Februari
zondag 1 februari
Het strekt een man tot eer een ruzie te vermijden, maar elke dwaas raakt erbij betrokken. — Spr. 20:3.
Een broeder met goede christelijke eigenschappen is een aanwinst voor de gemeente. Als hij ‘redelijk’ is, bevordert hij de vrede. Wil je als redelijk bekendstaan? Luister dan naar anderen en sta open voor hun standpunten. Zou je bijvoorbeeld bereid zijn om in een ouderlingenvergadering de beslissing van de meerderheid te steunen zolang die niet in strijd is met Bijbelse wetten of principes? Sta er niet op dat dingen op jouw manier gebeuren. Begrijp hoe waardevol het is veel raadgevers te hebben (Gen. 13:8, 9; Spr. 15:22). Wees niet hard of tegendraads maar vriendelijk en tactvol. Neem als vredelievend persoon het initiatief om vrede te stichten, ook in gespannen situaties (Jak. 3:17, 18). Je vriendelijke woorden kunnen zelfs tegenstanders kalmeren zodat hun houding versoepelt (Recht. 8:1-3; Spr. 25:15; Matth. 5:23, 24). w24.11 23 ¶13
maandag 2 februari
Hij zal de engelen eropuit sturen en hij zal zijn uitverkorenen bijeenbrengen uit de vier windstreken, van het uiteinde van de aarde tot het uiteinde van de hemel. — Mark. 13:27.
Hoewel Christus ‘eens en voor altijd’ is gestorven, geeft hij zich nog steeds voor ons (Rom. 6:10). Hij steekt er veel tijd en energie in om ons de goede dingen te geven die mogelijk zijn gemaakt door de losprijs. Sta er eens bij stil wat hij allemaal doet. Hij dient als Koning, Hogepriester en hoofd van de gemeente (1 Kor. 15:25; Ef. 5:23; Hebr. 2:17). Hij heeft de leiding over het bijeenbrengen van de gezalfden en de grote menigte, een taak die pas voltooid zal zijn aan het eind van de grote verdrukking (Matth. 25:32). Hij ziet er ook op toe dat we in deze laatste dagen geestelijk goed gevoed worden (Matth. 24:45). En tijdens zijn regering van duizend jaar zal hij voor ons blijven zorgen. Dus Jehovah heeft zijn Zoon echt gegeven! w25.01 24 ¶12
dinsdag 3 februari
Het is een vrije gave dat hij ze uit onverdiende goedheid rechtvaardig verklaart op basis van de verlossing door de losprijs die Christus Jezus heeft betaald. — Rom. 3:24.
Als Jehovah vergeeft, doet hij dat voorgoed en volledig. Daardoor kunnen we een goede relatie met onze hemelse Vader hebben. Bovendien weten we dat echte vergeving een geschenk is dat Jehovah ons geeft uit liefde en onverdiende goedheid, en niet omdat we er recht op hebben. Wat zijn we dankbaar dat Jehovah de God van ‘echte vergeving’ is! (Ps. 130:4; Rom. 4:8) Maar vergeving is afhankelijk van iets belangrijks. Jezus legde uit: ‘Als je andere mensen hun fouten niet vergeeft, zal je Vader ook jouw fouten niet vergeven’ (Matth. 6:14, 15). We moeten Jehovah dus navolgen en anderen vergeven. w25.02 13 ¶18-19
woensdag 4 februari
Er zal een opstanding zijn van zowel de rechtvaardigen als de onrechtvaardigen. — Hand. 24:15.
Hoe zit het met de mensen in Sodom en Gomorra? De rechtvaardige Lot woonde in hun midden. Maar weten we dat Lot tot iedereen heeft gepredikt? Nee. Het waren allemaal slechte mensen, maar zat er niemand tussen die gewoon niet beter wist? Een grote groep mannen in die stad probeerde de gasten van Lot te verkrachten. Volgens de Bijbel bestond die groep uit ‘jong en oud’ (Gen. 19:4; 2 Petr. 2:7). Weten we echt dat de barmhartige God, Jehovah, elk van hen ter dood veroordeelde zonder hoop op een opstanding? Het is waar dat er nog geen tien rechtvaardigen in die stad waren (Gen. 18:32). Ze waren dus onrechtvaardig en Jehovah heeft ze terecht verantwoordelijk gesteld voor hun daden. Kunnen we dan met zekerheid zeggen dat geen van hen zal opstaan in de opstanding van ‘de onrechtvaardigen’? Nee! w24.05 2 ¶3; 3 ¶8
donderdag 5 februari
Blijf eerst het Koninkrijk en Zijn rechtvaardigheid zoeken, dan zullen al die andere dingen je ook gegeven worden. — Matth. 6:33.
Sommigen hebben ervoor gekozen een baan aan te nemen waarvoor ze moesten verhuizen en hun gezin moesten achterlaten. Maar dat is vaak een onverstandige beslissing gebleken. Denk dus voordat je een andere baan aanneemt niet alleen aan de financiële voordelen maar ook aan de geestelijke kosten (Luk. 14:28). Vraag je af: Welke invloed zal het op mijn huwelijk hebben als ik ver bij mijn partner vandaan woon? Welke invloed zal het hebben op mijn dienst en mijn omgang met broeders en zusters? En als je kinderen hebt, is er nog een belangrijke vraag om over na te denken: hoe ga ik ze ‘met de correctie en de vermaningen van Jehovah’ opvoeden als ik niet thuis ben? (Ef. 6:4) Laat je leiden door wat Jehovah denkt, niet door wat familie of vrienden zonder respect voor Bijbelse principes ervan vinden. w25.03 29 ¶12
vrijdag 6 februari
We moeten geen kinderen meer zijn. — Ef. 4:14.
Een christen die onvolwassen blijft laat zich makkelijk meeslepen door ‘bedrog en gemene listen’ en door complotdenkers en afvalligen. Het kan zijn dat hij snel jaloers wordt, ruzie maakt, aanstoot neemt of toegeeft aan verleiding (1 Kor. 3:3). De Bijbel vergelijkt geestelijk volwassen worden met letterlijk volwassen worden. Het is een groeiproces (Ef. 4:15). Een kind heeft leiding nodig omdat het nog inzicht mist. Denk maar aan oversteken. Een moeder zal haar dochtertje bij de hand nemen als ze nog klein is. Als het meisje ouder wordt, kan ze haar toestaan om zelf de straat over te steken. Maar ze zal haar nog wel zeggen dat ze beide kanten op moet kijken. Als haar dochter volwassen is, kan ze zelfstandig de gevaren inschatten. Zo is het ook met een christen. Als hij volwassen wordt, kan hij zelf goed over Bijbelse principes nadenken zodat hij te weten komt hoe Jehovah erover denkt en op basis daarvan het goede kan doen. w24.04 3 ¶5-6
zaterdag 7 februari
Jehovah, wie mag gast zijn in uw tent? — Ps. 15:1.
Jarenlang had Jehovah alleen vrienden te gast die bij hem in de hemel woonden. Later ging hij ook mensen als gasten in zijn tent uitnodigen, zoals Henoch, Noach, Abraham en Job. Die ware aanbidders werden zijn vrienden genoemd. Het waren personen die ‘met de ware God wandelden’ (Gen. 5:24; 6:9; Job 29:4; Jes. 41:8). Door de eeuwen heen heeft Jehovah altijd zijn vrienden uitgenodigd om zijn gasten te zijn (Ezech. 37:26, 27). De profetie van Ezechiël laat zien dat Jehovah graag een hechte band met zijn trouwe aanbidders wil hebben. Hij belooft ‘een vredesverbond met hen te sluiten’. Die profetie gaat over een tijd waarin personen met een hemelse hoop en personen met een aardse hoop als ‘één kudde’ samen in zijn figuurlijke tent zijn (Joh. 10:16). In die tijd leven we nu. w24.06 2 ¶2; 3 ¶4, 5
zondag 8 februari
Met de hulp van onze God vonden we vrijmoedigheid. — 1 Thess. 2:2.
Als aanbidders van Jehovah staan we honderd procent achter zijn Koninkrijk (Matth. 6:33). Maar vaak vraagt dat om moed. We hebben bijvoorbeeld moed nodig om in deze slechte wereld naar Jehovah’s normen te leven en het goede nieuws van het Koninkrijk te prediken. En er is vaak moed nodig om politiek neutraal te blijven in een wereld die steeds meer verdeeld raakt (Joh. 18:36). Velen van ons hebben het financieel zwaar gekregen, zijn mishandeld of zijn gevangengezet omdat ze weigerden deel te nemen aan politieke of militaire activiteiten. Je kunt moed verzamelen door stil te staan bij het voorbeeld van personen die moedig Jehovah’s Koninkrijk hebben gesteund. Onze Koning, Christus Jezus, weerstond resoluut alle druk om betrokken te raken bij Satans politieke stelsel (Matth. 4:8-11; Joh. 6:14, 15). Hij vertrouwde er altijd op dat Jehovah hem de nodige kracht zou geven. w24.07 2 ¶4; 4 ¶7
maandag 9 februari
Ze plukte een vrucht van de boom en ging ervan eten. Daarna gaf ze er ook van aan haar man toen die bij haar was, en ook hij ging ervan eten. — Gen. 3:6.
Jehovah heeft dat trieste verslag laten opschrijven om ons duidelijk te maken waarom hij zonde zo haat. Zonde scheidt ons van onze Vader en leidt tot de dood (Jes. 59:2). Daarom is Satan, de opstandige geest die alle problemen heeft veroorzaakt, juist gek op zonde en promoot hij het zelfs. Misschien dacht hij dat hij in Eden een grote overwinning had behaald. Maar hij begreep niet hoe liefdevol Jehovah is. God heeft zijn doel voor de nakomelingen van Adam en Eva nooit veranderd. Omdat hij van mensen houdt, deed hij meteen iets om ze hoop te geven (Rom. 8:20, 21). Jehovah wist dat er mensen zouden zijn die ervoor kiezen hem lief te hebben en die zijn hulp zoeken in het gevecht tegen zonde. Als Vader en Schepper gaf hij ze de mogelijkheid een band met hem te krijgen en van zonde te worden bevrijd. w24.08 3 ¶3-4
dinsdag 10 februari
Jullie kunnen vaststellen wat echt belangrijk is. — Fil. 1:10.
De meesten van ons hebben een druk leven. Velen moeten werken om zichzelf en hun gezin te onderhouden (1 Tim. 5:8). Sommigen zorgen voor zieke of oudere familieleden. En iedereen moet voor zijn eigen gezondheid zorgen, wat ook tijd kost. Daarnaast hebben we dingen te doen in de gemeente. Zo heb je de belangrijke taak je best te doen in de prediking. Bijbellezen is een van de dingen die voor ons ‘echt belangrijk’ zijn en dus prioriteit moeten krijgen. De eerste psalm zegt over iemand die gelukkig is: ‘Hij vindt vreugde in de wet van Jehovah en leest zijn wet met gedempte stem, dag en nacht’ (Ps. 1:1, 2). Daar kun je uit opmaken dat je echt tijd opzij moet zetten om de Bijbel te lezen. Wat is de beste tijd daarvoor? Dat is voor iedereen anders. Waar het om gaat is dat je een tijdstip kiest waarop je het met regelmaat kunt doen. w24.09 3 ¶5-6
woensdag 11 februari
Iedereen heeft zijn eigen vracht te dragen. — Gal. 6:5.
Is het zo dat een volwassen christen nooit hulp nodig heeft? Nee. Ook volwassen christenen moeten soms om hulp vragen. Maar er is een verschil. Een onvolwassen christen verwacht misschien dat anderen hem vertellen wat hij moet doen of dat ze een beslissing voor hem nemen. Maar als een volwassen christen hulp vraagt van iemand die meer wijsheid en ervaring heeft, weet hij dat hij zelf een beslissing moet nemen en dat hij ‘zijn eigen vracht te dragen heeft’. Net zoals volwassenen er allemaal verschillend uitzien, zo hebben geestelijk volwassen christenen verschillende eigenschappen. De een is heel wijs, de ander heel moedig en weer een ander heel vrijgevig of meelevend. Daarnaast kunnen twee volwassen christenen in een vergelijkbare situatie tot verschillende conclusies komen die allebei Bijbels gezien aanvaardbaar zijn. Dat is vooral zo in gewetenskwesties. Om die reden zullen ze elkaar niet oordelen vanwege de verschillen. In plaats daarvan doen ze hun best verenigd te blijven (Rom. 14:10; 1 Kor. 1:10). w24.04 4 ¶7-8
donderdag 12 februari
Als ik door zorgen werd overstelpt, troostte en kalmeerde u mij. — Ps. 94:19.
Wat kun je doen als je een laag zelfbeeld hebt? Lees Bijbelverzen die bevestigen dat je voor Jehovah veel waard bent en mediteer erover. Als je een doel niet hebt bereikt of ontmoedigd bent omdat je niet zo veel kunt doen als anderen, oordeel dan niet te hard over jezelf. Jehovah is redelijk in wat hij van je verwacht (Ps. 103:13, 14). Als je mishandeld of misbruikt bent, geef jezelf dan niet de schuld voor wat een ander je heeft aangedaan. Jij hebt niets fout gedaan! Onthoud dat Jehovah de daders ter verantwoording roept, niet de slachtoffers (1 Petr. 3:12). Twijfel er nooit aan dat Jehovah je kan gebruiken om anderen te helpen. Hij heeft je de eer gegeven zijn medewerker te zijn in de dienst (1 Kor. 3:9). Door je ervaringen in het leven kun je je waarschijnlijk goed in andermans gevoelens inleven. Je kunt veel voor ze betekenen. w24.10 7-8 ¶6-7
vrijdag 13 februari
Zal God er niet voor zorgen dat er recht wordt gedaan aan zijn uitverkorenen die dag en nacht tot hem roepen, terwijl hij geduld met hen heeft? Ik zeg jullie: hij zal ervoor zorgen dat hun snel recht wordt gedaan. — Luk. 18:7, 8.
Jehovah is erg begaan met de manier waarop we worden behandeld. ‘Jehovah heeft gerechtigheid lief’ (Ps. 37:28). En als de tijd rijp is, zo verzekert Jezus ons, zal Jehovah ervoor zorgen dat er ‘snel recht wordt gedaan’. Binnenkort zal hij een eind maken aan al het leed en aan elke vorm van onrecht (Ps. 72:1, 2). We zullen moeten wachten op de tijd dat het recht zal zegevieren. Maar Jehovah helpt ons nu al om goed met onrecht om te gaan (2 Petr. 3:13). Hij leert je te voorkomen dat je iets onverstandigs doet als je onrechtvaardig wordt behandeld. Hij heeft in de Bijbel het perfecte voorbeeld van zijn Zoon laten vastleggen, zodat je kunt zien hoe hij met onrecht omging. En hij geeft praktische raad die je kunt toepassen als je onrecht meemaakt. w24.11 2-3 ¶3-4
zaterdag 14 februari
Geven jullie ze maar iets te eten. — Matth. 14:16
‘Ze hoeven niet weg’, zegt Jezus tegen zijn apostelen. ‘Geven jullie ze maar iets te eten’. Maar het probleem is dat er zo’n 5000 mannen zijn. Met vrouwen en kinderen erbij moeten er misschien wel 15.000 mensen eten (Matth. 14:21). Andreas zegt: ‘Er is hier een jongetje met vijf gerstebroden en twee visjes. Maar wat hebben we daaraan voor zo veel mensen?’ (Joh. 6:9) Gerstebrood is voedsel dat mensen geregeld eten, ook de armen. En de visjes zijn misschien gezouten en gedroogd. Maar het kleine beetje dat de jongen bij zich heeft kan toch nooit genoeg zijn om zo veel mensen te voeden? Jezus wil gastvrij zijn en vraagt de mensen dus om in groepen op het gras te gaan zitten (Mark. 6:39, 40; Joh. 6:11-13). Vervolgens dankt hij zijn Vader voor het brood en de vis. Dat is heel passend, want Jehovah is degene die eigenlijk in het voedsel voorziet. Het herinnert ons eraan Jezus’ voorbeeld te volgen door te bidden voordat je gaat eten. Daarna laat Jezus het voedsel uitdelen, en de mensen eten tot ze genoeg hebben. w24.12 3 ¶3-4
zondag 15 februari
Loof Jehovah, je God. — 1 Kron. 29:20.
Toen Jezus op aarde was, eerde hij zijn Vader door duidelijk te maken dat het Jehovah was die hem de kracht gaf om wonderen te doen (Mark. 5:18-20). Hij eerde Jehovah ook door de manier waarop hij over zijn Vader sprak en de manier waarop hij anderen behandelde. Zo gaf Jezus eens onderwijs in een synagoge toen daar een vrouw was die al 18 jaar door een demon bezeten was. Ze was helemaal krom, zodat ze niet meer rechtop kon staan. Toen Jezus het leed van de vrouw zag, ging hij uit medelijden naar haar toe. Hij sprak haar vriendelijk aan en zei: ‘Vrouw, je bent van je kwaal verlost.’ Hij legde zijn handen op haar en meteen ging ze rechtop staan en ‘loofde ze God’. Haar gezondheid en waardigheid waren volledig hersteld (Luk. 13:10-13). Die vrouw had alle reden om Jehovah te eren, en dat hebben wij ook. w25.01 3 ¶3-4
maandag 16 februari
Vergeef ons onze zonden. — Luk. 11:4.
Wij kunnen onmogelijk zelf alles terugkrijgen wat Adam en Eva hebben verloren (Ps. 49:7-9). Zonder hulp zouden we geen hoop hebben op eeuwig leven of een opstanding. We zouden net als dieren sterven en nooit meer leven (Pred. 3:19; 2 Petr. 2:12). Als liefhebbende Vader heeft Jehovah ons een geschenk gegeven waarmee onze schuld, de zonde die we van Adam hebben geërfd, wordt afbetaald. Jezus legde uit: ‘Gods liefde voor de wereld was zo groot dat hij zijn eniggeboren Zoon heeft gegeven, zodat iedereen die in hem gelooft niet vernietigd zal worden, maar eeuwig leven zal hebben’ (Joh. 3:16). Ditzelfde geschenk maakt het bovendien mogelijk een goede band met Jehovah op te bouwen. We kunnen ons voordeel doen met dit bijzondere geschenk zodat onze zonden, onze ‘schulden’, worden vergeven. w25.02 2-3 ¶3-6
dinsdag 17 februari
Hij stond op en werd gedoopt. — Hand. 9:18.
Wat hielp Saulus om zich te laten dopen? Op een gegeven moment sprak Jezus vanuit de hemel tot hem en werd hij door een fel licht verblind (Hand. 9:3-9). Daarna vastte hij drie dagen lang. Ongetwijfeld dacht hij toen diep na over wat hij net had meegemaakt. Hij raakte ervan overtuigd dat Jezus de Messias was en dat zijn volgelingen het ware geloof hadden. Er zitten goede lessen in Saulus’ voorbeeld. Trots of angst voor wat mensen denken of doen had een obstakel voor hem kunnen zijn. Maar Saulus liet zich daar niet door tegenhouden. Hij was bereid een christen te worden ook al wist hij dat hij zou worden vervolgd (Hand. 9:15, 16; 20:22, 23). Na zijn doop vertrouwde hij er altijd op dat Jehovah hem door beproevingen heen zou helpen (2 Kor. 4:7-10). Ook jij komt misschien voor geloofsbeproevingen of moeilijkheden te staan als je je laat dopen. Maar er is hulp. Je kunt er zeker van zijn dat Jehovah en Jezus je altijd zullen steunen (Fil. 4:13). w25.03 4 ¶8-9
woensdag 18 februari
Ik ren niet als iemand zonder doel. — 1 Kor. 9:26.
Misschien heb je als doel elke dag een bepaald aantal hoofdstukken in de Bijbel te lezen. Dat is heel goed. Maar er is meer nodig om zo veel mogelijk uit het lezen van Gods Woord te halen. Je kunt het vergelijken met regen. Regenwater is essentieel voor leven. Maar als er in korte tijd veel regen valt, raakt de grond verzadigd. Als dat gebeurt, heb je niets aan nog meer regen. De grond heeft tijd nodig om het regenwater op te nemen zodat de planten er wat aan hebben. Hetzelfde geldt voor Bijbellezen. Lees niet gehaast, want dan ga je te snel om wat je leest goed in je op te nemen, te onthouden en te gebruiken (Jak. 1:24). Merk je weleens dat je in sneltreinvaart door je leesgedeelte gaat? Wat moet je dan doen? Op de rem trappen. Doe bewust moeite om te mediteren over wat je leest of net hebt gelezen. Je kunt besluiten je studieperiode wat langer te maken zodat je tijd hebt om te mediteren. w24.09 4 ¶7-9
donderdag 19 februari
Gehoorzaam degenen die bij jullie de leiding nemen. — Hebr. 13:17.
Als ouderlingen instructies krijgen, moeten ze die goed lezen en hun best doen om ze op te volgen. Ze krijgen niet alleen richtlijnen over hoe ze onderdelen van de vergaderingen moeten presenteren of hoe ze de gemeente moeten voorgaan in gebed, maar ook hoe ze voor Jezus’ schapen moeten zorgen. Als de ouderlingen alle richtlijnen van de organisatie opvolgen, voelen de broeders en zusters zich veilig en geliefd. Als we instructies krijgen van de ouderlingen, volg die dan bereidwillig op. Zo maak je het ze makkelijker om hun werk te doen. De Bijbel moedigt ons aan gehoorzaam en onderdanig te zijn aan degenen die de leiding nemen (Hebr. 13:7). Dat kan soms een uitdaging zijn. Het zijn namelijk onvolmaakte mannen. Maar als je gefocust bent op hun negatieve eigenschappen in plaats van hun positieve, speel je eigenlijk onze vijanden in de kaart. Je ondermijnt dan namelijk het vertrouwen in Jehovah’s organisatie. w24.04 10 ¶11-12
vrijdag 20 februari
Hij zal de mensen van elkaar scheiden. — Matth. 25:32.
Zal iedereen die tijdens de grote verdrukking sterft voorgoed aan zijn eind komen? Is er voor hen geen hoop op een opstanding? De Bijbel maakt duidelijk dat regelrechte tegenstanders die Jehovah met zijn strijdkrachten in Armageddon zal vernietigen niet worden opgewekt (2 Thess. 1:6-10). Maar hoe zit het met anderen, zoals mensen die een natuurlijke dood sterven of die omkomen door een ongeluk of door toedoen van andere mensen? (Pred. 9:11; Zach. 14:13) Behoren sommigen van hen misschien tot de ‘onrechtvaardigen’ die in de nieuwe wereld worden opgewekt? (Hand. 24:15) We weten het gewoon niet. Maar er zijn een aantal dingen die we wel over de toekomst weten. We weten bijvoorbeeld op basis waarvan mensen in Armageddon geoordeeld worden: hoe ze de broeders van Christus hebben behandeld (Matth. 25:40). Degenen die hebben getoond dat ze de gezalfden en Christus steunen, worden als ‘schapen’ beoordeeld (Openb. 12:17). w24.05 10-11 ¶9-11
zaterdag 21 februari
Jehovah leeft! Laat mijn Rots geëerd worden! Prijs de God van mijn redding. — Ps. 18:46.
Volgens de Bijbel leven we in ‘zware tijden (...) die moeilijk te doorstaan zijn’ (2 Tim. 3:1). Naast de problemen die iedereen in deze wereld heeft, krijgen aanbidders van Jehovah te maken met tegenstand en vervolging. Wat helpt ons om Jehovah ondanks die problemen te blijven aanbidden? Een belangrijke factor is dat we Jehovah hebben leren kennen als ‘de levende God’ (Jer. 10:10; 2 Tim. 1:12). Jehovah is een echt persoon die ziet welke problemen je meemaakt en je altijd wil steunen (2 Kron. 16:9; Ps. 23:4). Als je voor ogen houdt dat hij de levende God is die je echt kan helpen, kan dat je de kracht geven om elke beproeving te doorstaan. w24.06 20 ¶1-2
zondag 22 februari
Het pad van de rechtvaardigen is als het heldere morgenlicht dat steeds helderder wordt tot het klaarlichte dag is. — Spr. 4:18.
Je kunt je vertrouwen in Jehovah’s organisatie behouden. Als duidelijk wordt dat we iets moeten veranderen aan ons begrip van een Bijbelse waarheid of aan de manier waarop het Koninkrijkswerk georganiseerd is, aarzelen degenen die de leiding nemen niet om de nodige veranderingen door te voeren. Ze doen dat omdat ze niets liever willen dan Jehovah blij maken. En ze doen hun best om hun beslissingen te baseren op de Bijbel, de norm waaraan al Jehovah’s aanbidders zich moeten houden. Paulus zei: ‘Blijf vasthouden aan de norm van gezonde woorden’ (2 Tim. 1:13). De ‘norm van gezonde woorden’ duidt op de christelijke leringen in de Bijbel (Joh. 17:17). Die vormen de basis voor alles wat we geloven. Jehovah’s organisatie heeft ons geleerd aan die norm vast te houden. Zolang we dat doen, zullen we gezegend worden. w24.07 11-12 ¶12-13
maandag 23 februari
Jehovah heeft geduld met jullie. Hij wil namelijk niet dat er iemand vernietigd wordt maar dat iedereen berouw krijgt. — 2 Petr. 3:9.
Petrus wist uit eigen ervaring hoe het voelde berouw te hebben en te worden vergeven. Daarom kon hij anderen leren wat hij wist. Na het pinksterfeest maakte Petrus een grote groep Joden duidelijk dat ze de Messias ter dood hadden gebracht. Maar hij spoorde ze liefdevol aan: ‘Heb daarom berouw en keer je om, zodat je zonden worden uitgewist. Dan zullen er tijden van verademing komen van Jehovah zelf’ (Hand. 3:14, 15, 17, 19). Petrus liet dus zien dat berouw een zondaar ertoe beweegt zich om te keren: zijn verkeerde manier van denken en doen te veranderen en een nieuwe weg in te slaan door zich te gedragen op een manier die God goedkeurt. De apostel liet ook zien dat Jehovah hun zonden zou uitwissen, oftewel doen verdwijnen. Als je zondigt, en vooral als je ernstige fouten hebt gemaakt, biedt die geruststellende gedachte echt hoop! w24.08 12 ¶14
dinsdag 24 februari
Laat je leven vrij zijn van de liefde voor geld. — Hebr. 13:5.
Als je echt gelooft dat het einde van deze wereld dichtbij is, zal dat je helpen niet materialistisch te worden. Mensen zullen straks ‘hun zilver op straat gooien’ omdat ze beseffen dat ‘geen zilver of goud hen kan bevrijden op de dag van Jehovah’s woede’ (Ezech. 7:19). Wees er dus niet op gericht zo veel mogelijk geld te verdienen maar maak keuzes die je in staat stellen een eenvoudig, evenwichtig leven te leiden. Geef niet meer geld uit dan je hebt. Weersta de verleiding dingen te kopen die niet nodig zijn en waaraan je alleen maar veel tijd kwijt bent. En voorkom dat je te gehecht raakt aan de spullen die je al hebt (Matth. 6:19, 24). Naarmate het einde van deze wereld dichterbij komt, kan het zijn dat je geloof op de proef wordt gesteld als het gaat om materiële dingen en andere kwesties. w24.09 11 ¶13-14
woensdag 25 februari
Wie denkt te staan, moet oppassen dat hij niet valt. — 1 Kor. 10:12.
Misschien kun je sommige zwakke punten wel overwinnen maar merk je dat andere een probleem blijven. Dat is wat Petrus ondervond. Uit angst voor mensen ontkende hij tot drie keer toe Jezus te kennen (Matth. 26:69-75). Toen hij tegenover het Sanhedrin vrijmoedig getuigenis gaf, leek hij zijn probleem te hebben overwonnen (Hand. 5:27-29). Maar wat gebeurde er een paar jaar later? ‘Uit angst voor hen die van de besnijdenis waren’ durfde hij een tijdlang niet meer met niet-Joodse christenen te eten (Gal. 2:11, 12). Petrus’ angst was terug. En misschien was het nooit echt helemaal weggeweest. Ons kan hetzelfde overkomen als Petrus. Als je met een bepaalde zwakheid blijft worstelen, hoe voorkom je dan dat je voor de verleiding zwicht? Volg Jezus’ advies op: ‘Blijf waakzaam’ (Matth. 26:41). Vermijd zelfs in periodes waarin je je sterk voelt elke situatie die je in de verleiding kan brengen. Blijf de strategie volgen die je al heeft geholpen in je strijd tegen je zwakte (2 Petr. 3:14). w24.07 18-19 ¶17-19
donderdag 26 februari
Hij heeft gaven in mensen gegeven. — Ef. 4:8.
Geen mens is ooit zo vrijgevig geweest als Jezus. Toen hij op aarde was, gebruikte hij zijn bovennatuurlijke kracht om mensen te helpen (Luk. 9:12-17). Hij gaf zelfs zijn leven voor ons. Dat was zijn allergrootste geschenk (Joh. 15:13). Maar ook na zijn opstanding is Jezus altijd vrijgevig geweest. Zoals beloofd, vroeg hij Jehovah de heilige geest uit te storten om ons te onderwijzen en te troosten (Joh. 14:16, 17, vtn.; 16:13). En via onze vergaderingen rust Jezus ons toe om overal op aarde discipelen te maken (Matth. 28:18-20). Volgens Paulus heeft Jezus toen hij naar de hemel opsteeg ‘gaven in mensen gegeven’ (Ef. 4:7, 8). Paulus legde uit dat Jezus in die gaven voorzag om de gemeente op allerlei manieren te ondersteunen (Ef. 1:22, 23; 4:11-13). Natuurlijk zijn het onvolmaakte broeders die fouten maken (Jak. 3:2). Maar onze Heer Jezus Christus gebruikt ze om ons te helpen. Het zijn zijn gaven aan ons. w24.10 18 ¶1-2
vrijdag 27 februari
Inzicht zal je beschermen. — Spr. 2:11.
Zoals David had uitgelegd, zou Salomo alleen succesvol zijn zolang hij Jehovah gehoorzaam was. Helaas ging Salomo later in zijn leven andere goden aanbidden. Hij verloor de gunst van Jehovah, die hem niet meer de wijsheid gaf om rechtvaardig en juist te regeren (1 Kon. 11:9, 10; 12:4). Wat is de les voor ons? Gehoorzaamheid leidt tot succes (Ps. 1:1-3). Natuurlijk heeft Jehovah niet beloofd ons net als Salomo rijk en beroemd te maken. Maar als je Jehovah gehoorzaamt, zal hij je de wijsheid geven om goede beslissingen te nemen (Spr. 2:6, 7; Jak. 1:5). Zijn adviezen kunnen je helpen als je keuzes moet maken over dingen als werk, opleiding, geld en ontspanning. Laat je door zijn wijsheid leiden, want dat beschermt je tegen blijvende schade (Spr. 2:10, 11). Je kunt dan hechte vriendschappen opbouwen. En je zult een gelukkig gezinsleven hebben. w24.11 10-11 ¶11-12
zaterdag 28 februari
Onderzoek alles, houd vast aan wat goed is. — 1 Thess. 5:21.
Zoek naar mogelijkheden om met je kind te praten over de Bijbel of over geloof in God, bijvoorbeeld tijdens een bezoek aan een museum. Vestig de aandacht van je kind op historische voorwerpen of gebeurtenissen die zijn overtuiging kunnen versterken dat de Bijbel klopt. Weet hij bijvoorbeeld dat Gods naam voorkomt op een 3000 jaar oude steen die bekendstaat als de Mesasteen? Er is een replica van de Mesasteen te zien op de tentoonstelling ‘De Bijbel en Gods naam’ in het hoofdkantoor in Warwick. Op de Mesasteen staat dat koning Mesa van Moab tegen Israël in opstand kwam. Dat sluit aan bij wat de Bijbel zegt (2 Kon. 3:4, 5). Als je kind met eigen ogen bewijzen ziet dat wat de Bijbel zegt klopt en waar is, zal zijn geloof sterker worden. w24.12 15 ¶4, 6