Maggy’s lijdensweg en mijn zegening
Dinsdag 2 mei 1995 was de dag waarop mijn dochter werd geboren en mijn vrouw stierf. Droevig genoeg heeft Maggy het gezichtje van haar baby nooit gezien. Nu koester ik de hoop om Tamara aan haar moeder voor te stellen wanneer die een opstanding heeft ontvangen.
WIJ waren zestien jaar getrouwd toen mijn vrouw, Maggy, van haar arts te horen kreeg dat zij aan borstkanker leed en nog slechts enkele maanden te leven had. Dat was vijf jaar geleden. Gelukkig heeft Maggy die laatste jaren een vrij normaal leven kunnen leiden. Pas tegen het einde werd de pijn bijna ondraaglijk.
Omdat de kanker zich al in een vergevorderd stadium bevond, zeiden de artsen dat er weinig kans was dat Maggy zwanger zou worden. U kunt u dus de schok voorstellen toen er tijdens een routine-echo-onderzoek om de groei van de kankergezwellen na te gaan, een baby in haar baarmoeder werd ontdekt! Het was een meisje. Maggy was vier en een halve maand zwanger. Zij was dolblij met het vooruitzicht moeder te worden.
Maggy deed absoluut alles wat zij kon om zeker te stellen dat de baby gezond geboren zou worden. Zij lette op wat zij at, en zelfs toen de pijn in de laatste twee weken van haar leven folterend werd, nam zij alleen pijnstillers wanneer zij het niet meer kon uithouden.
Gezegend met een gezonde baby
Op zaterdag 29 april kreeg Maggy hartkloppingen en zei: „Ik denk dat ik doodga.” Ik bleef het hele weekend bij haar. Nadat ik ’s maandags de arts had gebeld, bracht ik haar onmiddellijk naar het ziekenhuis in Montreal (Canada), niet ver van ons huis in St. Jérôme.
De volgende morgen om ongeveer half zes kwam een verpleegster langs de deur van Maggy’s kamer en merkte dat zij het heel benauwd had. Kennelijk had zij een hartaanval. Er werd onmiddellijk een arts uit de kamer ernaast geroepen. Hoewel Maggy stierf, kon het medische team onze baby redden. Tamara werd twee en een halve maand te vroeg geboren en woog maar 1135 gram.
Aangezien Tamara’s bloedwaarden laag waren, wilden de artsen een bloedtransfusie toedienen. Zij werden echter aangemoedigd om in plaats daarvan het synthetische hormoon erytropoëtine te gebruiken. Dat deden zij, en toen dit produkt haar bloedwaarden bleek op te bouwen, zei een verpleegster: „Waarom gebruiken ze dat niet bij alle baby’s?”
Tamara had nog andere problemen die verband houden met een te vroege geboorte, maar die werden alle opgelost. Toen dr. Watters, een neuroloog, haar later onderzocht, zei hij zelfs tegen de verpleegster: „Ik denk dat u mij de verkeerde baby hebt gegeven om te onderzoeken; volgens mij ziet zij er volkomen normaal uit.”
De dood onder ogen zien en daarna verwerken
Het was vreselijk om Maggy te zien sterven. Ik voelde me zo hulpeloos. Het was heel moeilijk om over Maggy’s dood te praten. Toch deed ik dat wanneer mijn christelijke broeders en zusters naar het ziekenhuis kwamen. De pijn verdween langzaam naarmate ik er meer over praatte. Telkens wanneer ik een artikel in De Wachttoren of Ontwaakt! lees dat mij bijzonder treft, leg ik het apart op een speciaal plaatsje in mijn bibliotheek en pak het om het te lezen als ik er behoefte aan heb.
Een andere uitdaging was thuiskomen in een leeg huis. Eenzaamheid is heel moeilijk te verdragen. Dit gevoel steekt nog steeds de kop op, ook al doet opbouwende christelijke omgang mij echt goed. Maggy en ik deden altijd alles samen, en wij spraken over het probleem van eenzaamheid dat ik zou hebben. Zij wilde dat ik weer zou trouwen. Maar zo gemakkelijk liggen de dingen niet.
Steun van medechristenen
Ik weet niet wat ik zonder de steun van het Ziekenhuiscontactcomité (ZCC) van Jehovah’s Getuigen had moeten doen. De ochtend waarop Maggy stierf, was er een goed geïnformeerde Getuige van het ZCC in het ziekenhuis aanwezig en bood mij de hulp die ik nodig had.
Het ziekenhuispersoneel was onder de indruk van de hulp die ik van onze christelijke gemeente in St. Jérôme ontving, alsook van andere gemeenten in de omgeving. De avond waarop Maggy’s overlijden op onze christelijke vergadering werd bekendgemaakt, reageerden meer dan twintig lieve vrienden door hun hulp aan te bieden. De steun was inderdaad overweldigend.
Vrienden maakten eten voor mij klaar; het vriesvak van mijn koelkast was voor maanden gevuld. Mijn familie en mijn christelijke broeders en zusters namen het zelfs op zich om kleertjes voor mijn dochter te kopen. Zij brachten zoveel mee dat ik niet genoeg ruimte had om alles op te bergen.
Huidige vreugden en vooruitzichten voor de toekomst
Tamara helpt me om niet al te veel aan mijn verlies te denken. Zij heeft me helemaal ingepalmd. Elke dag, als ik haar met een vrolijk „goeiemorgen” begroet, antwoordt zij met een brede lach, begint te „praten” en zwaait heel opgewonden met haar armpjes en beentjes.
Als amateurastronoom zie ik ernaar uit om Tamara op mijn schoot te hebben en haar door mijn telescoop naar de hemelse wonderen van onze Grootse Maker, Jehovah, te laten turen. Nadenken over eeuwig leven in een paradijs op aarde is een echte bron van vertroosting. En de wetenschap dat dit het vooruitzicht voor Tamara is, geeft me nog meer vreugde. — Psalm 37:9-11, 29.
Wanneer ik terugkijk op de gebeurtenissen van de afgelopen vijf jaar, kan ik ze het best beschrijven als traumatisch en tegelijk vreugdevol. Ik heb veel over mezelf en over het leven zelf geleerd. Ik zie vurig uit naar de toekomst waarin, zoals de bijbel het beschrijft, ’de dood niet meer zal zijn, noch rouw, noch geschreeuw, noch pijn meer zal zijn’. — Openbaring 21:3, 4.
Dan, in de opstanding, zal Maggy zonder pijn diep adem kunnen halen. Bovenal is het mijn vaste hoop en wens daar te zijn om Tamara aan Maggy voor te stellen, zodat zij het kleine meisje waarvoor zij zoveel deed, kan zien. — Verteld door Lorne Wilkins.
[Illustratie op blz. 26]
Met mijn vrouw
[Illustratie op blz. 26]
Onze dochter Tamara