Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g99 22/10 blz. 3-4
  • Bijgeloof — Hoe algemeen in deze tijd?

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Bijgeloof — Hoe algemeen in deze tijd?
  • Ontwaakt! 1999
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Nog altijd heel algemeen
  • Bijgeloof — Waarom zo hardnekkig?
    Ontwaakt! 1999
  • Is bijgeloof verenigbaar met de Bijbel?
    Ontwaakt! 2008
  • Is het goed of verkeerd om bijgelovig te zijn?
    Ontwaakt! 1981
  • Wordt uw leven beheerst door bijgeloof?
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 2002
Meer weergeven
Ontwaakt! 1999
g99 22/10 blz. 3-4

Bijgeloof — Hoe algemeen in deze tijd?

HET gebeurt overal — op het werk, op school, in het openbaar vervoer en op straat. U niest, en mensen die u nooit eerder hebt ontmoet, gewoon voorbijgangers, zeggen: „Gezondheid”, of „Proost”. In veel talen bestaan soortgelijke uitdrukkingen. In Engelssprekende landen is de reactie „God bless you” of gewoon „Bless you”. Arabieren zeggen „Yarhamak Allah”, en sommige Polynesiërs in de Stille Zuidzee zeggen „Tihei mauri ora”.

In de overtuiging dat het louter een gebruikelijke beleefdheid is, geworteld in de maatschappelijke omgangsvormen, staat u er wellicht niet bij stil waarom mensen dit zeggen. Toch vindt deze uitdrukking haar oorsprong in bijgeloof. Moira Smith, bibliothecaresse aan het Folklore-instituut van de Indiana University in Bloomington (Indiana, VS), zegt over deze uitdrukking: „Ze is afkomstig van de gedachte dat u uw ziel uitniest.” Door „Gezondheid” te zeggen, spreekt men feitelijk de wens uit dat de ziel terugkeert.

Natuurlijk zullen de meeste mensen het er waarschijnlijk mee eens zijn dat het irrationeel is te geloven dat de ziel tijdens een nies aan uw lichaam ontsnapt. Het wekt daarom geen verbazing dat Webster’s Ninth New Collegiate Dictionary bijgeloof definieert als „een overtuiging of praktijk die voortspruit uit onwetendheid, vrees voor het onbekende, vertrouwen in magie of toeval, of een onjuist begrip van oorzaak en gevolg”.

Geen wonder dat een zeventiende-eeuwse arts de bijgelovigheden die in zijn tijd bestonden, de „vulgaire dwalingen” van de onontwikkelden noemde. Toen de mens de twintigste eeuw met haar wetenschappelijke prestaties binnenging, werd in The Encyclopædia Britannica van 1910 dan ook optimistisch de verwachting geuit dat er een tijd zou komen waarin „de beschaving van het laatste spoortje bijgeloof bevrijd [zou zijn]”.

Nog altijd heel algemeen

Dat optimisme van zo’n tachtig jaar geleden was ongegrond, want bijgeloof schijnt nog altijd stevig verankerd te zijn. Een dergelijke bestendigheid is kenmerkend voor bijgeloof. Het Engelse woord voor bijgeloof, superstition, is afgeleid van het Latijnse super, dat „boven” betekent, en stare, „staan”. Krijgslieden die de strijd overleefden, werden feitelijk superstites genoemd, aangezien zij hun medestrijders overleefden en letterlijk boven hen „stonden”. Zinspelend op deze afleiding zegt het boek Superstitions: „De bijgelovigheden die er thans nog steeds zijn, staan boven de eeuwen die hebben getracht ze uit te wissen.” Beschouw eens een paar voorbeelden van de hardnekkigheid van bijgeloof.

◻ Na het plotselinge overlijden van de gouverneur van een grote Aziatische stad gaf het gedemoraliseerde personeel in zijn officiële residentie de nieuwe gouverneur het advies een speciale paragnost te consulteren, die een aantal veranderingen in en rond het complex voorstelde. Het personeel was van mening dat de veranderingen het ongunstige voorteken zouden tenietdoen.

◻ Een presidente van een miljoenenbedrijf in de Verenigde Staten heeft altijd een speciale steen bij zich. Sinds haar eerste geslaagde vakbeurs weigert zij zonder die steen de deur uit te gaan.

◻ Alvorens belangrijke zakelijke transacties af te sluiten, winnen Aziatische managers vaak advies in bij een waarzegger.

◻ Een atleet schrijft zijn overwinning aan een kledingstuk toe, hoewel hij intensief traint. Dus blijft hij het — ongewassen — bij toekomstige wedstrijden dragen.

◻ Een student gebruikt een bepaalde pen tijdens een examen en krijgt een hoog cijfer. Daarna beziet hij de pen als „gelukaanbrengend”.

◻ Op haar trouwdag zorgt een bruid er angstvallig voor dat haar trouwkleding „iets nieuws, iets ouds, iets geleends en iets blauws” omvat.

◻ Iemand slaat op goed geluk de bijbel open en leest de eerste tekst waar zijn oog op valt, in de overtuiging dat die woorden de specifieke leiding zullen geven die hij op dat moment nodig heeft.

◻ Terwijl een jumbojet over de startbaan raast om op te stijgen, slaan verscheidene passagiers een kruisteken. Een ander strijkt tijdens de vlucht over een medaille van de „heilige” Christoffel.

Het is duidelijk dat bijgeloof ook in deze tijd nog heel algemeen is. Stuart A. Vyse, docent psychologie aan het Connecticut College (VS), zegt in zijn boek Believing in Magic — The Psychology of Superstition zelfs het volgende: „Al leven wij in een technologisch ontwikkelde maatschappij, bijgeloof is nog altijd heel algemeen.”

Bijgeloof is in deze tijd zo sterk verankerd dat pogingen om het uit te roeien, op niets zijn uitgelopen. Hoe komt dat?

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen