Een bezoek aan Midden-Amerika
WOENSDAG, 30 november 1949, was de dag die door N.H. Knorr, president van het Watch Tower Bible & Tract Society, en een van zijn secretarissen, R.E. Morgan, was vastgesteld om New York te verlaten voor een dienstreis langs de Bijkantoren en zendingshuizen van het Genootschap in Midden-Amerika, waarbij zij tevens drie landen aan de noordkust van Zuid-Amerika en verschillende eilanden van Nederlands West-Indië zouden bezoeken. Zij zouden vergaderingen bijwonen en lezingen houden in de voornaamste steden die gedurende hun reis zouden worden bezocht. De voorbereidingen voor de reis werden veertien dagen voor de vertrekdatum onderbroken, toen Broeder Knorr een hevige aanval van blinde-darmontsteking kreeg. Wij hoopten dat de ontsteking op een behandeling zou reageren en zo zou afnemen, dat een operatie onnodig zou worden. Dit was echter de derde aanval in twee jaar en de dokters beslisten dat een operatie noodzakelijk was. Daarom werd om 10 uur n.m. op 16 november een blinde-darmoperatie verricht. Dit betekende natuurlijk dat Broeder Knorr niet in staat zou zijn de reis te gaan maken volgens het reisplan dat naar alle Bijkantoren van het Wachttoren Genootschap in de te bezoeken streek was gestuurd, ook al zat hij 22 november, zes dagen na de operatie, weer achter zijn schrijfbureau te werken.
Aangezien Jehova’s getuigen in deze landen een bezoek van vertegenwoordigers van het hoofdbureau van het Genootschap verwachtten, en omdat er al voorbereidingen voor vergaderingen waren getroffen en er reeds openbare lezingen waren aangekondigd die door Broeder Knorr zouden worden gehouden, raadde hij Broeder Morgan aan zijn voorbereidingen voor de reis voort te zetten en de reis van Mexico uit naar Nicaragua alleen te maken. Broeder Morgan zou alle aangekondigde lezingen houden en de president op de openbare vergaderingen vervangen. Broeder Knorr besloot dat hij, wanneer de wond na enige weken voldoende was genezen, 17 december uit New York zou vertrekken en twee dagen in de eerste zes landen die zouden worden bezocht, zou verblijven, waarna hij Broeder Morgan ten slotte op 30 december in Costa Rica zou achterhalen. Op deze wijze zou Broeder Knorr belangrijke zaken met betrekking tot het Koninkrijkswerk kunnen behandelen, Bijkantoren bezoeken, problemen bespreken over de expansie en die waarmede zendingshuizen hebben te kampen, en de plaatselijke groepen toespreken die Broeder Morgan reeds had bediend; en terzelfder tijd zou hij niet verzuimen de Gileadieten in deze landen te bezoeken en raad te geven.
Vroeg in de morgen op 30 november vergezelde een groep broeders van Bethel, uit Brooklyn, met inbegrip van Broeder Knorr, die zich tegen die tijd vrij goed voelde en iedere dag werkte, Broeder Morgan naar de vlieghaven te Newark, New Jersey. Er hing die morgen een zeer zware mist over de stad, en vooral over het vliegveld; maar precies om 9 uur v.m. werd door de luidsprekers van de vlieghaven het vertrek van Eastern Airline’s Flight 501 naar Houston, Texas, aangekondigd. De broeders die Broeder Morgan uitgeleide deden, wensten hem des Heren zegen op zijn reis, en binnen enkele minuten donderde het reusachtige nieuwe type Constellation over de startbaan en verdween spoedig in de nevel in zuidwestelijke richting. Met zijn drukcabine kruiste het op een hoogte van meer dan 3000 m, en vloog met een snelheid van meer dan 500 km per uur over het Zuidoosten van de Verenigde Staten. De vlucht verliep voor het grootste gedeelte van de reis kalm. Enige minuten voor 2 uur n.m. riep de piloot dat de riemen van de zitplaatsen moesten worden vastgemaakt, en precies om 2.05 uur raakten de wielen de landingsbaan in Houston aan. Op de plaatsbewijzen stond dat de reis naar de stad Mexico met de Pan American World Airways om 3.30 uur n.m. zou worden voortgezet. Maar er was een oponthoud van dertig minuten wegens reparaties die aan de Pan American DC-4 moesten geschieden. Niet veel minuten na 4 uur n.m. vloog de „Clipper Archer” echter weg over de golf van Mexico, en zette rechtstreeks koers naar de hoofdstad van het oude Mexico.
MEXICO
Enige minuten over 8 uur n.m. begonnen de lichten van de stad Mexico in de verte zichtbaar te worden. In de lucht was alles pikdonker toen wij boven de stad vlogen en naar het Westen cirkelden, maar de schittering van de veelkleurige lichten beneden bewees dat de stad Mexico een moderne stad is, die van de lucht uit, ’s nachts, geen verschil toont met welke andere grote Amerikaanse stad ook. Het vliegtuig landde zachtjes op de startbaan van het Aeropuerto Central in de buitenwijken van de stad. Alle Gileadieten die in de stad Mexico onderwijzend werk doen, waren aanwezig, evenals enige leden van de Mexicaanse Bethelfamilie. Zij vroegen zich af waar Broeder Knorr was, daar het Mexicaanse bureau geen kennisgeving had ontvangen dat hij twee weken later zou komen, hoewel zij wisten dat Broeder Knorr ziek was geweest. Enigen dachten dat een medereiziger die met Broeder Morgan uit het vliegtuig kwam, een van de broeders van Bethel uit Brooklyn was, en zij gaven die mijnheer een koninklijke ontvangst en schudden zijn hand even krachtig als die van Broeder Morgan. Hij moet zeker een goede indruk hebben gekregen van de Mexicaanse gastvrijheid. Zij vernamen pas dat Broeder Morgan alleen reisde, toen enkelen van het „ontvangstcomité” van ongeveer dertig of meer broeders zeiden: „Wacht op de andere broeder.”
Na al deze drukte ging de groep naar het huis van de broeders. Daar verzamelden allen zich rond de tafels in de eetzaal om de laatste foto’s te bekijken van het nieuwe Bethelhuis en de drukkerij in Brooklyn, en te spreken over vrienden in de Verenigde Staten en hoe het daar ging. Dit was de eerste reis van Broeder Morgan naar een vreemd en interessant land, en hij verheugde zich.
Donderdag en vrijdag waren gewijd aan het controleren van de werkwijze in het bureau van La Torre del Vigia de Mexico, A.C. Ofschoon Jehova’s getuigen in Mexico juist drie zeer succesvolle zonevergaderingen hadden gehad, was er een vrij groot aantal personen in de stad Mexico samengekomen om te genieten van een vierde vergadering voor dat land gedurende het jaar. Hoofdzakelijk zij die tot de eenheden van de stad Mexico behoorden, waren aanwezig. Alle personen die belangstelden in het werk van Jehova’s getuigen, waren uitgenodigd de speciale lezing bij te wonen, die gehouden zou worden over het onderwerp „Vrijheid voor de gevangenen”. Vrijdagavond waren er op de openingsbijeenkomst 670 broeders en zusters aanwezig. Dit was voor Broeder Morgan een nieuwe ervaring, en hij werd getroffen door de kleurige groep — mensen die uit alle rangen en standen kwamen, zich onderscheidden door hun kleding, maar allen Jehova’s „andere schapen” zijn. Het was een vreemd gezicht babies te zien die gedragen werden in een rebozo of shawl op de borst van de moeder of op haar rug, wanneer men gewoon is babies te zien, gereden in wagens of gedragen in de armen van de moeder. De kinderen, van alle leeftijden, waren ongewoon stil en veroorzaakten geen enkele storing. Alle gezichten straalden van vreugde en geluk. Na enkele begroetingswoorden bracht de spreker de groeten en beste wensen over van Broeder Knorr en vertelde hun dat het Broeder Knorr speet dat hij niet in staat was bij hen te zijn.
Toen begon een fijn dienstprogramma. Als besluit van dit programma hield de reizende vertegenwoordiger een lezing van dertig minuten over de verantwoordelijkheden van de dienaren in de groepsorganisatie. Zaterdagmorgen was gereserveerd voor de velddienst, en de middag voor lezingen, die alle door Gileadieten werden gehouden; twee van de broeders waren geboren Mexicanen. Zaterdagavond sprak Broeder Morgan weer, en gebruikte een Gileadiet als tolk. Hoewel de Mexicaanse broeders en zusters geen Liederenbundel voor de Koninkrijksdienst bezitten, alleen de gedrukte woorden, leek het alsof hun zingen krachtiger en aandoenlijker was dan wanneer dezelfde liederen in het Engels werden gezongen. Zondagmiddag waren 850 personen bijeengekomen om de speciale lezing „Vrijheid voor de gevangenen” te horen. Er waren vele mensen van goede wil aanwezig en voor enkelen was het hun eerste vergadering. De bijeenkomst eindigde zondag met een verslag over de expansie van het werk van het Genootschap in de Verenigde Staten en een samenvatting over de wijze waarop het getuigeniswerk in andere landen van de wereld voorwaarts gaat. Ongeveer 950 personen woonden deze laatste lezingen bij en zij verzochten Broeder Morgan de groeten te willen overbrengen aan al hun medewerkers die hij gedurende het verloop van zijn reis zou ontmoeten. Dinsdagmorgen, 6 december, om 11 uur v.m., nam Broeder Morgan afscheid van de broeders en zusters op het Mexicaanse bureau en ging aan boord van een Pan American DC-4 voor de reis naar het Zuiden, naar Guatemala.