Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g99 22/3 blz. 20-23
  • Ik dank Jehovah voor mijn vijf zoons

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Ik dank Jehovah voor mijn vijf zoons
  • Ontwaakt! 1999
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Een verandering van denkwijze
  • De opvoeding van onze vijf zoons
  • Mijn zoons aan het woord
  • Reden tot dankbaarheid
  • Mijn echtscheiding — Een tweede kans in het leven?
    Ontwaakt! 1978
  • De uitdagingen en zegeningen van het grootbrengen van zeven zoons
    Ontwaakt! 1999
  • Door dicht tot God te naderen kon ik mijn problemen aan
    Ontwaakt! 1993
  • Een gelukkig gezinsleven — Hoe wij dit bereiken
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1976
Meer weergeven
Ontwaakt! 1999
g99 22/3 blz. 20-23

Ik dank Jehovah voor mijn vijf zoons

VERTELD DOOR HELEN SAULSBERY

Twee maart 1997 was een van de verdrietigste dagen van mijn leven. Toen kwamen er in Wilmington (Delaware, VS) zo’n 600 vrienden en familieleden bijeen voor de begrafenis van Dean, mijn lieve man. Hij was een christelijke ouderling en presiderend opziener van een gemeente van Jehovah’s Getuigen. Als ik nadenk over onze veertig gelukkige huwelijksjaren heb ik heel veel om dankbaar voor te zijn. Ik weet dat Dean beschermd wordt op de veiligste plek die er is, in de herinnering van Jehovah, de Almachtige God, en dat wij Dean in de toekomst terug zullen zien.

DEAN was toen hij in 1950 van de middelbare school kwam bij de luchtmacht gegaan. Hij was niet godsdienstig en scheen niet veel op te hebben met de leer van mijn toen geliefde Katholieke Kerk. Maar wij spraken af onze kinderen katholiek groot te brengen. Elke avond knielden wij neer voor een stil gebed. Ik herhaalde mijn katholieke gebeden en Dean zei wat zijn hart hem ingaf. In de daaropvolgende jaren werden onze vijf zoons geboren: Bill, Jim, Dean jr., Joe en Charlie.

Ik was een trouw kerkgangster en nam de jongens altijd mee. Maar ik raakte teleurgesteld in de kerk, vooral wegens haar betrokkenheid bij de oorlog in Vietnam. Wijlen kardinaal Spellman zei tegen mensen die vraagtekens zetten bij de juistheid van wat de Verenigde Staten deden: „Juist of verkeerd, het is mijn land.” Mijn goedkeuring zou het niet gehad hebben als mijn zoons de oorlog waren ingegaan, ook al was mijn kerk erbij betrokken. Toch bad ik vaak of minstens een van hen priester mocht worden en of mijn man katholiek mocht worden.

Een verandering van denkwijze

Op een zaterdagavond zaten enkele katholieke vrienden, een plaatselijke priester en ik gezellig bij elkaar. Wij dronken wat en amuseerden ons prima toen een van de vrouwen aan de priester vroeg: „Vader, is het echt een doodzonde als je na een feestje zoals dit de volgende ochtend niet uit bed kunt komen om naar de mis te gaan?”

„Nee, nee”, antwoordde hij. „Dat geeft niet. Op dinsdagavond vieren we een mis in de pastorie. Op die manier kun je toch naar de mis gaan en je plicht nakomen.”

Mij was van jongs af geleerd dat je wat er ook gebeurt op zondag naar de mis moet. Toen ik zei dat ik het niet met hem eens was, vloekte hij en zei boos dat een vrouw een priester niet mag corrigeren.

Ik dacht bij mezelf: ’Is dat nu waar ik om bid voor mijn zoons?’ Ook al wist ik dat niet alle priesters zo waren, ik kreeg toch mijn twijfels.

Halverwege de jaren ’60 kwamen Jehovah’s Getuigen bij ons aan de deur in Philadelphia (Pennsylvania) en later in Newark (Delaware). Hoewel ik hun christelijke ijver bewonderde, zei ik altijd: „Het spijt me. Ik ben niet geïnteresseerd want ik ben katholiek.”

Maar op een koude novembermorgen in 1970 kwamen de Getuigen opnieuw. Zij stelden een vraag over de bijbel en lazen Psalm 119:105 voor: „Uw woord is een lamp voor mijn voet, en een licht op mijn pad.” Die woorden troffen me. Ik herinner me nog dat ik bij mezelf dacht: ’De bijbel! Misschien is dat de oplossing, maar ik heb er niet eens een.’ Mij was geleerd dat katholieken geen bijbel nodig hadden, dat wij erdoor in verwarring zouden raken, en dat de bijbel alleen door priesters gelezen en uitgelegd mocht worden. Ik dacht dat ik een loyale katholiek was als ik er geen had.

Die dag nam ik van de Getuigen het bijbelstudiehulpmiddel De waarheid die tot eeuwig leven leidt aan. Nog dezelfde week las ik het uit en ik wist gewoon dat ik de waarheid had gevonden! De Getuigen kwamen terug met twee bijbels, waarvan de ene een katholieke vertaling was. Ik was verrast te zien dat de schriftplaatsen die in dat bijbelstudiehulpmiddel werden geciteerd, daar gewoon in de katholieke bijbel stonden. Er werd gelijk een huisbijbelstudie bij me begonnen en in augustus 1972 werd ik gedoopt, samen met mijn zus Sally, die ook de bijbel was gaan bestuderen.

Dean, mijn man, protesteerde nooit maar hij was heel verbaasd te zien dat ik belangstelling kreeg voor iets anders dan het katholieke geloof. Hij luisterde voortdurend en hield zijn ogen open. Voordien leek het wel of ik altijd tegen de jongens schreeuwde als ik wilde dat zij luisterden. Maar ik leerde dat de bijbel tegen „gramschap en geschreeuw en schimpend gepraat” waarschuwt (Efeziërs 4:31, 32). Bovendien voed je kinderen niet op door tegen hen te schreeuwen. Op een keer hoorde ik mijn man over Jehovah’s Getuigen tegen zijn moeder zeggen: „Ma, die mensen brengen in praktijk wat ze prediken!” Niet lang daarna aanvaardde hij een bijbelstudie en in januari 1975 werd hij een gedoopte Getuige.

De opvoeding van onze vijf zoons

Toen ik naar de Koninkrijkszaal begon te gaan, dacht ik dat de vergaderingen nogal lang waren voor mijn zoons. Dus liet ik hen thuis bij hun vader. Het was prettig en ontspannend voor me om alleen te gaan. Maar toen een spreker op onze vergadering een keer over de duur van christelijke vergaderingen sprak, vroeg hij: „Hebben jullie er ooit bij stilgestaan hoe lang jullie kinderen voor het televisietoestel kunnen zitten?” Daar zaten mijn jongens op dat moment! Dus dacht ik: ’Dat is afgelopen! Ze gaan met me mee!’ Mijn man vond het goed dat de jongens met me meegingen en mettertijd begon ook hij de vergaderingen bij te wonen.

Het geregelde vergaderingsbezoek gaf structuur en stabiliteit aan ons gezinsleven. Maar er was meer. Dean en ik probeerden altijd aan onze bekwaamheid als opvoeders te werken, het toe te geven als wij ongelijk hadden en zorgvuldig bijbelse richtlijnen in praktijk te brengen. Nooit was er sprake van met twee maten meten. Wat goed was voor mijn man en mij, was goed voor onze zoons. Regelmaat in de prediking was een must.

Als het op amusement aankwam, waren gewelddadige, immorele films uit den boze. Wij genoten altijd met elkaar van gezonde gezinsactiviteiten, zoals schaatsen, bowlen, midgetgolf, uitstapjes naar amusementsparken, picknicken en op vrijdagavond pizza eten. En Dean was het liefdevolle hoofd van ons gezin. Ons hele huwelijksleven lang erkenden wij dat het zo de bedoeling is. — Efeziërs 5:22, 23.

Toen ik in 1970 met Jehovah’s Getuigen begon te studeren, was Billy twaalf jaar, Jimmy elf, Dean jr. negen, Joe zeven en Charlie twee. Zij waren al gewend geweest naar de kerk te gaan, maar nu leerden zij de bijbel kennen. Het was opwindend voor ons. Ik zei steeds tegen hen: „Kijk! Moet je dit zien! Kom eens hier!” Dan kwamen ze en praatten we enthousiast over iets wat nieuw voor ons was. Door onze studie van het gezaghebbendste boek op aarde, de bijbel, leerden de jongens Jehovah lief te hebben en gingen zij steeds meer beseffen verantwoording verschuldigd te zijn aan hem als hun God en Schepper — niet alleen aan hun vader en moeder.

Voordat wij bijbelse waarheden leerden kennen, hadden wij veel schulden gemaakt. Om een paar van die schulden af te lossen, verkochten wij ons huis en huurden een woning. Ook verkochten wij onze nieuwe auto en schaften een tweedehandsje aan. Wij probeerden ons leven zo eenvoudig mogelijk te houden. Daardoor was ik in staat thuis te blijven bij de jongens in plaats van buitenshuis te werken. Wij vonden dat onze zoons thuis een moeder nodig hadden. Dat stelde me ook in staat meer tijd aan de christelijke bediening te besteden als de jongens naar school waren. Ten slotte, in september 1983, kon ik pionier (volletijdprediker) worden. Het is waar dat onze jongens op stoffelijk gebied niet altijd het beste hadden, maar zij voelden zich niet onnodig misdeeld. Zij hebben allemaal een middelbare technische school doorlopen en leerden vakken zoals hovenier, timmerman, automonteur en graficus. Zij waren dus toegerust om de kost te verdienen.

Vaak dacht ik na over ons gezinsleven en zei dan bij mezelf: ’Naar mijn idee vormen wij een van de gelukkigste gezinnen op aarde, ook al hebben we niet veel op stoffelijk gebied.’ Weldra begon Dean te streven naar verantwoordelijkheden in de gemeente en hetzelfde gold voor de jongens. In 1982 werd Dean als ouderling aangesteld. Acht jaar later, in 1990, werd onze oudste zoon, Bill, ouderling. Joe werd in datzelfde jaar aangesteld, Dean jr. in 1991, Charlie in 1992 en Jim in 1993.

Ik weet dat wij als ouders enkele dingen verkeerd gedaan hebben en het valt niet altijd mee je de dingen te herinneren die we goed hebben gedaan. Een vriend vroeg aan mijn zoons wat zij zich van hun eerste jaren als christen herinneren en welke bijbelse beginselen die zij al vroeg ingeprent kregen, hen vooral hebben geholpen ernaar te streven voor het ouderlingschap in aanmerking te komen. Hun commentaren zijn hartverwarmend voor me.

Mijn zoons aan het woord

Bill: „Wat wij uit Romeinen 12:9-12 hebben geleerd, staat diep in mijn geest gegrift. Daar wordt onder meer gezegd: ’Hebt in broederlijke liefde tedere genegenheid voor elkaar. Neemt de leiding in het betonen van eer aan elkaar. . . . Zijt vurig van geest. . . . Verheugt u in de hoop.’ Mijn ouders slaagden erin duidelijk te maken wat het wil zeggen van mensen te houden. Je kon zien dat het hen gelukkig maakte anderen liefde te betonen. Het was die liefdevolle sfeer bij ons thuis waardoor bijbelse waarheden deel van ons denken gingen uitmaken. Dat heeft ons in de waarheid gehouden. Mijn ouders hadden de bijbelse waarheid voor honderd procent lief. Het gevolg was dat het voor mij nooit moeilijk was de waarheid lief te hebben en het is nooit moeilijk geweest de waarheid trouw te blijven.”

Jim: „Een van de belangrijkste beginselen die mij te binnen schiet, is Mattheüs 5:37: ’Laat uw woord Ja gewoon Ja betekenen, en uw Neen, Neen; want wat daar nog bij komt, is uit de goddeloze.’ Mijn broers en ik wisten altijd wat mijn ouders van ons verwachtten en wij zagen in hen levende voorbeelden van hoe christenen moeten zijn. Er heerste altijd overeenstemming tussen hen. Nooit hadden zij ruzie. Als zij het ooit over iets oneens waren, wisten wij jongens daar niets van. Zij waren eensgezind en dat heeft beslist een diepe indruk op ons allemaal gemaakt. Wij wilden Pa en Ma, en vooral Jehovah, niet teleurstellen.”

Dean: „Spreuken 15:1 zegt: ’Een zacht antwoord keert woede af, maar een woord dat smart veroorzaakt, doet toorn opkomen.’ Pa was zachtaardig. Ik herinner me niet ooit onenigheid met hem gehad te hebben — zelfs niet toen ik een tiener was. Hij was altijd erg mild, ook als hij boos was. Soms stuurde hij me naar mijn kamer of ontnam hij me een paar voorrechten, maar wij maakten nooit ruzie. Hij was niet alleen onze vader. Hij was ook onze vriend en wij wilden hem niet teleurstellen.”

Joe: „In 2 Korinthiërs 10:5 spreekt de bijbel over ’elke gedachte in gevangenschap [brengen] ten einde ze gehoorzaam te maken aan de Christus’. Bij ons thuis werd ons geleerd gehoorzaam te zijn aan Jehovah’s maatstaven en instructies. De waarheid was ons leven. Vergaderingsbezoek was een leefwijze. De gedachte op een vergaderavond iets anders te doen is nog steeds een idee dat me volkomen vreemd is. De christelijke bediening was ook een vast onderdeel van ons leven — nooit een optie. Onze vrienden vonden we in de Koninkrijkszaal. Die hoefden we niet elders te zoeken. Wat meer kan een vader voor zijn zoons doen dan hen op de weg ten leven te zetten!”

Charlie: „Ik moet vooral aan Spreuken 1:7 denken. Daar staat: ’De vrees voor Jehovah is het begin van kennis. Wijsheid en streng onderricht — slechts dwazen hebben ze veracht.’ Mijn ouders hielpen ons te beseffen dat Jehovah werkelijk bestaat en te begrijpen hoe belangrijk het is vrees en liefde voor hem te ontwikkelen. Zij redeneerden met ons en zeiden: ’Doe dit niet omdat wij het je zeggen. Wat vind jij? Hoe denkt Jehovah er volgens jou over wanneer hij dit ziet? Hoe denkt Satan er volgens jou over?’

Dat bracht ons terug bij het punt waar het om gaat. Pa en Ma konden niet voortdurend bij ons zijn. Zij konden slechts hun best doen om bijbelse waarheden in ons hart en onze geest te prenten. Op school, op ons werk en bij onze vrienden waren wij op onszelf aangewezen. Die heilzame vrees voor Jehovah maakte in ons veel verschil uit — en die vrees hebben wij nog steeds.

Ma praatte ook voortdurend over haar pioniersdienst en de fijne ervaringen die zij had. Zij was altijd heel positief over de dienst en dat had een geweldige uitwerking op ons. Wij ontwikkelden net zo’n liefde voor mensen als zij en wij gingen beseffen dat de van-huis-tot-huisactiviteit bijzonder plezierig kan zijn.”

Reden tot dankbaarheid

Mijn zoons zijn nu getrouwd en ik heb vijf schatten van schoondochters, die Jehovah allemaal trouw dienen. Ook ben ik gezegend met nog vijf jongens — ja, vijf kleinzoons! Die worden allemaal opgevoed tot mensen die Jehovah liefhebben en zijn koninkrijk op een vaste eerste plaats in hun leven laten komen. Het is onze vurige wens dat zij eens ouderling mogen worden, net als hun vaders en hun grootvader.

Niet lang na Deans dood schreef een van mijn zoons: „Ik zal mijn vader echt missen, want hij slaapt nu. Geen pijn meer. Geen lijden meer. Geen operaties, injecties en intraveneuze voeding meer — alleen nog maar rust. Ik heb geen afscheid van hem kunnen nemen voordat hij stierf. De dingen gaan niet altijd zoals je ze gepland hebt. Ik kan alleen zeggen dat ik vastbesloten ben zo te leven dat ik er ben om hem welkom te heten!”

Wat ben ik Jehovah dankbaar voor mijn lieve man en de zekere hoop op de opstanding! (Johannes 5:28, 29) En wat ben ik Hem dankbaar voor mijn vijf zoons!

[Illustratie op blz. 23]

Helen Saulsbery met haar zoons en hun gezinnen

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen