De pygmeeën — Mensen van het oerwoud
DOOR ONTWAAKT!-CORRESPONDENT IN DE CENTRAALAFRIKAANSE REPUBLIEK
KOM eens kennis maken met de Binga, de pygmeeën bij ons in de Centraalafrikaanse Republiek. Waarschijnlijk hebt u wel eens iets over pygmeeën gehoord en gelezen, maar wellicht hebt u nooit een van hen ontmoet. Wanneer u Bangui, de hoofdstad, bezoekt, is het nog geen twee uur reizen naar hun gebied.
Jehovah’s Getuigen hebben een belangrijke boodschap voor alle naties, stammen, rassen en etnische groepen. Onze christelijke predikingsactiviteit strekt zich uit tot alle soorten van mensen, ook tot de pygmeeën. — Openbaring 14:6.
Ga dus met ons mee om te zien hoe zij wonen en op het goede nieuws van Gods koninkrijk, dat het Paradijs op aarde zal brengen, reageren. Het zal een aangename en fascinerende dag voor u zijn.
Onderwerp van studie
Het is passend om voor ons vertrek wat nazoekwerk te doen over de mensen die wij zullen bezoeken. Er zijn boeken beschikbaar, geschreven door mannen die maandenlang onder de pygmeeën gewoond hebben om hun cultuur, godsdienst en gewoonten te bestuderen.
Door over deze vreedzame en vriendelijke mensen te lezen en hen vervolgens te bezoeken, krijgen wij antwoord op een aantal vragen, zoals: Waar zijn de pygmeeën vandaan gekomen? Wat kunnen wij van hen leren? Waar wonen zij? Waarin verschillen zij van andere groepen Afrikanen? In hoeverre vermengen zij zich met de rest van de bevolking?
Volgens Webster’s Third New International Dictionary zijn pygmeeën „kleine mensen uit equatoriaal Afrika van nog geen anderhalve meter lang, . . . die de talen spreken van de naburige bevolkingsgroepen”. Men neemt aan dat de pygmeeën van Afrika en de negrito’s (wat „kleine negers” betekent) van Oceanië en Zuidoost-Azië geen gemeenschappelijke oorsprong hebben.
De term „pygmee” komt van een Grieks woord dat „afstand van de elleboog tot de knokkels” betekent. Pygmeeën staan bekend als jagers en verzamelaars. In totaal zijn er wereldwijd naar schatting iets meer dan 200.000 pygmeeën.
Serge Bahuchet en Guy Philippart de Foy verschaffen ons meer interessante details in hun boek Pygmées — peuple de la forêt. De pygmeeën, zo zeggen zij, wonen diep in de oerwouden van de Volksrepubliek Congo, de Democratische Republiek Congo, Gabon, Kameroen en de Centraalafrikaanse Republiek, en zijn zelfs tot ver in het oosten van Rwanda en Boeroendi te vinden.
Niemand weet precies waarvandaan of wanneer de pygmeeën zijn gekomen. Zij duiden zichzelf nooit als „pygmee” aan. In de Centraalafrikaanse Republiek worden zij gewoonlijk Binga genoemd, maar in andere landen staan zij bekend als Kola, Bongo, Aka, Mbènzèlè, Twa en Mbuti.
Het eerste bezoek
In een Land Cruiser vertrekken wij ’s morgens vroeg (om een uur of zeven) vanuit Bangui zuidwaarts, richting Mbaïki/Mongoumba. De weg is slechts de eerste honderd kilometer verhard. Het is raadzaam een auto met vierwielaandrijving te hebben omdat de weg na de regen van afgelopen nacht glibberig is.
Wij rijden door een weelderig groen landschap met enorme wouden en door dorpjes waar op tafeltjes langs de weg verschillende soorten bananen, alsook ananassen, maniok, maïs, pompoenen en pinda’s worden aangeboden. Voedselschaarste is hier onbekend. Als gevolg van de goede grond en het vochtige klimaat is er een overvloed aan tal van voedingsgewassen. Dan, plotseling, zijn wij in het eerste Binga-„dorp”, of liever gezegd kamp.
Zij wonen in verrassend kleine koepelvormige hutjes met één opening erin die groot genoeg is om doorheen te kruipen. De hutten — zo’n tien tot vijftien stuks, keurig in een cirkel — worden door vrouwen opgetrokken, van stokken en bladeren uit het nabijgelegen oerwoud. Ze dienen slechts om in te slapen of bij zware regen in te schuilen. Alles wordt verder in de open lucht gedaan.
Wij stappen uit de auto om enkele vrouwen te begroeten, die allen een klein kind op de heup dragen. Een paar mannen die onze auto hebben gehoord, komen aanrennen om te zien wie wij zijn en wat wij willen. Zij hebben een aantal honden bij zich, elk met een belletje om de nek gebonden.
Van ons nazoekwerk herinneren wij ons dat de pygmeeën alleen honden als huisdier houden. Ze worden ingezet bij de jacht. En vanaf de grond tot in de boomkruinen is er heel wat om op te jagen. Zo wordt er volgens het boek Pygmées — peuple de la forêt gejaagd op vogels, apen, olifanten, kafferbuffels, ratten, antilopen, wilde zwijnen, eekhoorns, en nog een heleboel andere dieren. Geen enkele jager kan buiten een trouwe hond.
In onze gesprekken met deze mensen gebruiken wij het boek Mijn boek met bijbelverhalen en de brochure Geniet voor eeuwig van het leven op aarde!a Daarin wordt met behulp van illustraties getoond dat de aarde weldra een paradijs zal zijn met prachtige wouden, waar geen ziekte of dood meer zal zijn (Openbaring 21:4, 5). Beide publikaties worden in het Sango gedrukt, de taal die door meer dan negentig procent van de bevolking, met inbegrip van de pygmeeën, wordt gesproken. Deze vreedzame mensen nemen overal waar zij wonen de taal van hun Afrikaanse buren over. Dit is noodzakelijk omdat zij ruilhandel met hen drijven.
Al snel staan er een aantal mannen en vrouwen om ons heen, opgewonden het ene plaatje na het andere bekijkend, terwijl zij naar de gegeven uitleg luisteren. Van vorige, in de loop der jaren gebrachte bezoeken kennen zij ons als Jehovah’s Getuigen. Zij zijn blij exemplaren van de publikaties te ontvangen. Maar het probleem is dat zij niet kunnen lezen. De regering en andere instanties spannen zich al jaren in om hen te leren lezen en schrijven, maar tevergeefs. Er werd onderwijs voor hun kinderen geregeld. De scholen functioneerden enige tijd, maar na korte of langere tijd kwamen de meeste kinderen niet meer. Een leraar die pygmeeën les heeft gegeven, zei dat zij er tijdens de les blijk van geven opmerkelijk goed te kunnen leren, maar dat zij na verscheidene maanden de lessen te hebben bijgewoond, gewoon verdwijnen. De plaatselijke autoriteiten en anderen blijven echter pogingen doen om hun formeel onderwijs te verschaffen.
Van Jehovah’s Getuigen is bekend dat zij teruggaan naar mensen die belangstelling voor Gods Woord tonen. Maar wij verwachten niet bij ons volgende bezoek dezelfde Binga aan te treffen, omdat zij het hele jaar door steeds verhuizen. Zij verdwijnen diep in het oerwoud, hun huis, voor maanden achtereen. Pogingen om hen hun trekkende bestaan vaarwel te laten zeggen, hebben erg weinig succes gehad. Het is echt een volk dat zich diep in het oerwoud thuisvoelt. Rondtrekken en jagen is hun leven, en niets houdt hen daarvan tegen.
Dagelijks leven, huwelijk en gezin
Het zijn voornamelijk de mannen die jagen en de vrouwen die zo ongeveer alles verzamelen wat het woud voortbrengt: paddestoelen, wortels, bessen, bladeren, noten, insekten, termieten, wilde honing en, niet te vergeten, hun zo geliefde rupsen. Dit alles hebben zij nodig als voedsel en ruilwaar. De Afrikaanse buren van de pygmeeën, vaak les grand noirs (de grote zwarten) genoemd, zijn voor deze zaken grotendeels van hen afhankelijk. In ruil daarvoor leveren zij potten, pannen, machetes, werktuigen (bijvoorbeeld bijlen en messen), zout, palmolie, maniok, bananen en, helaas, ook tabak, plaatselijk bereide alcohol, en cannabis. De laatste drie artikelen zijn een enorm probleem voor deze nederige mensen. Vaak steken zij zich in de schuld om ze te krijgen, en beetje bij beetje wordt hun leven geruïneerd.
De mannen zijn gewoonlijk monogaam. Zij zien er echter geen been in te scheiden of hun vrouw te verlaten om bij een andere partner te gaan wonen. Het meeste respect geldt de vader of de oudste in het kamp. Hij geeft geen bevelen, maar zijn raad wordt gewoonlijk opgevolgd. U zult bemerken dat pygmeeën van hun kinderen houden. Moeder en vader dragen hun kleintje geregeld. Daardoor is er een voortdurend contact met beide ouders, waar die ook heen gaan of wat zij ook doen, of het nu werken, jagen of dansen is.
’s Nachts slapen de kleintjes tussen hun ouders in. Overdag waken de ouders, broers, zussen, ooms en grootouders over hen, en bovendien genieten zij de belangstelling van het hele kamp. Ouders en familieleden bezoeken elkaar zeer frequent. Dit alles houdt de familiebanden sterk. In de westerse beschaving hangen gezinnen dikwijls als los zand aan elkaar of zijn ze uiteengevallen, maar hier is de situatie heel anders.
De pygmeeën leven weliswaar apart van hun Afrikaanse buren, maar zij hebben wel economische banden met hen. Niet alleen is er geregeld contact via ruilhandel, maar ook worden zij regelmatig als landarbeider gevraagd voor het werk op de koffie- en cacaoplantages. Zij werken dan wellicht een paar weken, krijgen betaald en verdwijnen vervolgens voor langere tijd diep in het oerwoud. Wie weet is de koffie waar u vanmorgen van hebt genoten, door de handen van Centraalafrikaanse pygmeeën gegaan.
Religie
De Binga zijn gelovige mensen, maar hun religieuze leven wordt beheerst door bijgeloof en traditie. Hun rituelen gaan vergezeld van muziek, zang (jodelen) en dans. Het boek Ethnies — droits de l’homme et peuples autochtones zegt het volgende: „Voor de mensen die diep in het oerwoud wonen, heeft God de wereld — lees het oerwoud — geschapen. Na de schepping van de eerste mensenparen . . . trok hij zich terug naar de hemel en verloor zijn belangstelling voor het reilen en zeilen van de mens. In zijn plaats heerst nu een uiterst machtige geest, de god van het oerwoud.” Natuurlijk wijkt dit sterk af van wat de bijbel in Genesis hoofdstuk 1, 2 en Psalm 37:10, 11, 29 over God en zijn voornemen uiteenzet.
Een intelligent volk
Meer dan eens worden pygmeeën door bepaalde mensen bespot of zelfs geminacht, omdat zij pygmeeën als inferieur of minder intelligent bezien. Maar Patrick Meredith, hoogleraar psychofysica aan de Universiteit van Leeds (Engeland) zei: „Als je ziet hoe pygmeeën in hun natuurlijke omgeving van plantevezels bruggen maken en een geslaagd leven leiden, kun je je afvragen wat je met intelligentie bedoelt.”
Wij weten dat de gehele mensheid van het eerste mensenpaar, Adam en Eva, afstamt. Handelingen 17:26 zegt: „[God] heeft uit één mens [Adam] elke natie van mensen gemaakt om op de gehele oppervlakte der aarde te wonen.” En Handelingen 10:34, 35 verklaart dat „God niet partijdig is, maar in elke natie is de mens die hem vreest en rechtvaardigheid beoefent, aanvaardbaar voor hem”. Daarom willen wij deze mensen bijbelse waarheden brengen, opdat ook zij de hoop kunnen hebben dat wij in de tijd leven dat binnenkort de hele aarde veranderd zal worden in een prachtig paradijs met veel uitgestrekte wouden.
[Voetnoten]
a Uitgegeven door de Watchtower Bible and Tract Society of New York, Inc.
[Illustraties op blz. 23]
1. De bijbelse boodschap wordt gedeeld met de pygmeeën; 2. pygmese houtsnijder; 3. typisch pygmees onderkomen