Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • es26 blz. 98-108
  • Oktober

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Oktober
  • Bestudeer dagelijks de Schrift 2026
  • Onderkopjes
  • donderdag 1 oktober
  • vrijdag 2 oktober
  • zaterdag 3 oktober
  • zondag 4 oktober
  • maandag 5 oktober
  • dinsdag 6 oktober
  • woensdag 7 oktober
  • donderdag 8 oktober
  • vrijdag 9 oktober
  • zaterdag 10 oktober
  • zondag 11 oktober
  • maandag 12 oktober
  • dinsdag 13 oktober
  • woensdag 14 oktober
  • donderdag 15 oktober
  • vrijdag 16 oktober
  • zaterdag 17 oktober
  • zondag 18 oktober
  • maandag 19 oktober
  • dinsdag 20 oktober
  • woensdag 21 oktober
  • donderdag 22 oktober
  • vrijdag 23 oktober
  • zaterdag 24 oktober
  • zondag 25 oktober
  • maandag 26 oktober
  • dinsdag 27 oktober
  • woensdag 28 oktober
  • donderdag 29 oktober
  • vrijdag 30 oktober
  • zaterdag 31 oktober
Bestudeer dagelijks de Schrift 2026
es26 blz. 98-108

Oktober

donderdag 1 oktober

Ik zal blijven uitzien naar Jehovah. — Micha 7:7.

We krijgen vaak instructies die ons helpen in onze dienst voor Jehovah. Ze kunnen afkomstig zijn van de ouderlingen, de kringopziener, het bijkantoor en het Besturende Lichaam. Maar soms kan het zijn dat je niet begrijpt wat de reden ervoor is. Misschien zie je alleen de negatieve gevolgen die het voor jou persoonlijk kan hebben. En misschien raak je zelfs gefocust op de fouten van de broeders die de instructies overbrengen. Als je je laat leiden door geloof, vertrouw je erop dat Jehovah de leiding heeft en dat hij alle omstandigheden kent. Je volgt instructies meteen op en bent graag gehoorzaam (Hebr. 13:17). Je beseft dat je gehoorzaamheid de eenheid in je gemeente bevordert (Ef. 4:2, 3). Je weet dat de broeders die de leiding nemen onvolmaakt zijn maar vertrouwt erop dat Jehovah je gehoorzaamheid zal zegenen (1 Sam. 15:22). Als er echt iets gecorrigeerd moet worden, zal hij dat doen wanneer de tijd rijp is. w25.03 23-24 ¶13-14

vrijdag 2 oktober

Er is een God die geheimen onthult. — Dan. 2:28.

Het zijn spannende tijden! Elke dag gaan Bijbelse profetieën voor onze ogen in vervulling. We zien bijvoorbeeld dat ‘de koning van het noorden’ en ‘de koning van het zuiden’ met elkaar strijden om wereldoverheersing (Dan. 11:40). We zien dat het goede nieuws van Gods Koninkrijk op ongekende schaal wordt gepredikt en dat miljoenen daar positief op reageren (Jes. 60:22; Matth. 24:14). En we krijgen heel veel geestelijk voedsel ‘op het juiste moment’ (Matth. 24:45-47). Jehovah helpt ons duidelijker inzicht te krijgen in de belangrijke dingen die binnenkort gaan gebeuren (Spr. 4:18). We kunnen er zeker van zijn dat we tegen het begin van de grote verdrukking alles zullen weten wat we moeten weten om in die moeilijke periode trouw te blijven en verenigd te zijn. Maar we moeten erkennen dat er dingen zijn die we gewoon niet weten over de nabije toekomst. w24.05 8 ¶1-2

zaterdag 3 oktober

Hij lastert niet met zijn tong. — Ps. 15:3.

De psalmist heeft het specifiek over laster. Wat is laster? Het houdt gewoonlijk in dat je iets onwaars over iemand zegt dat zijn reputatie kapot kan maken. In Psalm 15:3 wordt ook gezegd dat gasten van Jehovah hun naasten geen kwaad doen en hun vrienden niet te schande maken (Ps. 15:1). Wat wil dat zeggen? Je zou onbedoeld iemand te schande kunnen maken als je negatieve berichten over hem verspreidt. Stel bijvoorbeeld dat een zuster met de volletijddienst stopt, een echtpaar van Bethel weggaat of een broeder geen ouderling of dienaar meer is. Zou het dan gepast zijn om over de redenen te speculeren en daar met anderen over te praten? Er kunnen allerlei redenen voor de verandering zijn waarvan je niet op de hoogte bent. En bedenk: een gast in Jehovah’s tent ‘doet zijn naaste geen kwaad en maakt zijn vrienden niet te schande’. w24.06 11-12 ¶11-13

zondag 4 oktober

Ik houd Jehovah steeds voor ogen. Omdat hij aan mijn rechterhand is, zal ik nooit wankelen. — Ps. 16:8.

Om je ontzag voor Jehovah te vergroten, moet je er bij elke beslissing die je neemt over nadenken wat hem blij zal maken. Vraag je bij het lezen van een verslag in de Bijbel af: welke beslissing zou ik in die situatie hebben genomen? Stel je bijvoorbeeld voor dat je staat te luisteren naar het negatieve bericht van de tien verkenners van Israël. Zou je ze geloven en aan angst toegeven? Of zouden je liefde voor Jehovah en je wens hem blij te maken het winnen? Een hele generatie Israëlieten herkende de waarheid niet in wat Jozua en Kaleb zeiden. Daardoor verspeelden ze de kans het beloofde land binnen te gaan (Num. 14:10, 22, 23). w24.07 10 ¶7

maandag 5 oktober

Jehovah onderzoekt het hart. — Spr. 17:3.

Gomer, de vrouw van de profeet Hosea, verliet hem voor andere mannen. Was ze niet meer te helpen? Jehovah, die het hart kan lezen, zei tegen Hosea: ‘Ga opnieuw, heb de vrouw lief die door een andere man wordt bemind en die overspel pleegt, net zoals Jehovah de Israëlieten liefheeft terwijl ze zich tot andere goden keren’ (Hos. 3:1; Spr. 16:2). Merk op dat Hosea’s vrouw zich op dat moment nog schuldig maakte aan een ernstige zonde. Toch zei Jehovah dat Hosea haar moest vergeven en zich met haar moest verzoenen. Met dat voorbeeld wilde Jehovah zijn koppige volk duidelijk maken dat hij ze niet had afgeschreven. Hij hield nog steeds van ze, ook al waren ze in vreselijke zonden verwikkeld. Hij bleef moeite doen om ze tot berouw te brengen zodat ze hun leven zouden beteren. Uit dit voorbeeld is op te maken dat Jehovah, die ‘het hart onderzoekt’, iemand te hulp komt terwijl hij zich nog schuldig maakt aan een ernstige zonde en hem tot berouw probeert te brengen. w24.08 10 ¶7

dinsdag 6 oktober

De wet is een schaduw van de toekomstige goede dingen. — Hebr. 10:1.

Christenen met een Joodse achtergrond hadden het niet makkelijk. Ooit waren de Joden Jehovah’s uitverkoren volk geweest. Jeruzalem was op aarde de zetel van Gods Koninkrijk en de tempel het centrum van zuivere aanbidding. Alle trouwe Joden hielden zich aan de wet van Mozes en de uitleg die hun religieuze leiders eraan gaven. Ze hadden regels over voedsel, besnijdenis en zelfs omgang met niet-Joden. Maar na de dood van Jezus accepteerde Jehovah de Joodse offers niet meer. Dat plaatste Joodse christenen die gewend waren de wet na te leven voor een uitdaging (Hebr. 10:1, 4, 10). Zelfs geestelijk volwassen christenen, zoals Petrus, hadden er moeite mee zich aan te passen (Hand. 10:9-14; Gal. 2:11-14). En vanwege hun nieuwe geloof werden ze een doelwit van de Joodse religieuze leiders. w24.09 9 ¶4

woensdag 7 oktober

Denk aan degenen die bij jullie de leiding nemen, die het woord van God aan jullie hebben onderwezen. — Hebr. 13:7.

Als Jehovah zijn volk een opdracht geeft, verwacht hij dat ze georganiseerd te werk gaan (1 Kor. 14:33). Zo wil hij dat op de hele bewoonde aarde het goede nieuws wordt gepredikt (Matth. 24:14). Hij heeft Jezus de leiding over dat werk gegeven. En Jezus zorgt ervoor dat het op een georganiseerde manier gebeurt. Toen er in de eerste eeuw op verschillende plaatsen gemeenten kwamen, werden er ouderlingen aangesteld om richtlijnen te geven en de leiding te nemen (Hand. 14:23). In Jeruzalem nam een centraal bestuurslichaam, bestaande uit de apostelen en enkele ouderlingen, bepaalde beslissingen. Van alle gemeenten werd verwacht dat ze die opvolgden (Hand. 15:2; 16:4). Omdat de broeders en zusters gehoorzaam waren ‘werden de gemeenten steeds sterker in het geloof en hun aantal nam van dag tot dag toe’ (Hand. 16:5). w24.04 8 ¶1

donderdag 8 oktober

Maria Magdalena ging naar de discipelen en liet ze weten: ‘Ik heb de Heer gezien!’ — Joh. 20:18.

Op 16 nisan gingen een paar vrouwen vroeg in de morgen naar het graf waarin Jezus was gelegd (Luk. 24:1, 10). Een van hen was Maria Magdalena. Toen Maria bij het graf aankwam, zag ze dat het leeg was. Ze rende naar Petrus en Johannes om het te vertellen en volgde hen terug naar het graf. Toen de mannen zagen dat het graf inderdaad leeg was, gingen ze terug naar huis. Maar Maria bleef daar achter. Ze moest huilen. Wat ze niet wist, was dat Jezus toekeek. Toen hij de tranen van die loyale vrouw zag, was hij zo geraakt dat hij aan haar verscheen en iets eenvoudigs deed dat haar enorm opbeurde. Hij sprak met haar en gaf haar een belangrijke opdracht: zijn broeders laten weten dat hij was opgewekt (Joh. 20:17, 18). w24.10 14 ¶7

vrijdag 9 oktober

Ik zal in Egypte veel tekenen en wonderen doen. — Ex. 7:3.

Mozes was profeet, rechter, bevelhebber en historicus. Hij leidde Israël uit slavernij in Egypte en zag met eigen ogen veel wonderen van Jehovah. Jehovah gebruikte hem om de eerste vijf boeken van de Bijbel, Psalm 90 en mogelijk Psalm 91 te schrijven. Hij is waarschijnlijk ook degene die het boek Job schreef. Kort voor zijn dood riep Mozes, die toen 120 was, alle Israëlieten bij elkaar om ze te herinneren aan de dingen die ze hadden gezien en meegemaakt. Sommigen van hen hadden op jonge leeftijd de vele tekenen en wonderen van Jehovah en zijn oordelen tegen Egypte gezien (Ex. 7:4). Ze waren dwars door de Rode Zee gelopen toen die in tweeën gespleten was en hadden de vernietiging van het leger van de farao meegemaakt (Ex. 14:29-31). In de woestijn hadden ze Jehovah’s bescherming en zorg ervaren (Deut. 8:3, 4). Nu het volk op het punt stond het beloofde land binnen te gaan, greep Mozes deze laatste kans aan om ze moed in te spreken. w24.11 8-9 ¶3-4

zaterdag 10 oktober

Als iemand van dit brood eet, zal hij eeuwig leven. Het brood dat ik zal geven voor het leven van de wereld, is mijn vlees. — Joh. 6:51.

Terwijl wat Jezus bij het Avondmaal tot zijn apostelen zei alleen voor een kleine groep gold, was wat hij in Galilea zei van toepassing op heel veel mensen. De meeste mensen tot wie Jezus in 32 in Galilea sprak, wilden alleen maar brood van hem. Maar hij richtte hun aandacht op iets waar ze meer aan hadden dan letterlijk voedsel, iets dat ze eeuwig leven kon geven. Hij zei zelfs dat overleden personen konden worden opgewekt op de laatste dag en eeuwig konden leven. Hij had het niet over een paar uitverkoren personen, een beperkt aantal, zoals later bij het Avondmaal. In plaats daarvan sprak hij in Galilea over een zegening die voor alle mensen beschikbaar zou zijn. w24.12 11 ¶10-11

zondag 11 oktober

Mannen, blijf van je vrouw houden. — Kol. 3:19.

Jehovah haat iedereen die gewelddadig is (Ps. 11:5). Hij keurt het vooral af als mannen hun vrouw slecht behandelen (Mal. 2:16). Als een man zijn vrouw niet goed behandelt, heeft dat invloed op zijn band met God. Het kan zelfs zijn dat Jehovah niet naar zijn gebeden luistert (1 Petr. 3:7). Sommige mannen kwetsen hun vrouw met boze woorden. Maar Jehovah haat ‘boosheid, woede, geschreeuw en beledigende taal’ (Ef. 4:31, 32). Met harde woorden tegen zijn vrouw brengt een man niet alleen zijn huwelijk maar ook zijn vriendschap met Jehovah in gevaar (Jak. 1:26). En wat als een echtgenoot naar pornografie kijkt? Ook dan brengt hij zijn band met Jehovah in gevaar. Daarnaast is het respectloos tegenover zijn vrouw. Jehovah verwacht dat een man trouw blijft aan zijn vrouw, niet alleen in daden maar ook in gedachten. Jezus zei dat een man die verlangend naar een andere vrouw kijkt, ‘in zijn hart’ al overspel heeft gepleegd (Matth. 5:28, 29). w25.01 9 ¶6-8

maandag 12 oktober

Een mens wordt niet rechtvaardig verklaard door werken van de wet, maar alleen door geloof in Jezus Christus. — Gal. 2:16.

Rechtvaardig verklaard worden betekent dat de aanklacht tegen je is ingetrokken en dat je strafblad is gewist of schoongeveegd. Als Jehovah je rechtvaardig verklaart, wil dat niet zeggen dat hij zijn eigen normen van rechtvaardigheid overtreedt. Hij doet dat namelijk niet omdat je het zelf hebt verdiend. Het is ook niet zo dat hij je zonden vergoelijkt. Maar Jehovah heeft een basis om je schulden kwijt te schelden vanwege je geloof in de verzoeningsregeling en de losprijs die is betaald (Rom. 3:24). Wat betekent dit voor elk van ons? Personen die zijn uitgekozen om met Jezus in de hemel te regeren, zijn al rechtvaardig verklaard als kinderen van God (Tit. 3:7; 1 Joh. 3:1). Hun zonden zijn vergeven. Ze hebben geen ‘strafblad’ meer en komen er dus voor in aanmerking in het Koninkrijk te zijn (Rom. 8:1, 2, 30). Personen die eeuwig op aarde hopen te leven, zijn rechtvaardig verklaard als vrienden van God. Hun zonden zijn vergeven (Jak. 2:21-23). w25.02 5 ¶17; 7 ¶18

dinsdag 13 oktober

Jouw gedachten zijn niet Gods gedachten maar die van mensen. — Matth. 16:23.

Op een gegeven moment liet Petrus blijken dat hij niet dezelfde kijk op dingen had als Jehovah. Jezus had zijn apostelen verteld dat hij naar Jeruzalem moest gaan, aan de religieuze leiders zou worden overgeleverd en zou worden gemarteld en gedood (Matth. 16:21). Misschien vond Petrus het moeilijk te geloven dat Jehovah zou toelaten dat Jezus — de beloofde Messias en degene op wie Israël hoopte — werd gedood (Matth. 16:16). Dus Petrus nam Jezus apart en zei: ‘Wees goed voor jezelf, Heer. Dat zal je zeker niet overkomen’ (Matth. 16:22). Jezus en Petrus zaten niet op één lijn, en dat kwam omdat Petrus niet dacht zoals Jehovah. Misschien bedoelde Petrus het goed, maar Jezus wees zijn advies af. Het was niet Jehovah’s wil dat Jezus zichzelf zou ontzien en de makkelijke weg zou kiezen. Dus bij die gelegenheid leerde Petrus dat hij zich Gods gedachten eigen moest maken. En dat moeten wij ook leren. w25.03 9 ¶5-6

woensdag 14 oktober

Jehovah is dicht bij mensen met een gebroken hart, hij redt personen met een verbrijzelde geest. — Ps. 34:18.

Heb jij het emotioneel zwaar omdat je bent teleurgesteld of verraden door iemand die je vertrouwde? Hoe anderen je ook hebben behandeld, je hemelse Vader houdt van je. Als iemand je heeft verraden, kun je moed putten uit Davids woorden in de tekst voor vandaag. Volgens een naslagwerk kan de uitdrukking voor ‘personen met een verbrijzelde geest’ ook duiden op ‘zij die niets goeds hebben om naar uit te kijken’. Hoe helpt Jehovah degenen die zich zo voelen? Hij is als een liefhebbende ouder die een verdrietig kind in de armen neemt en troost. Jehovah is ‘dicht bij’ je — hij voelt met je mee en is altijd bereid je te helpen als je het moeilijk hebt omdat iemand je heeft verraden of verlaten. Hij wil graag je gebroken hart en verbrijzelde geest troosten en kalmeren. En hij geeft je veel dingen om naar uit te kijken die je zullen helpen de beproevingen van nu te doorstaan (Jes. 65:17). w24.12 23 ¶13-14

donderdag 15 oktober

Je zult van Jehovah als beloning de erfenis krijgen. — Kol. 3:24.

Ouderlingen in deze tijd kunnen er zeker van zijn dat Jehovah hun goede werk ziet en waardeert. Ze zetten zich in als herder, onderwijzer en prediker. Daarnaast ondersteunen velen van hen bouwprojecten en de hulpverlening na rampen. Andere dienen in een ziekenhuiscontactcomité of patiëntenbezoekgroep. Ouderlingen bezien de gemeente als een regeling van Jehovah. Ze doen alles met hart en ziel en hebben het volste vertrouwen dat Jehovah ze zal belonen voor wat ze doen (Kol. 3:23, 24). Niet iedereen kan ouderling zijn. Maar we kunnen wel allemaal iets aan Jehovah geven. Onze God waardeert het als je je best voor hem doet. Hij ziet het wanneer je bijdragen geeft voor het wereldwijde werk, ook al is het niet veel. En hij is blij als je de fout van een ander door de vingers ziet en hem vergeeft. Vertrouw erop dat Jehovah waardeert wat je doet. Hij houdt van je en hij zal je ervoor belonen (Luk. 21:1-4). w24.06 23-24 ¶12-13

vrijdag 16 oktober

Laat je hart niet afdwalen naar haar wegen. Dool niet rond op haar paden. — Spr. 7:25.

Het verslag van Salomo laat zien wat elk van ons kan overkomen. Iemand die een ernstige zonde begaat kan achteraf het gevoel hebben dat het allemaal plotseling gebeurde. Misschien zegt hij: ‘Het overkwam me gewoon.’ Maar als hij nadenkt over wat er echt is gebeurd, zal hij zich waarschijnlijk realiseren dat hij een aantal domme beslissingen heeft genomen die tot zijn ernstige zonde hebben geleid. Misschien had hij verkeerde vrienden, koos hij entertainment dat een slechte invloed had of bezocht hij plekken — fysiek of online — waar hij niet had moeten zijn. En misschien was hij gestopt met bidden, Bijbellezen, vergaderingsbezoek of de velddienst. Net als bij de jongen uit Spreuken gebeurde het misschien toch niet zo plotseling. Wat is de les? Ga niet alleen de zonde zelf uit de weg maar ook de stappen die tot zonde kunnen leiden. Dat is wat Salomo duidelijk maakt na het verhaal over de jongen en de immorele vrouw (Matth. 5:29, 30). w24.07 16 ¶10-11

zaterdag 17 oktober

We hebben deze schat in een aarden kruik. — 2 Kor. 4:7.

Wat is die schat? Het is de prediking van de Koninkrijksboodschap, een levensreddend werk (2 Kor. 4:1). Wat is de aarden kruik? De aanbidder van God die anderen het goede nieuws brengt. In Paulus’ tijd gebruikten kooplieden aardewerken potten om geld en waardevolle goederen zoals voedsel en wijn te vervoeren. Op dezelfde manier gebruikt Jehovah ons om zijn waardevolle boodschap over te brengen. Met zijn hulp krijg je de kracht die je nodig hebt om de boodschap te verkondigen. Soms kun je bang zijn voor wat mensen zullen denken of hoe ze zullen reageren. Wat kun je dan doen? Denk eens aan het gebed van de apostelen toen het ze verboden werd te prediken. Ze lieten zich niet intimideren maar vroegen Jehovah ze te helpen vrijmoedig te blijven spreken. Jehovah verhoorde hun gebed meteen (Hand. 4:18, 29, 31). Als angst voor de reactie van mensen je soms belemmert, vraag Jehovah dan je te helpen die angst voor mensen te overwinnen met je liefde voor mensen. w24.04 16 ¶8-9

zondag 18 oktober

Onze Vader in de hemel, laat uw naam geheiligd worden. — Matth. 6:9.

Liefde voor Jehovah motiveert ons zijn naam te heiligen. We willen graag meehelpen aan de zuivering van zijn naam, die besmeurd is door de kwaadaardige leugens van Satan (Gen. 3:1-5; Job 2:4; Joh. 8:44). In de dienst komen we graag voor onze God op door iedereen die wil luisteren de waarheid over hem te vertellen. We willen iedereen laten weten dat liefde zijn belangrijkste eigenschap is, dat zijn manier van regeren rechtvaardig en juist is en dat zijn Koninkrijk binnenkort aan alle ellende een eind maakt en de mensen vrede en geluk zal brengen (Ps. 37:10, 11, 29; 1 Joh. 4:8). Als je in de dienst voor Jehovah’s reputatie opkomt, heilig je zijn naam. Daarnaast kun je de voldoening hebben te weten dat je onze eigen naam eer aandoet. w24.05 18 ¶12

maandag 19 oktober

Als je een feestmaal geeft, nodig dan juist arme, kreupele, verlamde en blinde mensen uit, en je zult gelukkig zijn omdat zij niets voor je terug kunnen doen. Je zult ervoor beloond worden in de opstanding van de rechtvaardigen. — Luk. 14:13, 14.

Je laat zien dat je ‘gastvrij’ bent door goede dingen voor anderen te doen, ook voor personen buiten je directe vriendenkring (1 Petr. 4:9). Een naslagwerk zegt over iemand die gastvrij is: ‘De deur van zijn huis — en van zijn hart — moet openstaan voor vreemdelingen.’ Vraag je af: wat voor reputatie heb ik als het gaat om het verwelkomen van bezoekers? (Hebr. 13:2, 16) Iemand die gastvrij is deelt wat hij heeft met bezoekers, inclusief degenen die niet welgesteld zijn, gastsprekers en kringopzieners (Gen. 18:2-8; Spr. 3:27; Hand. 16:15; Rom. 12:13). w24.11 21 ¶6

dinsdag 20 oktober

De maagden die klaarstonden, gingen met hem naar binnen naar het bruiloftsfeest. — Matth. 25:10.

In de gelijkenis van de maagden zei Jezus dat tien maagden een bruidegom tegemoet gingen (Matth. 25:1-4). Ze wilden allemaal met de bruidegom mee naar het bruiloftsfeest. Jezus noemde vijf van hen ‘dwaas’ en de andere vijf ‘verstandig’ of beleidvol. De verstandige maagden waren erop voorbereid zo lang als nodig was op de bruidegom te wachten, zelfs tot in de nacht. Daarom hadden ze olielampen mee om licht te hebben in het donker. Ze hadden zelfs extra olie bij zich voor het geval de bruidegom op zich liet wachten. Ze waren er dus op voorbereid hun lampen brandend te houden (Matth. 25:6-10). Toen de bruidegom kwam, gingen de verstandige maagden met hem naar binnen naar het bruiloftsfeest. Zo zal het ook gaan met gezalfde christenen die hebben aangetoond voorbereid te zijn door alert en trouw te blijven tot de komst van Christus. Zij worden goedgekeurd om zich bij de Bruidegom, Jezus, in zijn hemelse Koninkrijk te voegen (Openb. 7:1-3). w24.09 21 ¶6

woensdag 21 oktober

Daarna keek ik en zag een grote menigte uit alle landen. — Openb. 7:9.

De wereldwijde resultaten in de dienst kunnen je motiveren om ijverig met het werk door te gaan. Er zijn elk jaar miljoenen mensen die naar het Avondmaal komen en met ons de Bijbel bestuderen. En jaarlijks zijn er honderdduizenden die worden gedoopt en met prediken beginnen. We weten niet hoeveel mensen nog positief zullen reageren. Maar we weten wel dat Jehovah ‘een grote menigte’ aan het verzamelen is die de grote verdrukking zal overleven (Openb. 7:9, 14). De Meester van de oogst ziet nog steeds potentieel in het veld. We hebben dus alle reden om te blijven prediken (Luk. 10:2). IJver in de prediking is iets dat discipelen van Jezus altijd heeft gekenmerkt. Toen mensen zagen hoe vrijuit de apostelen spraken, ‘realiseerden ze zich dat deze mannen bij Jezus hadden gehoord’ (Hand. 4:13). We hopen natuurlijk dat mensen in deze tijd net zo reageren en zien dat ook wij gemotiveerd worden door Jezus’ voorbeeld van ijver. w25.03 18 ¶15; 19 ¶17-18

donderdag 22 oktober

Jehovah, wat is de mens dat u hem zou opmerken? — Ps. 144:3.

De Bijbel laat zien dat Jehovah mensen opmerkt die voor anderen onbelangrijk lijken. Zo stuurde Jehovah Samuël naar Isaï toe om een van zijn zonen tot toekomstige koning van Israël te zalven. Isaï stelde zeven van zijn acht zonen aan Samuël voor. David, de jongste, riep hij er niet bij. Maar dat was degene die Jehovah uitkoos (1 Sam. 16:6, 7, 10-12). Jehovah zag wie David vanbinnen echt was: een jonge man die waardering had voor geestelijke dingen. Denk er eens over na hoe Jehovah al heeft aangetoond dat hij je ziet. Hij geeft je raad op maat — afgestemd op jouw behoeften (Ps. 32:8). Dat kan hij alleen maar omdat hij je goed kent (Ps. 139:1). Je kunt ervan overtuigd raken dat hij in jou geïnteresseerd is als je zijn adviezen toepast en ziet dat het werkt (1 Kron. 28:9; Hand. 17:26, 27). Jehovah ziet hoeveel moeite je doet. Hij ziet welke mooie eigenschappen je vanbinnen hebt en wil graag je vriend zijn (Jer. 17:10). w24.10 25-26 ¶7-9

vrijdag 23 oktober

Hij kreeg medelijden met ze, omdat ze als schapen zonder herder waren. — Mark. 6:34.

Ongetwijfeld houd je van Jehovah en wil je anderen dienen. Hoe kun je de motivatie krijgen om te dienen? Denk erover na hoeveel vreugde het geeft dingen voor je broeders en zusters te doen. Jezus zei: ‘Geven maakt gelukkiger dan ontvangen’ (Hand. 20:35). Hij leefde volgens dat principe. Het maakte hem echt gelukkig anderen te dienen. Een voorbeeld. Op een keer waren Jezus en zijn apostelen moe. Ze waren op weg naar een afgelegen plek om wat uit te rusten. Maar veel mensen liepen naar de plek toe en waren er nog eerder dan zij. Ze hoopten dat Jezus ze iets zou leren. Hij had nee kunnen zeggen omdat hij en zijn apostelen ‘niet eens de kans hadden om te eten’. Of hij had de mensen kunnen wegsturen nadat hij ze één of twee dingen had verteld. Maar omdat hij door liefde werd gemotiveerd, begon hij ‘hun veel dingen te leren’. Hij ging zelfs door tot het ‘laat was geworden’ (Mark. 6:31-35). w24.11 16 ¶9-10

zaterdag 24 oktober

Jullie inspanning zal worden beloond. — 2 Kron. 15:7.

Help je kind mogelijkheden aan te grijpen om anderen over de waarheid uit de Bijbel te vertellen (Rom. 10:10). Je kunt praten over zijn geloof vergelijken met het leren spelen van een muziekinstrument. In het begin oefen je liedjes die makkelijk te spelen zijn. Na verloop van tijd wordt het makkelijker muziek te maken. Je kunt hetzelfde doen als je anderen over je geloof vertelt. Begin met iets simpels. Als een jongere met een klasgenoot praat, kan hij bijvoorbeeld vragen: ‘Wist je dat wetenschappers vaak ontwerpen uit de natuur kopiëren? Ik zal je een leuk filmpje laten zien.’ Na het bekijken van een video uit de rubriek Is het ontworpen? zou hij kunnen vragen: ‘Als wetenschappers erkenning krijgen voor ontwerpen die al in de natuur bestaan, wie krijgt dan erkenning voor het origineel?’ Met die eenvoudige aanpak kun je iemand al nieuwsgierig maken zodat hij meer wil weten. w24.12 19 ¶17-18

zondag 25 oktober

Door één mens is de zonde in de wereld gekomen en door de zonde de dood. — Rom. 5:12.

Om ons te bevrijden stuurde Jehovah Jezus om zijn leven te geven als losprijs. Maar hoe kon de dood van één volmaakt mens miljoenen mensen loskopen? Paulus legt uit: ‘Zoals door de ongehoorzaamheid van de ene mens [Adam] velen zondaars werden, zo zullen ook door de gehoorzaamheid van de ene persoon [Jezus] velen rechtvaardig worden’ (Rom. 5:19; 1 Tim. 2:6). Met andere woorden, we zijn slaven geworden van zonde en de dood doordat één volmaakt mens ongehoorzaam was. En dus is de gehoorzaamheid van één volmaakt mens nodig om ons te bevrijden. Had Jehovah niet gewoon kunnen besluiten gehoorzame nakomelingen van Adam eeuwig te laten leven? Voor onvolmaakte mensen lijkt dat misschien een goede, verstandige oplossing. Maar dat laat Jehovah’s volmaakte gerechtigheid buiten beschouwing. Omdat hij rechtvaardig is, zou hij nooit bewust zijn ogen sluiten voor Adams overduidelijke ongehoorzaamheid. w25.01 20-21 ¶3-4

maandag 26 oktober

We laten ons leiden door geloof, niet door wat we zien. — 2 Kor. 5:7.

Op een gegeven moment wist Paulus dat hij niet lang meer te leven had. Hij zou ter dood worden gebracht. Maar als hij op zijn leven terugkeek, kon hij tevreden zijn. ‘Ik heb de wedstrijd tot de finish gelopen,’ zei hij, ‘ik heb het geloof behouden’ (2 Tim. 4:6-8). Paulus had verstandige beslissingen genomen in zijn dienst en was ervan overtuigd dat Jehovah blij met hem was. Ook wij willen natuurlijk goede beslissingen nemen en Gods goedkeuring hebben. Maar hoe krijg je dat voor elkaar? Paulus zei over zichzelf en andere trouwe christenen: ‘We laten ons leiden door geloof, niet door wat we zien.’ Iemand die zich laat leiden door geloof, denkt bij beslissingen aan Jehovah en baseert ze op zijn vertrouwen in hem. Hij is ervan overtuigd dat als hij Jehovah’s adviezen in de Bijbel opvolgt, hij nu al een beter leven zal hebben en in de toekomst door Jehovah beloond zal worden (Ps. 119:66; Hebr. 11:6). w25.03 20 ¶1-2

dinsdag 27 oktober

Word veranderd door je denken te hervormen. — Rom. 12:2.

Velen die zich in het verleden beestachtig gedroegen, hebben met de hulp van Gods geest grote veranderingen doorgevoerd (Jes. 65:25). Ze hebben hun ‘dierlijke’ karaktertrekken getemd (Ef. 4:22-24). Natuurlijk zijn Jehovah’s aanbidders onvolmaakt en maken ze nog steeds fouten. Maar Jehovah heeft ‘alle soorten mensen’ verenigd met een onverbrekelijke band van liefde en vrede (Tit. 2:11). Dit is een wonder dat alleen de almachtige God kan doen. Wat hij zegt komt altijd uit (Jes. 55:10, 11). Het geestelijke paradijs is al werkelijkheid. Jehovah heeft een unieke geestelijke familie geschapen waar we relatieve vrede hebben, een veilige oase in een gewelddadige wereld (Ps. 72:7). Daarom helpen we zo veel mogelijk mensen zich bij ons te voegen. We kunnen dat doen door ons te richten op het maken van discipelen (Matth. 28:19, 20). w24.04 23 ¶13, 15

woensdag 28 oktober

We hebben wel de denkwijze van Christus. — 1 Kor. 2:16.

Jezus had Jehovah lief met zijn hele verstand. Hij wist wat Jehovah van hem wilde en was vastbesloten het te doen, ook al moest hij lijden omdat hij het juiste deed. Hij was erop gefocust Jehovah’s wil te doen en liet zich door niets van dat doel afleiden. Petrus en de andere apostelen kregen de unieke kans veel tijd met Jezus door te brengen en te leren hoe hij dacht. Toen Petrus zijn eerste geïnspireerde brief schreef, moedigde hij christenen aan zich te wapenen met dezelfde instelling als die van Christus (1 Petr. 4:1). Toen Petrus het had over ‘zich wapenen’, gebruikte hij een woord dat ook werd toegepast op soldaten die zich letterlijk wapenden voor de strijd. Dus als je Jezus’ instelling, zijn manier van denken, overneemt, ben je uitgerust met een krachtig wapen in de strijd tegen zondige neigingen en tegen een wereld die door Satan wordt geregeerd (2 Kor. 10:3-5; Ef. 6:12). w25.03 8 ¶1-3

donderdag 29 oktober

De gedachten in het hart van een mens zijn als diepe wateren, maar iemand met inzicht haalt ze naar boven. — Spr. 20:5.

Wat moet je tijdens de verkering over de ander te weten komen? Het is verstandig om voordat je gevoelens te sterk worden bepaalde belangrijke dingen te bespreken, zoals jullie doelen. Hoe kom je erachter wat voor persoon iemand diep vanbinnen is? Praat open en eerlijk met elkaar. Stel vragen en luister echt (Jak. 1:19). Onderneem dingen die zich lenen voor gesprekken, zoals samen eten, op een openbare plek wandelen en prediken. Jullie kunnen ook meer over elkaar te weten komen als jullie tijd doorbrengen met vrienden en familie. Plan daarnaast activiteiten die je de kans geven te zien hoe de ander zich gedraagt in verschillende omstandigheden en tegenover verschillende mensen. w24.05 27-28 ¶6-7

vrijdag 30 oktober

Volg God na, als geliefde kinderen. — Ef. 5:1.

Binnenkort breekt er een moeilijke tijd aan waarin we meer dan ooit op Jehovah moeten vertrouwen. Lees verslagen in de Bijbel en ervaringen van Getuigen in deze tijd. Let erop hoe Jehovah een rots in de branding voor ze is geweest. Denk diep over de verslagen na. Dat kan je helpen Jehovah tot jouw Rots te maken. Interessant is dat Jezus Simon de naam Cefas gaf, dat vertaald wordt met Petrus en ‘rotsblok’ betekent (Joh. 1:42). Daarmee gaf Jezus aan dat hij een versterkende en stabiliserende factor in de gemeente zou worden. Bovendien worden de ouderlingen in de gemeente beschreven als ‘de schaduw van een grote rots’. Dat illustreert hoe ze de broeders en zusters beschermen (Jes. 32:2). Natuurlijk kunnen wij allemaal elkaar aanmoedigen door Jehovah’s eigenschappen na te volgen (Ef. 5:1). w24.06 28 ¶10-11

zaterdag 31 oktober

Jehovah is een God die volledige toewijding eist. — Deut. 4:24.

De koningen van Israël die Jehovah als trouw bezag, aanbaden hem zoals hij het wilde. Waarom beoordeelde Jehovah sommige koningen als ontrouw? Verreweg de meeste ontrouwe koningen ondersteunden op de een of andere manier valse aanbidding (1 Kon. 21:25, 26; 2 Kron. 12:1). Waarom was aanbidding zo belangrijk voor Jehovah? Eén reden is dat de koningen de verantwoordelijkheid hadden de ware aanbidding te bevorderen onder Gods volk. Daarnaast leidt valse aanbidding onvermijdelijk tot ernstige zonden en ander onrecht (Hos. 4:1, 2). Bovendien waren de koningen en hun onderdanen aan Jehovah opgedragen. Daarom vergelijkt de Bijbel hun betrokkenheid bij valse aanbidding met overspel (Jer. 3:8, 9). Iemand die overspel pleegt is ontrouw aan de persoon die zijn trouw juist het meest verdient. Hij breekt het hart van zijn partner. Zo is het ook met een opgedragen aanbidder van Jehovah die zich inlaat met valse aanbidding. Die ontrouw breekt Jehovah’s hart (Deut. 4:23). w24.07 22-23 ¶12-15

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen