Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g99 22/10 blz. 4-7
  • Bijgeloof — Waarom zo hardnekkig?

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Bijgeloof — Waarom zo hardnekkig?
  • Ontwaakt! 1999
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Pogingen in China om het uit te roeien
  • Zij meten met twee maten
  • Waarom zo hardnekkig
  • Is het goed of verkeerd om bijgelovig te zijn?
    Ontwaakt! 1981
  • Is bijgeloof verenigbaar met de Bijbel?
    Ontwaakt! 2008
  • Wordt uw leven beheerst door bijgeloof?
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 2002
  • Religie en bijgeloof — Vrienden of vijanden?
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1987
Meer weergeven
Ontwaakt! 1999
g99 22/10 blz. 4-7

Bijgeloof — Waarom zo hardnekkig?

ZOALS u waarschijnlijk wel weet, zijn er nog steeds veel mensen die een zwarte kat die hun pad kruist, als een slecht voorteken zien of die bang zijn onder een ladder door te lopen. Velen geloven ook dat vrijdag de dertiende een ongeluksdag is en dat het gevaarlijk is zich op de dertiende verdieping van een gebouw te bevinden. Zulke bijgelovigheden blijven hardnekkig bestaan, ook al zijn ze irrationeel.

Gaat u maar na. Waarom dragen sommige mensen een konijnenpootje bij zich of ’kloppen het af’ wanneer zij een hoopvolle gedachte uiten? Is het niet omdat zij, zonder deugdelijke bewijzen, geloven dat dit hen van geluk verzekert? Het boek A Dictionary of Superstitions merkt op: „Een bijgelovige geest gelooft dat bepaalde voorwerpen, plaatsen, dieren of handelingen geluk brengen (goede voortekens of amuletten) en dat andere ongeluk brengen (slechte voortekens of voorboden van onheil).” — Zie Galaten 5:19, 20.

Pogingen in China om het uit te roeien

Het is duidelijk dat bijgeloof hedendaagse inspanningen om het uit te roeien, heeft overleefd. In 1995 bijvoorbeeld vaardigde het Volkscongres van Shanghai een officieel decreet uit waarin bijgeloof als een verouderd overblijfsel uit het verleden van de natie verboden werd verklaard. Het doel was „feodaal bijgeloof uit te bannen, begrafenisgebruiken te hervormen en de opbouw van een meer geciviliseerde hoofdstad te bevorderen”. Maar wat is het resultaat geweest?

Volgens één verslag bleven de mensen in Shanghai loyaal aan hun bijgelovigheden. In strijd met het officiële verbod op het Chinese rituele gebruik om op de graven van voorouders namaakpapiergeld te verbranden, zei iemand die een graf had bezocht: „Wij hebben negentien miljard yuan [ongeveer drie miljard dollar] verbrand.” Hij voegde eraan toe: „Het is de traditie dit te doen. Het maakt de goden gelukkig.”

Het invloedrijke nieuwsblad Guangming Daily onderstreepte hoe weinig het verbod had uitgehaald door er de aandacht op te vestigen dat er misschien wel „vijf miljoen beroepswaarzeggers in China zijn, terwijl het totale aantal mensen dat in de wetenschap en technologie werkzaam is, slechts tien miljoen bedraagt”. Het blad merkte op: „De trend schijnt helemaal in het voordeel van de waarzeggers te zijn.”

The Encyclopedia Americana (internationale editie) zegt over de hardnekkigheid van bijgeloof: „In alle culturen worden sommige oude gebruiken niet alleen gehandhaafd maar krijgen ze een nieuwe interpretatie en een nieuwe betekenis.” In een recente uitgave van The New Encyclopædia Britannica werd toegegeven: „Zelfs in zogenaamd moderne tijden, in een tijd waarin objectief bewijsmateriaal van grote waarde wordt geacht, zullen de meeste mensen, als zij ertoe worden geprest, toegeven dat zij er stiekem een of twee irrationele overtuigingen of bijgelovigheden op na houden.”

Zij meten met twee maten

Kennelijk meten veel mensen met twee maten, want zij zullen in het openbaar niet toegeven wat zij doen wanneer er niemand bij is. Eén auteur zegt dat deze terughoudendheid toe te schrijven is aan de vrees onnozel te lijken in de ogen van anderen. Daarom noemen deze mensen hun bijgelovige gebruiken misschien liever routines of gewoontes. Atleten bijvoorbeeld spreken wellicht over hun gedrag als aan de wedstrijd voorafgaande rituelen.

Een journalist maakte onlangs een ironische opmerking over een kettingbrief, een brief die aan verschillende personen wordt gezonden met het verzoek dat ieder op zijn beurt exemplaren aan vele anderen stuurt. Vaak wordt degene die de brief doorgeeft geluk beloofd, terwijl degene die de ketting verbreekt, daar naar verluidt de slechte gevolgen van zal ondervinden. De journalist werd dus een nieuwe schakel in de ketting en zei: „U zult begrijpen dat ik dit niet doe omdat ik bijgelovig ben. Ik wil alleen onheil voorkomen.”

Antropologen en deskundigen op het gebied van folklore zijn van mening dat zelfs de term „bijgelovig” te subjectief is; zij aarzelen dergelijke gedragspatronen dat stempel te geven. Zij geven de voorkeur aan de „veelomvattender” maar eufemistische uitdrukkingen „volksgebruik en -geloof”, „folklore” of „geloofsstelsels”. Dick Hyman merkt in zijn boek Lest Ill Luck Befall Thee — Superstitions of the Great and Small, eerlijk op: „Net als zonde en verkoudheid heeft bijgeloof weinig voorstanders maar veel beoefenaars.”

Maar hoe men het ook noemt, bijgeloof blijft hardnekkig bestaan. Waarom is dit zo in deze technologisch geavanceerde, wetenschappelijke tijd?

Waarom zo hardnekkig

Welnu, sommigen zeggen dat bijgeloof normaal is voor mensen. Er zijn zelfs personen die beweren dat de neiging tot bijgeloof in onze genen zit. Maar onderzoeken bewijzen het tegendeel. Mensen blijken bijgelovig te worden als gevolg van wat hun geleerd wordt.

Professor Stuart A. Vyse legt uit: „Bijgelovig gedrag wordt, zoals meestal met gedrag het geval is, in de loop van iemands leven verworven. Wij worden niet geboren met de gewoonte iets af te kloppen; het wordt ons aangeleerd.” Men zegt dat mensen als kind een geloof in magie meekrijgen en vervolgens ontvankelijk blijven voor bijgeloof, ook al hebben zij zich allang „volwassen gevoelens eigen gemaakt”. En waar doen zij veel bijgelovige ideeën op?

Veel bijgelovigheden houden nauw verband met langgekoesterde geloofsovertuigingen. Bijgeloof maakte bijvoorbeeld deel uit van de godsdienst van degenen die het land Kanaän bewoonden voordat de Israëlieten zich daar vestigden. De bijbel zegt dat het de gewoonte van de Kanaänieten was aan waarzeggerij te doen, magie te beoefenen, zich op voortekens of tovenarij te verlaten, anderen door een banspreuk te binden, geestenmediums of beroepsvoorzeggers van gebeurtenissen te raadplegen en de doden te ondervragen. — Deuteronomium 18:9-12.

Ook de oude Grieken stonden bekend om bijgeloof dat verband hield met hun godsdienst. Zij geloofden net als de Kanaänieten in orakels, waarzeggerij en magie. De Babyloniërs bezagen de lever van een dier, in de overtuiging dat die onthulde welke handelwijze zij moesten volgen (Ezechiël 21:21). Zij stonden ook bekend om hun gokpraktijken en keken voor hulp op naar wat de bijbel „de god van het Geluk” noemt (Jesaja 65:11). Gokkers staan tot op de dag van vandaag bekend om hun bijgelovigheid.

Interessant is dat een aantal kerken feitelijk tot verknochtheid aan gokken heeft aangemoedigd. Eén voorbeeld is de Katholieke Kerk, die activiteiten zoals bingo stimuleert. In dezelfde geest merkte een gokker op: „Ik ben ervan overtuigd dat de Rooms-Katholieke Kerk zich ervan bewust is [dat gokkers heel bijgelovig zijn]. Er waren tenminste altijd nonnen in de omgeving van de renbaan met hun collectebussen. Hoe kon een katholiek, wat velen van ons waren, een ’zuster’ passeren zonder iets te geven en dan toch nog verwachten succes te hebben met het wedden op paarden? Wij deden dus geld in de collectebus. En als wij die dag wonnen, waren wij extra vrijgevig, in de hoop dat dit doorlopend succes zou opleveren.”

In het oog springende voorbeelden van het nauwe verband tussen godsdienst en bijgeloof zijn de bijgelovigheden in samenhang met Kerstmis, een viering waartoe de kerken van de christenheid aanmoedigen. Daartoe behoren de hoop dat kussen onder de mistletoe tot een huwelijk zal leiden, en vele bijgelovige denkbeelden rond de kerstman.

In Lest Ill Luck Befall Thee wordt opgemerkt dat bijgeloof werd ontwikkeld in een poging „in de toekomst te gluren”. Bijgevolg raadplegen zowel gewone mensen als wereldleiders in deze tijd, net zoals dat door de hele geschiedenis heen is gebeurd, waarzeggers en anderen die beweren magische krachten te bezitten. Het boek Don’t Sing Before Breakfast, Don’t Sleep in the Moonlight verklaart: „Mensen hadden er behoefte aan te geloven dat er amuletten en bezweringen waren die werkzaam zouden zijn tegen de verschrikkingen van zowel het bekende als het onbekende.”

Door bijgelovige activiteiten hebben mensen dus getracht een gevoel van controle over hun angsten te krijgen. Het boek Cross Your Fingers, Spit in Your Hat zegt: „[Mensen] verlaten zich altijd om dezelfde reden op bijgeloof. Wanneer [zij] met situaties worden geconfronteerd die [zij] niet onder controle hebben — die van ’geluk’ of ’toeval’ afhankelijk zijn — maakt bijgeloof dat [zij] zich zekerder voelen.”

Hoewel de wetenschap het lot van mensen in veel opzichten verbeterd heeft, hebben zij nog steeds gevoelens van onzekerheid. De onzekerheid is zelfs toegenomen door de problemen die de wetenschap heeft teweeggebracht. Professor Vyse zegt: „Bijgeloof en geloof in het paranormale zijn integrerende kenmerken van onze cultuur . . . omdat onze huidige wereld ons gevoel van onzekerheid heeft verhoogd.” The World Book Encyclopedia kwam tot de conclusie: „Bijgeloof zal waarschijnlijk een rol spelen in het leven zolang mensen . . . onzekerheden omtrent de toekomst hebben.”

Samenvattend kan dus gezegd worden dat bijgeloof hardnekkig is omdat het geworteld is in angsten die mensen gemeen hebben en omdat het door talloze langgekoesterde geloofsovertuigingen wordt gesteund. Moeten wij echter concluderen dat bijgeloof een nuttig doel dient, aangezien het mensen helpt tegen onzekerheden opgewassen te zijn? Is het onschadelijk? Of is het iets gevaarlijks dat vermeden moet worden?

[Illustratie op blz. 5]

Alleen al in China zijn er misschien wel vijf miljoen beroepswaarzeggers

[Illustratie op blz. 6]

Door bingo te stimuleren, hebben veel kerken tot bijgeloof aangemoedigd

[Illustratie op blz. 7]

Kersttradities zoals kussen onder de mistletoe zijn doortrokken van bijgeloof

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen