Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g97 8/9 blz. 5-8
  • Een wereld die heeft leren haten

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Een wereld die heeft leren haten
  • Ontwaakt! 1997
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Al op jonge leeftijd vangt het aan
  • Wat leert religie?
  • Vrees, boosheid of het idee benadeeld te zijn
  • Zal er ooit een eind komen aan haat?
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1995
  • De enige manier om haat uit te roeien
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 2000
  • Vragen van lezers
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 2005
  • Hoop voor slachtoffers van haat!
    Ontwaakt! 1984
Meer weergeven
Ontwaakt! 1997
g97 8/9 blz. 5-8

Een wereld die heeft leren haten

MENSEN zijn inherent zelfzuchtig. En zelfzucht kan, als ze niet wordt beheerst, verergeren tot haat. Alsof de van nature aanwezige zelfzucht nog niet erg genoeg is, geeft de maatschappij mensen een training in zelfzucht!

Generaliseringen hebben natuurlijk geen absolute geldigheid, maar bepaalde houdingen komen te vaak voor om ze als louter afwijkingen te mogen afdoen. Zijn politici er niet vaak meer in geïnteresseerd de verkiezingen te winnen dan dat zij iets voor hun kiezers willen doen? Zijn zakenmensen er niet vaak meer in geïnteresseerd winst te maken, zo nodig zonder scrupules, dan dat zij ervoor willen zorgen dat er geen schadelijke produkten op de markt komen? Zijn geestelijken er niet vaak meer in geïnteresseerd populair te zijn of geld binnen te halen dan dat zij hun kudden willen leiden langs wegen van moraliteit en liefde?

Al op jonge leeftijd vangt het aan

Wanneer kinderen opgroeien in een klimaat van toegeeflijkheid, worden zij in werkelijkheid getraind in zelfzucht, omdat consideratie en onzelfzuchtigheid geofferd worden op het altaar van hun kinderlijke wensen. Op school en op de universiteit wordt hun geleerd nummer één te willen zijn, zowel in cijfers als in sport. Het motto is: „Als je tweede bent, kun je net zo goed de laatste zijn!”

Videospelletjes met een grote dosis geweld leren jonge mensen om problemen op een zelfzuchtige manier op te lossen — elimineer de vijand! Niet bepaald een instelling die liefde kweekt! Meer dan tien jaar geleden waarschuwde de Amerikaanse directeur-generaal van de volksgezondheid dat videospelen een bedreiging vormden voor jonge mensen. Hij zei: „Slechts één ding is van belang: het neerschieten van de vijand. De spelen zijn in geen enkel opzicht opbouwend.” In een brief aan The New York Times werd opgemerkt dat veel videospelen ’voedsel geven aan de laagste instincten van de mens’, en ook: „Ze kweken een generatie van botte, slechtgehumeurde pubers.” Een videospelen-fanaat in Duitsland was eerlijk genoeg om de juistheid van dit laatste toe te geven toen hij zei: „Als ik ze speelde, werd ik overgeplaatst in een geïsoleerde droomwereld waar de primitieve stelregel gold: ’Dood of wordt gedood.’”

Gekoppeld aan racisme wordt haat nog onheilspellender. Duitsers maken zich dan ook begrijpelijkerwijs zorgen over het bestaan van rechts-extremistische video’s die geweld laten zien jegens buitenlanders, vooral Turken. En daar hebben zij alle reden voor, aangezien op 1 januari 1994 Turken 27,9 procent uitmaakten van Duitslands 6.878.100 buitenlandse inwoners.

Racistische gevoelens geven voeding aan wat het nationalisme kinderen al vanaf hun vroegste jeugd bijbrengt: De vijanden van je land haten is niet verkeerd. Een essay van George M. Taber, een medewerker van Time, bevatte de opmerking: „Van alle politieke ismen uit de geschiedenis is het nationalisme misschien wel het sterkste.” Taber legde vervolgens uit: „In naam daarvan is meer bloed vergoten dan voor enige andere zaak, religie uitgezonderd. Eeuwenlang hebben demagogen fanatieke menigten opgehitst door de een of andere naburige etnische groep verantwoordelijk te stellen voor al hun problemen.”

Reeds lang bestaande haat jegens andere etnische groepen, rassen of nationaliteiten vormt de oorzaak van veel van de hedendaagse problemen in de wereld. En xenofobie, vrees voor vreemdelingen of buitenlanders, is aan het toenemen. Interessant is overigens dat een groep Duitse sociologen ontdekte dat xenofobie zich het sterkst manifesteert op plaatsen waar weinig vreemdelingen wonen. Dit schijnt te bewijzen dat ze vaker wordt veroorzaakt door vooroordeel dan door persoonlijke ervaringen. „De vooroordelen van jonge mensen worden vooral gevoed door hun vrienden en familieleden”, was de bevinding van de sociologen. Ja, maar liefst 77 procent van de geïnterviewden had, hoewel zij het vooroordeel onderschreven, weinig of geen direct contact met buitenlanders.

Zelfzucht onderwijzen is niet moeilijk, want wij hebben allemaal een mate van zelfzucht van onvolmaakte ouders geërfd. Maar welke rol speelt religie in het conflict tussen liefde en haat?

Wat leert religie?

Over het algemeen hebben mensen van religie de voorstelling dat ze liefde aankweekt. Maar als dat zo is, waarom liggen er dan religieuze verschillen ten grondslag aan de spanningen in Noord-Ierland, het Midden-Oosten en India, om maar een drietal voorbeelden te noemen? Natuurlijk zullen sommigen aanvoeren dat politieke en niet-religieuze geschillen verantwoordelijk zijn voor de beroeringen. Dat is lang geen uitgemaakte zaak. En in elk geval is duidelijk dat de georganiseerde religie er niet in is geslaagd mensen een zo sterke liefde bij te brengen dat de politieke en etnische antipathieën overwonnen worden. Veel katholieke en orthodoxe gelovigen, en ook aanhangers van andere religies, gedogen in feite vooroordeel, terwijl dat tot geweld leidt.

Er is niets verkeerds aan om de leer en praktijken van een religieuze groep die men onjuist acht, te willen weerleggen. Maar geeft dit de persoon het recht geweld te gebruiken in zijn strijd tegen die groep of de leden ervan? The Encyclopedia of Religion geeft onverhuld toe: „In de geschiedenis van het Nabije Oosten en Europa hebben religieuze leiders herhaaldelijk opgeroepen tot gewelddadige aanvallen op andere religieuze groepen.”

Deze encyclopedie onthult dat geweld een integrerend deel van religie uitmaakt door te zeggen: „Darwinisten zijn niet de enigen die het conflict aanvaarden als iets wat noodzakelijk is voor zowel sociale als psychische groeiprocessen. Religie heeft gediend als een eindeloze bron van conflicten, van geweld en dus van groei.”

Geweld kan niet worden gerechtvaardigd met het argument dat het noodzakelijk zou zijn voor groei, want dat is in strijd met een welbekend beginsel dat door Jezus Christus werd uitgesproken toen de apostel Petrus een poging deed hem te beschermen. Petrus „strekte zijn hand uit en trok zijn zwaard en sloeg de slaaf van de hogepriester en hieuw hem het oor af. Toen zei Jezus tot hem: ’Steek uw zwaard weer op zijn plaats, want allen die naar het zwaard grijpen, zullen door het zwaard vergaan.’” — Mattheüs 26:51, 52; Johannes 18:10, 11.

Geweld gericht tegen personen — of zij nu goed zijn of slecht — is niet de weg der liefde. Mensen die hun toevlucht nemen tot geweld loochenen dan ook hun bewering dat zij een liefdevolle God navolgen. De schrijver Amos Oz merkte onlangs op: „Het is typerend voor religieuze fanatici . . . dat de ’bevelen’ die zij van God krijgen, altijd in essentie één bevel zijn: Gij zult doden. De god van alle fanatici heeft meer van de duivel weg.”

De bijbel zegt iets overeenkomstigs: „Hieraan zijn de kinderen van God en de kinderen van de Duivel kenbaar: Een ieder die geen rechtvaardigheid betracht, spruit niet uit God voort, evenmin als hij die zijn broeder niet liefheeft. Een ieder die zijn broeder haat, is een doodslager, en gij weet dat geen doodslager eeuwig leven blijvend in zich heeft. Indien iemand de bewering uit: ’Ik heb God lief’ en toch zijn broeder haat, is hij een leugenaar. Want wie zijn broeder, die hij heeft gezien, niet liefheeft, kan God, die hij niet heeft gezien, niet liefhebben. En dit gebod hebben wij van hem, dat degene die God liefheeft, ook zijn broeder moet liefhebben.” — 1 Johannes 3:10, 15; 4:20, 21.

Ware religie moet beantwoorden aan een patroon van liefde, wat inhoudt dat zelfs aan vijanden liefde betoond moet worden. Over Jehovah lezen wij: „Hij laat zijn zon opgaan over goddelozen en goeden en laat het regenen over rechtvaardigen en onrechtvaardigen” (Mattheüs 5:44, 45; zie ook 1 Johannes 4:7-10). Hoe verschillend van Satan, de god van haat! Hij verlokt en verleidt mensen ertoe een ontaard, misdadig en zelfzuchtig leven te leiden, en daarmee pijn en ellende over zich te brengen. En daarbij weet hij terdege dat deze ontaarde levensstijl uiteindelijk tot hun vernietiging zal leiden. Is dat de soort god die het waard is gediend te worden, een god die niet in staat is — kennelijk ook niet bereid is — zijn eigen volgelingen te beschermen?

Vrees, boosheid of het idee benadeeld te zijn

Dat deze factoren haat bewerken, kan gemakkelijk vastgesteld worden. Een bericht in Time zegt: „Sinds de moeilijke jaren ’30 heeft Europa’s heterogene verzameling ultra-rechtse bewegingen niet meer zo veel mooie kansen gehad als nu opnieuw het geval is. . . . Bezorgd om het behoud van hun baan keren mensen zich in kille woede tegen de machteloosheid van centrumregeringen en maken de buitenlanders in hun midden tot zondebok.” Jörg Schindler vestigde in de Rheinischer Merkur/Christ und Welt de aandacht op de tienduizenden politieke vluchtelingen die de laatste twintig jaar Duitsland zijn binnengestroomd. The German Tribune waarschuwt: „Racisme is in heel Europa in opkomst.” Het binnenstromen van grote aantallen immigranten creëert gevoelens van haat. Men hoort mensen klagen: ’Ze kosten ons geld, ze pikken onze banen in, ze zijn een gevaar voor onze dochters.’ Theodore Zeldin, lid van St. Antony’s College in Oxford, zei dat mensen „gewelddadig zijn omdat zij zich bedreigd of vernederd voelen. Het zijn de oorzaken van hun woede waar aandacht aan besteed moet worden.”

De Britse televisiejournaliste Joan Bakewell gebruikt passende woorden als zij onze wereld beschrijft, een wereld die haar burgers leert haten. Zij schrijft: „Ik ben geen orthodox christen, maar ik herken in de leringen van Jezus een diepe en absolute waarheid: kwaad is de catastrofale afwezigheid van liefde. . . . Ik weet dat wij in een maatschappij leven die weinig geloof hecht aan een leer van liefde. Ja, een maatschappij die veel te slim is voor zo’n naïeve en sentimentele en utopistische leer, die schimpt op de notie om zorg en onzelfzuchtigheid boven winst en eigenbelang te stellen. ’Wees reëel’, zegt ze als ze weer een deal sluit, zich van haar verplichtingen afmaakt en bewijzen dat ze verkeerd bezig is, wegwuift. Zo’n wereld produceert mislukkelingen, eenzamen, verliezers, die het niet hebben gemaakt omdat de maatschappij ’succes’ en ’zelfrespect’ en ’leuke gezinnetjes’ zo ontzettend belangrijk vindt.”

Het is duidelijk dat de god van deze wereld, Satan, de mensheid leert haten. Maar persoonlijk kunnen wij leren liefhebben. Het volgende artikel zal laten zien dat dit mogelijk is.

[Illustratie op blz. 7]

Zouden videospelletjes uw kinderen kunnen leren haten?

[Illustratie op blz. 8]

Het geweld van oorlog is een symptoom van onwetendheid en haat

[Verantwoording]

Pascal Beaudenon/Sipa Press

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen