Weet u dat?
(De antwoorden van deze quiz zijn te vinden in de vermelde bijbelcitaten, en de volledige lijst met antwoorden staat op bladzijde 26. Raadpleeg voor aanvullende informatie de publikatie „Inzicht in de Schrift” of „Hulp tot begrip van de bijbel”, beide uitgegeven door de Watchtower Bible and Tract Society of New York, Inc.)
1. Jehovah stond zijn tegenstanders toe zijn volk te verslaan wanneer het ontrouw was, maar waarom nam hij dan later wraak op die naties? (Deuteronomium 32:27; Jesaja 64:2; Nahum 1:2)
2. Welke naam gaf Rachel haar tweede zoon terwijl zij in het kraambed op sterven lag? (Genesis 35:18)
3. Waarmee vergeleek Paulus het geloof toen hij de geestelijke wapens van een christen vergeleek met vleselijke oorlogswapens? (Efeziërs 6:16)
4. Bij welke koning vond David een wijkplaats toen hij op de vlucht was voor koning Saul? (1 Samuël 27:2)
5. In ruil waarvoor beloofde de Duivel Jezus alle koninkrijken der aarde? (Lukas 4:5-7)
6. Welk snelle optreden van Pinehas maakte een eind aan de gesel waardoor 24.000 Israëlieten stierven? (Numeri 25:7-9)
7. Met welke uitdrukking gaf Job te kennen dat hij met niets of bijna niets aan de dood was ontsnapt? (Job 19:20)
8. Welk donkere hout wordt vaak met ivoor ingelegd gebruikt? (Ezechiël 27:15)
9. Wat was de reden waarom de Assyrische koning Tiglath-Pileser Syrië binnenviel, Damaskus innam en de ballingen naar Kir voerde? (2 Koningen 16:7-9)
10. Wat deed David tot grote verwondering van zijn dienaren nadat hij gehoord had dat zijn eerste zoon bij Bathseba was gestorven? (2 Samuël 12:21)
11. Wat werd door Jezus „de lamp van het lichaam” genoemd? (Mattheüs 6:22)
12. Met behulp waarvan zou Jehovah volgens zijn zeggen Gog naar zijn laatste aanval op Gods volk voeren? (Ezechiël 38:4)
13. Over wiens lichaam redetwistte de aartsengel Michaël met de Duivel? (Judas 9)
14. In welke plant voorzag God om de profeet Jona na diens missie in Nineve schaduw te verschaffen? (Jona 4:6)
15. Wat verleende Ahasveros aan zijn rechtsgebieden omdat hij zo verheugd was toen Esther zijn koningin werd? (Esther 2:18)
16. Wie werd geprest tot het helpen dragen van Jezus’ martelpaal? (Lukas 23:26)
17. Welke nakomeling van Juda was het die, omdat hij geen zonen had, zijn dochter aan zijn Egyptische knecht tot vrouw gaf om zijn afstammingslijn voort te zetten? (1 Kronieken 2:34, 35)
18. Waarvan verzekerde Rachels vroedvrouw haar voordat zij in het kraambed stierf? (Genesis 35:17)
19. Welke stoffen werden gebruikt voor de schoonheidsbehandelingen die Esther en de andere vrouwen kregen? (Esther 2:12)
20. Wie bracht de kwestie van een vervanger voor de ontrouwe Judas te berde? (Handelingen 1:15-22)
21. Wie was de vader van Izebel? (1 Koningen 16:31)
22. Welke twee mannen werden door Jehovah belast met de leiding van de bouw van de tabernakel? (Exodus 31:2, 6)
23. Welke raad gaf Jezus in verband met het lukraak afleggen van eden? (Mattheüs 5:37)
24. Van welk sterk geurende kruid maakt alleen Jezus melding in de bijbel? (Mattheüs 23:23)
Antwoorden van de quiz
1. Ter wille van zijn heilige naam — om die trotse en pochende naties te vernederen
2. Ben-Oni
3. Een groot schild
4. Koning Achis van Gath
5. „Een daad van aanbidding”
6. Hij doorstak de man en de vrouw met een lans
7. „Met de huid van mijn tanden”
8. Ebbehout
9. Hij werd omgekocht door de Judese koning Achaz
10. Hij hield op met vasten en ging eten
11. Het oog
12. Haken in zijn kaken
13. Mozes’ lichaam
14. Een fleskalebasplant
15. Amnestie
16. Simon van Cyrene
17. Sesan
18. Dat haar zoon levend ter wereld zou komen
19. Mirre-olie en balsemolie
20. Petrus
21. Ethbaäl, de koning van de Sidoniërs
22. Bezaleël en Oholiab
23. „Laat uw woord Ja gewoon Ja betekenen, en uw Neen, Neen”
24. Munt