De Etrusken — Nog steeds een mysterie
DOOR ONTWAAKT!-CORRESPONDENT IN FRANKRIJK
„ZODANIG WAS DE MACHT VAN ETRURIA DAT HAAR FAAM LANDSTREKEN EN ZEEËN VULDE.” — LIVIUS, EERSTE-EEUWSE HISTORICUS.
WANNEER het over de Etrusken gaat, hebt u misschien het gevoel dat u daar niets van af weet, dat u nog niet eens met het ABC van dat onderwerp vertrouwd bent. Als u echter een taal spreekt waarvoor het Latijnse alfabet gebruikt wordt, hebt u zonder het te weten een deel daarvan aan de Etrusken te danken. Zonder de Etrusken zou het Latijnse alfabet zijn begonnen met a, b, g (zoals het Griekse alpha, bèta, gamma of het Hebreeuwse alef, beth, gimel). Maar al weten de filologen dan dat het Etruskische alfabet met a, b, c begon, de Etruskische taal is nog moeilijk te begrijpen. En dat is slechts één aspect van het Etruskische raadsel.
Door de eeuwen heen hebben geschiedkundigen gespeculeerd over de oorsprong van deze hoogst opmerkelijke beschaving. Toen de Etrusken in de vijfde eeuw v.G.T. hun bloeitijd beleefden, vormden zij een federatie van twaalf steden met een uitgestrekt Europees en Noordafrikaans handelsnetwerk. Toch waren zij nog maar vier eeuwen later volledig opgeslokt door de opkomende macht Rome. Wat weten wij echter van de Etrusken, en waarom is nog steeds zo veel een mysterie?
Mysterieuze oorsprong
Historici, archeologen en linguïsten houden zich al lang bezig met de oorsprong van de Etrusken. Zijn zij afkomstig uit Lydië, een provincie in Klein-Azië, zoals Herodotus suggereerde, of waren zij oorspronkelijke bewoners van Italië, zoals Dionysius van Halicarnassus in de eerste eeuw v.G.T. beweerde? Zouden er diverse oorsprongen geweest kunnen zijn? Wat het antwoord ook is, de etnische en culturele verschillen tussen hen en de hen omringende volken waren zo groot dat er nu geen zekerheid bestaat over hun prille begin.
Wij weten echter wel dat vanaf ruwweg de achtste eeuw v.G.T. de Etrusken in heel Midden-Italië een bloeitijd doormaakten. De Romeinen noemden hen Tusci of Etrusci, en hun gebied, tussen de Arno in het noorden en de Tiber in het zuiden, kwam bekend te staan als Toscane. Er is een tijd geweest dat zo’n vijftig Italische volken zich onder Etruskische overheersing bevonden.
Hoewel de Etruskische taal in grote trekken gebruik maakt van een vroege vorm van het Griekse alfabet — en zo de verwachting wekt gemakkelijk te ontcijferen te zijn — is ze in werkelijkheid heel anders dan elke andere bekende taal. Het grootste deel van de woordenschat die de Etrusken gebruikten, weet men nog niet te vertalen. Toch hadden zij een omvangrijke literatuur; boeken speelden een belangrijke rol in hun cultuur, vooral in zaken die met religie samenhingen. Hoewel er nu nog duizenden voorbeelden van Etruskische inscripties bestaan — op grafstenen, vazen en alabasten sarcofagen — bevatten ze betrekkelijk weinig tekst en bieden dus niet veel hulp bij het verklaren van de oorsprong en de betekenis van Etruskische woorden.
Een leven in welvaart
De Etrusken waren georganiseerd in autonome stadstaten, die aanvankelijk geregeerd werden door koningen en later door magistraten. Deze steden verenigden zich in een Etruskische bond, een los verband van religieuze, economische en politieke aard. Sommige Etruskische huizen waren voorzien van stromend water en stonden aan geplaveide straten, met riolering. Drainage van land werd veel toegepast. Etruskische koningen veranderden Rome zelf van een groep dorpen in een elegante, ommuurde stad die een netwerk van riolen rijk was, met inbegrip van de nog altijd aanwezige Cloaca Maxima.
De Etrusken ontleenden hun welvaart aan de rijke ertslagen in de gebieden die zij beheersten, zoals de ijzermijnen op het nabijgelegen eiland Elba. Om hun honger naar metaal te bevredigen wonnen de Etrusken ijzer, zilver en koper — en importeerden zelfs tin van de Britse Eilanden. Naast deze rijkdommen omvatte hun gebied vruchtbaar bouwland en weidegronden en leverde het hun granen, olijven en druiven en ook timmerhout op. Zowel deze natuurlijke rijkdommen als een omvangrijke binnenlandse en overzeese handel verschaften de Etrusken een bloeiende economie.
De Etrusken waren voortreffelijke zeevaarders. In 540 v.G.T. versloeg een gecombineerde vloot van Etruskische en Carthaagse schepen de Grieken en stelde zo de Etruskische overzeese handel zeker. Met de door hen uitgevonden ram op de boeg van hun oorlogsschepen waren zij klaar voor het zeegevecht. Produkten zoals het beroemde bucchero (zwart aardewerk) werden over zee geëxporteerd naar het verre Spanje en Egypte. Via landroutes exporteerden de Etrusken wijn naar Gallia (Frankrijk) en Germania (Duitsland) en verbreidden zo hun faam.
Etruskische levensgenieters
Tot de duurzaamste en meest verhelderende bronnen van informatie over de Etrusken behoren hun kunstwerken. De Etrusken waren een volk dat van luxe hield en zij vervaardigden rijkbewerkte gouden sieraden, waaronder oorringen, broches, hangers, armbanden en halskettingen. Ook nu nog is het een raadsel hoe zij de meest verfijnde kunstwerkjes vervaardigden met filigrain en granulering, waarvoor zij kleine gouden kraaltjes gebruikten. Naast zilver en andere kostbare metalen voor drinkbekers, schalen, kommen en eetserviezen bewerkten de Etrusken ook andere dure materialen, zoals ivoor.
De vele beeldhouwwerken, kunstvoorwerpen en muurschilderingen die zijn gevonden, onthullen de levensvreugde van de Etrusken. Zij keken graag naar wagenrennen, bokspartijen, worstelwedstrijden en atletiek. De koning zat hierbij misschien wel op een ivoren zetel, omringd door slaven die overwinningen hem hadden opgeleverd. Zijn purperen tuniek, symbool van zijn hoge positie, werd later door de Romeinen overgenomen. Thuis lag hij naast zijn vrouw aan maaltijden aan en luisterde hij naar het bespelen van de fluit of de aulos, een dubbele fluit, en keek hij naar dansen, terwijl hij bediend werd door zijn slaven.
Heel anders dan bij de Grieken en de Romeinen genoten de vrouwen in de Etruskische samenleving sociale gelijkheid. Zij konden onroerend goed bezitten en waren aanwezig bij sociale evenementen. Etruskische dames droegen een persoonlijke voornaam en een familienaam, wat bewijst dat zij zich op wettelijke rechten konden beroepen.
Vreemde geloofsovertuigingen
Een eerste-eeuwse historicus noemde de Etrusken „een volk dat meer dan andere aan religieuze gebruiken gehecht is”. De Etrusken aanbaden een menigte goden, met daarbij een voorkeur voor triaden, voor wie zij tempels met drie vertrekken bouwden. Elk vertrek bevatte een beeld. De Etruskische beschaving was opgebouwd rond mystieke Babylonische ideeën. Het belangrijkst daarin was het idee van een leven na de dood en een onderwereld. Lijken werden hetzij begraven of gecremeerd. Als ze gecremeerd werden, deed men de as in urnen die verschillende vormen konden hebben. Het plaatsen van de urn in een graf, samen met alles wat nodig werd geacht voor het leven in de onderwereld, ging vergezeld van rituelen, offers en plengoffers. De muren van de graven van welgestelden waren gedecoreerd met kleurrijke fresco’s met een verscheidenheid aan taferelen, soms met demonen of een hele verzameling vreeswekkende wezens. In één bron staat erover: „De Etrusken hielden van monsters.”
De Etruskische praktijk om als vorm van waarzeggerij de lever te schouwen, hepatoscopie genoemd, is terug te voeren tot Babylon. (Vergelijk Ezechiël 21:21.) Alle aspecten van hun leven en al hun beslissingen werden gezien in relatie tot hun goden. Mensen zochten voortekens op aarde of keken ervoor naar de hemel. Zo gewoon was waarzeggerij dat dergelijke praktijken bekend kwamen te staan als disciplina Etrusca, Etruskische wetenschap.
Geabsorbeerd en geheel verdwenen
In 509 v.G.T. kwam er een eind aan de lijn van Etruskische koningen die een eeuw over Rome hadden geheerst. Dit was een voorbode van wat er zou gebeuren. In het noorden werden de Etrusken bedreigd door de Kelten, wier invallen de Etruskische greep op dat gebied verzwakten. Meer naar het zuiden ondermijnden voortdurende grensconflicten met Italische volken hun machtsbasis en wakkerden interne sociale spanningen aan.
Tegen de derde eeuw v.G.T. was het Etruskische gebied onder Romeinse overheersing gekomen. Zo begon een periode van Romeinse culturele uitbreiding of romanisering. Uiteindelijk verdwenen in 90 v.G.T., toen het Romeins burgerschap aan alle Italische volken werd verleend, de laatste sporen van een Etruskische identiteit. Etrusken moesten Latijn spreken en werden in de Romeinse wereld geabsorbeerd. Kennelijk deden maar weinig Romeinse geleerden er moeite voor Etruskische literaire werken te vertalen of zelfs maar te bewaren. Zo verdween de Etruskische beschaving, met achterlating van een mysterie. Maar ze liet ook een erfenis na.
Een duurzame erfenis
De Etruskische erfenis is zelfs nu nog in Rome zichtbaar. De Romeinen hebben aan de Etrusken hun Capitolijnse tempel te danken, gewijd aan de ’trias’ Jupiter, Juno en Minerva; hun tempels met drie vertrekken; hun eerste stadsmuren; en het riool dat het water van het Forum wegvoerde. Zelfs de Capitolijnse wolvin (Lupa Capitolina), het symbool van Rome, is van Etruskische oorsprong. Bovendien namen de Romeinen een aantal Etruskische gebruiken over, zoals de spelen met gladiatorengevechten op leven en dood en gevechten met dieren. (Vergelijk 1 Korinthiërs 15:32.) De soort triomftocht die Paulus ongetwijfeld in gedachten had in een van zijn illustraties, was van Etruskische oorsprong. — 2 Korinthiërs 2:14.
Ook van Etruskische symbolen is veelvuldig gebruik gemaakt. De Etruskische priesterstaf, gelijkenis vertonend met een herdersstaf, is geïdentificeerd als de oorsprong van de bisschopsstaf in de christenheid. De Etruskische fasces (roeden samengebonden rond een bijl) werd door de Romeinen als een symbool van autoriteit gebruikt, was een embleem tijdens de Franse Revolutie en speelde opnieuw een rol in de Italiaanse fascistische partij in de twintigste eeuw.
Met al hun inspanningen hebben de archeologen bij het opgraven van het verleden de oorsprong van de Etrusken en veel aspecten van hun leven niet kunnen ophelderen. Het mysterie blijft.
[Kaart op blz. 24]
(Zie publicatie voor volledig gezette tekst)
ETRURIA
ITALIË
[Illustraties op blz. 24, 25]
1. Capitolijnse wolvin, symbool van de stad Rome, een kopie van het Etruskische bronzen beeld uit de vijfde eeuw v.G.T.
2. Met een inscriptie in Etruskisch (rechts) en Fenicisch (links) bevatten deze gouden plaatjes een wijdingsopdracht aan Uni (Astarte)
3. Etruskische sarcofaag van een echtpaar
4. Een Etruskische poort uit de vierde eeuw v.G.T. De Romeinen leerden het construeren van bogen van de Etrusken
5. Etruskisch mengvat met voet uit de zevende eeuw v.G.T., gebruikt voor het mengen van wijn
[Verantwoording]
Gouden plaatjes: Museo Nazionale di Villa Giulia, Rome; sarcofaag en mengvat: Musée du Louvre, Parijs