Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g97 8/12 blz. 16-18
  • De overlevingsstrijd van de Franse bijbel

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • De overlevingsstrijd van de Franse bijbel
  • Ontwaakt! 1997
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Het wordt ernst met de strijd
  • De verdediging van de bijbel gemobiliseerd
  • Een gevaarvolle strijd
  • Tegenaanvallen
  • De genadeslag
  • Lefèvre d’Étaples: Hij wilde dat gewone mensen de Bijbel kenden
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk (publieksuitgave) 2016
  • De bijbel in het Italiaans — Een veelbewogen geschiedenis
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 2005
  • Het gewone volk mocht de Bijbel niet lezen
    Ontwaakt! 2011
  • Een bericht van tegenstand tegen bijbelonderricht
    Ontwaakt! 1982
Meer weergeven
Ontwaakt! 1997
g97 8/12 blz. 16-18

De overlevingsstrijd van de Franse bijbel

DOOR ONTWAAKT!-CORRESPONDENT IN FRANKRIJK

RUIM honderd miljoen mensen in de wereld spreken Frans. Zelfs indien u niet tot hen behoort, is de overlevingsstrijd van de Franse bijbel boeiend om te lezen, voor een deel wegens de connectie met de vrijheid van godsdienst. In de loop van de eeuwen zijn veel Franse bijbels wreed aan hun eind gekomen door de hand van vijanden en valse vrienden. In weerwil van intimiderende tegenstand riskeerden vertalers en drukkers hun leven om de strijd te winnen.

In de twaalfde eeuw waren vertalingen van gedeelten van de bijbel beschikbaar in een aantal landstalen, waaronder het Frans. Groepen die door de Katholieke Kerk als ketters werden beschouwd, moedigden het gebruik ervan aan. Maar pas in de negentiende eeuw begon men de bijbel alom in het Frans te verspreiden. Dat er eerst zo veel eeuwen moesten verstrijken, getuigt van de hachelijke beproevingen die de Franse bijbel heeft doorgemaakt voordat de strijd gewonnen was.

Een van de eerste boeken in het Frans was een bijbels woordenboek dat omstreeks 900 G.T. verscheen. Het was bedoeld om lezers te helpen bij het begrijpen van de bijbel in het Latijn, de taal die de Katholieke Kerk gebruikte. Maar tegen die tijd werd het Latijn niet langer gesproken door het gewone volk, dat een aantal dialecten gebruikte. Zo werd hun de toegang tot het Woord van God ontzegd. Die bleef voorbehouden aan de geestelijken, die Latijn hadden gestudeerd en het konden lezen.

In 842 G.T. verscheen het eerste officiële staatsdocument in het Frans. Daarmee werd stilzwijgend erkend dat de meerderheid van het volk niet langer Latijn sprak. Godsdienstige gedichten in de volkstaal begonnen rond 880 G.T. in Frankrijk te verschijnen. Het duurde echter nog twee eeuwen voordat er bijbelvertalingen verschenen. Tot de eerste behoorden de Normandisch-Franse vertalingen van gedeelten van de bijbel, vervaardigd in het begin van de twaalfde eeuw.

Het wordt ernst met de strijd

De eerste duurzame poging om de Franse bevolking de Heilige Schrift beschikbaar te stellen in een vorm die zij konden lezen, werd in het werk gesteld door Petrus Waldus, een twaalfde-eeuws koopman uit Lyon in Midden-Frankrijk. Waldus gaf opdracht tot het vertalen van gedeelten van de bijbel in het Provençaals, een dialect dat in Zuidoost-Frankrijk wordt gesproken. In 1179 liet hij zijn vertaling van gedeelten van de bijbel aan paus Alexander III aanbieden op het derde Lateraans concilie.

Later veroordeelde de kerk Waldus en zijn volgelingen als ketters en monniken verbrandden de vertalingen waartoe hij opdracht had gegeven. Van toen af aan verzette de kerk zich tegen elke poging om het Woord van God in de handen van het gewone volk te leggen.

De kerk maakte haar strategie in 1211 duidelijk door bijbels in de Oostfranse stad Metz te verbranden. In 1229 verbood het concilie van Toulouse uitdrukkelijk het gebruik door leken van bijbels in enige lands- of streektaal. Dit werd in 1234 gevolgd door het concilie van Tarragona in Spanje, dat het bezit van bijbels in enige Romaanse taal (een van het Latijn afstammende taal) verbood, zelfs voor de geestelijkheid.

Ondanks die niet-aflatende tegenstand verscheen de eerste complete vertaling van de bijbel in de Franse taal in de tweede helft van de dertiende eeuw. Deze anoniem vertaalde bijbel werd slechts op zeer beperkte schaal verspreid. In die tijd was de bijbel in geen enkele vorm voor het gewone volk beschikbaar. Kopieën werden handmatig vervaardigd. Door de hoge prijs en de beperkte verkrijgbaarheid bleef het bezit van de bijbel bijna exclusief beperkt tot de adel en de geestelijkheid.

De verdediging van de bijbel gemobiliseerd

Bij de uitvinding van de drukpers en het drukken met losse letters door Johannes Gutenberg omstreeks 1450 werd Frankrijk meegesleept door de revolutie in het drukken in Europa. Drie Franse steden — Parijs, Lyon en Rouen — werden belangrijke drukkerscentra, bolwerken in de verdediging van de bijbel.a

Tot aan dit stadium van de strijd waren Franse bijbelvertalingen op de Latijnse Vulgaat gebaseerd geweest. De Latijnse tekst was na duizend jaar van herhaaldelijk kopiëren bezoedeld geraakt met talrijke fouten, maar de kerk hield vast aan de Vulgaat. De Franse katholiek Jacques Lefèvre d’Étaples besloot echter de bijbel toegankelijk te maken voor het volk. In 1530 vertaalde hij de Vulgaat in het Frans en corrigeerde daarbij enkele van de fouten door Hebreeuwse en Griekse manuscripten te raadplegen die onlangs beschikbaar waren gekomen. Ook verwijderde hij de verwarrende leerstellige verklaringen die de kerk in de tekst had opgenomen.

De vertaling van Lefèvre kwam snel aan aanvallen bloot te staan. Enkele versies moesten buiten Frankrijk gedrukt worden. Die werden op de lijst gezet van door de kerk verboden boeken. Een tijdlang moest Lefèvre zich schuilhouden in Straatsburg, destijds een vrije rijksstad ten oosten van Frankrijk. Maar zijn vertaling was een succes.

De eerste Franse vertaling van de bijbel op basis van de tekst in de oorspronkelijke talen werd uitgegeven in 1535. De vertaler was de Franse protestant Pierre-Robert Olivétan, een neef van de hervormer Johannes Calvijn. Wegens de tegenstand van de kerk kon deze vertaling niet in Frankrijk worden gedrukt en dus werd ze gedrukt in het Zwitserse Neuchâtel, een pas ontstane protestantse gemeenschap. Olivétans Franse bijbelvertaling diende als standaard voor veel volgende herzieningen en bijbelvertalingen in andere talen.

Een gevaarvolle strijd

In Frankrijk vonden enkele moedige drukkers, onder wie Étienne Dolet in 1546, de dood op de brandstapel wegens het drukken van de bijbel. Het concilie van Trente bekrachtigde in 1546 de „authenticiteit” van de Vulgaat, ondanks de fouten die erin stonden, en van toen af aan nam de kerk een steeds krachtiger standpunt in tegen vertalingen in de volkstaal. In 1612 ondernam de Spaanse inquisitie een felle campagne om alle bijbels in de volkstaal te vernietigen.

De vervolging leidde soms tot ingenieuze vindingen. Er werden „chignon”- of „knot”-bijbels vervaardigd, die zo klein waren dat ze bij een vrouw in de haarknot verstopt konden worden. En in 1754 werden er uittreksels van de Hebreeuwse en Griekse Geschriften gedrukt in een boek dat slechts drie bij vijf centimeter groot was.

Tegenaanvallen

Mettertijd keerde het tij echter. Nadat de bijbel eeuwenlang boosaardige aanvallen had doorstaan, werden er beslissende klappen in zijn voordeel uitgedeeld. Nieuwe denkbeelden en vrijheid van godsdienst, verleend na de Franse Revolutie, luidden het einde in voor de kerkelijke tegenstand. Zo werd er in 1803 een protestants Nieuw Testament in Frankrijk gedrukt, het eerste in 125 jaar!

Hulp kwam er ook van bijbelgenootschappen. In 1792 werd in het Engelse Londen de French Bible Society opgericht, „om zo veel mogelijk Franse bijbels te verschaffen aan de Fransen die deze goddelijke schat niet bezitten in een taal die begrijpelijk voor hen is”. Andere bijbelgenootschappen wierpen zich eveneens in de strijd. Hun streven om de bijbel in het Frans uit te geven en te verspreiden, werd met succes bekroond.

De genadeslag

De Katholieke Kerk verzette zich tegen elke verandering in haar tactiek, maar ze streed een verloren strijd. In de loop van de negentiende eeuw vaardigden pausen een serie verordeningen uit waarin zij zich onverbiddelijk tegen bijbels in de volkstaal verzetten. Nog in 1897 bevestigde paus Leo XIII dat ’alle vertalingen van de Heilige Boeken vervaardigd door ongeacht welke niet-katholieke schrijver en in ongeacht welke volkstaal, verboden zijn, vooral de door bijbelgenootschappen uitgegeven versies, die reeds verschillende keren door de paus van Rome veroordeeld zijn’.

Maar wegens de beschikbaarheid van goedkope protestantse bijbels uitgegeven door de bijbelgenootschappen, stond de Katholieke Kerk katholieke geleerden toe de bijbel in het Frans te vertalen. De vertaling van Augustin Crampon, eerst in zeven delen gepubliceerd (1894–1904) en vervolgens in één deel (1904), was de eerste Franse katholieke vertaling die op de oorspronkelijke tekst gebaseerd was. Opmerkelijk waren de talrijke wetenschappelijke voetnoten en het feit dat Crampon veelvuldig Jéhovah, de Franse vorm van Gods naam, gebruikte.

Ten slotte maakte het Vaticaan een totale ommezwaai met de encycliek Divino Afflante Spiritu van 1943, waarin de regels werden vastgesteld voor de vertaling van de bijbel in landstalen. Sindsdien zijn er veel katholieke vertalingen verschenen, waaronder La Bible de Jérusalem, een populaire vertaling die eerst in het Frans verscheen en later in verscheidene andere talen werd vertaald.

Een bijbel die Franssprekenden overal ter wereld heeft geholpen, is de Franse uitgave van de Nieuwe-Wereldvertaling van de Heilige Schrift. Deze werd in haar complete uitvoering voor het eerst in 1974 uitgegeven en in 1995 herzien. In de vele talen waarin de Nieuwe-Wereldvertaling tot dusver uitgebracht is, eert ze de Auteur van de bijbel door zijn naam, Jehovah, in de Hebreeuwse Geschriften te herstellen en, waar terecht, ook in de Griekse Geschriften. Er zijn tot nu toe ruim vijf miljoen exemplaren van de Franse uitgave gedrukt. Het lijdt geen twijfel dat de Franse bijbel zijn overlevingsstrijd heeft gewonnen.

[Voetnoten]

a Zo succesvol was het Franse drukken dat toen de Spaanse inquisitie in 1552 bevel gaf tot inbeslagneming van buitenlandse bijbels, de rechtbank van Sevilla berichtte dat zo’n negentig procent van de verbeurdverklaarde bijbels in Frankrijk was gedrukt!

[Illustratie op blz. 16]

De bijbel van Lefèvre d’Étaples uit 1530

[Illustratie op blz. 16]

De bijbel van Olivétan uit 1535

[Illustratie op blz. 17]

Een zeldzaam exemplaar van de „Bible du XIIIe siècle”

[Illustratieverantwoording op blz. 17]

Bijbels: Bibliothèque Nationale de France

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen