Weet u dat?
(De antwoorden van deze quiz zijn te vinden in de vermelde bijbelcitaten, en de volledige lijst met antwoorden staat op bladzijde 27. Raadpleeg voor aanvullende informatie de publikatie „Inzicht in de Schrift” of „Hulp tot begrip van de bijbel”, beide uitgegeven door de Watchtower Bible and Tract Society of New York, Inc.)
1. Toen Jezus de schriftgeleerden en Farizeeën hekelde, zei hij dat wie ’vermoord werd tussen het heiligdom en het altaar’? (Mattheüs 23:35)
2. Wie was Benjamins eerstgeboren zoon? (Genesis 46:21)
3. Welke Aäronitische priester was een bekend afschrijver en leraar van de Wet? (Nehemia 8:1, 2)
4. Wat moet iemand in de ogen van de wereld worden om werkelijk wijs te zijn? (1 Korinthiërs 3:18, 19)
5. Wat is de zesde letter van het Hebreeuwse alfabet?
6. Waartoe leidt volgens Paulus de liefde voor geld? (1 Timotheüs 6:10)
7. Waarop leek de „vloer” van de hemelse wagen in Ezechiëls visioen? (Ezechiël 1:22)
8. Wat was de naam van de baai waar zeelieden vreesden dat hun schip vast zou lopen toen zij Paulus als gevangene naar Rome brachten? (Handelingen 27:17)
9. Van welke boom kwam Aärons staf? (Numeri 17:8)
10. Hoever ging Lot om zijn gasten tegen het gepeupel te beschermen? (Genesis 19:6-8)
11. Hoe luidt de bijbelse naam voor de Egyptische stad Memphis? (Jesaja 19:13)
12. Hoe wordt het wijfje van het edelhert genoemd? (Spreuken 5:19)
13. Welke insekten worden „een volk” genoemd wegens hun betrekkelijk gecompliceerde sociale organisatie? (Spreuken 30:25)
14. Wie was de Kanaänitische vader van Juda’s vrouw? (Genesis 38:2)
15. Hoe wordt de bastaard van een ezelhengst en een paardemerrie genoemd? (2 Samuël 13:29)
16. Waarvan wordt gezegd dat ze „iets verfoeilijks voor Jehovah” zijn? (Spreuken 12:22)
17. Voor welke valse god hadden, zoals aan Elia werd verteld, 7000 in Israël zich niet gebogen? (1 Koningen 19:18)
18. Welk woord is gebruikt als vertaling van zowel het Hebreeuwse als het Griekse woord voor Sjeool en Hades, met als gevolg verwarring over wat er met de doden gebeurt? (Handelingen 2:31, Statenvertaling)
19. Wie dacht ten onrechte dat de rechtvaardige Hanna dronken was? (1 Samuël 1:13)
20. Wie in de gemeente in Rome werd door Paulus „de goedgekeurde in Christus” genoemd? (Romeinen 16:10)
21. Van welke apostel werden meer verklaringen in de Evangeliën opgetekend dan van een van de andere elf? (Mattheüs 15:15)
22. Door wat te verklaren ontkwam Paulus aan geseling? (Handelingen 22:25-29)
23. Welke twee specerijen gebruikte Nikodemus bij het gereedmaken van Jezus’ lichaam voor de begrafenis? (Johannes 19:39)
24. Hoeveel melaatsen genas Jezus de keer dat er slechts één terugkwam om hem te bedanken? (Lukas 17:12-19)
25. Over iemand met welke kwaal was het afsmeken van kwaad bij de Wet verboden omdat hij zich niet kon verdedigen? (Leviticus 19:14)
Antwoorden van de quiz
1. „Zacharia, de zoon van Berechja”
2. Bela
3. Ezra
4. Een dwaas
5. Waw
6. „Schadelijke dingen”, waaronder ’van het geloof afdwalen’
7. „Het geglinster van ontzagwekkend ijs”
8. Syrtis
9. Amandelboom
10. Hij bood hun zijn dochters aan
11. Nof
12. Een hinde
13. Mieren
14. Sua
15. Een muildier
16. Leugenlippen
17. Baäl
18. Hel
19. De hogepriester Eli
20. Apelles
21. Petrus
22. Dat hij een Romein was
23. Mirre en aloë
24. Tien
25. Doofheid