November
zondag 1 november
Ik zal niet altijd kwaad blijven. — Jer. 3:12.
De ouderlingen proberen Jehovah na te volgen, die medegevoel heeft met iemand die uit de gemeente is verwijderd. Jehovah wachtte bijvoorbeeld niet tot de opstandige Israëlieten de eerste stap deden. Hij nam zelf het initiatief, ook al hadden ze nog geen enkel teken van berouw vertoond. Jehovah illustreerde zijn medegevoel door Hosea op te dragen zich te verzoenen met zijn vrouw, die nog steeds een zondig leven leidde (Hos. 3:1; Mal. 3:7). Net als Jehovah willen ouderlingen oprecht dat een kwaaddoener terugkeert, en ze zullen het hem niet moeilijk maken dat te doen. Denk eens aan Jezus’ gelijkenis van de verloren zoon. Wat deed de vader? ‘Hij rende naar zijn zoon toe, omhelsde hem en kuste hem teder’ (Luk. 15:20). De vader wachtte dus niet tot zijn zoon om vergeving smeekte maar nam het initiatief, zoals elke vader die van zijn zoon houdt zou hebben gedaan. w24.08 28 ¶7-8
maandag 2 november
Als iemand van jullie tekortschiet in wijsheid, dan moet hij erom blijven vragen aan God, die iedereen gul en zonder kritiek geeft. — Jak. 1:5, vtn.
De woorden in de tekst voor vandaag laten uitkomen dat Jehovah zijn wijsheid niet voor zichzelf houdt maar gul met anderen deelt. En merk op dat hij wijsheid geeft zonder verwijt of kritiek. Hij wil nooit dat je je schuldig voelt als je hem om leiding vraagt. Sterker nog, hij spoort je aan ernaar te zoeken (Spr. 2:1-6). Kun je Jehovah navolgen door je wijsheid met anderen te delen? (Ps. 32:8) Er zijn heel wat mogelijkheden om met anderen te delen wat je hebt geleerd. Je zou bijvoorbeeld nieuwelingen kunnen opleiden in de dienst. Als je ouderling bent, kun je dienaren en gedoopte broeders geduldig leren hoe ze hun taken in de gemeente moeten doen. En als je ervaring hebt in de bouw, kun je anderen opleiden om mee te helpen bij de bouw en het onderhoud van theocratische gebouwen. w24.09 28-29 ¶11-12
dinsdag 3 november
We zijn zo veel van jullie gaan houden. — 1 Thess. 2:8.
Om ouderling te worden, moet je ‘onberispelijk zijn’. Dit betekent dat je in de gemeente een goede reputatie hebt omdat je gedrag onbesproken is: er valt niets op aan te merken (1 Tim. 3:2). Je moet ook ‘een goede reputatie hebben bij buitenstaanders’. Mensen kunnen misschien kritiek hebben op je christelijke overtuigingen, maar ze mogen geen geldige reden hebben om je gedrag of integriteit in twijfel te trekken (Dan. 6:4, 5). Vraag je af: heb ik zowel binnen als buiten de gemeente een goede reputatie? Iemand die ‘het goede liefheeft’ zoekt het goede in anderen en laat ze weten hoeveel waardering hij voor hun goede eigenschappen heeft (Tit. 1:8). Hij doet ook graag goed voor anderen, zelfs meer dan wat verwacht wordt. Waarom is het belangrijk dat een ouderling ‘het goede liefheeft’? Omdat hij dan graag veel tijd zal besteden aan de herderlijke zorg voor de gemeente en aan zijn taken (1 Petr. 5:1-3). De vreugde die het hem geeft anderen te dienen zal dan alle offers ruimschoots overtreffen (Hand. 20:35). w24.11 20-21 ¶3-5
woensdag 4 november
Geven maakt gelukkiger dan ontvangen. — Hand. 20:35.
Dienaren doen in de gemeenten belangrijk werk. Paulus had veel waardering voor die trouwe broeders. Zo noemt hij in zijn brief aan de christenen in Filippi naast de ouderlingen ook specifiek de dienaren in de bediening (Fil. 1:1). Veel gedoopte broeders, jong en oud, halen echt vreugde uit hun werk als dienaar. Dat geldt bijvoorbeeld voor Devan, die 18 was toen hij werd aangesteld, maar ook voor Luis, die begin 50 was. Luis verwoordt goed hoe velen erover denken: ‘Ik vind het een groot voorrecht m’n broeders en zusters te dienen, vooral als ik bedenk hoeveel liefde ze voor mij hebben getoond!’ Ben jij een gedoopte broeder maar nog geen dienaar? Zou je daar dan je doel van kunnen maken? w24.11 14 ¶1-3
donderdag 5 november
Ik smeek u, o Jehovah, herinner u dat ik heb gedaan wat goed was in uw ogen. — 2 Kon. 20:3.
Toen koning Hizkia van Juda 39 was, kreeg hij te horen dat hij ernstig ziek was. De profeet Jesaja bracht een boodschap van Jehovah over: hij zou aan zijn ziekte sterven (2 Kon. 20:1). Er leek geen hoop meer te zijn. Kapot van het nieuws barstte Hizkia in tranen uit. Vurig bad hij tot Jehovah. Hizkia’s tranen en smeekgebed raakten Jehovah. Vriendelijk zei hij: ‘Ik heb je gebed gehoord. Ik heb je tranen gezien. Ik genees je.’ Barmhartig beloofde Jehovah hem via Jesaja dat hij zijn leven zou verlengen en Jeruzalem uit de handen van de Assyriërs zou redden (2 Kon. 20:4-6). Heb jij gezondheidsproblemen en lijkt je situatie uitzichtloos? Vertel Jehovah dan wat je voelt, ook al is het in tranen. De Bijbel verzekert ons dat ‘de Vader van tedere barmhartigheid en de God van alle troost’ ons zal troosten bij al onze beproevingen (2 Kor. 1:3, 4). w24.12 24 ¶15-17
vrijdag 6 november
Op God heb ik mijn hoop gevestigd, en deze mannen hebben dezelfde hoop, namelijk dat er een opstanding zal zijn van zowel de rechtvaardigen als de onrechtvaardigen. — Hand. 24:15.
Wat zal het geweldig zijn om degenen die zijn opgestaan te verwelkomen! En stel je eens voor hoe leuk het zal zijn om meer over Jehovah te leren door zijn vele scheppingswerken te bestuderen (Ps. 104:24; Jes. 11:9). Het beste van alles is dat je Jehovah kunt aanbidden zonder enig spoortje schuldgevoel! Zou je dat allemaal inruilen om ‘korte tijd te genieten van de zonde’? (Hebr. 11:25) Natuurlijk niet! De zegeningen zijn elk offer dat je nu moet brengen waard. Bedenk: op een dag is je hoop voor morgen de realiteit van vandaag. En dat is allemaal mogelijk omdat Jehovah zo veel van ons houdt dat hij zijn Zoon gaf als losprijs. w25.01 29 ¶12
zaterdag 7 november
Is de hand van Jehovah soms te kort? — Num. 11:23.
In Hebreeën worden heel wat personen genoemd met een sterk geloof. Eén van hen was Mozes (Hebr. 3:2-5; 11:23-25). Mozes bleef op Jehovah vertrouwen. En zijn vertrouwen werd niet beschaamd, want Jehovah voorzag het volk op wonderbaarlijke manier van voedsel en water om de dorre woestijn te overleven (Ex. 15:22-25; Ps. 78:23-25). Ongeveer een jaar na Israëls wonderbare bevrijding had Mozes ondanks zijn sterke geloof twijfels over Jehovah’s vermogen om zijn volk vlees te geven. Hij kon zich niet voorstellen hoe Jehovah voor genoeg vlees zou zorgen om miljoenen mensen in een verlaten woestijn tevreden te stellen. Hoe reageerde Jehovah? Hij vroeg aan Mozes: ‘Is de hand van Jehovah soms te kort?’ (Num. 11:21-23) In feite vroeg Jehovah: denk je echt dat ik niet kan doen wat ik zeg? w25.03 26 ¶1-2
zondag 8 november
Hij heeft in de oudheid de wereld niet gespaard. — 2 Petr. 2:5.
Moeten we het verslag over de vloed zien als een profetisch beeld? Nee. Waarom niet? Omdat daar geen directe Bijbelse ondersteuning voor is. Het is waar dat Jezus zijn aanwezigheid met de tijd van Noach vergeleek. Maar hij suggereerde niet dat de vloed een profetisch beeld was met een bijbehorend tegenbeeld van elke persoon en gebeurtenis. En hij heeft ook niet gezegd dat het sluiten van de deur van de ark een profetische betekenis had (Matth. 24:37-39). Toen Noach Jehovah’s waarschuwing hoorde, bewees hij dat hij geloof had door de ark te bouwen (Hebr. 11:7; 1 Petr. 3:20). Zo moeten mensen die nu het goede nieuws over Gods Koninkrijk horen, ook iets doen met wat ze weten (Hand. 3:17-20). Petrus noemde Noach ‘een prediker van rechtvaardigheid’. Wij doen in deze tijd ons uiterste best om overal tot mensen te prediken. Maar wat we ook proberen, we kunnen onmogelijk iedereen op aarde met het goede nieuws bereiken voordat het einde komt. w24.05 8-9 ¶3-5
maandag 9 november
Hij eert wie ontzag heeft voor Jehovah. — Ps. 15:4.
Denk erover na hoe je vriendelijk en respectvol kunt zijn voor Jehovah’s vrienden (Rom. 12:10). Eén manier wordt in Psalm 15:4 genoemd: een gast in Jehovah’s tent ‘komt niet terug op zijn belofte, al is het in zijn nadeel’. Als je beloften niet nakomt, zul je anderen kwetsen (Matth. 5:37). Jehovah verwacht bijvoorbeeld dat zijn gasten hun huwelijksgelofte nakomen. En hij is blij als ouders hun best doen om beloften aan hun kinderen na te komen. Liefde voor Jehovah en voor je naaste zal je motiveren te doen wat je kunt om je beloften na te leven. Je kunt vrienden van Jehovah ook eren door gastvrij en vrijgevig te zijn (Rom. 12:13). Als je in je vrije tijd omgang hebt met je broeders en zusters, kun je je vriendschapsband met hen en met Jehovah versterken. Bovendien volg je Jehovah na als je gastvrij bent. w24.06 12 ¶15-16
dinsdag 10 november
Wat is dan de sterveling dat u aan hem denkt? — Ps. 8:4.
Jehovah onthult de waarheid aan mensen die nederig zijn (Matth. 11:25). Elk van ons heeft nederig hulp aanvaard om de waarheid te leren kennen (Hand. 8:30, 31). Toch moet je oppassen dat je niet trots wordt. Door trots kun je gaan denken dat je eigen mening even zwaar telt als Bijbelse principes en richtlijnen van Jehovah’s organisatie. Om nederig te blijven, moet je bedenken hoe klein je bent in vergelijking met Jehovah’s grootheid (Ps. 8:3, 4). En vraag Jehovah in gebed je te helpen een nederig persoon te zijn die graag wil leren. Hij zal je helpen meer waarde te hechten aan zijn gedachten, die je te weten komt via zijn Woord en zijn organisatie, dan aan die van jezelf. Zoek bij het Bijbellezen naar punten die bevestigen dat Jehovah van nederigheid houdt en trots, arrogantie en hoogmoed haat. En let er vooral op dat je nederig blijft als je een dienstvoorrecht krijgt waardoor je in de picture komt. w24.07 10 ¶8-9
woensdag 11 november
De kleine zal tot duizend worden en de onbeduidende tot een machtig volk. Ikzelf, Jehovah, zal het versnellen als het de tijd ervoor is. — Jes. 60:22.
Sinds 1919 gebruikt Jezus een kleine groep gezalfde mannen om de prediking te organiseren en zijn volgelingen van geestelijk voedsel te voorzien (Luk. 12:42). Het is heel duidelijk dat Jehovah zegent wat die groep doet (Jes. 65:13, 14). Zonder goede organisatie zouden we het werk dat Jezus ons heeft gegeven niet kunnen doen (Matth. 28:19, 20). Denk maar aan het gebied. Stel je voor dat het niet was onderverdeeld en dat iedereen ging prediken waar hij maar wilde. Dan zouden sommige gebieden misschien door meerdere verkondigers heel vaak worden bewerkt en andere gebieden helemaal nooit. Kun je nog meer voordelen van goede organisatie bedenken? Zoals Jezus zijn volgelingen organiseerde toen hij op aarde was, zo organiseert hij Gods volk ook in deze tijd. w24.04 8-9 ¶2-4
donderdag 12 november
Als je je omkeert om het goede te doen, zul je dan niet mijn goedkeuring krijgen? Maar als je je niet omkeert om het goede te doen, ligt bij de deur de zonde op de loer, en die verlangt ernaar je in zijn macht te krijgen. — Gen. 4:7.
Kaïn was de eerste zoon van Adam en Eva. Hij erfde de zondige neigingen van zijn ouders. Bovendien zegt de Bijbel dat ‘zijn eigen daden slecht waren’ (1 Joh. 3:12). Dat verklaart misschien waarom Jehovah toen Kaïn een offer bracht ‘Kaïn en zijn offer niet goedkeurde’. Maar Kaïn veranderde zijn gedrag niet. Hij ‘werd woedend en zijn gezicht betrok’. Wat deed Jehovah vervolgens? Hij sprak met Kaïn (Gen. 4:3-7). Merk op dat Jehovah vriendelijk met Kaïn redeneerde, hem hoop gaf en hem voor het gevaar van zonde waarschuwde. Helaas wilde hij niet luisteren. Hij liet niet toe dat Jehovah hem tot berouw bracht. Besloot Jehovah na die negatieve reactie dat hij verder niemand meer tot berouw zou proberen te brengen? Zeker niet! w24.08 10 ¶8
vrijdag 13 november
Je moet het leven kiezen, zodat jij en je nakomelingen in leven blijven. — Deut. 30:19.
De Israëlieten konden uitkijken naar een mooie toekomst. Met Jehovah’s zegen konden ze lang leven in het land dat hij ze had beloofd. En wat was het een prachtig, vruchtbaar land! Mozes beschreef het voor ze: ‘Een land met grote en mooie steden die je niet zelf hebt gebouwd, huizen vol met allerlei goede dingen waar je niet voor hebt gewerkt, waterputten die je niet hebt uitgehouwen, en wijngaarden en olijfbomen die je niet hebt geplant’ (Deut. 6:10, 11). Mozes gaf de Israëlieten ook een waarschuwing. Om in hun vruchtbare land te kunnen blijven, moesten ze Jehovah’s geboden gehoorzamen. Mozes spoorde ze aan ‘het leven te kiezen’ door naar Jehovah te luisteren en door ‘aan hem gehecht te blijven’ (Deut. 30:20). Helaas waren ze niet gehoorzaam. Daarom stond Jehovah na verloop van tijd toe dat ze werden veroverd en in ballingschap werden meegevoerd door de Assyriërs en later de Babyloniërs (2 Kon. 17:6-8, 13, 14; 2 Kron. 36:15-17, 20). w24.11 9 ¶5-6
zaterdag 14 november
Iemand kan alleen bij mij komen als de Vader, die mij heeft gestuurd, hem trekt. — Joh. 6:44.
Veel naamchristenen denken dat ze gered zullen worden als ze maar in Jezus geloven en hem als hun persoonlijke verlosser zien (Joh. 6:29). Maar denk eens aan de mensen in Galilea. Velen van hen geloofden aanvankelijk in Jezus maar verlieten hem toch. Hoe kwam dat? De meeste personen die van Jezus te eten hadden gekregen, volgden hem zolang hij ze gaf wat ze wilden. Ze waren geïnteresseerd in wonderbaarlijke genezingen, gratis voedsel en onderwijs dat aansloot bij wat ze verwachtten. Jezus maakte echter duidelijk dat hij niet naar de aarde was gekomen om de mensen te geven wat ze wilden maar om ze te leren wat ze moesten doen om echte discipelen van hem te zijn. Ze moesten ‘bij [hem] komen’ door alles wat hij onderwees te accepteren en na te leven (Joh. 5:40). w24.12 12 ¶12-13
zondag 15 november
Mannen, blijf van je vrouw houden, net zoals de Christus van de gemeente heeft gehouden. — Ef. 5:25.
Wat kan een echtgenoot helpen te stoppen met slecht en vernederend gedrag? Hij kan ernaar streven Jezus na te volgen. De manier waarop hij met zijn discipelen omging staat model voor hoe een man zijn vrouw moet behandelen. Wat kunnen echtgenoten leren van de manier waarop Jezus zijn apostelen behandelde en tot ze sprak? Jezus behandelde zijn apostelen vriendelijk en met waardigheid. Hij was nooit hard of dominant. Hij vond het niet nodig om met machtsvertoon zijn gezag te laten gelden. In plaats daarvan diende hij ze nederig (Joh. 13:12-17). Hij zei tegen zijn discipelen: ‘Leer van mij, want ik ben zachtaardig en nederig van hart. Dan zul je nieuwe kracht krijgen’ (Matth. 11:28-30). Jezus was dus zachtaardig. Een zachtaardig persoon is niet zwak. Hij heeft juist de innerlijke kracht om zich te beheersen. Als hij wordt geprovoceerd, blijft hij kalm en heeft hij zijn emoties onder controle. w25.01 10 ¶10-11
maandag 16 november
Vertrouw alles wat je doet aan Jehovah toe. — Spr. 16:3.
We kunnen verwachten dat economische problemen toenemen naarmate het einde dichterbij komt. Door politieke onrust, gewapende conflicten, natuurrampen of een volgende pandemie kun je voor onverwachte uitgaven komen te staan of zelfs je baan, je bezittingen of je huis verliezen. Wat kan je helpen beslissingen te nemen waaruit je vertrouwen in Jehovah’s hand blijkt? Wat is het eerste en beste dat je kunt doen als je zorgen hebt? Praat er met Jehovah over. Vraag hem om de wijsheid om goede beslissingen te nemen en om een kalm hart zodat je niet ‘angstig en bezorgd’ zult zijn (Luk. 12:29-31). Bid of hij je helpt tevreden te zijn met de basisbehoeften (1 Tim. 6:7, 8). Zoek artikelen op met suggesties over wat je kunt doen als je financiële problemen hebt. Velen zijn geholpen door wat ze hierover op jw.org hebben gevonden. w25.03 28-29 ¶10-11
dinsdag 17 november
God heeft me laten zien dat ik geen mens onheilig of onrein mag noemen. — Hand. 10:28.
Jehovah vond dat het tijd was om onbesneden heidenen in zijn volk op te nemen. Petrus kreeg de taak te prediken tot Cornelius, een van de eersten van die nieuwe groep christenen. De Joden vermeden doorgaans elk contact met niet-Joden, dus het is niet zo vreemd dat deze taak om een verandering in Petrus’ denken vroeg. Toen hij inzag wat Gods wil was, veranderde hij zijn kijk. En dus ging hij ‘zonder bezwaar te maken’ naar Cornelius toe (Hand. 10:28, 29). Hij predikte tot hem en iedereen in zijn huis, en ze werden gedoopt (Hand. 10:21-23, 34, 35, 44-48). Jaren later spoorde Petrus andere christenen aan om ‘dezelfde manier van denken’ te hebben (1 Petr. 3:8, vtn.). We kunnen als broeders en zusters dezelfde manier van denken krijgen als elk van ons leert denken zoals Jehovah denkt. En hoe hij denkt kun je ontdekken in de Bijbel. w25.03 9-10 ¶7-8
woensdag 18 november
Laat je niet misleiden door allerlei vreemde leringen. — Hebr. 13:9.
De kloof tussen de opvattingen in de wereld en Gods volmaakte kijk op dingen wordt steeds groter (Spr. 17:15). Zorg er dus voor dat je de ideeën waarmee tegenstanders ons willen demotiveren of zelfs misleiden kunt herkennen en verwerpen. Het is goed om, zoals Paulus de Hebreeuwse christenen adviseerde, te streven naar geestelijke volwassenheid. Hiervoor moet je je in de waarheid verdiepen zodat je leert denken zoals Jehovah denkt. Het is een proces dat ook na je opdracht en doop nog doorgaat. Elk van ons moet, hoelang hij ook in de waarheid is, regelmatig Gods Woord lezen en bestuderen (Ps. 1:2). Met een goede routine van persoonlijke studie kun je werken aan iets dat Paulus in zijn brief aan de Hebreeën benadrukte: geloof (Hebr. 11:1, 6). w24.09 10 ¶7-8
donderdag 19 november
Nader tot God, dan zal hij tot jou naderen. — Jak. 4:8.
Als je een hechte band met Jehovah hebt, wordt het makkelijker hem trouw te blijven. Dat is wat Jozef ondervond. Hij zei resoluut nee tegen immoraliteit. Hij wist dat wat hij deed belangrijk was voor Jehovah en wilde niets doen dat hem zou kwetsen (Gen. 39:9). Om een goede band met Jehovah te hebben, moet je tijd vrijmaken om tot hem te bidden en zijn Woord te bestuderen. Zo zal je vriendschap met hem hechter worden. Als je net als Jozef een hechte vriendschap met Jehovah hebt, zul je niets willen doen dat hem kwetst. Wie vergeet dat Jehovah de levende God is, gaat zich al gauw van hem terugtrekken. Dat is wat er met de Israëlieten gebeurde toen ze in de woestijn waren. Ze wisten dat Jehovah bestond, maar ze begonnen te twijfelen of hij voor ze zou zorgen (Ex. 17:2, 7). Vervolgens kwamen ze tegen God in opstand. Hun slechte voorbeeld is een waarschuwing voor ons (Hebr. 3:12). w24.06 24 ¶14-15
vrijdag 20 november
De ogen van Jehovah zijn gericht op de rechtvaardigen en zijn oren luisteren naar hun hulpgeroep. — Ps. 34:15.
We leven ver in de laatste dagen en verwachten dat er alleen maar meer problemen komen die tranen veroorzaken. Jehovah ziet onze tranen en het raakt hem als we huilen. Je tranen zijn heel kostbaar voor hem. Stort dus in moeilijke situaties je hart bij Jehovah uit. Zonder je nooit van je lieve broeders en zusters in de gemeente af. En blijf jezelf troosten met de kalmerende woorden in de Bijbel. Je kunt er zeker van zijn dat Jehovah je zal belonen als je trouw volhardt. We hebben de prachtige belofte dat hij op een dag alle tranen van verdriet, door verraad en van wanhoop uit onze ogen zal wissen (Openb. 21:4). Dan zullen er alleen nog tranen van geluk zijn. w24.12 20 ¶3; 25 ¶19
zaterdag 21 november
‘Jullie zijn mijn getuigen’, verklaart Jehovah. — Jes. 43:12.
Jehovah heeft ons aangesteld als zijn Getuigen en hij heeft beloofd ons te helpen moedig te zijn (Jes. 43:10, 11). Wat voor hulp krijg je? Ten eerste is Jezus met je, elke keer dat je het goede nieuws predikt (Matth. 28:18-20). Ten tweede heeft Jehovah engelen aangesteld om ons te helpen (Openb. 14:6). Ten derde heeft Jehovah ons de heilige geest gegeven als een helper die je in herinnering brengt wat je hebt geleerd (Joh. 14:25, 26). En ten vierde heeft hij je broeders en zusters gegeven om mee samen te werken. Met de hulp van Jehovah en je lieve broeders en zusters heb je alles wat nodig is om moedig te blijven prediken. Maar ben je weleens ontmoedigd omdat je weinig mensen thuis treft? Vraag je af waar ze kunnen zijn (Hand. 16:13). Zijn ze misschien aan het werk of naar de winkel? Zou je in dat geval meer mensen kunnen treffen door straatwerk te doen? w24.04 17 ¶10-11
zondag 22 november
Als iemand zijn eigen huisgezin niet kan leiden, hoe zal hij dan voor de gemeente van God kunnen zorgen? — 1 Tim. 3:5.
Als je ouderling wilt worden en je bent getrouwd, dan moet ook je gezin een goede reputatie hebben. Je moet dus een man zijn ‘die zijn eigen huisgezin goed leidt’. Je moet de reputatie hebben een zorgzaam gezinshoofd met verantwoordelijkheidsgevoel te zijn. Het houdt in dat je de leiding neemt in alle aspecten van de aanbidding. Als je een vader bent, moet je je minderjarige ‘kinderen in alle ernst in onderworpenheid hebben’ (1 Tim. 3:4). Je moet ze liefdevol onderwijzen en opvoeden. Natuurlijk wil je dat ze gelukkig zijn en net als alle kinderen lachen en spelen. Maar je moet ze ook leren gehoorzaam, respectvol en beleefd te zijn. Doe je best je kinderen te helpen een goede band met Jehovah te ontwikkelen, volgens Bijbelse principes te leven en naar de doop toe te groeien. w24.11 22 ¶10-11
maandag 23 november
Niemand heeft grotere liefde dan hij die zijn leven geeft voor zijn vrienden. — Joh. 15:13.
Hoe meer je in Jehovah’s dienst doet, hoe meer je zijn steun zult ervaren. En daardoor zal je vertrouwen in hem groeien (1 Kor. 3:9). Maar bedenk dat Jehovah wat jij doet niet vergelijkt met wat anderen doen. Hij kijkt naar wat er in je hart is. En hij is blij als hij ziet dat je hart vervuld is van dankbaarheid voor zijn kostbare geschenk, de losprijs (1 Sam. 16:7; Mark. 12:41-44). Je hebt het alleen maar aan de losprijs te danken dat je zonden worden vergeven, dat je een vriendschap met Jehovah hebt en dat je het vooruitzicht hebt eeuwig te leven. Toon dus altijd waardering voor de liefde die Jehovah ertoe bewoog al die mooie dingen voor ons mogelijk te maken (1 Joh. 4:19). En laat zien dat je Jezus dankbaar bent, die zo veel van ons houdt dat hij zijn leven voor ons gaf! w25.01 31 ¶16-18
dinsdag 24 november
De hele dag werd ik gekweld. — Ps. 73:14.
De schrijver van Psalm 73 zag dat sommigen genoten van wat leek op een gezond, welvarend en stressvrij leven (Ps. 73:3-5, 12). Het leek ze heel goed te gaan, wat hem het gevoel gaf dat het geen zin had zijn best te doen om Jehovah te dienen. Hij werd ‘de hele dag gekweld’ door die ontmoedigende gedachte (Ps. 73:13, 14). Hoe ging hij met zijn negatieve gedachten om? De psalmist ging naar het vredige heiligdom van Jehovah (Ps. 73:16-18). Daar was hij in staat om helder te denken. Hij zag in dat hoewel sommigen misschien een makkelijk leven leken te hebben, ze op de lange termijn een onzekere toekomst hadden. Dat inzicht gaf hem gemoedsrust, want hij wist dat hij geen betere beslissing had kunnen nemen dan geestelijke dingen na te streven. Hij was weer gemotiveerd om Jehovah te blijven dienen (Ps. 73:23-28). w24.10 26-27 ¶11-12
woensdag 25 november
Mogen de mensen weten dat u, wiens naam Jehovah is, u alleen de Allerhoogste bent over de hele aarde. — Ps. 83:18.
Jehovah heeft ons uitgekozen om zijn ‘getuigen’ te zijn (Jes. 43:10-12). Een aantal jaren geleden stond in een brief van het Besturende Lichaam: ‘De grootste eer die elk van ons te beurt kan vallen is (...) een Getuige van Jehovah genoemd te worden.’ Waarom is dat zo? Stel dat je in een rechtszaak verwikkeld bent en iemand nodig hebt om te getuigen over je karakter en gedrag. Wie zou je kiezen? Ongetwijfeld iemand die je kent en vertrouwt, iemand met een goede reputatie waardoor anderen zijn getuigenis geloven. Door ons te kiezen als zijn Getuigen laat Jehovah zien dat hij ons goed kent en erop vertrouwt dat we zullen getuigen dat hij de enige ware God is. Het is voor ons zo’n grote eer zijn Getuigen te zijn dat we elke kans aangrijpen om zijn naam bekend te maken en de vele leugens over hem te bestrijden. Op die manier doen we vol trots waar onze naam voor staat: we getuigen van Jehovah! (Rom. 10:13-15) w24.05 18 ¶13
donderdag 26 november
Hij genas alle zieken. — Matth. 8:16.
Anderen dienen maakte Jezus gelukkig. Jezus diende de mensen door ze te onderwijzen. Maar hij deed meer. Hij zorgde ook voor hun fysieke behoeften. Door een wonder voorzag hij in voedsel dat hij zijn discipelen liet uitdelen (Mark. 6:41). Op die manier leerde hij zijn discipelen hoe ze anderen konden dienen. Hij liet ze zien dat het belangrijk is anderen in praktisch opzicht te helpen. Stel je eens voor hoe blij de apostelen waren Jezus te mogen helpen bij die wonderbaarlijke verdeling van het voedsel waardoor de mensen allemaal konden eten ‘tot ze genoeg hadden’ (Mark. 6:42). Natuurlijk was dat niet de enige keer dat Jezus zich voor anderen wegcijferde. Dat deed hij zijn hele leven op aarde (Matth. 4:23). Het gaf hem vreugde en voldoening mensen te onderwijzen en nederig in hun behoeften te voorzien. w24.11 16 ¶10-11
vrijdag 27 november
In de laatste dagen zullen er zware tijden aanbreken die moeilijk te doorstaan zijn. — 2 Tim. 3:1.
Naarmate de toestanden in ‘de laatste dagen’ slechter worden, zullen we ongetwijfeld meer mogelijkheden krijgen om elkaar te helpen. Daarnaast kun je emotioneel en geestelijk een toevlucht zijn. Je kunt bijvoorbeeld bijdragen aan een hartelijke sfeer in de gemeente. Doe wat je kunt om ervoor te zorgen dat je broeders en zusters zich op de vergaderingen veilig, geliefd en opgebouwd voelen. Ouderlingen kunnen een toevlucht voor hun broeders en zusters zijn als het in hun leven letterlijk of figuurlijk stormt. In het geval van een ramp of een medische noodsituatie regelen ze meteen praktische hulp. En ze bieden geestelijke hulp. Broeders en zusters zullen een ouderling makkelijk om hulp vragen als ze weten dat hij vriendelijk en meelevend is en goed kan luisteren. Zulke kwaliteiten geven ze het gevoel dat ze geliefd zijn en maken het makkelijker om elk Bijbels advies van een ouderling toe te passen (1 Thess. 2:7, 8, 11). w24.06 29 ¶12-13
zaterdag 28 november
Hij heeft zelfs zijn eigen Zoon niet gespaard. — Rom. 8:32.
Jehovah is almachtig, maar dat betekent niet dat hij geen gevoelens heeft. Wij kunnen emoties voelen en we zijn naar zijn beeld gemaakt. Dus het is logisch dat ook Jehovah gevoelens heeft. De Bijbel vermeldt dat Jehovah werd gekwetst en verdriet voelde (Ps. 78:40, 41). Jehovah moet veel verdriet hebben gevoeld toen hij zag hoe zijn Zoon door goddeloze mensen wreed werd doodgemarteld. De losprijs leert ons dat niemand zo veel van je houdt als Jehovah, zelfs niet je dierbaarste familielid of je beste vriend (Rom. 8:32, 38, 39). Jehovah houdt zonder twijfel meer van je dan je van jezelf houdt. Wil je graag eeuwig leven? Niet zo graag als Jehovah dat voor je wil. Wil je graag dat je zonden vergeven worden? Niet zo graag als Jehovah ze wil vergeven. Het enige dat hij vraagt is dat je zijn geschenk accepteert door geloof te tonen en gehoorzaam te zijn. De losprijs is echt een bijzondere uiting van Jehovah’s liefde (Pred. 3:11). w25.01 22 ¶8-9
zondag 29 november
Blijf onderzoeken wat aanvaardbaar is voor de Heer. — Ef. 5:10.
Iedereen moet bij bepaalde beslissingen afgaan op wat hij met zijn zintuigen waarneemt. Maar als je ook bij belangrijke beslissingen alleen afgaat op wat je ziet en hoort, kom je waarschijnlijk in de problemen. Waarom? Omdat je zintuigen je soms kunnen bedriegen. En zelfs als dat niet gebeurt, is de kans groot dat je uiteindelijk Jehovah’s wil of adviezen negeert (Pred. 11:9; Matth. 24:37-39). Maar als je je laat leiden door geloof, zul je beslissingen nemen die ‘aanvaardbaar voor de Heer’ zijn. Je zult innerlijke vrede hebben en echt gelukkig zijn als je Jehovah’s adviezen opvolgt (Ps. 16:8, 9; Jes. 48:17, 18). Als je je altijd door geloof laat leiden, zul je bovendien eeuwig leven (2 Kor. 4:18). Laat jij je leiden door geloof of door wat je ziet? Om dat te weten moet je je afvragen waar je je beslissingen op baseert. Ga ik alleen af op dingen die ik kan zien? Of laat ik me leiden door de adviezen van Jehovah? w25.03 20-21 ¶3-4
maandag 30 november
Bewaar de vrede met elkaar. — 1 Thess. 5:13.
Elk van ons kan iets doen om mensen te laten zien hoe mooi het geestelijke paradijs is. Daarvoor moet je Jehovah navolgen. Hij sleept mensen niet tegen hun wil naar zijn organisatie, maar hij ‘trekt’ ze voorzichtig tot zich (Joh. 6:44; Jer. 31:3). Mensen met een goed hart voelen zich onherroepelijk tot hem aangetrokken als ze zijn liefde en zijn mooie persoonlijkheid leren kennen. Wij kunnen mensen enthousiast maken voor het geestelijke paradijs met onze mooie eigenschappen en ons goede gedrag. Hoe? Door lief en vriendelijk te zijn voor je broeders en zusters. Als een nieuwkomer onze vergaderingen bezoekt, moet hij tot dezelfde conclusie komen als de ongelovige nieuwkomer in het oude Korinthe die volgens Paulus’ beschrijving zou zeggen: ‘God is inderdaad in jullie midden’ (1 Kor. 14:24, 25; Zach. 8:23). Daarom is het belangrijk ons altijd te houden aan het advies in de tekst voor vandaag. w24.04 24 ¶16-17