Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • es26 blz. 88-97
  • September

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • September
  • Bestudeer dagelijks de Schrift 2026
  • Onderkopjes
  • dinsdag 1 september
  • woensdag 2 september
  • donderdag 3 september
  • vrijdag 4 september
  • zaterdag 5 september
  • zondag 6 september
  • maandag 7 september
  • dinsdag 8 september
  • woensdag 9 september
  • donderdag 10 september
  • vrijdag 11 september
  • zaterdag 12 september
  • zondag 13 september
  • maandag 14 september
  • dinsdag 15 september
  • woensdag 16 september
  • donderdag 17 september
  • vrijdag 18 september
  • zaterdag 19 september
  • zondag 20 september
  • maandag 21 september
  • dinsdag 22 september
  • woensdag 23 september
  • donderdag 24 september
  • vrijdag 25 september
  • zaterdag 26 september
  • zondag 27 september
  • maandag 28 september
  • dinsdag 29 september
  • woensdag 30 september
Bestudeer dagelijks de Schrift 2026
es26 blz. 88-97

September

dinsdag 1 september

Blijf onderzoeken of je in het geloof bent. — 2 Kor. 13:5.

Je moet je best doen om niet alleen volwassen te worden maar ook te blijven. Dit betekent dat je nooit moet denken dat je er al bent. Je moet blijven doorgroeien (1 Kor. 10:12). Blijf jezelf ‘onderzoeken’ om na te gaan of je nog steeds vooruitgang boekt. In de brief aan de Kolossenzen laat Paulus uitkomen hoe belangrijk het is volwassen te blijven. Hoewel ze geestelijk al volwassen waren, waarschuwde hij ze om zich niet te laten misleiden door wereldse ideeën (Kol. 2:6-10). En Epafras, die de broeders en zusters in de gemeente duidelijk goed kende, bad altijd of ze ‘uiteindelijk als geestelijk volwassen personen’ mochten vaststaan (Kol. 4:12). Paulus en Epafras begrepen dat je bewust moeite moet doen om volwassen te blijven en dat je daarbij Gods hulp nodig hebt. Ze wilden dat de Kolossenzen ondanks de uitdagingen volwassen christenen zouden blijven. w24.04 6-7 ¶16-17

woensdag 2 september

Jehovah is met ons. Wees niet bang voor ze. — Num. 14:9.

Als je ontzag hebt voor Jehovah, houd je zo veel van hem dat je nooit iets zou doen waar hij niet blij mee is. Je wilt dan graag het verschil leren zien tussen goed en slecht, tussen waarheid en leugen, zodat je Jehovah’s goedkeuring kunt krijgen (Spr. 2:3-6; Hebr. 5:14). Als je angst voor mensen sterker wordt dan je liefde voor Jehovah, zou je van de waarheid kunnen afdwalen. Denk maar aan de 12 leiders van de Israëlieten die het land gingen verkennen dat Jehovah ze had beloofd. Tien van de verkenners hadden meer angst voor de Kanaänieten dan liefde voor Jehovah. Ze zeiden: ‘Tegen dat volk kunnen we niet optrekken, want ze zijn sterker dan wij’ (Num. 13:27-31). Menselijk gezien waren de Kanaänieten inderdaad sterker, dat klopte. Maar wie zegt dat de Israëlieten hun vijanden niet kunnen overwinnen, laat Jehovah buiten beeld. w24.07 9 ¶5-6

donderdag 3 september

Zal de Rechter van de hele aarde niet doen wat rechtvaardig is? — Gen. 18:25.

Zijn er goede redenen voor vertrouwen in al Jehovah’s oordelen, zowel de gunstige als de ongunstige? Ja! Zoals Abraham goed begreep, is Jehovah de volmaakte, alwijze, barmhartige ‘Rechter van de hele aarde’. Hij heeft zijn Zoon opgeleid en hem de verantwoordelijkheid gegeven iedereen te oordelen (Joh. 5:22). Zowel de Vader als de Zoon kan van elk mens het hart lezen (Matth. 9:4). Ze zullen dus altijd ‘doen wat rechtvaardig is’! Wees dus vastbesloten te vertrouwen op Jehovah en al zijn beslissingen. Besef dat mensen niet bevoegd zijn om te oordelen, maar hij wel! (Jes. 55:8, 9) Laat vol vertrouwen al het oordelen over aan Jehovah en aan zijn Zoon, de Koning die de rechtvaardigheid en barmhartigheid van zijn Vader perfect weerspiegelt (Jes. 11:3, 4). w24.05 7 ¶18-19

vrijdag 4 september

Jehovah heeft een hekel aan wie sluw is, maar hij is een goede vriend van de oprechten. — Spr. 3:32.

Het is heel belangrijk een oprecht hart te hebben. Dat blijkt wel uit wat er gebeurde toen Filippus zijn vriend Nathanaël meenam om Jezus te zien. Hoewel Jezus Nathanaël nog nooit had ontmoet, zei hij: ‘Kijk, dat is echt een Israëliet in wie geen bedrog is’ (Joh. 1:47). In Nathanaël zag Jezus een bijzondere oprechtheid. Hoewel Nathanaël net als ieder ander onvolmaakt was, was niets aan hem gemaakt of onoprecht. Jezus bewonderde dat en prees hem ervoor. De meeste vereisten in Psalm 15 gaan over de manier waarop je anderen behandelt. In Psalm 15:3 staat dat een gast in Jehovah’s tent ‘niet lastert met zijn tong, zijn naaste geen kwaad doet en zijn vrienden niet te schande maakt’. Als je anderen zwartmaakt, kan het zijn dat je ze echt pijn doet (Jak. 1:26). w24.06 10 ¶7, 9; 11 ¶10

zaterdag 5 september

Heer, zelfs de demonen onderwerpen zich aan ons als we je naam gebruiken! — Luk. 10:17.

Als je goed op de dienst voorbereid bent, zul je minder gespannen zijn wanneer je met mensen praat. Jezus hielp zijn discipelen om voorbereid te zijn voordat ze eropuit trokken (Luk. 10:1-11). Omdat ze toepasten wat Jezus ze had geleerd, voelden ze veel vreugde door wat ze konden bereiken. Wat kun je doen om je op de dienst voor te bereiden? Denk erover na wat je wilt zeggen en hoe je dat op een natuurlijke manier met eigen woorden kunt uitdrukken. Het is ook goed te anticiperen op twee of drie veelvoorkomende reacties van de mensen in het gebied. Bedenk wat je op elk daarvan kunt zeggen. Als je met mensen praat, probeer dan te ontspannen, glimlach en wees vriendelijk. w24.04 16 ¶6-7

zondag 6 september

Jehovah, onze God, u bent het waard de lof en de eer en de kracht te ontvangen, want u hebt alle dingen geschapen. — Openb. 4:11.

De belangrijkste reden om het goede nieuws te prediken is dat we van Jehovah en van zijn heilige naam houden. We zien onze dienst als een manier om de God van wie we houden te loven. We zijn het er helemaal mee eens dat Jehovah het waard is om lof, eer en kracht te ontvangen van zijn trouwe aanbidders. Je geeft hem lof en eer door met anderen overtuigend bewijs te delen dat hij ‘alle dingen geschapen’ heeft en dat we ons bestaan aan hem te danken hebben. Je geeft hem kracht — jouw kracht — door je tijd, energie en middelen te gebruiken om zo veel mogelijk in de dienst te doen (Matth. 6:33; Luk. 13:24; Kol. 3:23). Simpel gezegd: we houden ervan te praten over de God van wie we houden. Daarnaast voelen we ons geroepen om anderen te vertellen over zijn naam en waar die voor staat. w24.05 17 ¶11

maandag 7 september

Hij wordt de beloner van wie hem echt zoeken. — Hebr. 11:6.

Jehovah geeft ons nu een gevoel van vrede en voldoening en in de toekomst eeuwig leven. Je kunt je hoop vestigen op Jehovah omdat je weet dat hij je zowel wil als kan belonen. En die overtuiging motiveert je om druk bezig te blijven in je aanbidding, net zoals trouwe aanbidders in het verleden. Neem het voorbeeld van Timotheüs (Hebr. 6:10-12). Timotheüs had zijn hoop gevestigd op de levende God (1 Tim. 4:10). Daarom werkte hij hard voor Jehovah en voor anderen. Paulus moedigde hem aan vooruitgang te boeken als leraar en openbaar spreker. Daarnaast moest Timotheüs een goed voorbeeld worden voor zijn broeders en zusters, jong en oud. En hij kreeg een aantal moeilijke taken. Zo moest hij stevige maar liefdevolle raad geven aan personen die dat nodig hadden (1 Tim. 4:11-16; 2 Tim. 4:1-5). Timotheüs kon er zeker van zijn dat Jehovah hem zou belonen (Rom. 2:6, 7). w24.06 22-23 ¶10-11

dinsdag 8 september

Jehovah bleef Israël en Juda waarschuwen via al zijn profeten. — 2 Kon. 17:13.

Jehovah gebruikte vaak zijn profeten om zijn volk te waarschuwen en te corrigeren. Zo liet hij Jeremia zeggen: ‘Kom terug, afvallig Israël (...). Ik zal jullie niet boos aankijken, want ik ben loyaal (...). Ik zal niet altijd kwaad blijven. Alleen, erken je schuld, want je bent in opstand gekomen tegen Jehovah’ (Jer. 3:12, 13). Via Joël zei Jehovah: ‘Kom bij mij terug met heel je hart’ (Joël 2:12, 13). Hij liet Jesaja zeggen: ‘Reinig je. Stop met jullie slechte daden, ik wil ze niet meer zien. Houd op met kwaaddoen’ (Jes. 1:16-19). En via Ezechiël zei Jehovah: ‘Geeft de dood van een slecht mens mij vreugde? (...) Heb ik niet liever dat hij zich afkeert van zijn wegen en in leven blijft? Het maakt me helemaal niet blij als iemand sterft (...). Kom dus terug en blijf in leven’ (Ezech. 18:23, 32). Het maakt Jehovah blij als mensen berouw hebben, want hij wil dat ze voor eeuwig blijven leven. w24.08 9 ¶5-6

woensdag 9 september

De hele Schrift is door God geïnspireerd en nuttig. — 2 Tim. 3:16.

Al Gods aanbidders krijgen de geestelijke voeding, leiding en bescherming die ze nodig hebben. Jehovah heeft bewezen dat hij onpartijdig is door de Bijbel toegankelijk te maken voor mensen overal ter wereld. Hij liet zijn Woord oorspronkelijk in drie talen opschrijven: Hebreeuws, Aramees en Grieks. Toch is het niet zo dat degenen die de Bijbel in de oorspronkelijke talen kunnen lezen een hechtere band met Jehovah hebben dan degenen die dat niet kunnen (Matth. 11:25). Jehovah’s goedkeuring is niet afhankelijk van je opleiding of je talenkennis. Hij maakt zijn wijsheid toegankelijk voor alle mensen overal op aarde, niet alleen voor hoogopgeleide mensen. Zijn geïnspireerde Woord is vertaald in duizenden talen. Zo kunnen mensen wereldwijd erachter komen wat de Bijbel leert en hoe ze zijn vriend kunnen worden (2 Tim. 3:16, 17). w24.06 6-7 ¶13-15

donderdag 10 september

De verwoesting van de stad is dichtbij. — Luk. 21:20.

De verwoesting van Jeruzalem, die Jezus had voorspeld, was dichtbij. Christenen konden zich erop voorbereiden door de tijd die ze nog hadden te gebruiken om te werken aan hun geloof en volharding (Hebr. 10:25; 12:1, 2). Wij staan vlak voor een verdrukking die nog veel moeilijker zal zijn dan die in de eerste eeuw (Matth. 24:21; Openb. 16:14, 16). De praktische adviezen die Jehovah aan de Hebreeën gaf zullen ook voor ons heel nuttig zijn. Paulus moedigde de Hebreeën in zijn brief aan dieper in Gods Woord te duiken (Hebr. 5:14–6:1). Met citaten uit de Hebreeuwse Geschriften legde Paulus uit wat de christelijke manier van aanbidden beter maakte dan het jodendom. Hij wilde dat ze meer kennis en een dieper begrip van de waarheid zouden krijgen. Dat zou ze in staat stellen onjuiste redenaties te herkennen en te verwerpen, zodat ze niet misleid zouden worden. w24.09 8-9 ¶2-3; 10 ¶6

vrijdag 11 september

De Heer is inderdaad uit de dood opgewekt. — Luk. 24:34.

Jezus’ discipelen konden wel wat aanmoediging gebruiken. Waarom? Sommige hadden hun huis, familie en bedrijf achtergelaten om Jezus te volgen (Matth. 19:27). Andere werden als verstotenen behandeld omdat ze zijn discipelen waren geworden (Joh. 9:22). Ze brachten die offers omdat ze geloofden dat Jezus de beloofde Messias was (Matth. 16:16). Maar toen Jezus werd terechtgesteld, werd hun hoop de bodem ingeslagen en verloren ze de moed. Jezus begreep natuurlijk wel dat hun verdriet geen teken van geestelijke zwakte was. Het was een begrijpelijke reactie op een vreselijk verlies. Dus vanaf de dag dat hij werd opgewekt, begon hij zijn vrienden aan te moedigen. Hij verscheen bijvoorbeeld aan Maria Magdalena toen ze bij zijn graf stond te huilen (Joh. 20:11, 16). Hij verscheen aan de twee discipelen die op weg waren naar Emmaüs. En hij verscheen aan Petrus. w24.10 13 ¶5-6

zaterdag 12 september

Wees altijd bereid om je te verdedigen tegenover iedereen die vraagt om een reden voor de hoop die je hebt. — 1 Petr. 3:15.

Bereid je kind erop voor zijn geloof in een Schepper te verdedigen. Je kunt bijvoorbeeld samen de artikelen doornemen in de serie ‘Jonge mensen vragen: Schepping of evolutie?’ Bespreek dan welke argumenten of redenatie je kind het meest overtuigend vindt en hoe hij daarmee anderen duidelijk kan maken dat er een Schepper is. Moedig hem aan eenvoudige logica en argumenten te gebruiken als iemand rustig over het onderwerp wil praten. Stel bijvoorbeeld dat een klasgenoot zegt: ‘Ik geloof alleen wat ik kan zien en God heb ik nog nooit gezien.’ Dan zou je kind kunnen antwoorden: ‘Stel je voor dat je in een bos loopt, ver van de bewoonde wereld vandaan, en je komt bij een functionerende waterput. Wat denk je dan? Iemand moet die put gemaakt hebben. Als zo’n waterput midden in een bos al een bewijs is van intelligent leven, dan geldt dat helemaal voor het universum.’ w24.12 18 ¶16

zondag 13 september

Is er geen wijsheid bij de ouderen en komt verstand niet met de jaren? — Job 12:12.

Bij belangrijke beslissingen in het leven heeft elk van ons advies nodig. Vaak kun je daarvoor terecht bij ouderlingen en andere evenwichtige broeders en zusters. Als ze veel ouder zijn dan jij, denk dan niet dat hun advies achterhaald is. Jehovah wil dat je van ouderen leert. Ze hebben meer tijd gehad om ervaring, begrip en wijsheid op te doen. In Bijbelse tijden gebruikte Jehovah trouwe ouderen om zijn volk te bemoedigen en te leiden. Neem Mozes, David en de apostel Johannes. Ze leefden allemaal in een andere tijd en in uiteenlopende omstandigheden. Aan het eind van hun leven gaven ze wijze raad aan jongere personen. Ze benadrukten alle drie hoe belangrijk het is Jehovah gehoorzaam te zijn. Of je nu jong bent of oud, het is leerzaam hun raad te onderzoeken (Rom. 15:4; 2 Tim. 3:16). w24.11 8 ¶1-2

maandag 14 september

Als je het vlees van de Mensenzoon niet eet en zijn bloed niet drinkt, heb je geen leven in jezelf. — Joh. 6:53.

In de tijd van Noach verbood Jehovah mensen om bloed te eten (Gen. 9:3, 4). Hij herhaalde die beperking in zijn wet aan Israël. Iedereen die bloed at moest ‘ter dood worden gebracht’ (Lev. 7:20, 27, vtn.). Jezus hield die wet hoog (Matth. 5:17-19). Het is dus ondenkbaar dat hij een grote groep Joden zou aansporen letterlijk zijn vlees te eten of het bloed in zijn aderen te drinken. Hij zei iets dat figuurlijk bedoeld was. Zoiets had hij al eerder gedaan toen hij tegen een Samaritaanse vrouw sprak over ‘water dat opborrelt om eeuwig leven te geven’ (Joh. 4:7, 14). Jezus wilde daarmee niet zeggen dat de Samaritaanse vrouw alleen maar letterlijk wat water hoefde te drinken om eeuwig te kunnen leven. Hetzelfde geldt voor zijn uitspraak in Kapernaüm. Daarmee wilde hij niet zeggen dat mensen eeuwig zouden leven als ze letterlijk zijn vlees zouden eten en zijn bloed zouden drinken. w24.12 9 ¶4-6

dinsdag 15 september

Ik smeek jullie om je lichaam aan te bieden als een levend slachtoffer, heilig en aanvaardbaar voor God. Dat is een heilige dienst met je denkvermogen. — Rom. 12:1.

Een christelijke echtgenoot moet oppassen dat hij geen verkeerde kijk op vrouwen krijgt. Je gedachten leiden namelijk vaak tot daden. Paulus waarschuwde gezalfde christenen in Rome: ‘Laat je niet langer door deze wereld vormen’ (Rom. 12:1, 2). Toen hij naar de Romeinen schreef, bestond de gemeente kennelijk al enige tijd. Paulus’ woorden impliceren dat sommigen in de gemeente nog steeds werden beïnvloed door de gewoonten en opvattingen in de wereld. Daarom spoorde hij ze aan hun denken en gedrag te veranderen. Die raad geldt zeker voor christelijke echtgenoten in deze tijd. Sommige zijn helaas beïnvloed door de opvattingen in de wereld en hebben hun vrouw niet goed behandeld. w25.01 9 ¶4

woensdag 16 september

Hoed de kudde van God die aan jullie is toevertrouwd en dien als opzieners. — 1 Petr. 5:2.

De ouderlingen in deze tijd hebben veel te doen. Het zijn evangeliepredikers (2 Tim. 4:5). Ze nemen ijverig de leiding in de velddienst, organiseren de prediking in het plaatselijke gebied en leiden ons op om goed te prediken en te onderwijzen. Ze dienen ook als barmhartige, onpartijdige rechters. Als iemand in de gemeente een ernstige zonde begaat, doen ze hun best hem te helpen zijn vriendschap met Jehovah te herstellen. Tegelijkertijd zien ze erop toe dat de gemeente rein blijft (1 Kor. 5:12, 13; Gal. 6:1). Maar ouderlingen zijn bovenal herders (1 Petr. 5:1-3). Ze houden goed voorbereide Bijbelse lezingen, doen moeite iedereen in de gemeente te leren kennen en brengen herderlijke bezoeken. Sommige helpen daarnaast mee bij de bouw en het onderhoud van Koninkrijkszalen, de organisatie van congressen, het werk van ziekenhuiscontactcomités en patiëntenbezoekgroepen en andere taken. Ouderlingen werken hard voor ons! w24.10 20 ¶9

donderdag 17 september

Zoals in Adam iedereen sterft, zo zal ook in de Christus iedereen levend gemaakt worden. — 1 Kor. 15:22.

De Bijbel laat zien dat we dankzij betaling van de losprijs zijn verlost of losgekocht. Het houdt dus bevrijding in. Petrus zei het zo: ‘Je weet dat jullie niet met vergankelijke dingen zoals zilver of goud zijn bevrijd [lett.: ‘vrijgekocht’] van je zinloze leefwijze, die door jullie voorouders aan jullie is doorgegeven, maar met kostbaar bloed, zoals dat van een lam zonder smet of gebrek, namelijk dat van Christus’ (1 Petr. 1:18, 19, vtn.). Dankzij het loskoopoffer kunnen we bevrijd worden van de onderdrukkende macht van zonde en de dood (Rom. 5:21). We hebben dus alle reden om Jehovah en Jezus heel dankbaar te zijn voor de verlossing die mogelijk is gemaakt door het kostbare bloed, of leven, van Jezus. w25.02 5 ¶15-16

vrijdag 18 september

Gelukkig is de mens die altijd op zijn hoede is. — Spr. 28:14.

Hoe kun je jezelf beschermen? Kijk eens wat je kunt leren van de jongen uit Spreuken 7 die seks had met een immorele vrouw. Volgens vers 22 ging hij haar ‘plotseling’ achterna. Maar uit de verzen ervoor blijkt dat hij al meerdere verkeerde beslissingen had genomen die stap voor stap tot de zonde leidden. Wat ging er aan zijn zonde vooraf? Om te beginnen liep hij ’s avonds door de straat waar ze woonde en kwam hij ‘bij haar hoek’. Vervolgens stapte hij recht op haar huis af (Spr. 7:8, 9). En toen hij de vrouw zag, keerde hij zich niet om. In plaats daarvan liet hij zich gewillig kussen. Hij luisterde naar haar toen ze zei dat ze vredeoffers had gebracht, misschien om als een goed mens over te komen (Spr. 7:13, 14, 21). Als de jongen de gevaren uit de weg was gegaan, zou hij zichzelf tegen de verleiding hebben beschermd en geen zonde hebben begaan. w24.07 16 ¶8-9; 19 ¶19

zaterdag 19 september

Jullie moeten hem van harte vergeven en troosten. — 2 Kor. 2:7.

Jehovah tolereert ernstig kwaaddoen onder zijn aanbidders niet. Hij is niet van mening dat het kwaaddoeners die geen berouw tonen ‘uit barmhartigheid’ moet worden toegestaan met zijn trouwe aanbidders te blijven omgaan. Jehovah is barmhartig, maar hij accepteert niet zomaar alles. Hij verlaagt zijn normen niet (Jud. 4). Dat zou juist helemaal niet barmhartig zijn, want het zou iedereen in de gemeente in gevaar brengen (Spr. 13:20; 1 Kor. 15:33). Jehovah wil niet dat er iemand vernietigd wordt. Waar mogelijk wil hij mensen graag redden. Hij is barmhartig voor mensen die hun denken en doen veranderen en hun band met hem willen herstellen (Ezech. 33:11; 2 Petr. 3:9). Toen de man in Korinthe berouw toonde en zijn zondige leven de rug toekeerde, gebruikte Jehovah Paulus om aan de gemeente uit te leggen dat ze de man moesten vergeven en verwelkomen. w24.08 17 ¶7; 18-19 ¶14-15

zondag 20 september

Alles wat jullie voor een van de minsten van deze broeders van mij hebben gedaan, hebben jullie voor mij gedaan. — Matth. 25:40.

In de gelijkenis van de schapen en de bokken beschreef Jezus het oordeel over mensen. Hij zal kijken of ze zijn gezalfde broeders hebben gesteund (Matth. 25:31-46). Hij zal het oordeel uitspreken tijdens de ‘grote verdrukking’, vlak voor Armageddon (Matth. 24:21). Zoals een herder de schapen van de bokken scheidt, zo zal Jezus degenen die zijn gezalfde volgelingen loyaal steunen scheiden van degenen die dat niet doen. De Bijbel laat zien dat Jezus, die door Jehovah is aangesteld als Rechter, mensen rechtvaardig zal oordelen (Jes. 11:3, 4). Jezus observeert wat mensen doen, denken en zeggen, en hij kijkt hoe ze zijn gezalfde broeders behandelen (Matth. 12:36, 37). Hij zal weten wie zijn gezalfde broeders en hun werk hebben ondersteund. Wat is een van de belangrijkste manieren om Christus’ broeders te steunen? Helpen met de prediking. w24.09 20-21 ¶3-4

maandag 21 september

Onderzoek alles. — 1 Thess. 5:21.

Je kunt onderzoeken of wat je gelooft waar is door het te vergelijken met wat de Bijbel zegt. Neem de jongere die zich afvraagt of Jehovah wel echt in hem geïnteresseerd is. Kan hij er zomaar van uitgaan dat zijn twijfels terecht zijn? Nee, hij moet ‘onderzoeken’ hoe Jehovah erover denkt. Als je de Bijbel leest, ‘hoor’ je als het ware Jehovah tot je spreken. Maar als je met specifieke vragen zit, is er meer nodig om te weten hoe hij erover denkt. Richt je met je Bijbellezen op het onderwerp dat je bezighoudt. Gebruik alle studiehulpmiddelen van Jehovah’s organisatie om er dingen over op te zoeken (Spr. 2:3-6). Vraag Jehovah in gebed om je nazoekwerk te leiden en je te helpen ontdekken hoe hij erover denkt. Je kunt vervolgens op zoek gaan naar toepasselijke Bijbelse principes en praktische informatie. w24.10 25 ¶4-5

dinsdag 22 september

Liefde is niet zelfzuchtig. — 1 Kor. 13:4, 5.

Als iemand wordt gedreven door trots of zelfzuchtige ambitie, zal Jehovah zijn inspanningen niet zegenen (1 Kor. 10:24, 33). Soms waren zelfs Jezus’ goede vrienden om de verkeerde redenen op voorrechten uit. Denk maar aan wat zijn apostelen Jakobus en Johannes deden. Ze vroegen Jezus om een belangrijke positie in zijn Koninkrijk. Maar Jezus juichte hun ambitie niet toe. Hij legde juist aan alle 12 apostelen uit: ‘Als iemand onder jullie groot wil zijn, moet hij jullie dienen, en als iemand onder jullie de eerste wil zijn, moet hij de slaaf zijn van allen’ (Mark. 10:35-37, 43, 44). Broeders die het juiste motief hebben — namelijk om anderen te dienen — zullen een zegen zijn voor de gemeente (1 Thess. 2:8). w24.11 15-16 ¶7-8

woensdag 23 september

Met veel raadgevers komt iets tot stand. — Spr. 15:22.

Liefde zal je motiveren het voordeel ‘van de ander’ te zoeken en bescheiden te zijn (1 Kor. 10:23, 24, 32; 1 Tim. 2:9, 10). Dan zul je een beslissing nemen waaruit je liefde en respect voor anderen blijkt. Als je voor een belangrijke beslissing staat, bedenk dan wat erbij komt kijken te doen wat je hebt besloten. Jezus leerde ons om ‘de kosten te berekenen’ (Luk. 14:28). Denk er dus over na hoeveel tijd, energie en middelen het je zal kosten om de beslissing te laten slagen. In bepaalde gevallen zou je met je gezin kunnen bespreken wat elk gezinslid zou moeten doen om de beslissing te ondersteunen. Waarom is zo’n planning nuttig? Het brengt misschien aan het licht dat je iets aan je besluit moet veranderen of dat een andere optie beter zou zijn. Als je je gezin erbij betrekt en naar hun inbreng luistert, zullen ze bovendien soepeler meewerken om de beslissing te laten slagen. w25.01 18-19 ¶14-15

donderdag 24 september

Juich en wees blij. — Jes. 65:18.

Jesaja laat zien waarom we in het geestelijke paradijs kunnen ‘juichen’ van blijdschap. Het is namelijk iets dat Jehovah heeft geschapen (Jes. 65:18, 19). Natuurlijk wil hij mensen helpen de geestelijk dorre organisaties van deze wereld te verlaten en in onze prachtige geestelijke oase te komen — en hij gebruikt ons om dat te doen. We zijn dankbaar dat we de waarheid kennen en we willen anderen er graag over vertellen (Jer. 31:12). We zijn ook dankbaar en enthousiast omdat we als inwoners van het geestelijke paradijs hoop hebben. Denk eens aan wat de Bijbel belooft: We zullen ‘huizen bouwen en erin wonen’ en ‘wijngaarden planten en de vruchten ervan eten’. We zullen ‘niet voor niets zwoegen’, want we zijn ‘de gezegenden van Jehovah’. Hij belooft ons een veilig en zinvol leven met een echt doel. Hij kent de behoeften van alle mensen en zal ‘het verlangen van alles wat leeft vervullen’ (Jes. 65:20-24; Ps. 145:16). w24.04 22-23 ¶11-12

vrijdag 25 september

Mijn sterke rots, mijn schuilplaats, is God. — Ps. 62:7.

Je maakt Jehovah tot je Rots als je je volledig op hem verlaat. Vertrouw erop dat het goed voor je is hem zelfs in moeilijke tijden te gehoorzamen (Jes. 48:17, 18). Elke keer dat je zijn steun ervaart, zal je vertrouwen in hem groeien. Je zult dan beter voorbereid zijn op beproevingen waar alleen Jehovah je doorheen kan slepen. Net als een massieve rots is Jehovah standvastig en stabiel. Zijn persoonlijkheid en zijn doel veranderen nooit (Mal. 3:6). De opstand in Eden bracht hem niet aan het wankelen. Zoals Paulus schreef, kan Jehovah ‘zichzelf niet verloochenen’ (2 Tim. 2:13). Dat betekent dat wat er ook gebeurt of wat anderen ook doen, Jehovah nooit zal veranderen wie hij is en nooit zal afwijken van zijn doel of zijn normen. In zo’n stabiele God kun je een rotsvast vertrouwen hebben omdat je weet dat hij je in moeilijke tijden helpt en zich aan zijn beloften voor de toekomst houdt (Ps. 62:6, 7). w24.06 27-28 ¶7-8

zaterdag 26 september

De verborgen persoon van het hart, die grote waarde heeft in Gods ogen. — 1 Petr. 3:4.

Als je verkering met iemand hebt, wat zal je dan helpen om te beslissen of jullie gaan trouwen? Leer elkaar goed kennen. Je bent waarschijnlijk al voor je verkering wat dingen over de ander te weten gekomen. Maar nu heb je de kans om ‘de verborgen persoon van het hart’ te leren kennen. Dat houdt in dat je meer te weten komt over iemands persoonlijkheid, geestelijke gezindheid en manier van denken. Na verloop van tijd zou je antwoord moeten hebben op vragen als: Zal hij een goede partner voor me zijn? (Spr. 31:26, 27, 30; Ef. 5:33; 1 Tim. 5:8) Kunnen we aan elkaars emotionele behoeften beantwoorden? Kunnen we met elkaars tekortkomingen leven? (Rom. 3:23) En bedenk hoe je weet of jullie bij elkaar passen: het belangrijkste is niet hoeveel jullie op elkaar lijken maar hoe goed jullie je aanpassen aan de verschillen. w24.05 27 ¶5

zondag 27 september

Ik heb gezondigd tegen Jehovah. — 2 Sam. 12:13.

Koning David ging ernstig in de fout. Maar toen de profeet Nathan hem met zijn zonde confronteerde, toonde hij nederig berouw (Ps. 51:3, 4, 17 en opschrift). Ook koning Hizkia zondigde tegen Jehovah (2 Kron. 32:25). Maar net als David toonde Hizkia nederig berouw (2 Kron. 32:26). Uiteindelijk bezag Jehovah hem als een trouwe koning die ‘bleef doen wat goed was’ (2 Kon. 18:3). Welke les kun je uit deze voorbeelden halen? Het is belangrijk dat je berouw hebt van je zonden en er alles aan doet niet in herhaling te vallen. Wat als je raad krijgt van de ouderlingen, misschien over iets dat onbenullig lijkt? Voel je dan nooit afgewezen door Jehovah en denk niet dat de ouderlingen tegen je zijn. Zelfs de goede koningen van Israël hadden raad en correctie nodig (Hebr. 12:6). Als je wordt gecorrigeerd, moet je (1) nederig reageren, (2) de nodige veranderingen aanbrengen en (3) Jehovah met heel je hart blijven dienen. Als je berouw hebt van je zonden, zal Jehovah je vergeven (2 Kor. 7:9, 11). w24.07 21 ¶8-9; 22 ¶11

maandag 28 september

Verwijder wie kwaad doet uit jullie midden. — 1 Kor. 5:13.

Een kwaaddoener wordt uit de gemeente verwijderd als hij niet goed reageert op de herhaalde pogingen van de ouderlingen om hem tot berouw te brengen (2 Kon. 17:12-15). Uit zijn daden blijkt dat hij ervoor heeft gekozen zich niet aan Jehovah’s normen te houden (Deut. 30:19, 20). Er wordt een mededeling gedaan om de gemeente te laten weten dat hij niet langer een van Jehovah’s Getuigen is. De mededeling wordt niet gedaan om de kwaaddoener te vernederen maar zodat de gemeente het Bijbelse gebod kan opvolgen ‘niet meer om te gaan’ en ‘zelfs niet te eten’ met zo iemand (1 Kor. 5:9-11). Die instructie is niet voor niets gegeven. Paulus schreef dat ‘door een beetje zuurdesem het hele deeg gaat gisten’ (1 Kor. 5:6). Berouwloze kwaaddoeners kunnen anderen ontmoedigen die wél proberen naar Jehovah’s rechtvaardige normen te leven (Spr. 13:20; 1 Kor. 15:33). w24.08 27 ¶3-4

dinsdag 29 september

Voor alles ben ik sterk genoeg dankzij hem die mij kracht geeft. — Fil. 4:13.

Je kunt anderen niet letterlijk kracht of energie geven. Maar je kunt wel je kracht gebruiken om anderen te helpen. Je kunt bijvoorbeeld boodschappen of klusjes doen voor oudere of zieke broeders en zusters. Of je kunt helpen bij de schoonmaak en het onderhoud van de Koninkrijkszaal. Ook woorden hebben kracht. Je kunt anderen dus sterken met wat je zegt. Ken je iemand die wel wat aanmoediging of oprechte complimenten kan gebruiken? Of iemand die troost nodig heeft? Laat hem weten dat je om hem geeft. Je kunt hem bezoeken, bellen of een kaartje, e-mail of berichtje sturen. Maak je niet te druk om wat je precies gaat zeggen. Een paar eenvoudige woorden uit je hart zijn misschien net wat je broeder of zuster nodig heeft om weer een dag trouw te blijven of om positiever te zijn over zijn situatie (Spr. 12:25; Ef. 4:29). w24.09 28 ¶8-10

woensdag 30 september

Als iemand opziener wil worden, streeft hij naar een goed werk. — 1 Tim. 3:1.

Als je al een tijdje dienaar bent, heb je waarschijnlijk hard gewerkt aan de eigenschappen die je moet hebben om ouderling te worden. Kun jij streven naar dat ‘goede werk’? Wat houdt het werk van een ouderling in? Hij neemt de leiding in de prediking, werkt hard als herder en leraar en bouwt de gemeente op door wat hij zegt en doet. De Bijbel noemt hardwerkende ouderlingen niet voor niets ‘gaven in mensen’ (Ef. 4:8). Wat moet je doen om ouderling te worden? Het is niet hetzelfde als solliciteren naar een baan of functie. Daarvoor heb je vaak alleen de skills nodig waar een werkgever naar zoekt. Maar om ouderling te worden heb je meer nodig dan skills in de prediking en als onderwijzer. Je moet voldoen aan de Bijbelse vereisten voor ouderlingen in 1 Timotheüs 3:1-7 en Titus 1:5-9. w24.11 20 ¶1-3

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen