeld.
De groepsdienaar van de groep B—— van Jehova’s getuigen in Noord-Italië ontving onlangs twee onverwachte bezoekers die, terwijl zij uitlegden dat zij als vertegenwoordigers van een aantal dorpen tien tot dertien kilometer verder waren gekomen, zonder omwegen het doel van hun bezoek bekendmaakten: „Wij willen Christenen worden! Wij hebben gehoord dat wij hier Protestanten konden vinden die een goede leer prediken. Wij hebben ingezien dat wij door de priester zijn bedrogen en hebben ons van hem afgewend, en wij wensen nu in een kerk te worden opgenomen. Wij zijn met 120 gezinnen; kunt u ons helpen?” De groepsdienaar, die overstroomde van oprechte vreugde, zei onmiddellijk dat een reizende vertegenwoordiger van het Genootschap, de zonedienaar, die week zou aankomen en dat hij deze geïnteresseerde gezinnen gaarne zou bezoeken en met hen zou spreken.
Zoals was beloofd, werd de zaak met de zonedienaar besproken; er werden plannen gemaakt voor een openbare lezing, van de politie werd toestemming verkregen, en alles was voor maandagavond in orde. Toen de broeders die avond het dorp bereikten, waren zij verheugd groepjes van drie en vier mensen te zien die naar de zaal liepen om naar de „nieuwe kerk” te gaan, zoals het door hen werd genoemd. Buiten de zaal had zich een menigte verzameld, een ongewoon gezicht, omdat in Italië de toehoorders gewoonlijk niet eerder beginnen te komen dan wanneer de lezing reeds een tijdje aan de gang is. Maar waarom stonden zij daar buiten? Om de „prediker” een koninklijke ontvangst te geven? Neen! Zij stonden buiten omdat er binnen geen plaats meer was; de zaal plus twee aangrenzende kamers was volgepropt met afwachtende mensen, en de broeders die waren gekomen, voelden op dat moment het mededogen dat Jezus in zijn dagen moet hebben gehad bij het zien van de scharen die een herder nodig hadden.
Maar Satan was besloten de „nieuwe kerk” in de kiem te smoren. Vijf carabinieri, die de aankomst van de zonedienaar afwachtten, vertelden hem onmiddellijk dat de toestemming om de vergadering te houden, was ingetrokken! Het was nutteloos de zaak met deze politie te bespreken. Het bureau van het hoofd van de politie lag 5 kilometer verder. Na een beroep op de verzamelde aanwezigen te hebben gedaan om te blijven, omdat hij hun vele belangrijke dingen had te vertellen, haastte de zonedienaar zich naar het politiebureau en, met de Italiaanse Grondwet in de ene hand en de geschreven machtiging van de Questera in de andere, slaagde hij er in de autoriteiten er van te overtuigen dat de vergadering moest worden toegestaan. Laatstgenoemden stemden toe op één voorwaarde: er mocht geen wijn worden verkocht en alle glazen en flessen moesten uit de zaal worden verwijderd. De voorwaarde werd aangenomen, want de spreker zou de bar als „preekstoel” gebruiken!
De lezing, die anderhalf uur duurde, werd gehouden voor een zo aandachtig en instemmend publiek als men zich maar denken kan. Niemand kwam binnen of ging weg. Toen er verklaringen werden voorgelezen over de haat van de Kerk wegens de verspreiding van de Bijbel, als ook officiële documenten van de Katholieke Kerk die de heidense oorsprong van haar leerstellingen blootlegden, verschenen er uitdrukkingen van verrassing op de eerlijke gezichten, daar zij begonnen in te zien waarom de Kerk de Bijbel voor het Katholieke volk heeft verborgen gehouden. Een nauwkeurige telling was niet mogelijk, maar meer dan 1000 personen luisterden naar de lezing, terwijl er geen enkel strooibiljet was gebruikt om hen uit te nodigen! De beperkte voorraad van 185 brochures, 18 boeken en 30 tijdschriften werd in korte tijd in gretige handen gelegd.
Na afloop van de lezing waren er vele interessante opmerkingen te horen. De vrouw van de eigenaar van de zaal was ziek geweest en vroeger op diezelfde dag was zij door de parochiepriester bezocht, die haar had aangeraden naar het ziekenhuis te gaan. „Ziekenhuis!” riep zij, „maar ik kan niet. Ik verwacht vanavond de nieuwe kerk!” Een jonge man merkte op: „Ik heb vele lezingen gehoord, van de geestelijken, de Communisten en anderen, maar nog nooit een lezing zoals deze. Met deze mensen wil ik mij verbinden.” Een ander: „Ik dacht dat wij het hadden, maar nu moet ik toegeven dat jullie het hebben.” „Het werd ook tijd dat onze ogen opengingen” was een andere man van mening, die vroeg om bezocht te worden en die zich op La Torre di Guardia wilde abonneren.
Het was werkelijk een gedenkwaardige avond. Toen de broeders afscheid namen van de dorpsbewoners, stonden laatstgenoemden langs beide zijden van de straat geschaard, terwijl zij riepen „Vaarwel” en „Kom terug”. Dit hield de belofte in dat de plaatselijke groep van Jehova’s bedienaren van het evangelie in deze dagen vele verheugende ervaringen zullen hebben wanneer zij deze mensen van goede wil helpen zich aan Jehova’s zijde te scharen naast de duizenden anderen op de aarde, die nu uitroepen: „Wij zullen met ulieden gaan, want wij hebben gehoord, dat God met ulieden is!”
Een Gileadiet in Italië
PREDIKEN ONDANKS LICHAMELIJKE BELEMMERINGEN
Tijdens groepgetuigenis in Pasadena, Californië, kwam ik na zeer weinig belangstelling te hebben gevonden bij een hoekhuis. Een bokkige vrouw die ik aan de deur trof, gaf meer om haar religieuze voeder dan om het brood des levens, en ik ging dus naar een klein huis aan de achterkant en als antwoord op mijn kloppen antwoordde een stem: „Binnen!” Toen ik binnenkwam, zag ik een man in een rolstoel zitten; zijn armen waren niet langer dan 30 centimeter en hij had geen handen; zijn kniegewrichten bevonden zich ter hoogte van de heupen en zijn benen waren zeer kort, en hij kon natuurlijk niet lopen. Hij was zo geboren. Onmiddellijk herkende hij de Koninkrijksboodschap als de waarheid, nam drie gebonden boeken en abonneerde zich later op De Wachttoren en Awake! Hij had vroeger van J.F. Rutherford gehoord, een voormalige president van het Wachttoren Genootschap. Ik begon een Bijbelstudie met hem. Hij voorziet als radio-omroeper in zijn eigen levensonderhoud en hij laat bij mensen in Hollywood die door anderen moeilijk te bereiken zouden zijn, boeken achter. Thans is hij een verkondiger, werkt gemiddeld vijftien uur per maand, brengt nabezoeken en leidt Bijbelstudiën. Zijn broer zorgt voor hem en beiden bezoeken de groepsstudiën. Hij is van plan naar de vergadering in New York te gaan en zich te laten dopen. Dit alles in zes maanden tijd. — Verkondiger in Californië.
„WEEST DAAROM OMZICHTIG ALS DE SLANGEN”
„Ik heb een oudere zuster aan wie ik altijd zeer gehecht ben geweest, en van het moment af dat ik tot een kennis der waarheid ben gekomen, heb ik er vurig naar verlangd dat mijn zuster eveneens het voorrecht deelachtig zou worden een dienaar van De Theocratie te zijn. Ik schreef een brief naar de broeders en zusters in de stad waar zij woont, waarin ik hun vroeg haar te bezoeken en getuigenis te geven, maar al hun pogingen waren vruchteloos. Ten slotte besloot ik haar zelf te bezoeken. Haar bijgelovige vertrouwen in de macht van een bepaalde fetisch die zij in huis had, bleek de voornaamste belemmering te zijn. Zij geloofde dat zij zou sterven, wanneer zij enig uit cassave bereid voedsel zou eten, met inbegrip van het inlandse voedsel dat gari wordt genoemd, of wanneer zij naar een boodschap zou luisteren die anders was dan zij van deze fetisch had ontvangen.
Daar ik het bijgelovige vertrouwen van de Afrikaan in de kracht van medicijnen ken, vatte ik de moeilijkheid als volgt aan: Ik nam wat gewoon water en deed het in een fles. Toen ik bij haar kwam, zeide zij tot mij, dat zij begreep dat ik mij thans had aangesloten bij de ’Armageddon’-groep en dat andere ’Armageddon’-mensen bij haar waren geweest, maar dat zij het niet met hen eens kon zijn daar zij een machtige fetisch had. Ik vertelde haar toen dat ik in haar belang een zeer krachtige medicijn op de kop had getikt dat bekendstond als ’Fetischverdrijver’, en dat zelfs van het ogenblik af dat ik in het huis was geweest, de macht van haar fetisch reeds was gebroken. Toen haalde ik de fles te voorschijn en zei haar er iets van te drinken en ook met een klein beetje van de inhoud haar lichaam in te wrijven, en daarna zou zij zonder doodsgevaar gari kunnen eten, omdat de fetisch al zou zijn weggelopen.
Eerst was zij nog bevreesd gari te eten, maar nadat zij nog verder was aangemoedigd en vooral nadat zij mij er een beetje van had zien eten, nam zij er wat van. De volgende dag en nog eens de derde dag liet ik haar hetzelfde herhalen. Tegen deze tijd was zij er van overtuigd dat de macht van de fetisch werkelijk was gebroken en daarom vroeg zij hoe ik aan zulk een krachtig medicijn was kunnen komen. Ik zei haar haar Bijbel te nemen en wij begonnen er samen enkele passages uit te lezen. Drie dagen lang studeerden wij samen en toen vertelde ik haar over het water in de fles en hoe de werkelijke ’Fetischverdrijver’ het water der waarheid was. Zij lachte en zei dat Gods wegen inderdaad raadselachtig waren. Toen ik wegging, bezocht zij de groepsstudiën en had zij een aandeel in de dienst.” — Verkondiger in Nigeria.