Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g96 8/11 blz. 10-13
  • Om mijn kind te bereiken, leerde ik een andere taal

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Om mijn kind te bereiken, leerde ik een andere taal
  • Ontwaakt! 1996
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Ik voelde me verpletterd
  • Wat zou het beste voor Spencer zijn?
  • Een belangrijk keerpunt voor mij
  • Tijd voor een verhuizing
  • „Wij kunnen overal over praten”
  • Een taal die u ziet!
    Ontwaakt! 1998
  • God geeft om doven
    Meer onderwerpen
  • Ondanks mijn doofheid en blindheid heb ik zekerheid gevonden
    Ontwaakt! 2001
  • Koester je dove broeders en zusters!
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 2009
Meer weergeven
Ontwaakt! 1996
g96 8/11 blz. 10-13

Om mijn kind te bereiken, leerde ik een andere taal

DE GEBOORTE van onze zoon Spencer in augustus 1982 was een van de gelukkigste momenten in ons leven. Het was een wolk van een baby! Mijn man en ik hadden vijf jaar gewacht voordat wij ons eerste kind namen. Terwijl de maanden na zijn geboorte verstreken, schonk het veel vreugde hem te zien groeien! Bij de maandelijkse routinecontroles in de spreekkamer van de dokter was alles altijd in orde. Ik dankte Jehovah voor zo’n schitterende zegen.

Tegen de tijd dat Spencer negen maanden was, begon ik echter te vermoeden dat er iets mis was. Hij reageerde niet op stemmen of op bepaalde geluiden. Om zijn gehoor te testen, ging ik op een plaats staan waar hij mij niet kon zien en dan sloeg ik op een pan of op iets anders. Soms draaide hij zich om, maar er zat geen lijn in zijn reacties. Bij de controle in de negende maand besprak ik mijn bezorgdheid met de dokter, maar hij verzekerde mij dat het prima ging met mijn zoon en dat er niets was om mij zorgen over te maken. Maar terwijl de maanden verstreken, reageerde hij nog steeds niet en maakte ook geen spraakgeluiden.

Toen hij een jaar was, uitte ik bij de controle opnieuw mijn bezorgdheid tegenover de dokter. Opnieuw kon hij niets vinden, maar hij verwees ons naar een audioloog. Ik ging er met Spencer heen voor een onderzoek, maar de resultaten waren niet eenduidig. Ik ging een tweede en een derde keer terug, slechts om te vernemen dat de resultaten nog steeds niet overeenstemden. De dokter was van mening dat naarmate Spencer opgroeide, hij betere testresultaten zou behalen. De eerste drie levensjaren van een kind zijn van essentieel belang voor zijn taal- en spraakontwikkeling. Ik begon mij heel erg bezorgd te maken. Ik vroeg de audioloog herhaaldelijk of er een test bestond die overtuigende resultaten kon opleveren. Ten slotte sprak hij over hersenstamaudiometrie, een gehooronderzoek dat in de Massachusetts Eye and Ear Infirmary, een ziekenhuis in Boston, werd verricht.

Ik voelde me verpletterd

De week daarop gingen wij naar het ziekenhuis in Boston. Ik bad Jehovah om mij de kracht te geven de uitkomst, wat die ook mocht zijn, aan te kunnen. In mijn hart dacht ik dat Spencer slechthorend was en dat hij alleen maar een hoortoestel nodig zou hebben. Wat had ik het mis! Na het onderzoek riep de specialiste ons bij zich in haar kantoor. De resultaten waren overtuigend: Spencer had een ernstig perceptieverlies. Toen ik vroeg wat dat precies betekende, legde zij uit dat mijn zoon niet in staat was spraakklanken te horen, evenmin als de meeste andere geluiden. Dat had ik niet verwacht te horen te krijgen; ik voelde me verpletterd.

Onmiddellijk vroeg ik me af: ’Hoe heeft dit kunnen gebeuren? Wat kan de oorzaak geweest zijn?’ Ik dacht terug aan mijn zwangerschap en de bevalling. Alles was prima gegaan. Spencer had nooit oorontsteking gehad en was nooit zwaar verkouden geweest. Ik werd overweldigd door mijn emoties! Wat moest ik nu doen? Ik belde mijn familie en een paar vrienden op en vertelde hun de testresultaten. Eén vriendin, een Getuige, moedigde mij aan het als een uitdaging te bezien; ik zou Spencer gewoon op een andere manier moeten onderwijzen. Ik was Jehovah dankbaar voor de benodigde kracht.

Wat zou het beste voor Spencer zijn?

Ik wist niets over het grootbrengen van een doof kind of wat het betekende doof te zijn. Hoe moest ik mijn zoon grootbrengen en hoe kon ik volwaardig met hem communiceren? Er stormden zo veel gedachten en zorgen door mijn hoofd.

De week daarop gingen wij naar het ziekenhuis terug, en de specialiste besprak onze keuzemogelijkheden. Zij legde uit dat één methode, de orale of mondelinge benadering, zich richtte op het ontwikkelen van spraakvaardigheid en het leren spraakafzien (liplezen). Een andere methode was het gebruik van gebarentaal, de taal van de doven. Er bestond een programma waarbij gebarentaal werd onderwezen en dat later ook onderwijs in spraakafzien en spreken zou omvatten. De specialiste raadde tevens het gebruik van hoortoestellen aan om Spencers aanwezige gehoorresten te versterken. Daarop bezochten wij een plaatselijke audioloog, die Spencer oorstukjes en hoortoestellen aanmat. Tijdens ons bezoek opperde de audioloog dat Spencer een heel goede kandidaat voor de orale methode zou zijn.

Wat zou het beste voor Spencer zijn? Ik dacht na over wat werkelijk belangrijk was. Jehovah wil dat wij met onze kinderen communiceren; dit is van essentieel belang, willen wij een succesvol gezinsleven hebben. Wij zouden de orale methode kunnen volgen en ons kunnen concentreren op het ontwikkelen van spraakvaardigheid en het leren spraakafzien. Het was mogelijk dat Spencer zo goed kon leren spreken dat anderen hem konden verstaan. Maar dat zouden wij pas na jaren weten! Wat moesten wij nu doen? Wij besloten gebruik te maken van gebarentaal.

De maand daarna werd Spencer opgenomen in wat destijds een programma van totale communicatie werd genoemd. Zowel Spencer als ik leerden eenvoudige gebarentaal, en Spencer kreeg ook les in gesproken Engels en spraakafzien. Men liet mij zien hoe ik mijn zoon kon onderwijzen. De maanden verstreken en Spencer maakte heel goede vorderingen. Toch had ik nog momenten waarop het mij allemaal te veel werd. Ik raakte ontmoedigd wanneer ik merkte dat andere kinderen „Mamma” zeiden of „Jehovah” leerden zeggen. Maar dan vroeg ik mij af: ’Waarom ben ik ontmoedigd? Mijn zoon is gelukkig en gezond.’ Ik bad tot Jehovah om mij te helpen dankbaar te zijn voor het voorrecht zo’n geweldig kind te hebben.

Toen Spencer twee jaar was, troffen wij regelingen om een congres van Jehovah’s Getuigen bij te wonen waar het programma vertaald zou worden in ASL (Amerikaanse gebarentaal). Ik besprak mijn gevoelens van ontmoediging met een echtpaar dat al vele jaren met dove Getuigen werkte. Zij vertelden mij over de maandelijkse ASL-vergaderingen van Jehovah’s Getuigen die in Massachusetts werden gehouden en moedigden mij aan erheen te gaan.

Ik volgde hun raad op, en zowel Spencer als ik begonnen die vergaderingen te bezoeken. Daar hadden wij de gelegenheid met dove volwassenen kennis te maken en om te gaan. In onze Engelstalige gemeente had Spencer weinig van de vergaderingen opgestoken. Hij klampte zich altijd aan mij vast, omdat ik de enige was met wie hij kon communiceren. Zijn frustratie tijdens die vergaderingen nam toe naarmate hij ouder werd, en hij ging zich steeds slechter gedragen. Maar wanneer wij vergaderingen in gebarentaal bijwoonden, was dit niet het geval. Hij kon vrijelijk met iedereen contacten leggen zonder zijn moeder als tolk te moeten gebruiken. Hij kweekte de zo noodzakelijke vriendschapsbanden met mensen in de gemeente aan. Wij beiden maakten vorderingen in het gebruik van gebarentaal, en ik leerde hoe ik een betere onderwijzer tijdens onze huisbijbelstudie kon zijn. Wat geweldig! Nu kon ik voor het eerst met mijn zoon op de vergaderingen zijn en gewoon zijn MOEDER zijn in plaats van zijn tolk!

Een belangrijk keerpunt voor mij

Toen Spencer drie jaar was, schreef ik hem met toestemming van mijn man in op een programma voor dove en slechthorende kinderen, dat in een openbare school werd gehouden. Er werden groepsbijeenkomsten geboden om de ouders te instrueren, en ik maakte gebruik van deze gelegenheid om meer te leren. Op één bijeenkomst werd de groep toegesproken door een panel van dove volwassenen en tieners. De panelleden legden uit dat zij weinig of geen communicatie met hun ouders of met de rest van het gezin hadden. Toen ik hun vroeg hoe dat kwam, antwoordden zij dat hun ouders nooit gebarentaal hadden geleerd, en daarom hadden zij nooit volwaardig met hun ouders kunnen communiceren over het leven, hun gevoelens of hun interesses. Zij schenen zich geen deel van het gezin te voelen.

Dit was een belangrijk keerpunt voor mij. Ik dacht aan mijn zoon. Ik kon de gedachte niet verdragen dat hij zou opgroeien en het huis uit zou gaan zonder ooit een band met zijn ouders te hebben gehad. Ik was vastbeslotener dan ooit om mijn bekwaamheid in gebarentaal te blijven vergroten. Naarmate de tijd verstreek, ging ik steeds meer beseffen dat de beslissing om gebruik te maken van gebarentaal, het beste voor ons was. Zijn taal ontwikkelde zich steeds meer en wij konden elk onderwerp bespreken, zoals: „Waar willen wij met vakantie naar toe?” of: „Wat wil je worden als je groot bent?” Ik besefte hoeveel ik zou hebben gemist als ik had geprobeerd mij voor communicatie op gesproken taal te verlaten.

Toen Spencer vijf jaar was, werd hij in een gewone schoolklas geplaatst met horende kinderen en een onderwijzeres die gebarentaal kende. Hij volgde dit programma drie lange jaren. Hij haatte de school, en het was niet gemakkelijk hem zo’n moeilijke tijd te zien doormaken. Gelukkig kon ik met hem communiceren terwijl wij naar verschillende manieren zochten om zijn frustraties het hoofd te bieden. Ten slotte trok ik echter de conclusie dat dit programma op de openbare school niet goed was voor zijn zelfrespect of zijn ontwikkeling.

In 1989 strandde mijn huwelijk. Nu was ik een alleenstaande ouder met een zesjarige zoon die snel vaardiger werd in gebarentaal. Hoewel ik met hem kon communiceren, wist ik dat ik bekwamer moest worden in ASL om de communicatie tussen ons gaande te houden en te versterken.

Tijd voor een verhuizing

Ik onderzocht veel programma’s voor dove kinderen in verschillende staten en vond een school in Massachusetts waar gebruik werd gemaakt van zowel ASL als Engels — men beschouwt dat als een tweetalige benadering. Bovendien kwam ik te weten dat er in het gebied van Boston binnenkort een ASL-gemeente van Jehovah’s Getuigen opgericht zou worden, en een vriend raadde ons aan daarheen te verhuizen. Als alleenstaande ouder was de gedachte om ons huis, onze familie en onze vrienden in het landelijke New Hampshire te verlaten en naar een grotestadsgebied te verhuizen, moeilijk te aanvaarden. Ook Spencer vond het heerlijk op het platteland te wonen. Maar er waren twee dingen die ik moest overwegen. Spencer moest naar een school waar zowel onderwijzers als leerlingen vrijelijk in gebarentaal communiceerden, en ik was van mening dat wij beter in een gemeente met andere dove Getuigen konden zijn.

Wij verhuisden vier jaar geleden, toen Spencer negen jaar was. Kort daarna werd de gebarentaal-gemeente in Malden (Massachusetts) opgericht en sindsdien is Spencer met sprongen vooruitgegaan. Zijn gedrag is veel beter geworden, en hij vindt het heerlijk op de vergaderingen. Ik geniet ervan hem met anderen te zien communiceren en vriendschapsbanden te zien aankweken. De dove broeders en zusters in de gemeente zijn schitterende voorbeelden voor mijn zoon, want zij helpen hem te beseffen dat ook hij geestelijke doeleinden kan bereiken. En die heeft hij bereikt. Hij houdt nu lezinkjes op de theocratische bedieningsschool en dient als een niet-gedoopte verkondiger. Hij heeft de wens geuit gedoopt te worden.

Wat voel ik me gelukkig in de bediening wanneer ik hem tegenover andere dove mensen in gebarentaal uiting zie geven aan zijn geloof! Zijn zelfrespect is enorm toegenomen. Spencer heeft me verteld hoe hij over de gemeente denkt. Hij zei: „Wij horen hier. De broeders en zusters kunnen met me communiceren.” Mijn zoon smeekt mij niet langer om onmiddellijk na de vergadering weg te gaan. Nu moet ik hém vertellen dat het tijd is om uit de Koninkrijkszaal weg te gaan!

Op zijn huidige school kan Spencer gemakkelijk met de andere dove kinderen communiceren. Zijn gesprekken met hen hebben hem geholpen het verschil te zien tussen de wereldse kijk op kinderen en de wijze waarop Jehovah hen beziet. Spencer en ik communiceren vrijuit en hebben een hechte band, in overeenstemming met bijbelse beginselen. Als hij ’s middags thuiskomt, doen wij zijn huiswerk samen. Wij gaan samen naar onze vergaderingen en in de van-huis-tot-huisbediening. Spencer ziet echter dat niet alle kinderen op zijn school zo’n hechte band met hun ouders hebben. — Kolossenzen 3:20, 21.

„Wij kunnen overal over praten”

Ongeveer een jaar geleden merkte ik dat Spencer naar mij keek alsof hij mij iets wilde vertellen. Ik vroeg hem of hij iets nodig had. „Nee”, antwoordde hij. Ik stelde hem een paar vragen, hoe het op school ging en zo. Ik zag dat er iets was wat hij mij wilde zeggen. Toen, tijdens onze gezinsstudie van De Wachttoren, zei hij: „Wist u dat sommige ouders van leerlingen op mijn school geen gebarentaal kennen?” Ik keek hem verbaasd aan. „Echt waar”, zei hij. „Er zijn ouders die niet met hun kinderen kunnen communiceren.” Hij legde uit dat enkele ouders de school hadden bezocht en dat hij hen had zien wijzen en uitbeelden wat zij wilden zeggen, in een poging met hun kinderen te communiceren. „Ik ben zo blij dat u gebarentaal hebt geleerd. Wij kunnen communiceren. U wijst niet alleen maar; wij kunnen overal over praten.”

Wat raakte dat mijn hart! Velen van ons waarderen de krachtsinspanningen van onze ouders pas wanneer wij volwassen zijn. Maar hier vertelde mijn zoon van twaalf mij hoe dankbaar hij was dat wij zinvolle gesprekken met elkaar konden hebben.

Een van mijn doeleinden als moeder was een goede verhouding en een hechte band met mijn zoon te hebben. Dit zou waarschijnlijk niet verwezenlijkt zijn als ik geen gebarentaal had geleerd. Mijn opdracht aan Jehovah heeft mij gemotiveerd om mijn verantwoordelijkheden als ouder serieus op te vatten; dit heeft het gemakkelijker gemaakt om belangrijke beslissingen in verband met communicatie te nemen. Wij beiden hebben in geestelijk opzicht voordeel getrokken van deze beslissingen. Hoe belangrijk zijn de woorden in Deuteronomium 6:7, waar ouders instructies krijgen om met hun kinderen over de geboden van Jehovah te spreken ’wanneer zij in hun huis zitten en wanneer zij op de weg gaan en wanneer zij neerliggen en wanneer zij opstaan’! Ik ben werkelijk dankbaar dat Spencer en ik vrijuit kunnen communiceren over „de grote daden van God” (Handelingen 2:11). — Verteld door Cindy Adams.

[Inzet op blz. 12]

’Ik kon de gedachte niet verdragen dat hij zou opgroeien zonder ooit een band met zijn ouders te hebben gehad’

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen