Januari
donderdag 1 januari
Word volwassen in je denken. — 1 Kor. 14:20.
Er zijn weinig dingen die een echtpaar meer vreugde geven dan de geboorte van hun kind. Maar hoeveel de ouders ook van hun kleine houden, ze willen niet dat hij voor altijd een baby blijft. Sterker nog, ze zouden heel bezorgd zijn als hij niet zou groeien. Hetzelfde geldt voor Jehovah. Hij is heel blij als je je eerste stapjes zet als volgeling van Jezus, maar hij wil niet dat je geestelijk een kleuter blijft (1 Kor. 3:1). Hij wil dat je als christen ‘volwassen wordt’. In de Bijbel kan het Griekse woord voor ‘volwassen’ ook ‘rijp’, ‘volgroeid’, ‘volmaakt’ of ‘compleet’ betekenen (1 Kor. 2:6). Je wordt als christen volwassen wanneer je geestelijk de kinderschoenen ontgroeid bent en een geestelijk gezinde man of vrouw wordt. Natuurlijk moet je zelfs als je dat doel hebt bereikt niet ophouden met groeien (1 Tim. 4:15). w24.04 2 ¶1, 3
vrijdag 2 januari
Mijn tent zal bij hen zijn, ik zal hun God zijn. — Ezech. 37:27.
Wat zou jij zeggen als iemand je vraagt wat Jehovah voor je betekent? Misschien: hij is mijn Vader, mijn God en mijn Vriend. Of misschien denk je aan een andere rol die hij in je leven speelt. Maar zou je ook zeggen dat hij je Gastheer is? David vergeleek Jehovah met een gastheer en zijn trouwe aanbidders met gasten. Hij vroeg: ‘Jehovah, wie mag gast zijn in uw tent? Wie mag verblijven op uw heilige berg?’ (Ps. 15:1) Die geïnspireerde woorden laten zien dat je een gast of vriend van Jehovah kunt worden. Vóór de schepping was Jehovah alleen. Maar op een gegeven moment verwelkomde hij de eerste gast in zijn figuurlijke tent: zijn eerstgeboren Zoon. Die nieuwe rol als Gastheer gaf Jehovah veel vreugde. Volgens de Bijbel was hij ‘bijzonder gesteld’ op zijn Zoon. En zijn eerste gast ‘was altijd vrolijk bij hem’ (Spr. 8:30). w24.06 2 ¶1-3
zaterdag 3 januari
Zadok [was] een sterke en dappere jonge man. — 1 Kron. 12:28.
Probeer het eens voor je te zien. Meer dan 340.000 mannen zijn bij elkaar gekomen om David koning van heel Israël te maken. Drie dagen lang weerklinkt tussen de rotspartijen van Hebron het geluid van geanimeerde gesprekken en vreugdevolle lofliederen (1 Kron. 12:39). In die grote menigte valt de jonge Zadok waarschijnlijk niet op. Maar Jehovah ziet hem wel, en hij heeft ervoor gezorgd dat we weten dat Zadok erbij was (1 Kron. 12:22, 26-28). Zadok was een priester die nauw samenwerkte met hogepriester Abjathar. Hij was ook een ziener, iemand die Gods wil kon onderscheiden en die een buitengewoon inzicht had gekregen (2 Sam. 15:27). Hij was een moedig man. In deze laatste dagen voert Satan zijn aanvallen op Gods volk op (1 Petr. 5:8). We moeten dus moedig zijn totdat Jehovah een eind maakt aan Satan en deze slechte wereld (Ps. 31:24). Je kunt de moed van Zadok navolgen. w24.07 2 ¶1-3
zondag 4 januari
In totaal leefde Adam 930 jaar en toen stierf hij. — Gen. 5:5.
Toen Jehovah de eerste man en vrouw schiep, wilde hij dat ze gelukkig zouden zijn. Hij gaf ze een prachtige plek om te wonen, de gave van het huwelijk en een boeiende taak. Ze moesten de aarde vullen met hun nakomelingen en van de hele planeet een paradijs maken zoals de tuin van Eden. Hij legde ze maar één simpele beperking op en gaf ze een waarschuwing mee. Als ze dat gebod zouden overtreden door opzettelijk tegen hem in opstand te komen, zouden ze voor hun zonde sterven. We weten wat er gebeurde. Een onzichtbare geest verscheen op het toneel, iemand die geen liefde had voor God of voor de mensen. Hij verleidde Adam en Eva ertoe te zondigen en ze zwichtten voor zijn slechte invloed. Ze hadden geen vertrouwen in hun liefhebbende Vader en zondigden. Wat Jehovah had gezegd, kwam uit. Vanaf dat moment moesten ze de gevolgen onder ogen zien: ze verouderden en uiteindelijk stierven ze (Gen. 1:28, 29; 2:8, 9, 16-18; 3:1-6, 17-19, 24). w24.08 3 ¶3
maandag 5 januari
Luister niet alleen naar het woord maar leef er ook naar. — Jak. 1:22.
Jehovah en zijn geliefde Zoon willen dat we gelukkig zijn. In Psalm 119:2 staat: ‘Gelukkig wie zijn richtlijnen opvolgen, wie hem zoeken met heel hun hart.’ En Jezus zei: ‘Gelukkig zijn degenen die het woord van God horen en zich eraan houden!’ (Luk. 11:28) Jehovah’s aanbidders zijn een gelukkig volk. Hoe komt dat? Eén belangrijke reden is dat we regelmatig Gods Woord lezen en proberen toe te passen wat we leren (Jak. 1:22-25). Je maakt Jehovah blij door toe te passen wat je leert (Pred. 12:13). Als je in praktijk brengt wat je in Gods geïnspireerde Woord leest, gaat je gezinsleven erop vooruit en bouw je sterke vriendschappen op met broeders en zusters. Bovendien vermijd je veel van de problemen waar mensen mee te maken krijgen omdat ze niet naar Jehovah’s geboden leven. Het is zoals David in zijn lied zei over de wet, de bevelen en de oordelen van Jehovah: ‘Wie ze opvolgt wordt rijk beloond’ (Ps. 19:7-11). w24.09 2 ¶1-3
dinsdag 6 januari
Hij geneest mensen met een gebroken hart, hij verbindt hun wonden. — Ps. 147:3.
Jehovah ziet alles wat zijn aanbidders doormaken. Hij merkt op wanneer je blij bent, maar ook wanneer je verdriet hebt (Ps. 37:18). Als hij ziet dat je hem zo goed mogelijk probeert te dienen ook al heb je het zwaar, maakt dat hem heel blij. En hij wil je graag steunen en troosten. In Psalm 147:3 staat wat Jehovah doet voor degenen die gebroken zijn van verdriet: ‘Hij verbindt hun wonden.’ Jehovah wordt hier voorgesteld als de lieve verzorger van degenen die emotioneel gewond zijn. Wat moet je doen om zijn zorg te krijgen? Vergelijk het met een letterlijke wond. Hoewel een ervaren arts iemand kan helpen van een wond te genezen, moet de patiënt zelf precies doen wat de dokter zegt. In Jehovah’s Woord kun je zien wat hij zegt tegen degenen die emotioneel gewond zijn. Het is belangrijk zijn liefdevolle adviezen toe te passen. w24.10 6 ¶1-2
woensdag 7 januari
Ze werden allemaal van de aarde weggevaagd. — Gen. 7:23.
In het verleden is in onze publicaties uiteengezet wat er gebeurt met onrechtvaardige mensen die Jehovah oordeelt. Er werd gezegd dat er voor zulke mensen geen hoop is op een opstanding. Er zijn meerdere verslagen in de Bijbel over onrechtvaardige mensen die door Jehovah werden geoordeeld. Denk maar aan het onbekend aantal mensen dat in de vloed omkwam, aan de zeven volken in het beloofde land die Jehovah’s volk moest vernietigen of aan de 185.000 Assyrische soldaten die een engel in één nacht doodde (Deut. 7:1-3; Jes. 37:36, 37). Maakt de Bijbel in die gevallen duidelijk dat Jehovah ze allemaal tot eeuwige vernietiging veroordeelde, zonder hoop op een opstanding? Nee. In de genoemde voorbeelden weten we niet van elk individu wat Jehovah’s oordeel was. We weten ook niet of iedereen die omkwam de kans heeft gehad om meer over Jehovah te leren en berouw te hebben. w24.05 3 ¶5-7
donderdag 8 januari
Blijf het kwade overwinnen door het goede. — Rom. 12:21.
Jezus vertelde een verhaal over een weduwe die een rechter steeds weer vroeg haar recht te doen. Het was een verhaal dat ongetwijfeld veel discipelen aansprak, want in die tijd waren mensen vaak het slachtoffer van onrecht (Luk. 18:1-5). Maar ook wij kunnen ons erin verplaatsen, want we hebben allemaal weleens met onrecht te maken gehad. Er is in deze wereld veel discriminatie, ongelijkheid en onderdrukking. Daarom kijk je er niet vreemd van op als je oneerlijk wordt behandeld (Pred. 5:8). Maar wat als een broeder of zuster je verkeerd behandelt? Dat verwacht je misschien niet. Toch kan het gebeuren, want je broeders en zusters zijn onvolmaakt. Maar ze zijn niet zoals tegenstanders van de waarheid. In dat opzicht kunnen we veel leren van Jezus’ reactie op onrecht. Hij had zelfs geduld met tegenstanders. Als je geduld kunt opbrengen voor wat tegenstanders doen, dan moet het zeker lukken geduld te hebben met je broeders en zusters. w24.11 2 ¶1-2
vrijdag 9 januari
Waar zullen we brood kopen om deze mensen te eten te geven? — Joh. 6:5.
Brood was in Bijbelse tijden het hoofdvoedsel van veel mensen (Gen. 14:18; Luk. 4:4). Het was zelfs zo belangrijk dat het in de Bijbel ook wordt gebruikt om voedsel in het algemeen aan te duiden (Matth. 6:11; zie de aantekening bij Handelingen 20:7). Brood stond daarnaast centraal in twee bekende wonderen van Jezus (Matth. 16:9, 10). Een van die wonderen vind je in Johannes 6. Als de apostelen na een predikingstocht wat rust nodig hebben, neemt Jezus ze in een boot mee naar de overkant van het Meer van Galilea (Mark. 6:7, 30-32; Luk. 9:10). Ze komen aan op een afgelegen plek in de buurt van Bethsaïda. Maar ze zijn niet alleen. Er verzamelen zich duizenden mensen. Jezus negeert ze niet. Vriendelijk neemt hij de tijd om ze over het Koninkrijk te onderwijzen en de zieken te genezen. Omdat het al laat wordt, vragen de discipelen zich af hoe al die mensen nog aan eten moeten komen. Sommigen hebben misschien wel wat bij zich, maar de meesten zullen naar de dorpen moeten gaan om eten te kopen (Matth. 14:15). w24.12 2 ¶1-2
zaterdag 10 januari
God geeft als gave eeuwig leven door Christus Jezus, onze Heer. — Rom. 6:23.
Onze stamouders, Adam en Eva, waren volmaakt en leefden in een prachtig paradijs (Gen. 1:27; 2:7-9). Ze hadden een rijk, gelukkig leven dat nooit hoefde te eindigen. Maar toen veranderde alles. Ze verloren hun paradijselijke woonplaats en hun vooruitzicht op eeuwig leven. Welke erfenis lieten ze hun kinderen na? De Bijbel zegt: ‘Door één mens is de zonde in de wereld gekomen en door de zonde de dood, en zo heeft de dood zich tot alle mensen uitgebreid omdat ze allemaal hebben gezondigd’ (Rom. 5:12). De erfenis die Adam ons naliet is zonde, met de dood tot gevolg. Deze erfzonde is als een enorme schuld die niemand van ons kan afbetalen (Ps. 49:8). Jezus vergeleek zonden met ‘schulden’ (Matth. 6:12; Luk. 11:4). Als je zondigt, is het alsof je bij Jehovah in de schuld komt te staan. Je moet de boete voor de zonde betalen. Maar je kunt de schuld niet zelf aflossen. Hij wordt pas kwijtgescholden als je sterft (Rom. 6:7). w25.02 2 ¶2-3
zondag 11 januari
Ik heb uw naam bekendgemaakt. — Joh. 17:26.
Het is voor ons een groot voorrecht anderen over Gods Koninkrijk te mogen vertellen. Niet iedereen mag dat doen. Toen Jezus op aarde was, stond hij bijvoorbeeld de boze geesten niet toe over hem te spreken (Luk. 4:41). In deze tijd moet iemand aan bepaalde vereisten voldoen voordat hij met Jehovah’s volk aan de dienst mag deelnemen. Hoe kun je waardering tonen voor de eer te mogen prediken? Geef getuigenis waar en wanneer je maar kunt. Stel je ten doel om net als Jezus het waarheidszaad in het hart van mensen te zaaien en het te begieten (Matth. 13:3, 23; 1 Kor. 3:6). Jehovah’s organisatie volgt Jezus’ voorbeeld door zo veel mogelijk te doen om anderen te helpen Gods naam te leren kennen. De Nieuwewereldvertaling heeft hierin een belangrijke rol gespeeld door Gods naam zijn rechtmatige plaats terug te geven. Deze Bijbelvertaling is nu geheel of gedeeltelijk in meer dan 270 talen verkrijgbaar. w24.04 9 ¶8-9
maandag 12 januari
Haar man staat op en spreekt vol lof over haar. — Spr. 31:28.
Sommige broeders die gelukkig getrouwd zijn hebben de gewoonte elke dag iets te doen om te laten zien hoeveel ze van hun vrouw houden (1 Joh. 3:18). Een man kan genegenheid voor zijn vrouw tonen met simpele dingen, zoals haar hand vasthouden of haar omhelzen. Hij kan haar berichtjes sturen zoals ‘Ik denk aan je’ of vragen hoe haar dag verloopt. Van tijd tot tijd kan hij zijn liefde uiten met een paar goedgekozen woorden op een kaartje. Als een man zulke dingen doet, toont hij respect voor zijn vrouw en versterkt hij zijn huwelijk. Een man toont respect voor zijn vrouw door haar op te bouwen en aan te moedigen. Dat kan hij onder andere doen door zijn waardering te uiten voor alles wat ze doet om hem te steunen (Kol. 3:15). Als een man vol lof over zijn vrouw spreekt, zal ze zich veilig, geliefd en gerespecteerd voelen. w25.01 11 ¶15; 13 ¶16
dinsdag 13 januari
Ik, Jehovah, ben je God, degene die je leidt op de weg die je moet gaan. — Jes. 48:17.
Psalm 15 eindigt met de belofte: ‘Zo iemand zal nooit wankelen’. De psalmist laat hiermee uitkomen wat de hoofdreden is voor Jehovah’s vereisten in de psalm. Hij wil dat je gelukkig bent. Als je doet wat hij van je vraagt, zul je zijn zegen en bescherming hebben. Gasten van Jehovah kunnen uitkijken naar een mooie toekomst. Trouwe gezalfden krijgen toegang tot ‘veel woningen’, die Jezus in de hemel voor ze in orde heeft gemaakt (Joh. 14:2). Iedereen die een aardse hoop heeft, kijkt uit naar wat Openbaring 21:3 belooft. Wat is het een geweldige eer dat Jehovah ons uitnodigt voor eeuwig gast in zijn tent te zijn! w24.06 13 ¶19-20
woensdag 14 januari
Geef Jehovah de eer die zijn naam verdient. — Ps. 96:8.
In de Bijbel kan het woord dat met eer of glorie is vertaald duiden op alles wat iemand indrukwekkend maakt. Jehovah liet in een bijzondere demonstratie van zijn glorie zien hoe indrukwekkend hij is. Dat was kort nadat Israël uit slavernij in Egypte was bevrijd. Probeer het eens voor je te zien. Miljoenen Israëlieten verzamelen zich aan de voet van de berg Sinaï om te horen wat God te zeggen heeft. Er hangt een donkere wolk boven de berg. Plotseling begint de grond onder hun voeten te schudden door een grote aardbeving, die blijkbaar gepaard gaat met vulkanische activiteit. Het bliksemt en dondert en er klinkt een oorverdovend hoorngeschal (Ex. 19:16-18; 24:17; Ps. 68:8). Stel je eens voor wat een indruk die machtige demonstratie van Jehovah’s glorie op de Israëlieten heeft gemaakt. Ook mensen kunnen anderen laten zien hoe indrukwekkend Jehovah is. Hoe? Door te vertellen over zijn ontzagwekkende kracht en zijn hartverwarmende eigenschappen. Daarnaast kun je hem de eer geven voor dingen die je dankzij zijn kracht hebt bereikt (Jes. 26:12). w25.01 2-3 ¶2-3
donderdag 15 januari
Jehovah heeft mij gestuurd. — Num. 16:28.
Op hun tocht naar het beloofde land vochten bepaalde Israëlieten met aanzien het gezag aan dat Mozes van Jehovah had gekregen. Ze zeiden: ‘Alle leden van de gemeenschap zijn heilig en Jehovah is in hun midden’ (Num. 16:1-3). Het is waar dat in Jehovah’s ogen ‘alle leden van de gemeenschap’ heilig waren. Maar Jehovah had Mozes uitgekozen om de leiding te nemen over zijn volk. Kritiek op Mozes was eigenlijk kritiek op Jehovah. De opstandelingen waren niet gericht op wat Jehovah wilde maar op wat ze zelf wilden: meer macht en erkenning. Jehovah doodde de leiders van de opstand en de duizenden sympathisanten (Num. 16:30-35, 41, 49). Het mag duidelijk zijn dat Jehovah niet blij is met degenen die zijn organisatorische regelingen niet respecteren. w24.07 11 ¶11
vrijdag 16 januari
Het visioen wacht nog op de vastgestelde tijd. — Hab. 2:3.
De meeste mensen trekken zich niets aan van de Bijbelse waarschuwing voor het einde van deze wereld. Ze vinden het zelfs belachelijk (2 Petr. 3:3, 4). En er zijn veel dingen die we niet weten. Je hebt dus een sterk geloof nodig om erop te vertrouwen dat het einde precies op tijd komt en dat Jehovah voor ons zal zorgen. We moeten ook ons geloof versterken in het kanaal dat Jehovah gebruikt om ons te leiden: ‘de getrouwe en beleidvolle slaaf’ (Matth. 24:45). Als de grote verdrukking begint, krijg je misschien specifieke, levensbelangrijke instructies. Versterk daarom nu je vertrouwen in de instructies die we krijgen van degenen die in Jehovah’s organisatie de leiding nemen. Je kunt niet verwachten dat je tijdens de grote verdrukking hun instructies vol vertrouwen zult opvolgen als je daar nu al moeite mee hebt. w24.09 11 ¶11-12
zaterdag 17 januari
Je kunt nagaan wat de goede en aanvaardbare en volmaakte wil van God is. — Rom. 12:2.
Geloof in God is niet iets dat een kind van zijn ouders erft. Hij kan dus op een gegeven moment met vragen zitten als: Hoe weet ik dat er een God is? Kan ik echt geloven wat de Bijbel zegt? In feite is het volgens de Bijbel juist goed ‘je denkvermogen’ te gebruiken en ‘alles te onderzoeken’ (Rom. 12:1; 1 Thess. 5:21). Maar hoe kun je je kind helpen zijn geloof te versterken? Moedig je kind aan zichzelf van de waarheid te overtuigen. Als je kind vragen stelt, laat hem dan zien hoe hij antwoorden kan vinden met studiehulpmiddelen als de Index van Wachttoren-publicaties en de Studiehulp voor Jehovah’s Getuigen. In de Studiehulp zou hij onder het onderwerp ‘De Bijbel’ kunnen kijken bij ‘Door God geïnspireerd’. Daar kan hij bewijs vinden dat de Bijbel niet zomaar een goed boek is dat mensen hebben geschreven maar dat het ‘het woord van God’ is (1 Thess. 2:13). w24.12 15 ¶4-5
zondag 18 januari
De dingen die je van mij hebt gehoord moet je toevertrouwen aan betrouwbare mensen, die vervolgens bekwaam zullen zijn om anderen te onderwijzen. — 2 Tim. 2:2.
Hoe kun je als ouderling Jezus navolgen? Leid broeders op voor grotere verantwoordelijkheden en begeleid ze. Doe dat ook als ze nog relatief jong zijn. Verwacht geen perfectie van degenen die je opleidt. Geef de jonge broeders liefdevol raad zodat ze ervaring kunnen opdoen en leren dat ze nederig en betrouwbaar moeten zijn, bereid om anderen te dienen (1 Tim. 3:1; 1 Petr. 5:5). Jezus gaf zijn discipelen niet alleen de verantwoordelijkheid om te prediken maar ook om te onderwijzen. Misschien voelden ze zich niet bekwaam genoeg voor die opdracht. Maar Jezus twijfelde er niet aan dat ze het werk aankonden. En dat liet hij ze ook weten. Hij sprak zijn volste vertrouwen in hen uit en zei: ‘Zoals de Vader mij heeft gestuurd, stuur ik ook jullie’ (Joh. 20:21). w24.10 16 ¶15; 17 ¶17
maandag 19 januari
David, een man naar mijn hart. — Hand. 13:22.
David was een groot koning. Hij was ook musicus, dichter, krijger en profeet. Hij maakte heel wat problemen mee. Jarenlang leefde hij als voortvluchtige, opgejaagd door de jaloerse koning Saul. Toen hij koning was geworden, moest hij opnieuw vluchten voor zijn leven toen zijn zoon Absalom hem van de troon wilde stoten. Ondanks de moeilijkheden en zijn eigen fouten bleef David Jehovah tot het eind van zijn leven trouw. Jehovah noemde hem een man naar zijn hart. Raad van David is het dus waard om naar te luisteren! (1 Kon. 15:5) Hij gaf raad aan zijn zoon en opvolger, Salomo. Jehovah had die jonge man uitgekozen om een tempel te bouwen waar mensen hem konden aanbidden (1 Kron. 22:5). Salomo zou met uitdagingen te maken krijgen. Wat zou David tegen hem zeggen? David vertelde zijn zoon dat hij succes zou hebben in zijn leven als hij Jehovah gehoorzaam was (1 Kon. 2:2, 3). w24.11 10 ¶9-11
dinsdag 20 januari
Vertrouw je weg toe aan Jehovah. Verlaat je op hem, en hij zal het voor je opnemen. — Ps. 37:5.
Een man die zijn vrouw fysiek of verbaal mishandelt moet een aantal stappen doen om zijn relatie met Jehovah en met zijn vrouw te herstellen. Ten eerste moet hij erkennen dat hij een ernstig probleem heeft. Niets is verborgen voor Jehovah’s ogen (Ps. 44:21; Pred. 12:14; Hebr. 4:13). Ten tweede moet hij ermee stoppen zijn vrouw zo slecht te behandelen en zijn gedrag veranderen (Spr. 28:13). Ten derde moet hij zich tegenover zijn vrouw en Jehovah verontschuldigen en om vergeving vragen (Hand. 3:19). Hij moet Jehovah ook smeken om de wil om te veranderen en de hulp om onder controle te houden wat hij denkt, zegt en doet (Ps. 51:10-12; 2 Kor. 10:5; Fil. 2:13). Ten vierde moet hij naar zijn gebeden handelen door elke vorm van geweld en kwetsende taal te leren haten (Ps. 97:10). Ten vijfde moet hij de liefdevolle herders in de gemeente meteen om hulp vragen (Jak. 5:14-16). Ten zesde moet hij een plan opstellen dat hem zal helpen zulk gedrag in de toekomst te voorkomen. w25.01 11 ¶14
woensdag 21 januari
Waarom aarzel je nog? Sta op, laat je dopen. — Hand. 22:16.
Houd je van Jehovah, degene die je zo veel goede dingen heeft gegeven en aan wie je zelfs het leven te danken hebt? Wil je laten zien dat je van hem houdt? Je kunt dat het beste doen door je aan hem op te dragen en je te laten dopen. Dan word je deel van Jehovah’s gezin. En omdat je dan bij hem hoort zal je Vader en Vriend voor je zorgen en je leiden (Ps. 73:24; Jes. 43:1, 2). Bovendien krijg je door je opdracht en doop het vooruitzicht eeuwig te leven (1 Petr. 3:21). Is er iets dat je ervan weerhoudt te worden gedoopt? Als dat zo is, weet dan dat je situatie niet uniek is. Miljoenen mensen vóór jou hebben hun gedrag en denken moeten veranderen om voor de doop in aanmerking te komen. Nu zijn ze gelukkige, ijverige aanbidders van Jehovah. w25.03 2 ¶1-2
donderdag 22 januari
Bij u is echte vergeving. — Ps. 130:4.
In de Bijbel worden zonden vaak vergeleken met een zware last. Koning David zei: ‘Mijn zonden stijgen me boven het hoofd. Ze zijn als een zware last die ik niet kan dragen’ (Ps. 38:4). Maar Jehovah vergeeft de zonden van degenen die berouw hebben (Ps. 25:18; 32:5). Het Hebreeuwse woord voor vergeven in deze verzen betekent in feite ‘optillen’ of ‘dragen’. Je kunt Jehovah voor je zien als een sterke man die figuurlijk de last van de zonde van je schouders aftilt en wegdraagt. De Bijbel gebruikt ook beeldspraak om te laten zien hoe ver Jehovah je zonden wegdraagt. In Psalm 103:12 staat: ‘Zover als de zonsopgang is van de zonsondergang, zover heeft hij onze overtredingen van ons verwijderd.’ Het oosten ligt op de grootst denkbare afstand van het westen. De twee windstreken komen nooit bij elkaar. Met andere woorden, Jehovah doet je zonden zo ver van je weg als je je maar kunt voorstellen. Wat een mooie manier om duidelijk te maken dat Jehovah je volledig vergeeft! w25.02 9 ¶5-6
vrijdag 23 januari
Als je giften aan de armen geeft, moet je het niet rondbazuinen. — Matth. 6:2.
Nadat Jezus naar de hemel was gegaan, deed Petrus een wonder door een man te genezen die vanaf zijn geboorte verlamd was (Hand. 1:8, 9; 3:2, 6-8). Natuurlijk trok zoiets de aandacht van veel mensen (Hand. 3:11). Maar genoot hij van al die aandacht? Hij kwam tenslotte uit een cultuur waarin veel nadruk lag op status en positie. Vond hij het fijn nu in de schijnwerpers te staan? Nee, Petrus leidde nederig de aandacht van zichzelf af en gaf alle eer aan Jehovah en Jezus. Hij zei: ‘Door [Jezus’] naam en door ons geloof in zijn naam heeft deze man, die jullie kennen en hier zien, kracht gekregen’ (Hand. 3:12-16). Je kunt Petrus’ voorbeeld volgen door aan nederigheid te blijven werken. Doe het goede voor anderen omdat je van Jehovah en van mensen houdt, niet omdat je van de aandacht houdt. Je bewijst dat je nederig bent door Jehovah en je broeders en zusters met vreugde te dienen, of anderen nu zien wat je doet of niet (Matth. 6:1-4). w25.03 10-11 ¶11-12
zaterdag 24 januari
Let constant op jezelf en je onderwijs. — 1 Tim. 4:16.
Je kunt meer enthousiasme krijgen voor de prediking door te focussen op je liefde voor Jehovah en voor je naaste (Matth. 22:37-39). Probeer je voor te stellen hoe blij Jehovah is als hij ziet dat je aan het prediken bent en hoe gelukkig mensen zullen zijn als ze de waarheid uit de Bijbel leren kennen. Bedenk ook dat mensen die positief reageren eeuwig leven kunnen krijgen (Joh. 6:40). Ben je om de een of andere reden aan huis gebonden? Focus in dat geval op wat je nog wel kunt doen om liefde voor Jehovah en je naaste te tonen. Tijdens de COVID-19-pandemie moesten Samuel en Dania thuisblijven. Hoewel het een moeilijke tijd was, waren ze in staat geregeld telefoongetuigenis te geven, brieven te schrijven en via Zoom Bijbelstudies te leiden. Ze werden door hun omstandigheden beperkt, maar ze deden wat ze konden. En dat maakte ze gelukkig. w24.04 18-19 ¶15-16
zondag 25 januari
Wie kan een bekwame vrouw vinden? Ze is veel meer waard dan koralen. — Spr. 31:10.
Hoewel je niet hoeft te trouwen om gelukkig te zijn, kijk je er misschien net als veel broeders en zusters, jong en oud, naar uit een partner te hebben. Natuurlijk moet je wel financieel, geestelijk en emotioneel klaar zijn voor het huwelijk voordat je aan verkering begint (1 Kor. 7:36). En begin pas aan verkering als je weet wat je in een partner zoekt. Anders zie je misschien een goede match over het hoofd of krijg je verkering met iemand die niet bij je past. Natuurlijk moet een potentiële partner een gedoopte broeder of zuster zijn (1 Kor. 7:39). Maar niet iedereen die gedoopt is zal een goede partner voor je zijn. Vraag je dus af: Wat zijn mijn doelen in het leven? Welke eigenschappen moet mijn toekomstige partner absoluut hebben? Zijn mijn verwachtingen redelijk? w24.05 20 ¶1; 21 ¶3
maandag 26 januari
Wees vriendelijk voor elkaar. — Ef. 4:32.
Hoe pak je als je verkering hebt problemen en meningsverschillen aan? Stel dat jullie af en toe een meningsverschil hebben. Betekent dit dat het niets wordt tussen jullie? Niet per se. Elk stel heeft meningsverschillen. Wat een huwelijk sterk maakt, is twee mensen die kunnen samenwerken om de meningsverschillen op te lossen. Dus hoe jullie nu met problemen omgaan, kan duidelijk maken of jullie een goed huwelijk zullen hebben. Praat samen over vragen als: Kunnen we dingen rustig en respectvol bespreken? Geven we allebei onze zwakke punten toe en proberen we eraan te werken? Is elk van ons geneigd zijn ongelijk te bekennen, sorry te zeggen en te vergeven? (Ef. 4:31) En wat als blijkt dat jullie het constant oneens zijn of vaak ruzie maken? Bedenk dan dat de situatie waarschijnlijk niet gaat verbeteren als jullie getrouwd zijn. Als je tot de conclusie komt dat de ander niet de juiste persoon voor je is, zou de beslissing om het uit te maken voor jullie allebei het beste zijn. w24.05 29 ¶12
dinsdag 27 januari
Alle eer komt toe aan Jehovah, mijn Rots, die mijn handen oefent voor de strijd. — Ps. 144:1.
Je kunt een goede invloed op anderen hebben als je opkomt voor wat juist is en beslissingen neemt die stevig gefundeerd zijn op Bijbelse principes. Als je meer kennis en geloof krijgt, word je stabieler in de waarheid. Je bent dan niet besluiteloos, onzeker of makkelijk te beïnvloeden door valse leer en wereldse denkbeelden (Ef. 4:14; Jak. 1:6-8). Je kunt dan ook anderen helpen als ze met beproevingen te maken hebben (1 Thess. 3:2, 3). Ouderlingen moeten matig in gewoonten zijn, verstandig, ordelijk en redelijk. Zulke mannen hebben een stabiliserende invloed op anderen doordat ze ‘stevig vasthouden aan het betrouwbare woord’ (Tit. 1:9; 1 Tim. 3:1-3). Met hun voorbeeld en hun herderlijke zorg helpen ze de verkondigers om vast te houden aan een routine van vergaderingsbezoek, velddienst en persoonlijke studie. Als broeders en zusters iets meemaken dat stress veroorzaakt, moedigen ouderlingen ze aan gefocust te blijven op Jehovah en zijn beloften. w24.06 31 ¶16-18
woensdag 28 januari
Heb berouw, want het Koninkrijk van de hemel is nabij. — Matth. 4:17.
Toen Jezus op aarde was, leerde hij mensen dat vergeven in Jehovah’s aard ligt. Dat deed hij heel treffend toen hij de gelijkenis van de verloren zoon vertelde. Die jonge man koos ervoor een tijdlang een zondig leven te leiden. Maar hij ‘kwam tot bezinning’ en ging terug naar huis. Hoe reageerde zijn vader? Jezus zei: ‘Toen hij nog ver weg was, zag zijn vader hem al aankomen (...). Hij rende naar zijn zoon toe, omhelsde hem en kuste hem teder.’ De zoon wilde vragen of hij een bediende in zijn huis kon worden, maar zijn vader noemde hem ‘zoon van mij’ en nam hem weer in het gezin op. ‘Hij was verloren en is teruggevonden’, zei de vader (Luk. 15:11-32). In de hemel had Jezus ongetwijfeld heel vaak gezien hoe zijn Vader net zo’n medegevoel toonde met zondaars die berouw hadden. Wat een hartverwarmend en geruststellend beeld schetste Jezus van onze barmhartige Vader Jehovah! w24.08 11 ¶11-12
donderdag 29 januari
Wees verstandig. — 1 Petr. 4:7.
Wie verstandig is overweegt bij zijn beslissingen hoe Jehovah over dingen denkt. Hij houdt in gedachte dat niets in zijn leven belangrijker is dan zijn band met Jehovah. Hij heeft een evenwichtige kijk op zichzelf omdat hij weet dat hij zelf niet alle antwoorden heeft. En hij laat zien dat hij op Jehovah vertrouwt door hem vaak in gebed om leiding te vragen. Bedenk dat je Jehovah altijd in gebed om hulp moet vragen, ook als het dingen betreft die je makkelijk afgaan. En bij belangrijke beslissingen is het al helemaal essentieel Jehovah in gebed om leiding te vragen, in het vertrouwen dat hij weet wat het beste voor je is. Wat zijn we dankbaar dat Jehovah ons zo heeft geschapen dat we zijn eigenschappen kunnen weerspiegelen! (Gen. 1:26) Natuurlijk kun je niet precies zoals Jehovah zijn (Jes. 55:9). w25.03 11 ¶13; 13 ¶17-18
vrijdag 30 januari
Liefde hoopt alles, verduurt alles. — 1 Kor. 13:7.
Twijfel niet aan iemands motieven. Als iemand je ergens niet voor heeft bedankt, vraag je dan af: is hij echt ondankbaar of is hij het gewoon vergeten? Er kunnen nog andere redenen zijn waarom iemand niet reageert zoals je had gehoopt. Sommigen zijn misschien heel dankbaar maar vinden het moeilijk dat te uiten. Misschien schamen ze zich ervoor hulp te krijgen, helemaal als ze in het verleden zelf degenen waren die anderen hielpen. Maar als je echt van je broeders en zusters houdt, geef je ze het voordeel van de twijfel, en dan blijf je plezier vinden in het geven (Ef. 4:2). Heb geduld. De wijze koning Salomo schreef over vrijgevigheid: ‘Werp je brood uit over het water, want je vindt het na veel dagen weer terug’ (Pred. 11:1). Daaruit kun je opmaken dat sommigen pas ‘na veel dagen’ waardering uiten voor wat je hebt gedaan. w24.09 30 ¶18-19
zaterdag 31 januari
Degenen die zonde beoefenen, moet je in het bijzijn van iedereen terechtwijzen, als waarschuwing voor de anderen. — 1 Tim. 5:20.
Soms wordt in de gemeente bekendgemaakt dat iemand is terechtgewezen. In zo’n geval kunnen we met hem blijven omgaan. We weten namelijk dat hij berouw heeft gehad en met zijn verkeerde gedrag is gestopt. Hij maakt nog steeds deel uit van de gemeente en heeft de aanmoediging van omgang met broeders en zusters nodig (Hebr. 10:24, 25). Maar de situatie is heel anders als iemand uit de gemeente is verwijderd. Met die persoon zullen we ‘niet meer om gaan’ en ‘zelfs niet eten’ (1 Kor. 5:11). Betekent dit dat we hem volledig negeren? Niet per se. We zouden zeker geen gezellige omgang met hem hebben. Maar je zou op basis van je door de Bijbel gevormde geweten kunnen beslissen hem voor een vergadering uit te nodigen, bijvoorbeeld als het gaat om een familielid of iemand met wie je voorheen een hechte band had. w24.08 30 ¶13-14