De zienswijze van de bijbel
Op wiens leiding kunt u vertrouwen?
„WE GAAN!”, kondigt de vader zijn vijfjarige zoontje aan. De vader steekt een hand uit, en zonder aarzelen reikt het jochie ernaar en klemt zijn handje om de vingers van zijn vader. Waarheen de reis ook gaat, het kind vertrouwt op de leiding van zijn vader en volgt hem onbevreesd. Wat er ook mag gebeuren, het kind blijft stevig vasthouden.
Zou u, aangezien wij in deze dagen van economische, politieke en persoonlijke onzekerheid leven, een leidende hand uit een bron die u onvoorwaardelijk kunt vertrouwen, niet verwelkomen? Maar wij leven in een tijd waarin gewetenloze mensen onervarenen uitbuiten. Wij hebben dus goede redenen om op te passen wie wij ons vertrouwen schenken. Misschien bent u in het verleden ernstig teleurgesteld toen iemand op wie u zich verliet voor leiding, u in de steek liet.
Niettemin moedigt de bijbel ons ertoe aan ons vertrouwen op God te stellen. „Want ik, Jehovah uw God, grijp uw rechterhand vast, die tot u zegt: ’Wees niet bevreesd. Ikzelf wil u helpen’”, tekende de profeet Jesaja op (Jesaja 41:13). En de apostel Petrus gaf de raad: „Vernedert u daarom onder de machtige hand van God, opdat hij u te zijner tijd moge verhogen, terwijl gij al uw bezorgdheid op hem werpt, want hij zorgt voor u.” — 1 Petrus 5:6, 7.
Toch zou u heel goed kunnen vragen: ’Welke reden heb ik om voor leiding op God te vertrouwen?’ De volgende deugdelijke redenen vinden wij in het verslag van de Israëlieten uit de oudheid.
De hand van God leidt zijn volk
Door de reeks gebeurtenissen die een hoogtepunt bereikte in de nacht van 14 Nisan 1513 v.G.T. werd de wil van de tirannieke taakoplegger Farao en van de Egyptenaren gebroken, zodat zij Gods volk, de Israëlieten, uit slavernij vrijlieten (Exodus 1:11-13; 12:29-32). Op 15 Nisan trok de natie Israël in grote vreugde de wildernis tegemoet, op weg naar het Beloofde Land. De meest rechtstreekse route liep noordwaarts, langs de kust van de Middellandse Zee, dicht langs het land dat door de gevreesde Filistijnen werd bewoond, en zo het Beloofde Land in. God had echter een andere route in gedachten. — Exodus 13:17, 18; Numeri 33:1-6.
God voorzag de natie Israël uit de oudheid van een zichtbare gids, die overdag als een wolkkolom en ’s nachts als een vuurzuil verscheen (Exodus 13:21, 22). Naast dit bovennatuurlijke verschijnsel gebruikte Jehovah de getrouwe man Mozes als zijn aardse vertegenwoordiger (Exodus 4:28-31). Er waren derhalve onbetwistbare bewijzen dat Gods hand de Israëlieten leidde.
Bij hun tweede legerplaats, Etham, „aan de rand van de wildernis”, beval Jehovah Mozes om te keren en zich aan de oever van de Rode Zee, te Pi-Hachiroth, te legeren (Exodus 13:20). Deze schijnbaar onverklaarbare wending bracht Farao ertoe te concluderen dat de Israëlieten ’in verwarring ronddoolden in het land’. Dit gaf Farao moed en hij veranderde van gedachten. Vastbesloten de Israëlieten weer tot slaven te maken, bracht hij zijn leger bijeen en zette de achtervolging in. — Exodus 14:1-9.
Door de natie een andere kant op te laten gaan, naar wat klaarblijkelijk een laagvlakte was die naar de Rode Zee leidde, leek Mozes de Israëlieten in een positie te brengen waarin zij in de val zaten tussen de bergen aan de beide zijden van het kamp te Pi-Hachiroth, de Rode Zee en het naderende leger van Farao. Naar het scheen, waren de Israëlieten een gemakkelijke prooi geworden die zich snel zou laten overmeesteren of vernietigen.
Wat voor uitwerking had dit op hen? Zouden zij vertrouwen tonen in de leiding van Jehovah? Ogenschijnlijk was de situatie hopeloos. Daardoor raakten sommigen in paniek. Weer anderen begonnen tegen Mozes te murmureren. Sommigen waren zelfs bereid het op te geven en tot Egyptische slavernij terug te keren! — Exodus 14:10-12.
Houd de hand van God stevig vast!
In deze situatie moesten de Israëlieten een kinderlijk vertrouwen in de Almachtige tonen. Wat de natie als geheel niet wist, was dat Jehovah goede redenen had om Mozes op te dragen de Rode Zee bij Pi-Hachiroth over te steken. Door de Israëlieten ten zuiden van het land van de Filistijnen het Beloofde Land te laten binnentrekken, gaf Jehovah blijk van liefdevol inzicht. Na 215 jaar in Egypte waren de Israëlieten beslist niet voorbereid op een oorlog met een natie van woeste strijders. Daarom koos Jehovah een route waardoor zo’n conflict werd vermeden.a — Exodus 13:17, 18.
De bevrijding van de natie en de nederlaag van Farao en zijn leger in de Rode Zee vormden een schitterend getuigenis van de reddende kracht van God. Wat waren de Israëlieten bovendien dankbaar dat zij, hoewel zij niet begrepen waarom God hen op die bepaalde manier had geleid, de hand van God niet hadden losgelaten! Zij hielden vast en zagen hoe de Rode Zee op wonderbaarlijke wijze werd gescheiden en hun vijanden werden vernietigd. Hun vertrouwen in de leiding van Jehovah werd beloond. — Exodus 14:19-31.
Laten wij nog eens kijken naar het voorbeeld van een kind dat de hand van zijn vader of moeder vasthoudt. Wanneer een kind bang wordt, hoe reageert het dan? In plaats van los te laten of zijn greep te laten verslappen, zal het kind met zijn handje de vingers van zijn vader of moeder nog steviger omklemmen. Door dat te doen toont het een onwrikbaar vertrouwen dat zijn vader of moeder tijdens moeilijkheden in onfeilbare leiding en kracht zal voorzien.
Evenzo dienen wij, wanneer wij in ons leven ellendige omstandigheden meemaken, onze greep te verstevigen, en nog meer op Gods leiding te vertrouwen! Zijn Woord, de bijbel, kan het licht worden dat ons leidt (Psalm 119:105). Bedenk ook dat vertrouwen samengaat met geduld. Wij moeten Jehovah derhalve de tijd geven dingen op te lossen, zelfs als wij enige tijd niet helemaal begrijpen waarom hij ons in een bepaalde richting leidt. Ja, wij kunnen op Gods leiding vertrouwen. — Exodus 15:2, 6; Deuteronomium 13:4; Jesaja 41:13.
[Voetnoten]
a Zie voor verdere inlichtingen over Pi-Hachiroth Hulp tot begrip van de bijbel, blz. 1240, 1241, uitgegeven door de Watchtower Bible and Tract Society of New York, Inc.