Hoe ziet hun toekomst er uit?
IN EEN interview met Ontwaakt! zei de Cheyenne Lawrence Hart, vredeshoofdman, dat een van de problemen waarmee Indianen kampen „is dat wij met de krachten van acculturatie en assimilatie te maken hebben. Wij verliezen bijvoorbeeld onze taal. Eens was dat een bewust beleid van de overheid. Er werd van alles gedaan om ons te ’beschaven’ door onderwijs. Wij werden naar kostscholen gestuurd en mochten onze eigen taal niet spreken.” Sandra Kinlacheeny vertelt: „Als ik op mijn kostschool Navaho sprak, waste de onderwijzeres mijn mond uit met zeep!”
Hoofdman Hart vervolgt: „Een aanmoedigende factor van de laatste tijd is dat verscheidene stammen ontwaken. Zij beseffen dat hun talen zullen uitsterven als er geen moeite wordt gedaan tot behoud ervan.”
Er zijn nog maar tien mensen over die Karuk spreken, een taal van een van de Californische stammen. In januari 1996 stierf Red Thunder Cloud (Carlos Westez), de laatste Indiaan die Catawba sprak, op 76-jarige leeftijd. Jarenlang had hij niemand gehad om mee te spreken in die taal.
In de Koninkrijkszalen van Jehovah’s Getuigen in de Navaho- en Hopi-reservaten in Arizona spreekt bijna iedereen Navaho of Hopi en Engels. Zelfs niet-Indiaanse Getuigen leren Navaho. De Getuigen moeten Navaho kennen om hun bijbelse onderwijzingswerk te doen, daar veel Navaho alleen hun eigen taal beheersen. Het Hopi en Navaho worden nog volop gesproken en de jongeren worden aangemoedigd die talen op school te gebruiken.
Indiaans onderwijs
Er zijn in de Verenigde Staten 29 Indiaanse instellingen voor hoger onderwijs, met 16.000 studenten. De eerste werd in 1968 in Arizona geopend. „Dit is een van de prachtigste omwentelingen in Indianenland, het recht om op onze eigen voorwaarden onderwijs te geven”, zei dr. David Gipp van het Comité voor Hoger Onderwijs voor Indianen. Op de Sinte Gleska University is het Lakota een verplicht vak.
Volgens Ron McNeil (Hunkpapa-Lakota), voorzitter van het Indiaanse Universiteitsfonds, variëren de werkloosheidscijfers voor Indianen van 50 tot 85 procent en hebben zij van alle bevolkingsgroepen in de Verenigde Staten de laagste levensverwachting en de hoogste percentages diabetes, tuberculose en alcoholisme. Beter onderwijs is slechts een van de maatregelen die kunnen helpen.
Heilige grond
Voor veel Indianen is het land van hun voorouders heilig. White Thunder zei in dat verband tegen een senator: „Ons land hier is voor ons het kostbaarste op aarde.” Bij het sluiten van verdragen en overeenkomsten gingen Indianen er vaak van uit dat het daarbij ging om het gebruik van hun land door de blanke en niet om het totale bezit en eigendom ervan. De Sioux-Indianenstammen verloren in de jaren ’70 van de vorige eeuw kostbare grond in de Black Hills van Dakota toen er mijnwerkers toestroomden, op zoek naar goud. In 1980 veroordeelde het Amerikaanse Hooggerechtshof de regering van de Verenigde Staten tot betaling van ongeveer $105 miljoen als schadevergoeding aan acht Sioux-stammen. Tot nu toe hebben de stammen geweigerd de betaling te aanvaarden — zij willen hun heilige grond, de Black Hills van South Dakota, terug.
Veel Sioux-Indianen zijn niet blij met de in Mount Rushmore in de Black Hills uitgehouwen gezichten van blanke presidenten. In een nabijgelegen berg scheppen beeldhouwers een nog groter portret. Het is het portret van Crazy Horse, de aanvoerder van de Oglala-Sioux. Het gezicht zal in juni 1998 voltooid zijn.
Hedendaagse uitdagingen
Om het in de huidige wereld te redden, hebben de Indianen zich in allerlei opzichten moeten aanpassen. Velen hebben nu een goede opleiding en hebben hoger onderwijs genoten; zij beschikken over bekwaamheden die zij goed kunnen gebruiken in stamverband. Daar is bijvoorbeeld Burton McKerchie met zijn vriendelijke stem, een Chippewa uit Michigan. Hij heeft documentaires gefilmd voor de Public Broadcasting Service en werkt nu op een middelbare school in het Hopi-reservaat in Arizona als coördinator van een onderwijsprogramma met video’s voor de hele staat. Een ander voorbeeld is Ray Halbritter, een stamleider van het Oneida-volk die een Harvard-opleiding heeft.
Arlene Young Hatfield merkte in een artikel in de Navajo Times op dat de jonge Navaho niet dezelfde dingen meemaken of dezelfde offers brengen als hun ouders en grootouders toen die opgroeiden. Zij schreef: „Door het [moderne] comfort hebben zij nog nooit, zoals hun voorouders, hout gesprokkeld of gehakt, water gehaald of schapen gehoed. Zij dragen niet bij tot het bestaansonderhoud van onze familie zoals de kinderen dat lang geleden deden.” Zij concludeert: „Het is onmogelijk aan de vele sociale problemen te ontkomen die onvermijdelijk van invloed zullen zijn op onze kinderen. Wij kunnen onze gezinnen of het reservaat niet afschermen van de rest van de wereld en al evenmin terugkeren tot het leven dat onze voorouders hadden.”
Daarin ligt de uitdaging voor de Indianen — hoe hun unieke stamtradities- en waarden te behouden en zich toch aan te passen aan de snel veranderende wereld buiten.
De strijd tegen drugs en alcohol
Tot op de dag van vandaag wordt de Indiaanse samenleving geteisterd door alcoholisme. Dr. Lorraine Lorch, die de Hopi- en Navaho-populatie twaalf jaar gediend heeft als kinderarts en huisarts, zei in een interview met Ontwaakt!: „Alcoholisme is voor zowel mannen als vrouwen een ernstig probleem. Sterke lichamen vallen ten prooi aan cirrose, dodelijke ongelukken, zelfmoord en doodslag. Het is droevig te zien hoe het alcoholisme vóór kinderen, huwelijkspartner en zelfs God gaat. Lachen maakt plaats voor tranen, zachtaardigheid voor geweld.” Zij voegde eraan toe: „Zelfs sommige van de ceremoniën, eens als heilig beschouwd door de Navaho en de Hopi, worden nu soms ontheiligd door dronkenschap en onzedelijkheid. De alcohol berooft deze prachtige mensen van hun gezondheid, hun intelligentie, hun creativiteit en hun ware persoonlijkheid.”
Philmer Bluehouse, die in Window Rock (Arizona) vredestichter bij het Departement van Justitie van het Navaho-volk is, beschreef het gebruik van drugs en alcohol eufemistisch als „zelfmedicatie”. Deze genotmiddelen worden gebruikt om het verdriet te verdrinken en te ontkomen aan de harde werkelijkheid van een vaak zinloos leven zonder werk.
Maar veel Indianen hebben met succes gevochten tegen de drankduivel die door de blanke werd geïntroduceerd en hebben geworsteld om hun drugsverslaving de baas te worden. Twee voorbeelden daarvan zijn Clyde en Henrietta Abrahamson uit het Spokane-Indianenreservaat in de staat Washington. Clyde is stevig gebouwd en heeft donker haar en donkere ogen. Hij vertelde Ontwaakt!:
„Het grootste deel van ons leven hadden wij in het reservaat doorgebracht en toen verhuisden wij naar de stad Spokane om te gaan studeren. Onze manier van leven, waarin alcohol en drugs een rol speelden, stond ons niet aan. Het was het enige soort leven dat wij kenden. Wij groeiden op met een afkeer van deze twee invloeden wegens de problemen die wij ze hadden zien veroorzaken in de familie.
Toen kwamen wij in contact met Jehovah’s Getuigen. Wij hadden nog nooit van hen gehoord voordat wij naar de stad verhuisden. Onze vorderingen waren traag. Misschien kwam dat doordat wij mensen die wij niet kenden, vooral blanken, niet echt vertrouwden. Wij hadden ongeveer drie jaar dan eens wel en dan weer niet bijbelstudie. De lastigste gewoonte om mee te breken was voor mij het roken van marihuana. Ik had gerookt sinds mijn veertiende en ik was 25 voordat ik probeerde ermee te stoppen. Het grootste deel van mijn leven als jonge volwassene was ik high. In 1986 las ik een artikel in de Ontwaakt! van 22 januari met als titel „Iedereen gebruikt marihuana — Waarom ik dan niet?” Het doordrong me ervan hoe dom het is pot te roken — vooral nadat ik Spreuken 1:22 had gelezen, waar staat: ’Hoe lang zult gij, onervarenen, onervarenheid blijven liefhebben, en hoe lang moet gij, spotters, volslagen spot voor u begeren, en hoe lang zult gij, verstandelozen, kennis blijven haten?’
Ik brak met de gewoonte en in het voorjaar van 1986 trouwden Henrietta en ik. Wij werden in november 1986 gedoopt. In 1993 werd ik ouderling in de gemeente. Onze twee dochters zijn in 1994 als Getuigen gedoopt.”
Zijn casino’s en gokken een oplossing?
In 1984 waren er nog geen door Indianen gerunde gokgelegenheden in de Verenigde Staten. Volgens The Washington Post exploiteren 200 stammen dit jaar 220 gokgelegenheden in 24 staten. Opvallende uitzonderingen zijn de Navaho en de Hopi, die tot dusver de verleiding hebben weerstaan. Maar zijn casino’s en bingozalen de manier om welvaart en meer werkgelegenheid voor de reservaten te bereiken? Philmer Bluehouse vertelde Ontwaakt!: „Gokken is een tweesnijdend zwaard. De vraag is: Zullen er meer mensen zijn die er voordeel van hebben dan dat erdoor geschaad worden?” In een rapport staat dat Indiaanse casino’s in het hele land 140.000 banen hebben gecreëerd, maar ook dat slechts vijftien procent daarvan door Indianen wordt vervuld.
Cheyenne-hoofdman Hart gaf Ontwaakt! zijn mening over de invloed van casino’s en gokken op de reservaten. Hij zei: „Mijn gevoelens zijn tegenstrijdig. Het enige goede eraan is dat het de stammen banen en een inkomen verschaft. Aan de andere kant heb ik waargenomen dat veel van de klanten onze eigen mensen zijn. Sommigen die ik ken zijn aan bingo verslaafd geraakt en zij gaan er al vroeg voor van huis, nog voordat de kinderen van school thuiskomen. Die worden dan sleutelkinderen totdat hun ouders terugkomen van hun bingospel.
Het grootste probleem is dat de gezinnen denken dat ze zullen winnen en hun inkomen zullen vergroten. Over het algemeen is dat niet zo; ze verliezen. Ik heb hen geld zien uitgeven dat opzij was gelegd voor levensmiddelen of voor kleding voor de kinderen.”
Hoe ziet de toekomst er uit?
Tom Bahti verklaart dat er twee gangbare benaderingen zijn als de toekomst van de zuidwestelijke stammen ter sprake komt. „De eerste voorspelt zonder meer dat de inheemse culturen binnen niet al te lange tijd zullen opgaan in de hoofdstroom van het Amerikaanse leven. De tweede is vager . . . Daarbij heeft men het heel vriendelijk over het acculturatieproces, een bedachtzame vermenging van ’het beste van het oude met het beste van het nieuwe’ suggererend, een soort gouden culturele zonsondergang waarin de Indiaan schilderachtig mag blijven in zijn kunstnijverheid, kleurrijk in zijn godsdienst en wijs in zijn filosofie — maar redelijk genoeg in zijn relaties met ons (de superieure cultuur [van de blanke]) om de dingen op onze manier te bezien.”
Bahti stelt vervolgens een vraag. „Verandering is onvermijdelijk, maar wie zal er veranderen en met welk doel? . . . Wij [de blanken] hebben de ergerlijke gewoonte om alle andere volken als niets dan onontwikkelde Amerikanen te beschouwen. Wij nemen aan dat zij wel ontevreden moeten zijn met hun manier van leven en verlangend om te leven en denken zoals wij.”
Hij vervolgt: „Eén ding is zeker — de geschiedenis van de Indiaan is nog niet voorbij, maar hoe ze zal eindigen en of ze zal eindigen blijft nog te bezien. Misschien is de tijd er nog om onze resterende Indiaanse gemeenschappen te gaan beschouwen als waardevolle culturele bronnen in plaats van als louter lastige maatschappelijke problemen.”
Leven in een nieuwe wereld van harmonie en rechtvaardigheid
Op basis van de bijbel weten Jehovah’s Getuigen hoe de toekomst er voor Indianen en voor mensen van alle volken, stammen en talen uit kan zien. Jehovah God heeft beloofd „nieuwe hemelen en een nieuwe aarde” te scheppen. — Jesaja 65:17; 2 Petrus 3:13; Openbaring 21:1, 3, 4.
Deze belofte behelst geen nieuwe planeet. Zoals Indianen maar al te goed weten, is deze aarde een juweel wanneer ze wordt gerespecteerd en op de juiste manier wordt behandeld. In plaats daarvan doelt de bijbel op een nieuw hemels bestuur dat de plaats zal innemen van de uitbuitende menselijke regeringen. De aarde zal veranderd worden in een paradijs met herstelde wouden, vlakten, rivieren en wild. Alle mensen zullen een onzelfzuchtig aandeel hebben aan het beheren van het land. Van uitbuiting en hebzucht zal geen sprake meer zijn. Er zal een overvloed zijn aan goed voedsel en opbouwende activiteiten.
En met de opstanding van de doden zal al het onrecht uit het verleden teniet worden gedaan. Ja, zelfs de Anasazi (Navaho voor „ouden van dagen”), de voorouders van veel van de in Arizona en New Mexico woonachtige Pueblo-Indianen, zullen terugkomen om de gelegenheid te krijgen eeuwig te leven, hier, op een herstelde aarde. Ook de beroemde leiders uit de Indiaanse geschiedenis — Geronimo, Sitting Bull, Crazy Horse, Tecumseh, Manuelito, Chief Joseph en Chief Seattle — en vele anderen zullen misschien terugkeren in die beloofde opstanding (Johannes 5:28, 29; Handelingen 24:15). Wat een geweldig vooruitzicht bieden Gods beloften voor hen en voor allen die hem nu dienen!
[Illustratie op blz. 15]
Typische Navaho-hogan, gemaakt van hout bedekt met aarde
[Illustratie op blz. 15]
Portret van Crazy Horse, basis voor beeldhouwwerk in de berg op de achtergrond
[Verantwoording]
Foto door Robb DeWall, met toestemming van Crazy Horse Memorial Foundation (nonprofit)
[Illustratie op blz. 15]
Hopi- en Navaho-Getuigen in Keams Canyon (Arizona) komen bijeen in hun Koninkrijkszaal, een voormalige factorij
[Illustratie op blz. 16]
Anasazi-woningen van ruim 1000 jaar geleden (Mesa Verde, Colorado)
[Illustratie op blz. 16]
Geronimo (1829–1909), beroemd Apache-opperhoofd
[Verantwoording]
Met toestemming van Mercaldo Archives/Dictionary of American Portraits/Dover