Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g98 8/1 blz. 13-18
  • Hoe de Inka hun Gouden Rijk verloren

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Hoe de Inka hun Gouden Rijk verloren
  • Ontwaakt! 1998
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Wie waren er vóór de Inka?
  • Mythe en werkelijkheid
  • De stralende tempel van de zon
  • Hoe werd het rijk bijeengehouden?
  • De mit’a-belasting
  • Invallers vanuit het noorden
  • Het begin van het einde
  • De laatste Inka
  • Hedendaagse afstammelingen van de Inka
  • Opleiding brengt veranderingen
  • Een kijkje in het gouden tijdperk van de Inka’s
    Ontwaakt! 1992
  • De indrukwekkende wereld van de Inka’s
    Ontwaakt! 1980
  • Cuzco — De oude hoofdstad van de Inka
    Ontwaakt! 1997
  • De boodschap moet aankomen
    Ontwaakt! 2006
Meer weergeven
Ontwaakt! 1998
g98 8/1 blz. 13-18

Hoe de Inka hun Gouden Rijk verloren

DOOR ONTWAAKT!-CORRESPONDENT IN PERU

Zonsopgang. De besneeuwde Andes werden zachtroze gekleurd door lichtstralen die de ochtendhemel doorkliefden. Vroeg op, koesterden de eerste Indianen zich in de warmte waardoor nu de kilheid verdreven werd van de koude nacht op een hoogte van 4300 meter. Langzaam reikten de zonnestralen lager en omvatten de zonnetempel in het centrum van de hoofdstad van het Inkarijk, Cuzco (wat „navel van de wereld” betekent). Gouden muren weerkaatsten de zonnestralen. Massief gouden lama’s, vicuña’s en condors glinsterden in de tuin van de Inkaa vóór de tempel. Voorbijgangers wierpen kushandjes in de lucht in aanbidding van hun god, de zon. Wat waren zij dankbaar dat zij leefden en gezegend werden door de zon die, zoals zij geloofden, in hun levensonderhoud voorzag!

TUSSEN de veertiende en de zestiende eeuw heerste een groot gouden rijk langs de westkust van Zuid-Amerika. Onder leiding van briljante architecten en technici vormden de Inka een volk dat georganiseerd was om zich in sociaal opzicht verder te ontwikkelen. Het legendarische Inkarijk strekte zich uit over bijna 5000 kilometer, en reikte van het zuidelijke deel van het huidige Colombia helemaal tot in Argentinië. De Inka dachten zelfs „dat zij bijna heel de wereld in hun macht hadden” (National Geographic). Zij geloofden dat er buiten de grenzen van hun rijk niets de moeite van het veroveren waard was. Toch wist de rest van de wereld niet eens dat dit rijk bestond.

Wie waren de Inka? Wat was hun oorsprong?

Wie waren er vóór de Inka?

Archeologische vondsten tonen aan dat de Inka niet de oorspronkelijke bewoners van het continent waren. Zij werden gedurende enkele honderden tot enkele duizenden jaren voorafgegaan door andere goed ontwikkelde culturen. Die zijn door archeologen geclassificeerd als de Lambayeque-, de Chavín-, de Moche-, de Chimú- en de Tiahuanaco-cultuur.

Die vroege groepen aanbaden verscheidene dieren — jaguars, poema’s en zelfs vissen. Het vereren van berggoden kwam onder hen veel voor. Uit hun aardewerk blijkt dat sommige stammen seksaanbidding beoefenden. Bij het Titicacameer, op grote hoogte op de grens tussen Peru en Bolivia gelegen, bouwde een stam een tempel met fallische symbolen, die bij vruchtbaarheidsriten werden aanbeden om zich te verzekeren van een goede oogst van de Pacha-Mama, wat „Moeder Aarde” betekent.

Mythe en werkelijkheid

Rond 1200 verschenen de Inka op het toneel. De kroniekschrijver Garcilaso de la Vega, de zoon van een Inkaprinses en een Spaanse ridder en landeigenaar, vertelt van een mythe volgens welke de oorspronkelijke Inka, Manco Capac, door zijn vader, de zonnegod, samen met zijn zuster/bruid naar beneden werd gezonden, naar het Titicacameer, om alle volken tot de aanbidding van de zon te brengen. In deze tijd wordt die legende op sommige scholen nog steeds aan kinderen verteld.

Maar mythen daargelaten zijn de Inka waarschijnlijk ontstaan uit een van de stammen van het Titicacameer, de Tiahuanaco. Na verloop van tijd nam het uitdijende rijk veel van de goed georganiseerde werken van veroverde stammen over, en breidde reeds gebouwde kanalen en terrassen uit en perfectioneerde die. De Inka blonken uit in het construeren van enorme gebouwen. Er bestaan diverse theorieën over hoe hun architecten het klaarspeelden de vesting en tempel Sacsahuaman te bouwen, die vanaf een hoog plateau de stad Cuzco domineert. Reusachtige monolieten van wel honderd ton werden aaneengevoegd. Er werd geen mortel gebruikt om ze bijeen te houden. Aardbevingen hebben bijna geen invloed gehad op de met precisie gehouwen en aaneengepaste rotsblokken in de muren van de oude stad Cuzco.

De stralende tempel van de zon

In de koninklijke stad Cuzco organiseerden de Inka een priesterschap voor de aanbidding van de zon in een gepolijste stenen tempel. De binnenmuren waren versierd met puur goud en zilver. Naast de priesterschap werden er speciale kloosters gesticht, zoals het nu gereconstrueerde klooster bij de zonnetempel van Pachacamac, net buiten Lima. Maagden van uitzonderlijke schoonheid werden al vanaf hun achtste jaar opgeleid tot ’maagden van de zon’. Uit archeologisch bewijsmateriaal blijkt dat de Inka ook mensenoffers brachten. Zij offerden kinderen aan de apus, of berggoden. Enkele lichamen van kinderen zijn bevroren aangetroffen op de toppen van de Andes.

Hoewel de Inka en vroegere stammen niet konden schrijven, hadden zij wel een systeem ontwikkeld om gegevens vast te leggen door gebruik te maken van wat de quipu werd genoemd. Dit was „een hulpmiddel dat bestond uit een hoofdkoord waaraan kleinere van knopen voorziene koorden in verschillende kleuren bevestigd waren en dat de oude Peruanen gebruikten” als geheugensteuntje voor personen die aangesteld waren om tellingen en berichten bij te houden. — Webster’s Ninth New Collegiate Dictionary.

Hoe werd het rijk bijeengehouden?

Strikte wetten en uitgestippelde strategieën verleenden de ene centrale regering een stevige basis. Een eerste vereiste was dat iedereen Quechua leerde, de taal van de Inka. „Quechua”, zegt het boek El Quechua al Alcance de Todos (Quechua binnen ieders bereik), wordt beschouwd als „het uitgebreidste, meest gevarieerde alsook sierlijkste dialect van Zuid-Amerika”. Het wordt nog steeds gesproken door zo’n vijf miljoen mensen in de bergen van Peru en door nog eens miljoenen in vijf landen die vroeger deel uitmaakten van het rijk. Een groep ten zuidoosten van het Titicacameer spreekt nog steeds Aymará, een taal die terug te voeren is op het Quechua uit de pre-Inkatijd.

Het gebruik van het Quechua had een verenigende uitwerking op de bijna honderd overwonnen stammen en was een hulp voor de dorps-curaca (dorpsheer), de bestuurder van elke groep. Elk gezin kreeg land toegewezen om te bewerken. De Inka lieten plaatselijke dansen en feesten van stammen die zij hadden onderworpen, voortbestaan en zorgden voor toneelvoorstellingen en spelen om alle onderworpen volken tevreden te houden.

De mit’a-belasting

Er was in het hele rijk geen geldeenheid, wat betekende dat goud als zodanig voor afzonderlijke personen geen waarde had. De aantrekkingskracht ervan was dat het de zon weerkaatste. De enige belasting die werd opgelegd, de mit’a (Quechua: „een beurt”), was het vereiste dat de onderdanen om beurten arbeid verrichtten bij de wegenaanleg en verdere bouwprojecten van de Inka. Duizenden Indiaanse werkers werden zo door de wet geworven.

De mit’a-werkers werden door de meesterbouwers van de Inka gebruikt om een wegennet van meer dan 24.000 kilometer lang aan te leggen! Vanaf Cuzco bouwden de Inka een systeem van op rotsen gefundeerde wegen om de meest afgelegen plaatsen van het rijk met elkaar te verbinden. Getrainde koeriers, chasquis genoemd, gebruikten die wegen. Zij waren geposteerd in hutten die op een afstand van een tot drie kilometer van elkaar stonden. Als een chasqui met een boodschap arriveerde, begon de volgende chasqui als een estafetteloper naast hem te rennen. Met dit systeem overbrugden zij afstanden van 240 kilometer per dag. In een korte tijd kreeg de heersende Inka berichten uit heel zijn rijk.

Langs de wegen plaatsten de Inka grote pakhuizen. Die werden steeds bijgevuld met voedselvoorraden en kleding ten behoeve van de legers van de Inka op hun veroveringstochten. De Inka vermeed oorlog als dat mogelijk was. Heel strategisch stuurde hij afgezanten om stammen uit te nodigen onder zijn heerschappij te komen, op voorwaarde dat zij de zonaanbidding aanvaardden. Als zij daar gehoor aan gaven, kregen zij toestemming als stam te blijven functioneren, onder leiding van opgeleide Inka-onderwijzers. Als zij weigerden, werden zij meedogenloos onderworpen. De schedels van de gedode vijanden werden als bokalen gebruikt voor het drinken van chicha, een alcoholische drank gemaakt van maïs.

Onder de negende Inka, Pachacuti (vanaf 1438), zijn zoon Topa Inka Yupanqui, en de veroveraar-staatsman Huayna Capac breidde het rijk zijn grenzen snel uit en bereikte het noord- en zuidwaarts zijn maximale omvang. Maar dit zou niet zo blijven.

Invallers vanuit het noorden

Rond het jaar 1530 kwam de Spaanse veroveraar Francisco Pizarro met zijn soldaten vanuit Panama naar het zuiden, aangetrokken door berichten over goud in dit onbekende land dat toen verscheurd werd door een burgeroorlog. Prins Huascar, de wettelijke troonopvolger, was verslagen en gevangengezet door zijn halfbroer Atahualpa, die naar de hoofdstad optrok.

Na een zware mars naar de in het binnenland gelegen stad Cajamarca werden Pizarro en zijn mannen gunstig ontvangen door de usurpator Atahualpa. Niettemin slaagden de Spanjaarden er door bedrog in hem van zijn draagstoel te sleuren en hem gevangen te houden terwijl zij tegelijkertijd duizenden van zijn verbijsterde en onvoorbereide soldaten afslachtten.

Toch zette Atahualpa, zelfs toen hij gevangen gehouden werd, de burgeroorlog voort. Hij stuurde boodschappers naar Cuzco om zijn halfbroer Inka Huascar te laten doden, alsook honderden leden van de koninklijke familie. Onbewust vereenvoudigde hij Pizarro’s veroveringsplan.

Atahualpa zag hoe begerig de Spanjaarden waren naar goud en zilver en beloofde een grote kamer met gouden en zilveren beeldjes te laten vullen in ruil voor zijn vrijlating. Maar dat hielp hem niet. Opnieuw was er bedrog in het spel! Nadat de beloofde losprijs was opgestapeld, werd Atahualpa, de dertiende Inka, die door de monniken als een afgodendienaar werd bezien, eerst als katholiek gedoopt en vervolgens gewurgd.

Het begin van het einde

Dat Atahualpa gevangengenomen werd en werd vermoord, was een dodelijke slag voor het Inkarijk. Maar de Indiaanse bevolking verzette zich tegen de indringers, en de doodsstrijd van het rijk duurde nog veertig jaar.

Toen er versterking arriveerde, waren Pizarro en al zijn soldaten erop gebrand naar Cuzco te gaan om nog meer Inkagoud te bemachtigen. Bij deze jacht hadden de Spanjaarden er geen problemen mee zich van wrede martelingen te bedienen om de Indianen geheimen over schatten te ontfutselen, of personen die weerstand boden te intimideren en te onderdrukken.

Vergezeld door Huascars broer prins Manco II, die de volgende Inka zou worden (Manco Inka Yupanqui), stootte Pizarro door naar Cuzco en beroofde de stad van heel haar immense rijkdom aan goud. De gouden beelden werden bijna allemaal omgesmolten tot staven goud voor Spanje. Geen wonder dat Engelse zeerovers graag de Spaanse galjoenen buitmaakten die de rijke schatten van Peru vervoerden! Zwaar beladen met rijkdommen vertrok Pizarro naar de kust, waar hij in 1535 de stad Lima stichtte als het centrum van zijn regering.

Manco Inka Yupanqui, die tegen die tijd heel goed doorhad hoe hebzuchtig en bedrieglijk de veroveraars waren, organiseerde een opstand. Ook anderen rebelleerden tegen de Spanjaarden, maar na verloop van tijd moesten de Indianen zich naar afgelegen plaatsen terugtrekken om zich zo goed mogelijk te weren. Een van deze toevluchtsoorden kan de heilige stad Machu Picchu zijn geweest, verborgen in de bergen.

De laatste Inka

Als laatste werd Tupac Amarú, een zoon van Manco Inka Yupanqui, de Inka (1572). Spaanse onderkoningen heersten nu over Peru. De onderkoning Toledo had zich ten doel gesteld de Inka de genadeslag toe te brengen. Met een groot leger ging hij naar de omgeving van Vilcabamba. Tupac Amarú werd in de jungle gevangengenomen. Hij en zijn zwangere vrouw werden naar Cuzco gebracht om geëxecuteerd te worden. Een Cañari-Indiaan hief het terechtstellingswapen tegen Tupac Amarú. De duizenden Indianen die op het plein bijeengekomen waren, kreunden in een hoorbaar verdriet toen hun Inka met één slag werd onthoofd. Zijn bevelhebbers werden doodgemarteld of opgehangen. Met een wrede doeltreffendheid kwam de heerschappij van de Inka aan haar eind.

Samen met veel katholieke monniken en priesters breidden de aangestelde onderkoningen langzaam hun invloed, ten goede en ten kwade, over de Indianen uit, die een lange tijd gewoon als slaven werden bezien. Velen werden gedwongen in goud- of zilvermijnen te werken; een daarvan was een berg met rijke zilverafzettingen, gelegen in Potosí (Bolivia). Om de onmenselijke omstandigheden te doorstaan, namen de mishandelde Indianen hun toevlucht tot cocabladeren vanwege de bedwelmende uitwerking ervan. Pas in het begin van de negentiende eeuw verwierven Peru en Bolivia onafhankelijkheid van Spanje.

Hedendaagse afstammelingen van de Inka

Hoe is het gesteld met de afstammelingen van de Inka in deze moderne tijd? De Peruaanse hoofdstad Lima is een miljoenenstad als vele andere moderne steden. Maar op het platteland lijkt het soms alsof de klok honderd jaar geleden is blijven stilstaan. Veel afgelegen dorpen worden nog steeds overheerst door katholieke priesters. Voor de Indiaanse boer is de katholieke kerk op het dorpsplein de belangrijkste attractie. De vele beelden van schitterend geklede heiligen, de veelkleurige lichtjes, het gouden altaar, de brandende kaarsen, de mystieke ceremoniën die de priester reciteert en vooral de dansen en feesten — dit alles appelleert aan zijn behoefte aan afleiding. Maar zulke oogstrelende afleidingen hebben nooit de oude geloofsovertuigingen verdreven. En het gebruik van cocabladeren, waarvan men denkt dat ze mystieke krachten hebben, beïnvloedt nog steeds het leven van velen.

Met hun onverzettelijke geest zijn deze afstammelingen van de Inka — van wie er velen van gemengd bloed zijn — erin geslaagd hun kleurrijke dansen en typische huaino-muziek te behouden. Ook al staan zij aanvankelijk gereserveerd tegenover vreemdelingen, hun ingewortelde gastvrijheid komt toch naar boven. Voor degenen die deze afstammelingen van het Inkarijk persoonlijk kennen — die hun dagelijkse strijd om te overleven zien en zich hun lot aantrekken — is hun verhaal beslist hartverscheurend!

Opleiding brengt veranderingen

In een interview met Ontwaakt! vertelde Valentin Arizaca, een afstammeling van Aymará-sprekende Indianen uit het dorp Socca aan het Titicacameer: „Voordat ik een van Jehovah’s Getuigen werd, was ik alleen in naam katholiek. Samen met enkele vrienden van mij hield ik mij nog steeds bezig met veel heidense gebruiken. Ik kauwde ook op cocabladeren, maar nu heb ik dat alles achter mij gelaten.”

De 89-jarige Petronila Mamani, die zich de vele bijgelovigheden waardoor zij in een voortdurende angst verkeerde de apus te mishagen nog goed kan herinneren, zei: „Ik bracht geregeld offers om de berggoden gunstig te stemmen en mijn middelen van bestaan zeker te stellen. Ik wilde hen in geen geval mishagen en de daaruit voortvloeiende plagen riskeren. Nu heb ik op mijn gevorderde leeftijd geleerd dingen anders te bezien. Dank zij de bijbel en Jehovah’s Getuigen denk ik nu niet meer zo.”

Jehovah’s Getuigen leren veel Quechua- en Aymará-sprekende Indianen lezen. Zij geven op hun beurt bijbels onderwijs aan anderen. Op die manier worden duizenden Inka- en Spaanse Indianen onderwezen zodat zij hun leven kunnen verbeteren. Zij leren ook over Gods belofte in de bijbel van een nieuwe wereld van gerechtigheid, vrede en rechtvaardigheid, die binnenkort op de hele aarde tot stand gebracht zal worden. — 2 Petrus 3:13; Openbaring 21:1-4.

[Voetnoten]

a Het woord „Inka” kan op de opperheerser van het Inkarijk en ook op de inwoners ervan duiden.

[Kaarten op blz. 15]

(Zie publicatie voor volledig gezette tekst)

Het Gouden Rijk van de Inka

ZUID-AMERIKA

Cuzco

Potosí

INKARIJK

[Kaart]

CARIBISCHE ZEE

GROTE OCEAAN

COLOMBIA

ECUADOR

ANDES

PERU

Cajamarca

Lima

Pachacamac

Vilcabamba

Machu Picchu

Cuzco

Titicacameer

BOLIVIA

CHILI

ARGENTINIË

[Illustraties op blz. 16]

Boven: De oorspronkelijke zonnetempel dient als een fundament voor deze katholieke kerk in Cuzco

Links: Fallisch beeld uit de pre-Inkatijd in een tempel in Chucuito

Rechts: Het bloed van Inka-offers liep langs deze steengravures

[Illustraties op blz. 17]

Rechts: Geïrrigeerde terrassen in Machu Picchu, vlak bij Cuzco

Onder: Kijkje door een oude deuropening in Machu Picchu

Rechts onder: Rotsblokken van wel 100 ton van de vesting-tempel Sacsahuaman

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen